Rufus Wainwright presenteert: Dream Requiem

Nederlands Philharmonisch
Toonkunstkoor Amsterdam en Studentenkoor Amsterdam koor­dirigent Boudewijn Jansen
Nieuw Amsterdams Jeugdkoor koordirigent Anaïs de la Morandais
André de Ridder dirigent
Caitlin Gotimer sopraan
Carice van Houten verteller
Rufus Wainwright inleiding 

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Voorafgaand aan de uitvoering van het Dream Requiem wordt Rufus Wainwright op het podium geïnterviewd.

pauze ± 20.35 uur

Rufus Wainwright (1973)

Dream Requiem (2024)
voor orkest, koor, kinderkoor en sopraan
Darkness I
Requiem aeternam
Et lux perpetua
Kyrie, eleison!
Sequentia I: Dies irae
Darkness II
Sequentia II: Mors stupebit
Sequentia III: Rex tremendae
Sequentia IV: Ingemisco
Sequentia V: Confutatis
Darkness III
Offertorium
Sanctus
Agnus Dei
Lux aeterna
Darkness IV
In paradisum
Nederlandse première; gecomponeerd in opdracht van het Orchestre Philharmonique de Radio France, The Royal Ballet, het Los Angeles Master Chorale, het Palau de la Música Catalana Barcelona, het RTÉ National Symphony Orchestra, het Helsinki Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Toelichting

Door Lonneke Tausch

In Dream Requiem van de Amerikaans-­Canadese singer-­songwriter en componist Rufus Wainwright komt Lord Byrons apocalyptische gedicht Darkness uit 1816 samen met de Latijnse dodenmis. Met dit nieuwe werk wil Wainwright zijn publiek laten stilstaan bij wat we verloren hebben door wereldwijde ecologische en politieke crises. Maar tegelijkertijd vertaalt hij dit naar hoop, schoonheid en verandering.

Dubbele inspiratie

Wainwright speelde al geruime tijd met de gedachte om Byrons onheilspellende verzen en de dodenmis met elkaar te combineren toen door de covid­pandemie alles tot stilstand kwam en er ruimte ontstond om dit idee te verwezenlijken. Het War ­Requiem (1961-62) van Benjamin Britten diende hem als voorbeeld: die Britse componist had de klassieke mistekst ook doorvlochten met poëzie, namelijk met oorlogs­gedichten van Wilfred Owen. Al meteen in zijn titel Dream Requiem verenigde Wainwrights op een vergelijkbare manier zijn beide ­inspiratiebronnen.

Wainwrights fascinatie voor het ­requiem gaat terug tot zijn vroege tienerjaren, toen zijn moeder hem een opname – met Leontyne Price en Jussi Björling – liet horen van de Messa da Requiem van Giuseppe Verdi. Opgroeiend in een gezin waar muziek zowel aan moeders- als vaderskant in de genen zit (zijn ouders Kate McGarrigle en Loudon Wainwright III waren eveneens bekende singer-songwriters), zou Rufus Wainwright in zijn eigen popmuziek dankbaar teruggrijpen naar de dramatische, vertellende kracht van wat hij bij Verdi had gehoord. Met ­Prima Donna (2009) en Hadrian (2018) zou hij bovendien twee eigen ’s afleveren.

Het tweede ingrediënt voor Dream Requiem is een somber 82-regelig gedicht van Byron dat een desolate wereld beschrijft na de uitbarsting van de vulkaan Tambora op het Indonesische eiland Soembawa op 10 april 1815. Wekenlang verduisterde de as van deze ongekend hevige eruptie de zon. Tot in Europa en Noord-Amerika waren er sneeuw en vorst in juli en augustus, met massale misoogsten tot gevolg; 1816 staat dan ook wel bekend als het ‘jaar zonder zomer’.

In Wainwrights compositie worden de liturgische tekst en de dichtregels op muzikaal verschillende manieren behandeld. Byrons krachtige woorden worden onderstreept door donkere orkestpassages en uitgesproken door een acteur. Het Latijnse requiem wordt gezongen. Massieve koormomenten worden afgewisseld met stillere passages of solo’s voor de sopraan, bijvoorbeeld om de kwetsbaarheid van leven en natuur en de eenzaamheid ron­dom dood en verlies te verklanken.

Duisternis

Het Dream Requiem begint met alleen de verteller, met alleen Byrons eerste zin. Na een paar instrumentale minuten waarin de orkestbezetting beetje bij beetje groeit wordt die openingszin herhaald en volgen er meer dichtregels. Een ostinaat baspatroon van vier noten, droef dalend, heeft de overhand. In Byrons duistere droom raken alle leven en liefde van de aarde weggevaagd. Wainwright ziet het gedicht als een ferme visie op de ineenstorting van het milieu en de politiek die ook vandaag de dag actueel is, waarbij het nu echter de mens zelf is die de ondergang veroorzaakt en niet een natuurramp. Maar apocalyptische tijden dienden wel vaker als brandstof voor revolutie en verandering, aldus Wainwrights hoopvolle opvatting. Met de woorden ‘Requiem aeternam’(‘Eeuwigdurende rust’) komt in het tweede deel voor het eerst het Latijn het Dream Requiem in – na Byrons 21ste dichtregel: ‘[…] and all was black’. 

‘I had a dream, which was not all a dream.
The bright sun was extinguish’d, and the stars
Did wander darkling in the eternal space,
Rayless, and pathless, and the icy earth
Swung blind and blackening in the moonless ;
Morn came and went – and came, and brought no day,
And men forgot their passions in the dread
Of this, their desolation; and all hearts
Were chill’d into a selfish prayer for light: […]’

begin van Darkness (1816) van Lord Byron (1788-1824)


Spiritueel

Misschien wel het meest contemplatieve en spirituele deel van het Dream Requiem volgt een tijdje later met het Offertorium. In de katholieke mis is dat het gezang waarbij de kerkgangers het Heilig Avondmaal – de hostie – ontvangen. Opvallend genoeg gaf Wainwright zijn Offertorium geen woorden, een solo zweeft boven het orkest. De componist groeide weliswaar op in een katholiek gezin, maar hij werd nooit gevormd en heeft dus nooit deelgenomen aan de Heilige Communie. Daarom besloot hij de menselijke stem weg te laten en van zijn Offertorium een puur instrumentale overdenking te maken.
In Byrons gedicht zijn we op dit punt aanbeland bij de regels waarin een hond die de wacht houdt bij het dode lichaam van zijn baasje uiteindelijk zelf ook zijn laatste adem uitblaast nadat hij nog eenmaal de hand van zijn baasje heeft gelikt. De hond, symbool van onvoorwaardelijke en woordeloze liefde, krijgt een sereen naspel van het orkest. Overigens zit hier een autobiografisch aspect aan: tijdens de covidperiode had Wainwright een hondje, maar deze puppy genaamd Puccini stierf al met achttien weken na een vechtpartij met een grotere hond.

Agnus Dei

Wainwright-fans zullen het Agnus Dei herkennen van het studio-album Want Two uit 2004: voor het openingsnummer gebruikte Wainwright destijds al dit stuk uit het Latijnse requiem als basis. Het idee om een compleet eigen requiem te schrijven sluimerde al, maar had nog een katalysator nodig om definitief door te breken. Die volgde met de twee crises die het jaar 2020 tekenden: corona legde de wereld plat en ongekende bosbranden teisterden Californië. Om de link tussen het Dream Requiem en zijn Agnus Dei van twintig jaar eerder te benadrukken bewerkte Wainwright dezelfde melodische structuur nu voor koorstemmen en ­sopraansolo; het is het enige deel van zijn requiem dat geen orkest­begeleiding gekregen heeft.

Het universum

Aan het slot van Byrons gedicht verkondigt de verteller dat de wereld in duisternis ten onder is gegaan:

‘And the clouds perish’d; Darkness had no need
Of aid from them – She was the ­Universe.’

Het enige wat daarna in het Dream ­Requiem nog volgt, is In paradisum. In de uitvaartmis wordt bij dat gezang vaak de kist de kerk uitgedragen, ‘mogen de engelen u geleiden naar het paradijs’. In dit deel voor alleen kinder­koor met een spaarzame orkestratie domineert een monotone slag. Wainwright laat de muziek bijna oplossen, als sterren die uit elkaar drijven in het immer uitdijende universum. Het enige dat overblijft is de paukenklop – klinkt daarin de meedogenloosheid van de tijd? Zo lijkt Wainwright aan het slot van zijn Dream Requiem over te schakelen van een menselijk naar een kosmisch perspectief: op de hemelse krachten heeft de mens geen invloed.

Actueel

Wainwright schreef zijn Dream Requiem als een afscheid van degenen die aan covid zijn overleden, maar ook van het verleden waarvan we waren afgesneden en van de toekomst waarvan we nog niet wisten hoe we ons ermee moesten verbinden: een requiem voor de menselijke aanraking, de saamhorigheid en de menselijke stem, die tijdens de pandemie allemaal gevaarlijk en besmettelijk waren geworden, maar ook een ­requiem voor de wereld waarin we leven maar die we tegelijkertijd vernietigen. In eerste instantie had hij gezocht naar teksten van slachtoffers, maar bij nader inzien koos hij voor de universele basis van Byrons sterke met bijbelse beelden doordrenkte negentiende-eeuwse taal. Want naarmate zijn Dream Requiem vorderde, kon de componist er steeds weer nieuwe actualiteiten aan verbinden: covid en de Californische bosbranden woedden op hetzelfde moment als de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten, en de oorlogen in Oekraïne en Gaza, de aardbevingen in Turkije en Syrië en de brand op Maui voegden zich bij de eerdere tragedies en wakkerden de behoefte om te rouwen verder aan. Rufus Wainwright op zijn website: ‘Het proces van verlies is een rivier zonder einde. Het Dream Requiem eert en viert wat we hebben verloren. De droom zijn we kwijtgeraakt, de nachtmerries moeten we van ons afschudden.’

Dream Requiem ging op 14 juni 2024 in het Auditorium de Radio France in Parijs in première onder leiding van Mikko Franck door het het Orchestre Philharmonique de Radio France, de Maîtrise de Radio France, het Choeur de Radio France en sopraan Anna Prohaska. Verteller was de Amerikaanse actrice Meryl Streep.

Biografie

Nederlands Philharmonisch, orkest

Het Nederlands Philharmonisch speelt het grote symfonische repertoire in Het Concertgebouw, maar ook in vele andere concertzalen. Als het vaste orkest van De ­Nationale , samen met het Nederlands Kamerorkest, wordt het internationaal gerekend tot de beste operaorkesten. Het Nederlands Philharmonisch is in 1985 ontstaan uit het Utrechts Symfonie Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest.

Dat laatste was in 1953 opgericht door Anton Kersjes, die een nieuw publiek naar de concertzalen wist te trekken doordat hij wekelijks op tv te zien was en de ‘gouden ­meesterwerken’ uitvoerde. Vanaf 1985 was Hartmut Haenchen chef-dirigent. Hij werd in 2003 opgevolgd door Yakov Kreizberg, en na diens vroegtijdige overlijden in 2011 werd het chef-dirigentschap overgenomen door Marc Albrecht.

Zijn komst kwam een jaar voor de verhuizing van het orkest van de Beurs van Berlage naar de NedPhO-­Koepel in Amsterdam-Oost, waar de musici repeteren voor hun optredens. In 2020 nam Marc Albrecht na tien jaar afscheid van het orkest en per seizoen 2021/2022 werd Lorenzo Viotti chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch als De Nationale .

Het vorige concert van het Nederlands Philharmonisch in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 20 juni jongstleden: onder leiding van André de Ridder bracht het orkest de Nederlandse première van Dream Requiem van Rufus Wainwright.

Nieuw Amsterdams Jeugdkoor, koor

Het Nieuw Amsterdams Jeugdkoor is onderdeel van Nieuw Vocaal Amsterdam, dat in 2005 door Caro Kindt werd opgericht onder de naam Nieuw Amsterdams Kinderkoor en sindsdien is uitgegroeid tot een hoogwaardige, zelfstandige zangopleiding met 300 leerlingen van 4 tot 21 jaar en een kennis­instituut op het gebied van kinder- en jeugdkoorzang.

Nieuw ­Vocaal Amsterdam heeft een team van twintig docenten, en en stafmedewerkers die hun liefde voor hoogwaardig muziekonderwijs voor kinderen en jongeren dagelijks in de praktijk brengen. Het is partner van het Conservatorium van Amsterdam en Cappella Amsterdam en werkt structureel samen met de Stichting Leerorkest. De verschillende koren van Nieuw Vocaal Amsterdam treden op onder de namen Nieuw Amsterdams Kinder-, Jongens- en Jeugdkoor, onder meer als de vaste kinderkoorpartner van ­Nationale Op­era & Ballet.

Toonkunstkoor Amsterdam, koor

Toonkunstkoor Amsterdam, opgericht in 1829, is een ambitieus en veelzijdig concertkoor van ruim tachtig gevorderde amateurzangers dat het grote koorrepertoire afwisselt met intiemere werken, en eeuwenoude muziek met eigentijdse composities. Elk jaar zingt het op Goede Vrijdag Bachs ­Matthäus-Passion in Het Concertgebouw, een traditie die in 1899 door Willem Mengelberg is ingezet.

Sinds 2008 brengen de zangers ditzelfde werk bovendien op Palmzondag in PHIL Haarlem. en artistiek leider van Toonkunstkoor Amsterdam is sinds 2003 Boudewijn Jansen. Onder de eerdere dirigenten waren ­Johannes van Bree, Johannes Verhulst, Julius Röntgen, ­Willem Mengelberg, Jan Eelkema en Winfried Maczewski.

Het koor zong in zijn lange geschiedenis onder gast­dirigenten als Otto Klemperer, Bruno Walter, Eduard van Beinum, Eugen ­Jochum, Anton Kersjes, Jean Fournet, Yehudi Menuhin, Bernard Haitink, Jan Willem de Vriend en Marc Albrecht. Ook voerden componisten hun eigen werken uit met Toonkunstkoor Amsterdam; historische voorbeelden daarvan zijn Gustav Mahler, Johannes Brahms, Edvard Grieg en Alphons Diepenbrock.

Studentenkoor Amsterdam, koor

Het Studentenkoor Amsterdam is een jong en hecht klassiek koor van ongeveer tachtig (oud-)studenten. Sinds 1987 voert het klassieke en moderne koorwerken uit, de ene keer en de andere keer in ­samenwerking met een (studenten)orkest en/of solisten. Volgens het adagium ‘voor studenten, door studenten’ probeert het koor met een jeugdige benadering de liefde voor koormuziek te verspreiden.

Moderne a-cappella-­werken van Whitacre, Glass en Pärt kwamen de afgelopen jaren voorbij, net als koorwerken van onder anderen Rheinberger, Kodály en MacMillan, de ‘Hohe Messe’ van Bach en het Requiem van Mozart.

Naast eigen concerten verleent het Studentenkoor Amsterdam graag zijn medewerking aan projecten van anderen. Zo trad het in 2019 in Het Concertgebouw op met Ellen ten Damme, zong het in 2022 in de voorstelling Dwars tijdens het Op­era Forward Festival en stond het in Vincent op Vrijdag in het Van Gogh Museum. Vorig jaar ondernam het Studentenkoor Amsterdam een tournee naar Bilbao.

André de Ridder, dirigent

De Duitse André de Ridder is artistiek leider van het ­Theater Freiburg, waar hij nieuwe producties leidde van Hänsel und Gretel (Humperdinck), Don Carlos (Verdi) en Die Zauberflöte (Mozart). Andere ­Freiburger hoogtepunten waren concerten met solisten als Colin Currie, Isata Kanneh-­Mason en Antje Weithaas en met grote symfonische werken als BerliozSym­phonie fantastique en Mahlers Vijfde symfonie.

De veelzijdige musicus werkte met het Concertgebouworkest in 2016 en 2022, en op 27 en 28 juni aanstaande staan ze samen in het Muziekgebouw in het kader van het Holland Festival.

André de Ridder was te gast bij het ­Chicago Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het New World Symphony Orchestra (Miami), het BBC Symphony Orchestra en het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin. Ook werkte hij met Musikfabrik, indierockband Efterklang en zanger Damon Albarn (Blur, Gorillaz), en met componisten als Michel van der Aa, Nico Muhly en Kaija Saariaho.

In het Staatstheater Stuttgart leidde hij Nixon in China van John Adams en in de Philharmonie de Paris Einstein on the Beach van Philip Glass. In 2013 stond André de Ridder bovendien aan de wieg van s t a r g a z e, een internationaal gezelschap dat de grenzen slecht tussen pop, klassiek en en dat werd geëngageerd door zalen en festivals door heel Europa, waaronder het Holland Festival.

Van 2017 tot 2021 was André de Ridder artistiek leider van Musica Nova Helsinki, en in 2018 kreeg hij een Royal Philharmonic Society Award voor zijn innovatieve werk als curator van het Spitalfields Festival in Londen. Op 27 en 28 juni leidt hij een ensemble uit het Concertgebouworkest in het Muziekgebouw.

Caitlin Gotimer, sopraan

Caitlin Gotimer behaalde haar master aan het University of Cincinnati College Conservatory of Music en haar bachelor aan Binghamton University. In het vorige concertseizoen debuteerde ze als Contessa in Mozarts Le nozze di Figaro op het Aspen Music Festival, werkte ze als Musetta in Puccini’s La bohème met Yannick Nézet-Séguin, vertolkte ze de vrouwelijke titelrol in Gounods Roméo et Juliette bij Arizona en soleerde ze bij de Santa Fe Symphony in Händels Messiah.

Een seizoen eerder had ze haar debuut gemaakt bij de Dallas Op­era. Caitlin Gotimer ­maakte deel uit van de studio’s van Arizona en Pittsburgh, was laureaat op vele Amerikaanse zangconcoursen en won de aanmoedigingsprijs van Operalia 2023. De iconische titelpartij van Tosca van Puccini is een signature role aan het worden voor de ­Amerikaan­se sopraan: ze vertolkte haar al in de ­operatheaters van Arizona, Santa Fe, Palm Beach en Dayton.

Na haar Europese debuut als Donna Anna in Mozarts Don Giovanni aan de Deutsche Oper Berlin keerde Caitlin Gotimer in Berlijn terug in La fiamma van Respighi. De Opéra de Paris engageerde haar om in Il trittico van Puccini twee hoofdrollen te coveren. Caitlin Gotimer is een pleitbezorger voor hedendaags repertoire en verscheen eerder in nieuw werk van Peter Hilliard & Matt Boresi, Tom Cipullo en Conrad Susa. In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.

Carice van Houten, verteller

Carice van Houten werd wereld­wijd bekend met haar rol als Melisandre in de iconische serie Game of Thrones, die haar in 2019 een nominatie opleverde voor een Emmy Award. Met haar rol in Paul Verhoevens Zwartboek uit 2006 was haar internationale carrière begonnen. Andere opvallende rollen speelde ze in Bryan Singers Valkyrie, tegenover Tom Cruise, en in Brimstone van Martin Koolhoven.

In 2011 werd Carice van Houten op het Tribeca Festival in New York uitgeroepen tot beste actrice voor haar aandeel in Black Butterflies van Paula van der Oest, een rol waarvoor ze ook haar vijfde Gouden Kalf ontving (een record). In Nederland stond ze onder meer op het toneel tegenover Pierre Bokma in De gravin van Parma en was ze te zien in Alles is liefde van Joram Lürsen en in de titelrol van de Annie M.G. Schmidt-verfilming Minoes.

Recent speelde Carice van Houten in de film Instinct en de televisieserie Red Light, waarbij ze niet alleen als actrice maar ook als coproducent betrokken was. Recente internationale televisieseries zijn Temple, Dangerous Liaisons en Malice. In Het Concertgebouw betreedt Carice van Houten voor het eerst het podium.