Rising Stars: trompettist Tamás Pálfalvi

Tamás Pálfalvi trompet
Marcell Szabó piano

pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.00 uur 

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.

KEUZE VAN MÜPA BUDAPEST 

Tomaso Giovanni Albinoni 1671-1750/51

Sonate in A gr.t.
uit ‘Trattenimenti armonici per camera’ (1711) 
oorspronkelijk voor viool, cello en basso ­continuo,
bewerking voor trompet en piano door T. Pálfalvi (2017)
Grave
Allegro
Adagio
Allegro 

Frédéric Chopin 1810-1849

Vierde ballade in f kl.t., op. 52 (1842-43) voor piano solo 

Paul Hindemith 1895-1963

Sonate (1939) 
voor trompet en piano
Mit Kraft
Mässig bewegt – Lebhaft
Trauermusik: Sehr langsam
Alle Menschen müssen sterben: Sehr ruhig

pauze

Peter Eötvös 1944

Sentimental (2017) voor trompet en piano

wereldpremière; in opdracht van Müpa Budapest en de European Concert Hall Organisation 

George Gershwin 1898-1937

Preludes (1923-26) 
oorspronkelijk voor piano solo,
bewerking voor trompet en piano door T. Pálfalvi (2017)
Allegro ben ritmato e deciso
Andante con moto e poco rubato
Allegro ben ritmato e deciso

George Enescu 1881-1955

Légende (1906)
voor trompet en piano 

Béla Bartók 1881-1945

Acht improvisaties op Hongaarse boerenliederen, Sz. 74 (1920)
voor piano solo
Molto moderato
Molto capriccioso
Lento, rubato
Allegretto, scherzando
Allegro molto
Allegro moderato, molto capriccioso
Sostenuto, rubato
Allegro 

Béla Bartók 1881-1945

Roemeense volksdansen, Sz. 56 (1915)
oorspronkelijk voor piano solo, bewerking voor trompet en piano door T. Pálfalvi (2017)
Stokdans uit Mezöszabad (Jocul cu bâta): Allegro moderato
Gordeldans uit Egres (Braul): Allegro
Stampdans uit Egres (Pe loc): Andante
Dans uit Bisztra (Buciumeana): Molto moderato
Roemeense polka uit Belényes (Poarga romaneasca): Allegro
Snelle dans uit Belényes en uit Nyágra 
(Maruntel): Allegro vivace 

Toelichting

Tomaso Giovanni Albinoni 1671-1750/51

Sonate

tekst: Michiel Cleij

Net als zijn grote tijdgenoot Antonio Vivaldi was Tomaso Albinoni driehonderd jaar geleden een belangrijke stem in het muziekleven van Venetië – met het verschil dat Albinoni ‘slechts’ een getalenteerde amateur was.

Succes had hij bovenal met vocale muziek en ’s in het bijzonder; hij schreef er zo’n tachtig die vrijwel alle verloren zijn gegaan. Maar zijn instrumentale werken vonden hun weg naar internationale uitgevers, waaronder in Amsterdam, en bleven goeddeels op het repertoire.

De hier gespeelde , oorspronkelijk gecomponeerd voor viool en , behoort tot de Trattenimenti armonici per camera: een reeks harmonische studies voor aristocratische amateurmusici die concertjes in huiselijke kring gaven.

Dat betekent niet dat Albinoni het hen gemakkelijk maakte; de muziek verlangt zowel instrumentbeheersing als een smaakvolle voordracht.

Frédéric Chopin 1810-1849

Vierde ballade

Hoe hoogromantisch zijn componeerstijl ook is, in de titels van zijn werken hield Frédéric Chopin zich volkomen op de vlakte: die verraden niets van wat er in hem omging, afgezien van de vaderlandsliefde die uit de polonaises en ’s spreekt.

Pools nationalisme kleurde zijn composities aanmerkelijk minder dan de cultuur van de Parijse salons die hij frequenteerde.

De Vierde ballade componeerde hij voor barones Rothschild die hem in adellijke Franse kringen had geïntroduceerd. De muziek wil eerder verleiden dan imponeren.

Mogelijk liet Chopin zich inspireren door een gedicht van zijn landgenoot Adam Mickiewicz, over drie broers die door hun vader worden uitgezonden om een schat te vinden en terugkeren met drie Poolse bruiden. Maar het stuk wordt niet beter door er een verhaallijn op te projecteren.

Van de vier Ballades is deze de meest doorvoelde, met meer melancholie dan pianistisch trapezewerk (op het slot na). Hier hoor je, zoals de legendarische pianist John Ogdon zei, ‘de ervaring van een heel leven in twaalf minuten’.

Paul Hindemith 1895-1963

Sonate

Paul Hindemith maakte op een unieke manier de Duitse Zeitgeist tussen de wereldoorlogen hoorbaar. Van de negentiende-eeuwse is geen spoor meer te bekennen; des te meer klinkt bij hem de hectiek van de grote stad door, inclusief jazz en cafémuziek.

In de jaren dertig werd zijn toon milder, maar de neoklassieke werken uit die periode behielden hun ie en een straatmuziekachtige rauwheid.

Veel werken schreef hij voor amateurmusici. Ook de vele duosonates voor uiteenlopende instrumenten waren eerder vanuit didactisch oogpunt dan voor de concertzaal geschreven.

Maar dat de  voor en piano een buitengewoon effectief stuk was ontging de componist zelf ook niet: ‘Misschien het beste wat ik recentelijk gecomponeerd heb’, schreef hij een vriend. De hoekige lijnen in deel één en de ontsporende muziek van deel twee zijn Hindemith ten voeten uit.

Zijn hang naar (volks-)citaten blijkt uit het slotdeel, dat sterk contrasteert met de fanfareklank van het voorafgaande: tegen het eind van de gedragen treurzang klinkt een regel uit het  Alle Menschen müssen sterben – een opsteker, zo vlak voor het uitbreken van weer een oorlog.

Peter Eötvös 1944

Sentimental

Tradities zijn er om uitgebouwd en ontwikkeld te worden, vindt de Hongaarse /componist Peter Eötvös. Altijd heeft hij zich ingezet voor nieuwe muziek: zo’n veertig jaar geleden waren avant-gardekampioenen Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen zijn inspiratoren.

In zijn eigen composities wil Eötvös dan ook geen knieval maken voor het publiek. Maar ontoegankelijk is zijn werk geenszins, mede doordat hij vaak samenwerkt met graag geziene solisten.

Het schrijven van een nieuw werk – en de kennismaking met nieuwe muziek in het algemeen – omschreef Eötvös onlangs aldus: ‘Als een kind geboren wordt weet je dat het een jongen of een meisje is, het is nog helemaal nat en bebloed, maar je wéét: het is een kind dat zich gaat ontwikkelen, en je wilt het leren kennen. Dat is iets geweldigs.’

George Gershwin 1898-1937

drie preludes

De Amerikaanse muziek kreeg een opmerkelijke wending toen vader en moeder Gershwin in 1910 een piano kochten voor hun jarige zoon Ira. Die speelde er niet op; zijn broer George wel. 

Drie jaar later was George pianist en songplugger bij een muziekuitgeverij en ontpopte hij zich als songwriter. Overtuigd dat hij ook kwaliteiten had als ‘klassiek componist’ verdiepte hij zich in de muziek van Frédéric Chopin, Claude Debussy, Maurice Ravel en Igor Stravinsky.

Dat leverde onder meer de drie Preludes voor piano op; voor de geplande vierentwintig had Gershwin geen geduld. Het zijn typische mood pieces die rijkelijk putten uit jazz, latin (de eerste prelude heeft een Braziliaans dansritme) en blues (in de tweede prelude).

Gershwins expertise als songwriter verloochent zich niet: elke prelude heeft markante lijnen, wat ze geschikt maakt voor de meest uiteenlopende bewerkingen. Gezien het jazzgehalte ligt een arrangement voor en piano voor de hand.

George Enescu 1881-1955

Légende

Het muzikale talent van George Enescu was al vroeg zó onmiskenbaar dat hij op zijn zevende al lessen aan het conservatorium van Wenen volgde. 

Uiteindelijk vestigde hij zich in Parijs waar hij zijn verdere professionele leven sleet. Maar hij bleef betrokken bij het muziekleven in zijn vaderland Roemenië en kruidde zijn composities vaak met Roemeense volksmuziek.

Enescu was een uitstekend violist en beschikte over een pianotechniek waarop zelfs de grote Alfred Cortot jaloers was. Voor instrumenten die hij niet zelf bespeelde wist hij trefzekere partijen te schrijven – en dat kwam van pas bij de diverse stukken die hij componeerde voor examenstudenten van het Parijse conservatorium.

De afdeling bediende hij met de Légende, een stuk dat door zijn poëtische expressie het niveau van gelegenheidswerk ontsteeg en een klassieker op het trompetrepertoire werd.

Het is een volwaardig duet waarin ook de piano een complexe partij heeft: de interactie tussen beide instrumenten bepaalt de voortdurende kleur- en stemmingswisselingen.

Béla Bartók 1881-1945

Improvisaties en volksdansen

Béla Bartók was de eerste die de muzikale folklore van de Balkan wetenschappelijk onderzocht. De ‘tongval’ van die traditionele volksliederen en dansen paste hij toe in zijn eigen – zeer eigentijdse – componeertrant.

Modern omgaan met eeuwenoude Balkanmuziek: dat is de essentie van Bartóks werk, en daarvan getuigde hij voor het eerst in de Acht s op Hongaarse boerenliederen.

De eren die hij in verre uithoeken van zijn vaderland vond (en met een fonograaf vastlegde) waren het uitgangspunt; zelf voegde hij tegenstemmen, ritmische en en nieuwe ën toe.

Tot dan toe had hij traditionele deuntjes enkel van ën voorzien. Die compositorische bescheidenheid maakte zijn Roemeense volksdansen niettemin tot één van zijn bekendste stukken.

Biografie

Tamás Pálfalvi, trompet

Met zijn eigenzinnige programma’s en grote virtuositeit maakte de Hongaarse tist Tamás Pálfalvi de afgelopen tijd snel carrière.

Hij had les van István Szabó en Gábor Huszár en won al op zijn vijftiende zowel het Nationaal Trompetconcours als de Junior Prima Prijs – de belangrijkste onderscheiding voor jonge musici in Hongarije. Onlangs kreeg hij de Fanny Mendelssohn Förderpreis.

Tamás Pálfalvi was inmiddels te gast in Carnegie Hall in New York, de Suntory Hall in Tokio en het Nationaal Centrum voor Uitvoerende Kunsten in Beijing. Hij soleerde met het Boedapest Festival Orkest, het Royal Philharmonic Orchestra en het Bournemouth Symphony Orchestra.

Op zijn debuut-cd, opgenomen met het Franz Liszt Kamerorkest, zette hij muziek van Vivaldi, Telemann en Händel tegenover werken van Ligeti, Kagel en Dubrovay.

Marcell Szabó, piano

Marcell Szabó begon op twaalfjarige leeftijd met zijn opleiding tot pianist en in seizoen 2010/11 was hij gaststudent aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel. Masterclasses volgde hij bij onder anderen Zoltán Kocsis, Dmitri Bashkirov en Jan Michiels.

Momenteel rondt hij zijn studie af aan de Liszt Academie in Boedapest. Met werken van Brahms, Tsjaikovski, Chopin en Prokofjev maakte hij in de van dit instituut in 2015 zijn debuut.

Marcell Szabó won inmiddels verschillende onderscheidingen. Zo viel hij in de prijzen tijdens het Japanse Nagoya Internationaal Pianoconcours en het Internationaal Béla Bartók Pianoconcours in het Hongaarse Szeged; in 2014 won hij de eerste prijs van het Île-de-France Pianoconcours.