Rising Stars: trombonist Peter Moore
Peter Moore trombone
James Baillieu piano
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate in F gr.t., op. 17 (1800)
oorspronkelijk voor piano en hoorn
Allegro moderato
Poco adagio, quasi andante
Rondo: Allegro moderato
Jacques Castérède (1926)
Sonatine (1957)
voor trombone en piano
Défilé
Sérénade
Final
Roxanna Panufnik (1968)
When You Appear (2018)
voor trombone en piano
Nederlandse première; in opdracht van Barbican Centre, London en de European Concert Hall Organisation
Stjepan Šulek (1914-1986)
Sonate ‘Vox Gabrieli’ (1973)
voor trombone en piano
pauze (± 21.00 uur)
Johannes Brahms (1833-1897)
Vier ernste Gesänge, op. 121 (1896)
oorspronkelijk voor zang en piano
Denn es gehet dem Menschen
Ich wandte mich, und sahe an alle
O Tod, wie bitter bist du
Wenn ich mit Menschen- und mit Engelzungen redete
George Gershwin (1898-1937)
Three Songs
(arrangement voor trombone en piano van Paul Cott)
Embraceable You (uit ‘Girl Crazy’; 1930)
Fascinating Rhythm (uit ‘Lady Be Good’; 1924)
Bess, You Is My Woman Now (uit ‘Porgy and Bess’; 1935)
Arthur Pryor (1870-1942)
La petite Suzanne (Valse caprice) (1937)
voor trombone en piano
einde (± 21.55 uur)
Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Sonate
Door Thea Derks
Solorepertoire voor trombone is nog altijd niet dik gezaaid, maar mede dankzij beroemde trombonisten als Joseph Alessi en Christian Lindberg ontdekken steeds meer componisten de mogelijkheden van dit koperinstrument.
De jonge Britse trombonist Peter Moore treedt in hun voetsporen met het gloednieuwe When You Appear voor trombone en piano dat Roxanna Panufnik speciaal componeerde voor zijn Rising Stars-tournee. Het stuk beleefde op 12 november zijn wereldpremière in de Musikverein in Wenen.
Beethoven: Sonate
Op 2 april 1800 beleefde de Eerste symfonie van Ludwig van Beethoven eveneens zijn wereldpremière in Wenen, tijdens zijn eerste concert voor een groot publiek. Dat schrok zich een hoedje van de e blazersakkoorden aan het begin. Naar het oordeel van de critici klonk er ‘te veel (blaasinstrumenten) en te weinig orkestmuziek’.
Onaangedaan schreef Beethoven direct hierna een solosonate voor de ist Giovanni Punto (alias van Johann Wenzel Stich), die ze twee weken later samen in première brachten. De virtuoze musicus inspireerde Beethoven tot een kleurrijk werk, waarin de hoornist de klank beïnvloedt met zijn linkerhand.
Als hij zijn hand in de beker steekt produceert hij ietwat omfloerste, ‘gesloten’ klanken, die contrasteren met de heldere ‘open’ klanken wanneer hij de beker vrij laat. Zo ontstaat een intrigerend spel tussen licht en donker. Het publiek reageerde zo enthousiast dat de herhaald moest worden. Peter Moore speelt het stuk vandaag op trombone.
Jacques Castérède (1926)
Castérède: Sonatine
Jacques Castérède studeerde piano en compositie aan het conservatorium van Parijs. Hij behaalde er verschillende eerste prijzen, onder andere voor piano, kamermuziek, analyse en compositie.
In 1953 won hij de Prix de Rome met zijn La boîte de Pandore. Hoewel Olivier Messiaen tot zijn docenten behoorde is zijn muziek niet vooruitstrevend, maar haakt zij aan bij de traditie.
Zijn driedelige Sonatine uit 1957 is een levendig speelstuk, waarin de trombonist alle gelegenheid krijgt te schitteren met virtuoze loopjes tegen een gedreven pianopartij.
Roxanna Panufnik 1968
Panufnik: When You Appear
Als dochter van de Pools-Britse componist en Andrzej Panufnik kreeg Roxanna Panufnik muziek met de paplepel ingegeven. Zij studeerde aan het Royal College Music in Londen, waar zij zich verzette tegen het dictaat van het modernisme. Haar muziek heeft een sterke emotionele lading en werd aanvankelijk soms ‘naïef’ genoemd, tegenwoordig wordt zij wereldwijd veelvuldig uitgevoerd.
‘Toen ik gevraagd werd een stuk te componeren voor trombonist Peter Moore, ging ik naar zijn in de Wigmore Hall’, vertelt ze desgevraagd. ‘Ik werd onmiddellijk getroffen door zijn prachtige e toon, vooral toen hij eren van Fauré vertolkte. Dit inspireerde me een ‘Lied ohne Worte’ voor hem te schrijven.’
De titel When You Appear is ontleend aan een vers uit de Engelse vertaling van het gedicht La Reina (De koningin) van Pablo Neruda. Ze hoorde het voor het eerst toen een bruidegom dit voordroeg aan zijn bruid. ‘Ik was zeer ontroerd door zijn rauwe emotie en eerlijkheid. Hij zegt dat er grotere, zuiverdere en mooiere vrouwen zijn dan zij, maar noemt haar toch zijn koningin.’
‘Ik verbeeld dit gevoel met een vertraagd Chileens dansritme, de ‘Cueca’, het is immers onzeker hoe zijn geliefde op deze uitspraak zal reageren.’ Het tweede couplet beschrijft hoe niemand haar kristallen kroon en het ‘niet-bestaande’ rood-gouden tapijt ziet wanneer ze door de straten loopt. ‘De muziek is hier rustiger en mysterieuzer, begeleid door Chileens aandoende gebroken en.’
Wanneer zijn geliefde tot slot aan hem verschijnt, gaan alle remmen van de hartstocht los. ‘Bij deze ongehoord romantische liefdesverklaring gebruik ik opnieuw de ‘Cueca’, maar nu sneller, zelfverzekerder en nog vreugdevoller. Chileense gitaarritmes onderstrepen de heftige emotie. Het stuk eindigt rustig wanneer de man verklaart dat alleen hij en zij het geheim van hun liefde kennen.’
Stjepan Šulek 1914-1986
Šulek: Sonate ‘Vox Gabrieli’
Stjepan Šulek studeerde piano, viool en compositie aan het Conservatorium van Zagreb, waar hij later als docent een hele generatie jonge componisten opleidde. Als stuwde hij het Radio Kamerorkest van Zagreb naar internationale hoogten.
Net als Castérède was hij geen vernieuwer. Zijn vroege muziek grijpt terug op modellen uit de en de . In zijn latere werk horen we echo’s van romantische componisten als Franz Liszt, terwijl zijn sprankelende orkestraties herinneren aan Maurice Ravel.
In de ‘Vox Gabrieli’ worden bespiegelende e lijnen van de trombone ondersteund door een impressionistisch aandoende pianobegeleiding die bijwijlen ritmisch op hol slaat.
Johannes Brahms 1833-1897
Brahms: Vier ernste Gesänge
Brahms componeerde zijn Vier ernste Gesänge in 1896, na het overlijden van zijn levenslange vriendin en collega Clara Schumann. Dit verlies greep hem diep aan en hij zocht troost in muziek, net als drie decennia eerder toen zijn moeder overleed en hij Ein deutsches Requiem componeerde.
En ook dit keer koos hij teksten uit de Bijbel over lijden en troost. De eerste drie eren zijn ontleend aan het Oude Testament en gaan over de vergankelijkheid van het leven. Het vierde gebruikt poëzie uit het Nieuwe Testament en spreekt van geloof, hoop en liefde. In de gedragen, naar trombone omgezette zanglijnen kan Peter Moore perfect zijn interpretatiekunsten etaleren.
George Gershwin 1898-1937
Gershwin: Three Songs
George Gershwin wist populaire muziek op een vanzelfsprekende manier te integreren in een klassieke stijl. Hij werd onsterfelijk met Rhapsody in Blue, dat hij in 1924 componeerde voor de jazzband van Paul Whiteman.
Het zo kenmerkende stijgende klarinetglissando ontstond overigens toevallig. Whitemans klarinettist bond zijn noten voor de grap aan elkaar en Gershwin besloot ter plekke deze geniale inval te handhaven.
Hij verwierf daarnaast enorme populariteit met zijn Porgy and Bess en zijn vele Broadway-songs. Hun kracht ligt in de schitterende jazzy ën in een bijzondere combinatie van weemoed en uitbundigheid.
In dit concert speelt Moore drie bewerkingen voor trombone en piano van Paul Cott, waaronder de evergreen ‘Embreacable You’ en het ingenieuze ‘Fascinating Rhythm’.
Arthur Pryor 1870-1942
Pryor: La petite Suzanne
Arthur Pryor speelde vanaf zijn elfde ventieltrombone en later schuiftrombone in het orkest waarvan zijn vader was. In 1892 nodigde John Philip Sousa zoon Pryor uit solist te worden bij zijn orkest, zeven jaar later benoemde hij hem tot tweede dirigent.
Pryor werd wel de ‘Paganini van de trombone’ genoemd en gaf zo’n tienduizend concerten als solist. In 1903 startte hij een eigen orkest en in 1929 was hij betrokken bij de oprichting van de American Bandmasters Association.
Naast trombonist en dirigent was hij ook componist. Hij schreef zo’n driehonderd werken, vaak voor zijn eigen instrument. Het betreft veelal virtuoze niemendalletjes die de mogelijkheden van de trombone onderstrepen, zoals de vandaag uitgevoerde ‘valse caprice’ La petite Suzanne.
Biografie
Peter Moore, trombone
Peter Moore baarde opzien toen hij in 2008 als jongste deelnemer ooit – hij was twaalf – winnaar werd van de BBC Young Musician Competition. De uit Belfast afkomstige trombonist was leerling van Philip Goodwin en Ian Bousfield.
In 2015, het jaar van zijn afstuderen, werd hij opgenomen binnen de gelederen van het London Symphony Orchestra. Rond dezelfde tijd maakte hij deel uit van het BBC New Generation Artists Scheme en in het huidige seizoen is hij Rising Star.
Al sinds het winnen van het BBC-concours is Peter Moore actief als solist. In recente seizoenen trad hij voor het voetlicht met gezelschappen als het BBC Symphony Orchestra, het Ulster Orchestra en het Filharmonisch Orkest van Thailand.
In 2010 maakte hij een cd-opname van het Tromboneconcert van Edward Gregson met het BBC Concert Orchestra. In het seizoen 2017/18 vertolkte hij Takemitsu’s Fantasma/Cantos II met het BBC National Orchestra of Wales. Ook gaf hij een in de Londense Wigmore Hall en verzorgde hij optredens in China en Colombia.
Zijn debuut-cd Life Force werd in september 2018 Recording of the Month bij BBC Music Magazine. Dit seizoen staat de premiere van het Trombone Concerto van James MacMillan met het London Symphony Orchestra in de agenda.
James Baillieu, piano
De Zuid-Afrikaanse James Baillieu studeerde aan de University of Cape Town en aan de Royal Academy of Music in Londen. Prijzen won hij op de Wigmore Hall Song Competition, het Kathleen Ferrier Concours en het Richard Tauber Concours, en in 2012 kreeg hij zowel een Borletti-Buitoni Trust Fellowship als een Geoffrey Parsons Memorial Trust Award.
Dit seizoen is de pianist artist in residence van Wigmore Hall in Londen.
Als kamermusicus en begeleider werkt James Baillieu met het Elias en het Heath Quartet, met violiste Tamsin Waley-Cohen, met altviolist Timothy Ridout en met zangers als Jamie Barton, Ian Bostridge, Lise Davidsen, Véronique Gens, Kiri Te Kanawa en Pretty Yende. Voor de festivals van Brighton, Bath en Verbier, voor BBC Radio 3 en voor de Perth Concert Hall cureerde hij diverse series.
James Baillieu is coach bij het Britten Pears Young Artist Programme en het jongtalentprogramma van het Royal House, geeft les aan de Royal Academy of Music en het Royal Northern College of Music en verzorgde masterclasses op het Aldeburgh Festival, het Cleveland Institute of Music, de Vancouver Academy of Music en de University of Waikato (Nieuw-Zeeland).
In de speelde hij eerder met Benjamin Appl (2016 en 2017), met trombonist Peter Moore (2018), met tenor Allan Clayton (2019), meermaals met saxofoniste Jess Gillam en de laatste keer, op 14 februari jongstleden, als lid van het YCAT-Collective.

