Ruby Hughes en Joseph Middleton: Mahler en Schumann

Ruby Hughes sopraan
Joseph Middleton piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 1.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Henry Purcell (1659-1695)

Music for a While
uit ‘Oedipus, King of Thebes’ (1692; arrangement Michael Tippett)

O Lead Me to Some Peaceful Gloom
uit ‘Bonduca, or The British ­Heroine’ (1695; arrangement Michael Tippett)

Thrice Happy Lovers
uit ‘The Fairy Queen’ (1692; arrangement Michael Tippett)

Robert Schumann (1810-1856)

Träumerei
uit ‘Kinderszenen’, op. 15 (1838)
voor piano solo

Frauenliebe und -leben, op. 42 (1840)
Seit ich ihn gesehen
Er, der Herrlichste von allen
Ich kann’s nicht fassen, nicht glauben
Du Ring am meinem Finger
Helft mir, ihr Schwestern
Süsser Freund, du blickest mich verwundert an
An meinem Herzen, an meiner Brust
Nun hast du mir den ersten Schmerz getan

pauze ± 21.10 uur

Charles Ives (1874-1954)

Serenity (1919)
The Housatonic at Stockbridge (ca. 1908/bewerking 1921)
Songs My Mother Taught Me (1899-1901)

Benjamin Britten (1913-1976)

Ca’ the Yowes
uit ‘Folk Song Arrangements,
vol. 5: British Isles’ (1961)

Come You Not from Newcastle?
uit ‘Folk Song Arrangements,
vol. 3: British Isles’ (1945-46)

At the Mid Hour of Night
uit ‘Folk Song Arrangements,
vol. 4: Moore’s Irish Melodies’ (1957)

Gustav Mahler (1860-1911)

Rückert-Lieder (1901-02)
Liebst du um Schönheit
Blicke mir nicht in die Lieder
Ich atmet’ einen linden Duft
Um Mitternacht
Ich bin der Welt abhanden gekommen

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Gustav Mahler 1860-1911

Mahler: Rückert-Lieder

Door Axel Meijer

In de zomer van 1896 is de jonge Gustav Mahler in Bad Ischl op bezoek bij de 63-jarige Johannes Brahms, die daar als gewoonlijk zijn werkvakantie doorbrengt. De twee maken een wandeling langs de rivier de Traun en praten over hun vak. Brahms, in een conservatieve bui, moppert dat muziek geen toekomst meer heeft, en dat het na zijn dood waarschijnlijk helemaal afgelopen zal zijn.

Als ze een brug oplopen grijpt Mahler plotseling Brahms’ arm.
‘Wacht, herr Doktor Brahms, kijk daar eens!’
‘Wat?’, vraagt Brahms. ‘Waar?’
‘Daar! De laatste golf!’

  • Gustav Mahler

Mahlers gevatte opmerking zegt veel over hoe hij de toekomst van de muziek, en zijn eigen rol daarin, ziet. Mahler bouwt voort op grote voorbeelden, waaronder Brahms, maar hij vindt daarin zijn eigen, nieuwe weg, gestuurd door persoonlijke ervaringen en voorkeuren. Dus blijft er in zijn muziek vaak iets hoorbaar van de militaire kapel die hij als jonge jongen in Iglau graag beluisterde op het plein, zelfs in zijn pianobegeleidingen. Zo opent een van de Rückert-er, Um Mitternacht, met een ingetogen , een taptoe- of Last-Post-signaal. Het is een zeer persoonlijk lied voor Mahler, een dankzegging voor zijn herstel na een levensbedreigende ziekte.

Typisch voor Mahler is ook dat hij quasi-­militaire motieven naast lange e lijnen plaatst. Daarmee verbeeldt hij in Ich atmet’ einen linden Duft de geur van een lindeboom. De boom symboliseert op zijn beurt een voorbije liefde. Blicke mir nicht in die Lieder is opnieuw autobiografisch: volgens zijn vrouw Alma kon Mahler slecht tegen pottenkijkers bij zijn werk – ‘deine Neugier ist Verrat,’ klinkt het geïrriteerd. Immers: ‘De bijen geven hun honing pas prijs als de raat gereed is’.

Het diep verstilde Ich bin der Welt abhanden gekommen is misschien wel Mahlers beroemdste lied. De (toon-)dichter trekt zich terug in zijn eigen persoonlijke hemel, ‘in mijn liefhebben, in mijn lied’.

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Frauenliebe und -leben

Waar Mahler slechts een handvol dichters op muziek zet, en dan met name Friedrich Rückert, vindt Robert Schumann, zoon van een boekhandelaar, zijn teksten overal en nergens. Frauenliebe und -leben doet tegenwoordig mogelijk ouderwets en rolbevestigend aan, maar bij publicatie van Adelbert von Chamisso’s bundel in 1831 slaat het werk in als een bijna feministische bom. Eindelijk het verhaal van een liefde, beschreven in de stem van een vrouw – een jonge vrouw, bovendien, van lagere geboorte dan haar love interest!

Hoewel de vertelster haar geluk grotendeels vereenzelvigt met dat van haar huwelijk en moederschap, benadrukt Schumann haar zelfstandigheid met een zangpartij die onafhankelijker is van de pianobegeleiding dan in zijn eerdere cycli het geval was. Die onafhankelijkheid is heel duidelijk in het zevende lied, waarin de jonge hoofdpersoon het geluk van haar moederschap beschrijft, een geluk dat ze met geen man kan delen. Psychologisch sterk is ook het laatste gedicht dat Schumann op muziek zet: de geliefde is dood, en een invoelbare boosheid is hoorbaar onderdeel van de rouw.

Henry Purcell 1659-1695 / Michael Tippett 1905-1998

Purcell / Tippett

  • Robert Schumann

In 1940 vindt Michael Tippett in Londen, tussen de resten van het platgebombardeerde Morley College, een boek met eren van componist Henry Purcell. Gefascineerd door zijn ontdekking gaat Tippett op zoek naar een tenor, om het werk mee uit te voeren. Die vindt hij in Peter Pears, de levenspartner van componist Benjamin Britten.

Zo begint een levenslange vriendschap en een gedeelde liefde voor Purcell. Zowel Tippett als Britten brengt bewerkingen uit voor zang en piano van Purcells muziek. Daarbij gaat het Britten vooral om en tekstbehandeling, en Tippett met name om de barokke, gepuncteerde ritmiek. Misschien dat daardoor Tippetts eenduidigere bewerkingen tegenwoordig iets authentieker, en daarmee paradoxaal genoeg ook iets minder gedateerd overkomen.

Benjamin Britten 1913-1976

Britten: Folk Song Arrangements

Benjamin Britten schrijft zijn eerste Folk Song Arrangements in de Verenigde Staten, vermoedelijk in 1941. Ze zijn enerzijds een uitdrukking van heimwee naar Groot-Brittannië (al wilde Britten niets weten van ‘chauvinisme’ in volksmuziek), anderzijds zijn ze een belangrijke kennismaking met een ‘natuurlijke’ toonzetting van Engelse teksten – een probleem dat Britten zijn leven lang blijft fascineren. Daarnaast blijken ze, als toegiften bij s met zijn zingende partner Peter Pears, geweldige succesnummers te zijn.

Britten gaat in zijn bewerkingen duidelijk anders te werk dan veel van zijn voorzichtige voorgangers op hetzelfde gebied. Terwijl zij volksliederen verzamelen en behandelen als tere vlinders, is Britten minder zachtzinnig: met stevige en verrassend moderne pianobegeleidingen geeft hij de vaak eeuwenoude jes een flinke opfrisbeurt.

Charles Ives 1874-1954

Ives: liederen

Zo’n vijftien jaar na Gustav Mahler, en een halve wereld verderop, zit de jonge Charles Ives op een plein te luisteren naar de fanfare. Maar in het geval van Ives is zijn vader de aanvoerder, en aan de andere kant van het plein speelt een drumband een totaal ander stuk. Het gelijktijdig klinken van volstrekt verschillende composities fascineert hem en blijft hem zijn hele leven bij.

Aangemoedigd door zijn ruimdenkende vader experimenteert Ives al heel jong met vreemde instrumentcombinaties, wonderlijke ën en meervoudige s. Hij is zijn tijd zo ver vooruit dat hij pas op latere leeftijd erkenning vindt. In de tussentijd wordt hij rijk met zijn eigen verzekeringskantoor.

  • Charles Ives

In 1922 brengt Ives op eigen kosten een bundel uit, 114 Songs. Volgens zijn nawoord zijn niet alle 114 zingbaar en hij stelt ‘dat ze, als ze iets in te brengen hadden, misschien ook helemaal niet gezongen zouden willen worden’.

Een van de vroegere werken in de aanzienlijke bundel is Songs My Mother Taught Me, op een vertaling van dezelfde tekst als het beroemde van Antonín Dvořák, bekend als ‘Als die alte Mutter sang’. Serenity (tekst van John G. Whittier) is een meditatie, een gebed om rust in het land waar Jezus volgens de Bijbel opgroeide en predikte: ‘O, Sabbath Rest of Galilee!’ Ives schetst de gezochte vredigheid met een passend minimum aan middelen: 16 van de 27 maten zijn exact identiek. De uitvoeringsaanwijzingen zijn: ‘zeer langzaam, rustig en constant, met weinig tot geen verandering in tempo of luidheid’.

The Housatonic at Stockbridge is een mooie tegenhanger: de rivier stroomt aanvankelijk rustig, tevreden en timide (‘Contented river! And yet over-shy…’) door Massachusetts. Maar de rivier blijkt uiteindelijk net zo angstig voor stilstand als de dichter – ‘I also of much resting have a fear’: in september begint het water sneller te stromen, op de vlucht voor de laatste golf.

Biografie

Ruby Hughes, sopraan

Ruby Hughes begon haar opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen – als cellist. Ze koos alsnog voor zang en nam les aan de Musikhochschule in München en het Royal College of Music in Londen. De zangeres werd BBC New Generation Artist, kreeg een Borletti-Buitoni Trust Award en viel meervoudig in de prijzen tijdens de London Handel Singing Competition in 2009.

Ze werd geëngageerd door verschillende BBC-orkesten, het Philharmonia Orchestra, Britten , het Orchestra of the Age of Enlightenment, Le Concert ­Spirituel en Les Arts Florissants. Mahlers Tweede symfonie nam ze op met het Minnesota Orchestra onder leiding van Osmo Vänskä. Op het ­toneel verscheen Ruby Hughes onder meer in het Theater an der Wien, bij English National Opera en tijdens het festival van Aix-en-Provence.

In 2017 maakte ze haar debuut in Carnegie Hall in New York, en een jaar eerder verscheen haar eerste recital-cd Nocturnal Variations, opgenomen met pianist Joseph Middleton. Als fervent promotor van vrouwelijke componisten maakte Ruby Hughes het album Heroines of Love and Loss, met werk van vrouwelijke toondichters uit de zeventiende eeuw, en gaf ze recentelijk een compositieopdracht aan Helen Grime.

In Het Zondagochtend Concert van 22 december jongstleden zong de sopraan onder leiding van Jan Willem de Vriend in Mozarts Krönungsmesse door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. In de maakt Ruby Hughes vandaag haar debuut.

Joseph Middleton, piano

Joseph Middleton studeerde filosofie aan de University of Birmingham en specialiseerde zich aan de Royal Academy of Music in Londen – waar hij inmiddels zelf lesgeeft – in ­kamermuziek en begeleiding. In 2016 kreeg hij de Young Artists Award van de Royal Philharmonic Society.

De pianist was te beluisteren in zalen als het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen, de Berliner en de Kölner Philharmonie, de Tonhalle in Zürich, Wigmore Hall in Londen, Schloss Elmau, de Alice Tully Hall en Park Avenue Armory in New York, de Oji Hall in Tokio, tijdens de BBC Proms en op de festivals van Edinburgh, Aldeburgh, Hohenems, Schwarzenberg, Aix-en-Provence, Ravinia, Seoul, Toronto en Vancouver.

Daarbij had hij vaak bekende zangers aan zijn zijde; met Iestyn Davies en Carolyn Sampson debuteerde hij op de BBC Proms in 2016 en in 2018 keerde hij er terug met Sarah Connolly om herontdekte eren van Benjamin Britten in première te brengen.

In de van Het Concertgebouw trad Joseph Middleton eerder op met Katarina Karnéus, het Myrthen Ensemble, Christopher Maltman, Ruby Hughes, Carolyn Sampson, Sophie Rennert, James Newby en Sarah Connolly (op 23 januari jongstleden).

Voor zijn cd-opnames won hij onder meer een Edison (voor A Verlaine Songbook met Carolyn Sampson) en een Kathleen Ferrier Award. Joseph Middleton was negen jaar lang artistiek leider van het Leeds Lieder Festival en is momenteel musician in residence bij het Pembroke College in Cambridge. Ook stelt hij series en programma’s samen voor BBC Radio 3, Wigmore Hall en de University of Cambridge.