Roderick Williams in Engels liedprogramma

Vocaal 1 20.15 uur

Roderick Williams bariton
Iain Burnside piano

Henry Purcell 1659-1695 / Benjamin Britten 1913-1976

Let the Dreadful Engines of Eternal Will (1694/ 1971)

Ivor Gurney 1890-1937

Desire in Spring (1918)
On the Downs (1918)
Reconciliation (1918-19)
Lights Out (1919)

Benjamin Britten 

Songs and Proverbs of William Blake, op. 74 (1965)
Proverb I, London
Proverb II, The Chimney Sweeper
Proverb III, A Poison Tree
Proverb IV, The Tyger
Proverb V, The Fly
Proverb VI, Ah, Sun-flower!
Proverb VII, Every Night and Every Morn

pauze

Ralph Vaughan Williams 1872-1958

Songs of Travel (1901-04)
The Vagabond
Let Beauty Awake
The Roadside Fire
Youth and Love
In Dreams
The Infinite Shining Heavens
Whither Must I Wander?
Bright Is the Ring of Words
I Have Trod the Upward and the Downward Slope

begin van de pauze ca.  21.00 uur
einde van het concert ca. 21.50 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Introductie

Britse componisten

tekst: leo samama

Ondanks de generatieverschillen tussen Ralph Vaughan Williams (1872-1958), Ivor Gurney (1890-1937) en Benjamin Britten (1913-1976) waren zij aan elkaar verbonden door een en dezelfde oorlog, The Great War, en door hun liefde voor de natuur, de Engelse wel te verstaan.

In hun vocale muziek komen deze twee facetten veelvuldig aan bod, waarbij de lieflijke Engelse natuur niet zelden als antidotum gezien kan worden voor de gruwelen van een oorlog waar de Britten fluitend ingestapt zijn, maar die na de Vrede van Versailles meerdere generaties heeft getekend. 

Toen Vaughan Williams zijn Songs of Travel schreef was die oorlog nog niet aan de orde. Pas in de jaren twintig kunnen we de weerslag ervan in zijn werk herkennen, hoewel in de eren vooral aan het negeren van deze afschuwelijke tijd – Vaughan Williams was ambulance-chauffeur aan het front – en aan de focus op de Engelse muziek van vervlogen tijden.

Ralph Vaughan Williams 1872-1958

songs of travel

Gedurende het eerste decennium van de eeuw ontdekte Vaughan Williams zowel de rijke schat van Engelse kerkliederen, hetgeen leidde tot het samenstellen van The English Hymnal, waar hij leiding aan gaf, als de schoonheid van het ongerepte vaderlandse landschap en van de Engelse volksliederen.

voor de Songs of Travel koos hij negen gedichten uit de bundel Songs of Travel and Other Verses van de Schotse schrijver en reiziger Robert Louis Stevenson (1850-1894). Aanvankelijk werden acht eren uitgegeven. Het negendewerd pas na de dood van de componist tussen zijn manuscripten gevonden.

De cyclus schetst in contrasterende, overwegend e episodes de reiziger als vagebond, als verliefde dromer, de ernstige beschouwer van de grootsheid van een onveranderlijke natuur.

Ivor Gurney 1890-1937

Liederen

Het is diezelfde natuur waarvan Ivor ­Gurney als soldaat aan het front in Ieper slechts kon dromen terwijl de kogels hem om de oren vlogen.

Dwars door de oorlog heen, zelfs in de loopgraven, en daarna nog tot een handvol jaren na de oorlog schreef Gurney honderden gedichten en evenzovele eren; voor een klein deel op zijn eigen poëtische ontboezemingen, vooral echter op die van menige generatiegenoot, en ook op ­teksten van bijvoorbeeld de grote negentiende-­eeuwse Amerikaan Walt Whitman.

Na verwondingen en een gasaanval aan het front in september 1917 werd Gurney naar Schotland vervoerd en daar gehospitaliseerd. Hij werd al jong geplaagd door een bipolaire stoornis en verkeerde na de oorlog in grote geestelijke verwarring.

Toch bleef hij schrijven, tot zijn geestelijke gesteldheid in de loop van 1922 zozeer verslechterde dat hij in het City of London Mental Hospital werd opgenomen, waar hij vijftien jaar later is gestorven. 

Vele eren van Gurney zijn pas lang na zijn dood uitgegeven. Desire in Spring (Francis Ledwigde, 1891-1917) en de zesdelige cyclus Lights Out (Edward Thomas, 1878-1917; vandaag klinkt alleen het gelijknamige lied daaruit), hebben met On the Downs (John Masefield, 1878-1967) gemeen dat de dichters ervan evenals Gurney zelf actief bij de oorlog betrokken waren. Ledwidge en Thomas sneuvelden in Vlaanderen en Noord-Frankrijk. 

Gurney componeerde de liederen, evenals het prachtige ‘oorlogsgedicht’ ­Reconciliation (Walt Whitman, 1819-1892), binnen een jaar na het einde van de oorlog, tussen eind december 1918 en september 1919.

In e ontboezemingen, dicht op de huid van de dichtregels, en ongetwijfeld grotendeels met de onthutsende ervaringen van het slagveld nog vers op zijn netvlies, maakte hij van elk lied een klein meesterwerk.

Benjamin Britten 1913-1976

Liederen

Let the Dreadful Engines of Eternal Will is een van de scènes uit The Comical History of Don Quixote, een toneelstuk van Thomas d’Urfey waarvoor Henry Purcell het jaar voor zijn overlijden enkele eren had geschreven.

Benjamin Britten was een groot liefhebber en kenner van de muziek van Purcell (zoals Vaughan Williams voor de Elizabethaan Thomas Tallis koos) en heeft tal van werken van Purcell bewerkt, geparafraseerd en voor moderne uitvoeringen gereed gemaakt.

Zo ook deze prachtige waanzinsscène van Cardenio, die heftig teleurgesteld is in de liefde. De dames moeten het ontgelden door de toon van de tekst en de muziek van Purcell, en dat tot grote hilariteit van het publiek. Britten heeft de oorspronkelijke baslijn (met harmonische aanwijzingen) voor piano uitgewerkt en daarbij hier en daar in de klank zijn muzikale handtekening achtergelaten. 

En zoals de muziek van Purcell als een rode draad door die van Britten loopt, heeft ook de dichtkunst van William Blake (1757-1827) hem van jongs af gefascineerd en geïnspireerd. Een uniek voorbeeld daarvan is te vinden in de Songs and Proverbs of William Blake, 74, die Britten in 1965 voor de bariton Dietrich Fischer-Dieskau componeerde, met als opdracht ‘For Dieter: the past and the future’.

Britten liet bovendien nadrukkelijk vermelden dat de selectie uit Blake’s Proverbs of Hell (1790-93), Auguries of Innocence (circa 1807) en Songs of Experience (1794) door zijn levensgezel Peter Pears was samengesteld.

De hele cyclus bestaat uit zeven vaak duister-cynische en uitermate beknopte spreuken als tussenspelen bij zeven gedichten. Niet eerder was Brittens muziek zo kaal, ernstig en introvert, maar ook zo knap vormgegeven, als een doorlopende compositie waarin tekst en muziek zich volkomen organisch ontwikkelen van ingehouden verbolgenheid via felle boosheid tot mededogen en verwondering, zij het nog steeds met scepsis en een mild wantrouwen. 

Biografie

Roderick Williams, bariton

Roderick Williams ontving in 2016 de Singer of the Year Award van de Royal Philharmonic Society en in 2017 de Most Excellent Order of the British Empire.

Voordat hij in Londen zijn ­zangstudie aan de Guildhall School of Music begon, was hij muziekleraar. De zanger is tevens componist; zijn werk klonk onder meer in Barbican Hall en Wigmore Hall in Londen.

Roderick Williams geniet bekendheid door zijn Mozart- en Britten-vertolkingen, maar stond ook in de premières van nieuwe ’s van onder anderen Sally Beamish, Alexander ­Knaifel en Michel van der Aa. Hij trad op met alle BBC-orkesten en met uiteenlopende gezelschappen als de Academy of Ancient Music, London Sinfonietta, de Berliner Philharmoniker, het RIAS Kammerchor, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Russisch Nationaal Orkest, de New York Philharmonic, het Bach Collegium Japan en De Nationale Opera.

In de van Het Concertgebouw was Roderick Williams onder meer te beluisteren in maart 2018 in Bachs Matthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlighten­ment en in december 2018 in Händels Messiah met Britten . In de gaf hij s in april 2017 (Brits repertoire) en in april 2019 (Schubert en Finzi). In maart 2021 nam Roderick Williams met pianist Daan Boertien in de Kleine Zaal een Empty Concertgebouw Session op met de Songs of Travel van Vaughan Williams.

Iain Burnside, piano

Iain Burnside is pianist, schrijver en presentator. Hij studeerde aan conservatoria in Londen en Warschau en specialiseerde zich als begeleider. Hij werkt met zangers als Benjamin Appl, Susan Bickley, Susan Chilcott, Joyce DiDonato en Ailish Tynan.

Met mezzosopraan Sarah Connolly bracht hij een Korngold-album uit, en met bariton Roderick Williams – een vaste muzikale partner – vertolkte hij de drie grote liedcycli van Schubert in Wigmore Hall in Londen. In het huidige seizoen keert het duo naar datzelfde podium terug met een Russisch programma.

Na het succesvol presenteren van het Cardiff Singer of the World-concours werd Iain Burnside gevraagd als presentator voor BBC Radio 3, en voor zijn eigen programma Voices won hij een Sony Radio Award. Iain Burnside schreef ook een aantal theaterstukken. Naast dit alles is de musicus artistiek leider van het Ludlow English Song Weekend en artistiek adviseur van de Grange Park .

In de van Het Concertgebouw was de pianist eerder te gast in recitals met John Mark Ainsley (2006), Carolyn Sampson (2007), Rodion Pogossov (2010) en Roderick Williams (2017).