Robert Holl zingt Schubert

Robert Holl bas-bariton
Roger Braun piano

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Franz Schubert (1797-1828)

An die Musik, D 547 (1817)

Geheimnis, D 491 (1816)
Erlafsee, D 586 (1817)
Am Strome, D 539 (1817)
Auf der Donau, D 553 (1817)
Am Bach im Frühlinge, D 361 (1816)

Der liebliche Stern, D 861 (1825)
An mein Herz, D 860 (1825)

Das Zügenglöcklein, D 871 (1826)
Die Taubenpost, D 965a (1828)

pauze (± 20.55 uur)

Der Fluss, D 693 (1820)
Frühlingsglaube, D 686 (1820)

Einsamkeit, D 620 (1818)
Gib mir die Fülle der Einsamkeit!
Gib mir die Fülle der Tätigkeit!
Gib mir das Glück der Geselligkeit!
Gib mir die Fülle der Seligkeit!
Gib mir die Fülle der Düsterkeit!
Gib mir die Weihe der Einsamkeit!

einde (± 21.55 uur)

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Toelichting

Door Henriëtte Sanders

Een deel van Franz Schuberts immense oeuvre bestaat uit toonzettingen van gedichten van vrienden uit Weense liberale, in literatuur en muziek geïnteresseerde kringen. Onder hen Johann Mayrhofer en Franz von Schober, de dichter van het openingslied van vanavond, An die Musik.

Kenmerkend voor de geest die onder de vertegenwoordigers van literaire en politieke stromingen van de heerste, zijn in dit gedicht de woorden ‘in eine bessre Welt entrückt’ (‘naar een betere wereld weggegevoerd’). Onder de repressie van het conservatieve Metternichregime, dat streefde naar het handhaven van grote machtsblokken in Europa, werd de vrijheid van het geschreven woord en de universiteiten aan banden gelegd. Hierdoor kon de hunkering naar een vrijere maatschappij slechts indirect, in literaire metaforen uitgedrukt worden.

Schubert woonde tijdens het componeren van de eerste vijf liederen van dit programma (herfst 1816 tot augustus 1817) vermoedelijk als gast in het huis van de familie Schober. In november 1818 trok hij voor twee jaar bij Johann Mayrhofer in, een tot somberheid geneigde figuur, die in 1820 in weerwil van zijn liberale gezindheid boekcensor werd.

In Auf der Donau toont de dichter grootse menselijke werken

Over zevenenveertig gedichten van Mayrhofer heeft Schubert liederen ge­componeerd, tekenen van vriendschap en erkenning van diens poë­­tische talent. Het gedicht Geheimnis werd pas van de opdracht ‘An Franz Schubert’ voorzien toen de compositie in druk verscheen; het is mogelijk dat Schubert aanvankelijk niet wist dat het gedicht hemzelf betrof.

In het tweede couplet geeft het bevreemdende beeld van het water, dat door de weiden stroomt, mogelijk een hint naar de ­romantische fascinatie voor water, die ook uit de andere Mayrhofer-liederen op het programma spreekt. Meerdere aspecten van de symboliek van het water, zetel van leven en dood, komen aan bod in Mayrhofers gedichten Erlafsee, Am Strome en Auf der Donau.

In de door Schubert gekozen strofen van Mayrhofers gedicht Erlafsee (de Erlaufsee is een bergmeer gelegen op de noordelijke grens van de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken) vormt het meer letterlijk een afspiegeling van de ambivalente gevoelens van de dichter. Schuberts begeleidingen geven in Erlafsee, in de hoekdelen van Am Strome en in Am Bach im Frühlinge de beweging van het water weer in het wiegende lenritme van de (gondellied, naar het Italiaanse ‘barca’ = ‘boot’).

In Am Strome vergelijkt Mayrhofer de rivier met zijn eigen ziel: zelfs wanneer hij zich in de zee, het hiernamaals, verliest, zal hij geen rust vinden. In Auf der Donau toont de dichter grootse menselijke werken, die echter in hun vergankelijkheid de toeschouwer met zijn eigen ondergang confronteren.

Voor de dichter in Am Bach im Frühlinge, een weemoedig gedicht van Schober, is de vrij stromende beek na het winterse ijs een teken van herwonnen vrijheid en onbekommerdheid. Dit staat in contrast met zijn eigen gemoed, waarin het geluk slechts een herinnering is.

Spiegelend water, waarin het onbereikbare nabij lijkt, biedt de ideale symbolische entourage voor het romantische verlangen naar het ongrijpbare, zoals de ster van liefde die Ernst Schulze in Der liebliche Stern bezingt. De gedichten van deze universitaire docent uit Göttingen staan in het teken van de dood van zijn verloofde in 1812.

Het kloppende in de bas van de begeleiding van het voorspel en de tussenspelen van An mein Herz is in Schuberts ­oeuvre vaker te vinden wanneer er sprake is van gefrustreerde passie.

Frühlingsglaube verklankt de hoop op een betere wereld

Een universeel memento mori vormt Das Zügenglöcklein, een kleine klok die geluid wordt wanneer iemands doodsbericht de kerk heeft bereikt. Dit luiden werd poëtisch beschreven door de Weense dichter, schrijver, docent en ambtenaar Gabriel Seidl, die tot Schuberts kennissenkring behoorde. Het onafgebroken kleppen van de klok wordt door Schubert weergegeven in de herhaling van de hoogste toon van de pianobegeleiding.

De compositie over Seidls gedicht Die Taubenpost, met de postduif als symbool van hartstochtelijk verlangen, vormt bij toeval een merkwaardig toepasselijke afsluiting van Schuberts leven en werken. Het is Schuberts laatste lied en bezit zijn kenmerkende stijl waarbij een consistent muzikaal patroon conform de inhoud van de tekst wordt gevarieerd.

In Der Fluss, een gedicht uit Friedrich von Schlegels cyclus Abendröte, wordt opnieuw een rol van de rivier belicht: hij windt zich als een zangmelodie door het landschap en bewaart als een kristal de ideale schoonheid van wat zich in het oppervlak weerspiegelt. Ook hier horen we het -ritme.

Hoop en angst voor de toekomst werden in 1812, tegen het einde van de Napoleontische overheersing, door Ludwig Uhland in gedichten uitgesproken, en werden in 1820 nog evenzeer gekoesterd door de Weense liberale kringen, die onder de zware druk van het Metternichregime leden. In die zin is het lied Frühlingsglaube te verstaan: een lied dat de hoop op een betere wereld verklankt (‘Die Welt wird schöner mit jedem Tag/Man weiss nicht was noch werden mag/Das Blühen will nicht enden.’).

Mayerhofers Einsamkeit, als dichtvorm een ode, werd door Schubert in de vorm van een soort liedcantate gezet. De naar hun betekenis zeer verschillend getoonzette, maar zich ‘organisch’ uit elkaar ontwikkelende delen worden ingeleid door verzoeken om volledige eenzaamheid, volle bedrijvigheid, het geluk van het gezellig samenzijn, totale gelukzaligheid, volslagen somberheid en ten slotte: de verheven zegening van de eenzaamheid. Na de verschillende fasen doorlopen te hebben, keert de ‘ik’ terug naar de eenzaamheid, maar nu in de natuur, waar hij uiteindelijk ‘die Seligkeit’ ervaart.

Biografie

Robert Holl, verteller

Robert Holl begon zijn bijna vijf decennia omspannende carrière met het winnen van het Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch in 1971. In München sleepte de bas-bariton een jaar later de eerste prijs in de wacht van het prestigieuze ARD Concours.

Van 1973 tot 1975 was Robert Holl vast ensemblelid van de Bayerische Staatsoper in München. Daarna was hij lange tijd vooral actief als concertzanger, waarna hij zijn aandacht verdeelde tussen symfonisch repertoire, en .

Robert Holl werd veelvuldig geëngageerd door de huizen van Berlijn, Hamburg, Brussel en Wenen en door de Bayreuther Festspiele.

In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Van 2016 tot en met 2022 was Robert Holl artistiek leider van het Internationaal Festival Zeist, waarvan hij sindsdien beschermheer is.

Zijn laatste in de was een Schubert-programma op 6 november 2018. Bij het Concertgebouworkest was hij sinds 1973 vele malen te gast, de laatste keer in 2009.

Roger Braun, piano

Roger Braun was aan het Conservatorium van Amsterdam leerling van Jan Wijn en Rudolf Jansen en vervolgde zijn opleiding bij Konrad Richter aan de Musikhochschule in Stuttgart.

In het begin van zijn loopbaan viel de pianist in de prijzen tijdens onder meer het Rotterdamse Eduard Flipse Internationaal Pianoconcours, de Paula Salomon-Lindberg-Wettbewerb en de Wigmore Hall/Kohn Foundation International Song Competition.

Naast zijn solorecitals en kamermuziekoptredens kwam de focus van de pianist gaandeweg zijn carrière te liggen op de kunst van het begeleiden. Roger Braun is duopartner van zangers als Robert Holl, Dietrich Henschel en Maarten Koningsberger. Met de laatstgenoemde bariton maakte de pianist succesvolle opnamen van SchubertWinter­reise, zowel in de originele versie als in de Nederlandse hertaling van Jan Rot.

Naast zijn werk op het concertpodium en in de studio geeft Roger Braun graag les. Hij is docent aan de Musikhochschule Köln en leidt regelmatig masterclasses voor jonge zang-pianoduo’s. Ook begeleidde hij masterclasses van onder anderen Elly Ameling, Brigitte Fassbaender en Sarah Walker.