Rising Stars: violist Emmanuel Tjeknavorian
Emmanuel Tjeknavorian viool
pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Eerste sonate in g kl.t., BWV 1001 (1720)
Adagio
Fuga: Allegro
Siciliano
Presto
Eugène Ysaÿe 1858-1931
Eerste sonate in g kl.t., op. 27 nr. 1 (1924)
Grave: Lento assai
Fugato: Molto moderato – Lento
Allegretto poco scherzoso: Amabile – poco animato
Finale con brio: Allegro fermo
pauze
Sergej Prokofjev 1891-1953
Sonate in D gr.t., op. 115 (1947)
Moderato
Thema en variaties. Andante dolce
Con brio – Allegro precipitato
George Enescu 1881-1955
Ménétrier
uit ‘Impressions d’enfance in D gr.t.’ (1940)
Christoph Ehrenfellner 1975
Suite des Alpes, op. 36 (2017)
in opdracht van Wiener Konzerthaus, -Musikverein Wien en de European Concert Hall Organisation; Nederlandse première
Heinrich Wilhelm Ernst 1814-1865
Introduktion, Thema und Variationen über das irische Volkslied ‘Die letzte Rose’
uit ‘Sechs mehrstemmige Studien’ (1865)
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Eerste sonate
tekst: Anneloes Brand
De Eerste in g klein, BWV 1001 is het openingswerk van Johann Sebastian Bachs Sei solo a violino senza basso accompagnato, Libro primo. Op het manuscript staat het jaar 1720, maar sommige historici beweren dat het ontstaan van de drie sonates en drie ’s teruggaat tot maar liefst 1703.
In dat jaar was Bach aangesteld als violist in het hoforkest van Weimar, waar hij de vooraanstaande violist Johann Paul von Westhoff leerde kennen, die zelf in 1696 een collectie ’s voor soloviool had geschreven. Tegen de tijd dat Bach zijn eigen set voltooide, was hij als Kapellmeister in dienst bij de muziekminnende prins Leopold van Anhalt-Köthen.
Volgens zijn zoon Carl Philipp Emanuel speelde Bach tot zijn laatste jaren uitstekend viool, maar het is onduidelijk of hij zelf zijn s en partita’s aan het hof in Köthen uitvoerde, of bijvoorbeeld Joseph Spiess, de concertmeester van ‘zijn’ orkest.
Net als de twee andere sonates heeft de Eerste sonate in g klein de vierdelige opzet (langzaam-snel-langzaam-snel) van een sonata da chiesa (‘kerksonate’). Het fungeert als prelude voor de , dan volgt een zangerige Siciliano en de sonate besluit met een : een perpetuum mobile.
Eugene Ysaÿe 1858-1931
Eerste sonate
De gelijkenis van Eugène Ysaÿe’s Eerste in g klein met Bachs Eerste sonate in g klein is geen toeval: Ysaÿe was zo geïnspireerd door een van Joseph Szigeti waarin de violist onder meer deze sonate van Bach speelde, dat hij het plan opvatte óók een set van zes werken voor soloviool te componeren.
In één dag had hij de schets voor zijn zes solosonates al af! Elk van de werken droeg hij op aan een collega-violist: respectievelijk Szigeti, Jacques Thibaud, George Enescu, Fritz Kreisler, Mathieu Crickboom (een leerling van Ysaÿe) en Manuel Quiroga.
Hun herkomsten en muzikale kwaliteiten klinken in de muziek door, maar de s zeggen evenveel over Ysaÿe – zelf een onvolprezen vioolvirtuoos. Zo toont de Eerste sonate niet alleen dat Szigeti onder meer bekend was vanwege zijn Bach-uitvoeringen, maar ook dat de muziek en de viooltechniek zich in twee eeuwen flink hadden ontwikkeld.
Ondanks de hoge technische eisen van zijn werken waarschuwde Ysaÿe violisten echter herhaaldelijk het muziek maken voorop te stellen: ‘De violist moet een denker, een dichter, een mens zijn; hij moet hoop, liefde, passie en wanhoop hebben gekend; hij moet het hele gamma aan emoties hebben ervaren om ze in zijn spel tot uitdrukking te kunnen brengen.’
Sergej Prokofjev 1891-1953
Sonate
De in D groot, 115, een van de minder bekende vioolwerken van Sergej Prokofjev, is geschreven voor viool solo – of eigenlijk voor veel violen: de sonate was oorspronkelijk bedoeld om door een groep getalenteerde vioolleerlingen unisono te worden uitgevoerd, hetgeen een gebruikelijk onderdeel van de leermethode in Rusland was.
Ondanks het pedagogische doel zou het onterecht zijn dit werk als een technische oefening af te doen, daarvoor is het te rijk aan ideeën en emoties.
George Enescu 1881-1955
Ménétrier
Componist, violist, pianist, docent en George Enescu is een van de belangrijkste figuren in de Roemeense muziekgeschiedenis. Voor hem voelde Parijs als zijn tweede thuis – vandaar dat een aantal van zijn composities een Franse titel heeft.
Hij schreef zijn Impressions d’enfance in D groot, 28 aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en droeg het werk op ‘ter nagedachtenis aan Eduard Caudella’, zijn eerste vioolleraar.
In deze set miniaturen voor viool en piano (behalve het eerste, Ménétrier (‘Minstreel’), dat voor soloviool is) verklankte de Roemeense componist herinneringen uit zijn kindertijd. Ook in dit werk vormde volksmuziek een belangrijke inspiratiebron voor Enescu; in Ménétrier is gemakkelijk een zigeunerviolist te herkennen.
Christoph Ehrenfellner 1975
Suite des Alpes
Sinds een paar jaar laat de European Concert Hall Organisation (ECHO) speciaal voor iedere Rising Star een nieuw werk componeren in samenspraak met de concertzaal die de betreffende musicus voordroeg. Het Wiener Konzerthaus en de Musikverein in Wenen kozen in overleg met Emmanuel Tjeknavorian voor Christoph Ehrenfellner, met wie de jonge violist eerder succesvol samenwerkte.
De Oostenrijkse componist, en violist vertelde desgevraagd over zijn nieuwe des Alpes, 36:
‘Ik zag mijn kans schoon aan Emmanuels reis door Europa (letterlijk én in zijn concertprogramma) mijn eigen langgekoesterde wens toe te voegen: een vioolcompositie geïnspireerd door alpiene volksmuziek. Ik heb de liefde voor volksmuziek van huis uit meegekregen in Salzburg.Volksmuziek is zo vitaal en bezield; het is niet verwonderlijk dat vele componisten hun muziek erop baseerden – zo ook ik.'
'Voor de Suite des Alpes (‘suite’ slaat op een opeenvolging van dansen) koos ik voor een contrastrijke selectie: vier delen op basis van langzaam-snel-langzaam-snel, met het openingskarakter van de Jodler aan het begin en de vurigheid van een polka aan het eind. Ertussenin zit het scherzando van een uitbundige en de innigheid van een bruiloftsdans.'
'Formeel verwijst de naar Bachs in b klein, BWV 1002, met zijn concept van ‘doubles’ (varianten). Afgezien van de Finale heeft elke dans, waarin ik dicht bij de oorspronkelijke toon van de volks-muziek blijf, een double-gedeelte, dat aan de wandel gaat in de moderne muzikale wereld. Al het muzikale materiaal is origineel, behalve twee citaatjes in de Finale: van de populaire Zwiefacher [een snelle Zuid-Duitse dans, red.] ‘Nach mein’ Dirndl hab i allweil Verlangen’ en het spotliedje ‘Hinter unsrer Stadltür’.'
'Natuurlijk is met name de Zwiefacher-finale een eerbetoon aan Emmanuel Tjeknavorians uitzonderlijke talent. De Suite des Alpes is op zijn huid geschreven; hij is de verpersoonlijking van luchthartige virtuositeit en emotionele diepgang.’
Heinrich Wilhelm Ernst 1814-1865
‘die letzte rose’
Toen Heinrich Wilhelm Ernst als vioolstudent in Wenen in 1828 de duivels-kunstenaar Niccolò Paganini had horen spelen, wilde hij niets liever dan in diens voetstappen treden.
Enkele jaren later tourde hij inderdaad als een van de grootste vioolvirtuozen door Europa en Rusland; zijn bekende collega Joseph Joachim noemde hem ‘de beste violist ooit’. Daarnaast componeerde Ernst ook, voornamelijk voor zijn eigen instrument.
Uit zijn laatste levensjaar stammen de Sechs mehrstemmige Studien, die hij elk aan een collega wijdde. De zesde , Introduktion, und Variationen über das irische Volkslied ‘Die letzte Rose’, schreef hij voor Antonio Bazzini.
Het destijds populaire Ierse volksliedje The Last Rose of Summer was in Ernsts handen een van de moeilijkste vioolwerken geworden.
Biografie
Emmanuel Tjeknavorian, viool
Emmanuel Tjeknavorian werd in Wenen geboren in een muzikale familie, speelt viool vanaf zijn vijfde en studeerde onder meer bij Gerhard Schulz (van het Alban Berg Quartett) aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in zijn geboortestad.
De violist won prijzen van het Internationale Johannes Brahms Concours en het Internationale Fritz Kreisler Concours, en behaalde in 2015 op het Sibelius Concours in Helsinki de tweede prijs en een speciale prijs voor de beste vertolking van Sibelius’ Vioolconcert.
Als solist werd hij uitgenodigd door onder meer de Wiener Symphoniker, het Wiener Kammerorchester, de Camerata Salzburg, het Orkest van het Mariinski Theater, het Gürzenich Orchester in Keulen en het Gewandhausorchester in Leipzig. Bij de Essener Philharmoniker kreeg hij een ‘Künstlerportrait’ en bij het Württembergisches Kammerorchester Heilbronn was hij als ‘artist in association’ meermaals te gast.
Emmanuel Tjeknavorian bespeelt een instrument van Antonio Stradivari uit 1698. Sinds 2018 betreedt hij ook geregeld als het podium, en zo stonden er directiebeurten in de agenda bij het Tonkünstler-Orchester in Zürich en het Bruckner Orchester Linz. Bij de Oostenrijkse zender Radio Klassik kreeg de musicus in 2017 zijn eigen programma Der Klassik-Tjek.
Zijn Concertgebouwdebuut vond plaats in najaar 2017 met een solorecital als ECHO Rising Star in de .
