Rising Stars: Van Kuijk Kwartet - klasse, energie en durf
Van Kuijk Kwartet:
Nicolas Van Kuijk viool
Sylvain Favre-Bulle viool
Emmanuel François altviool
François Robin cello
De keuze van Philharmonie de Paris/Cité de la Musique en Festspielhaus Baden-Baden
pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.00 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.
Met dank aan l’Institut Français des Pays-Bas en georganiseerd in samenwerking met de European Concert Hall organisation.
Claude Debussy 1862-1918
Strijkkwartet in g kl.t., op. 10 (1893)
Animé et très décidé
Assez vif et bien rythmé
Andantino, doucement expressif
Très modéré – En animant peu à peu – Très
mouvementé et avec passion
Edith Canat de Chizy 1950
Vierde strijkkwartet ‘En noir et or’ (2017)
Nederlandse première; gecomponeerd in opdracht van Philharmonie de Paris/
Cité de la musique, Festspielhaus Baden-Baden en de European Concert Hall Organisation
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet in d kl.t., D 810 (1824) ‘Der Tod und das Mädchen’
Allegro
Andante con moto
Scherzo: Allegro molto
Presto
Toelichting
Claude Debussy 1862-1918
Debussy: Strijkkwartet
Door Christiane Schima
In de jaren 1890 is Claude Debussy hard op weg een nieuwe Franse muziekstijl te creëren. Deze zou als ‘impressionisme’ – een term waar Debussy zelf overigens niet achter stond – de muziekgeschiedenis in gaan. De werken van ‘Claude de France’ (zijn eigen karakterisering) worden gekenmerkt door de muzikale uitbeelding van schilderachtige taferelen, vrij voor zich uit dromende ën en speelse melodische arabesken.
In de ontstaanstijd van zijn (enige) strijkkwartet zocht hij naar zinderende klanken bij Maurice Maeterlincks liefdesverhaal Pélleas et Mélisande en stond zijn verklanking van Stéphane Mallarmé’s erotische gedicht L’après-midi d’un faune reeds in de steigers. Wellicht beschouwde Debussy het als een uitdaging om zich tussendoor aan een klassiek genre, het strijkkwartet, te wagen; uiteraard niet zonder er zijn eigen stempel op te drukken.
De delen van zijn Strijkkwartet in g klein hebben meer het karakter van sfeertekeningen: titels als Animé et très décidé verwijzen naar hun emotionele lading en niet naar een bepaalde klassieke vorm. Het openingsdeel is energiek, , hier en daar doorbroken door visionair glinsterende hoge vioolklanken.
Het speelse tweede deel blinkt uit door folkloristisch aandoende en een gitaar nabootsende ’s. De aan een liefdesduet herinnerende vervlochten melodische lijnen in het derde en de dramatische stemmingswisselingen in het laatste deel geven een voorproefje van Debussy’s Pelléas et Mélisande die in 1902 in première zou gaan.
Canat de Chizy: ‘En noir et or'
De oeuvrecatalogus van de Franse componiste/violiste Edith Canat de Chizy telt inmiddels meer dan zeventig nummers. Haar muziek werd eerder uitgevoerd door onder meer het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, het Orchestre National de Lyon, het BBC Symphony Orchestra en het Nederlands Kamerkoor. In 1994 werd ze in haar vaderland benoemd tot Chevalier des Arts et Lettres en in 2008 tot Chevalier de la Légion d’Honneur.
Ze is de eerste vrouwelijke componist die deel uitmaakt van het Institut de France. Voor haar Vierde strijkkwartet ontleende Canat de Chizy de titel aan een schilderij van James Abbott McNeill Whistler uit 1875: in zwart en goud. Hetzelfde olieverfdoek, een impressionistische weergave van nachtelijk vuurwerk boven Londen, had Claude Debussy al aangezet tot het componeren van het orkestwerk Fêtes, het tweede deel van zijn Nocturnes uit 1897-99.
Canat de Chizy over haar compositie: ‘Het is nacht. De hemel is bezaaid met flikkeringen, schitteringen en fonkelingen van een feest. De weergave is doeltreffend, al die beweging op het doek is voelbaar, de haast, het mysterie, de vloeibaarheid van de verf, alles wat inherent is aan mijn muzikale schrijfwijze waarin ik de relatie tussen beeld en geluid probeer te vertalen.
In dit stuk bereik ik dat vooral door bijzondere speeltechnieken voor te schrijven: con sordino [met ], sul tasto [op de hals], sul ponticello [bij de kam], [met het hout, de achterkant van de strijkstok], het uitbuiten van boventonen, etcetera. Dat geeft dit strijkkwartet een vluchtig karakter, haastig en mysterieus, waarin het voortdurende bliksemen van de beweging domineert.
Bovendien heb ik de bijzonder levendige ruimtelijkheid van het schilderij willen benadrukken door extreme tessituren [hoge en lage liggingen, red.] tegenover elkaar te zetten.’ De wereldpremière van het Vierde strijkkwartet ‘En noir et or’ werd op 23 oktober 2017 door het Van Kuijk Kwartet gespeeld in de Symphony Hall in Birmingham.
Franz Schubert (1797-1828)
Der Tod und das Mädchen
Door Axel Meijer
Franz Schubert schrijft zijn een-na-laatste strijkkwartet, het Strijkkwartet in d klein, ‘Der Tod und das Mädchen’ in 1824, vier jaar voor zijn dood. Hij kampt dan al twee jaar met de symptomen van (hoogstwaarschijnlijk) vergevorderde syfilis. Kort voor voltooiing van het werk schrijft hij: ‘Elke avond als ik ga slapen, hoop ik nooit meer wakker te worden. Iedere morgen herinnert alleen maar aan de ellende van de vorige dag.’ Die preoccupatie met de dood klinkt in bijna elke noot van het strijkkwartet door.
De bijna agressieve opening grijpt de luisteraar meteen bij de lurven. Het herinnert enigszins aan het begin van Ludwig van Beethovens Vijfde symfonie (1804-08). Bij Beethoven is het het noodlot, bij Schubert de dood die maar aan blijft kloppen.
Der Tod und das Mädchen; door Heinrich Hoerle, ca. 1919
Het is dwingend, niet aflatend – het einde is onvermijdelijk, al doet Schubert dappere pogingen boven het geraas uit te zingen. Het tweede deel is een serie van vijf variaties op de pianobegeleiding van Schuberts Der Tod und das Mädchen, D 531 (1817), waaraan het kwartet zijn bijnaam ontleent. Alle variaties blijven dicht bij het : zo blijft ook de dood in de buurt, al is die hier troostender dan in het eerste deel. Een kort, woest leidt naar een finaal , met dezelfde ritmische drive als het openingsdeel. Schuberts biograaf Alfred Einstein spreekt hier zelfs van een ‘Tarantella des Doods’. Het deel houdt het midden tussen een - en een vorm, en in een van de episodes klinkt een verwijzing naar Schuberts eigen Erlkönig-: de elfenkoning die de toehoorder mee wil lokken naar het dodenrijk.
Biografie
Van Kuijk Kwartet, kwartet
Het Van Kuijk Kwartet bestaat sinds 2012 en volgde als ensemble lessen bij onder meer (leden van) het Ysaÿe Kwartet, het Alban Berg Kwartet, het Hagen Kwartet en het Guarneri Kwartet. Ook studeerde het viertal aan de Escuela Superior de Música Reina Sofía in Madrid bij Güntler Pichler.
In 2015 viel het Van Kuijk Kwartet meervoudig in de prijzen tijdens de prestigieuze Wigmore Hall International String Quartet Competition in Londen. Niet lang daarna won het de eerste prijs en de publieksprijs van het Trondheim Internationaal Kamermuziekconcours.
Het ensemble nam van 2015 tot 2017 deel aan het BBC New Generation Artists Scheme en werd in Aix-en-Provence laureaat van de festivalacademie. Inmiddels speelden de musici in de bekende zalen van steden als Londen, Berlijn, Hamburg, Wenen, Zürich, Parijs, New York en Washington. Ook debuteerden ze in Australië, Hong Kong, Taiwan, Japan en China.
De debuut-cd uit 2016 met vertolkingen van werk van Mozart kreeg een Choc de Classica en een Diapason d’Or Découverte; de tweede cd bevat muziek van Debussy, Ravel en Chausson, de derde is gewijd aan Schubert.
Het Van Kuijk Kwartet maakte zijn debuut in de van Het Concertgebouw in juni 2018, in het kader van het Rising Stars-programma van de ECHO.
