RISING STARS: TAMSIN WALEY-COHEN
Rising Stars 20.15 uur
Tamsin Waley-Cohen viool
Huw Watkins piano
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Sonate in F gr.t., op. 24 (1800-01) ‘Frühling’
Allegro
Adagio molto espressivo
Scherzo: Allegro molto
Rondo: Allegro ma non troppo
Oliver Knussen 1952
Reflection (2016), op. 31a
in memory of Lyndon Jenkins
voor viool en piano
in opdracht van Town Hall & Symphony Hall Birmingham en de European Concert Hall Organisation; Nederlandse première
pauze
Maurice Ravel 1875-1937
Sonate in G gr.t. (1923-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro
George Gershwin 1898-1937
Suite uit ‘Porgy and Bess’ (1935)
(arr. J. Heifetz, 1944)
Summertime – A Woman Is a Sometime Thing
My Man’s Gone now
Bess, You Is my Woman now
It Ain’t Necessarily so
Karol Szymanowski 1882-1937
Nocturne en Tarantella, op. 28 (1915)
Nocturne. Lento assai – Allegretto scherzando
Tarantella. Presto appassionato – Meno mosso (espressivo ed affettuoso)
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
Dit concert wordt opgenomen door Concertzender voor latere uitzending.
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
‘frühlingssonate’
Tekst: Paul Janssen
Karol Szymanowski probeerde een kosmopoliet te zijn, maar was zo gegrepen door de Poolse volksmuziek dat hij altijd Pool bleef, George Gershwin was teveel een populair componist om als ‘klassieke’ componist serieus genomen te worden en Maurice Ravel maakte een spagaat tussen klassieke vormen en populaire invloeden.
Ook Ludwig van Beethoven stond op een punt. In de jaren 1797-98 schreef hij de eerste drie van de in totaal tien s ‘voor fortepiano en viool’ die hij zou schrijven. Dit 12 was nog geheel in de lijn van de achttiende-eeuwse traditie, al zocht Beethoven al wel naar meer eenheid en dramatische uitwisseling tussen de twee instrumenten.
In zijn vijfde sonate, de Sonate in F groot, opus 24 die na zijn dood de bijnaam ‘Frühling’ kreeg, zette hij een belangwekkende stap. De viool en de piano zijn volledig aan elkaar gewaagd en het lijkt daarnaast alsof hij scharniert tussen de wetten van de en de lyriek van de zich aankondigende .
Van de tien vioolsonates is de Frühlingsonate niet alleen de meest e – vandaar ongetwijfeld de associatie met de lente – maar ook de eerste die, zij het voorzichtig, afwijkt van het driedelige klassieke model.
Met een beknopt waardoor het mijmerende , waarin Franz Schubert niet ver weg is, even kan bezinken en de sfeer van het substantiële afsluitende zich al aankondigt, paste Beethoven voor het eerst in zijn vioolsonates een vierdeligheid toe.
Het werk, opgedragen aan graaf Moritz, een van Beethovens beschermheren, en gepubliceerd in 1801, groeide dankzij de evenwichtige verdeling tussen de instrumenten en de direct aansprekende lyriek al snel uit tot de meest favoriete vioolsonate van Beethoven.
Oliver Knussen 1952
Reflection
Al op zijn vijftiende schreef Oliver Knussen zijn Eerste symfonie, en nog in zijn twintiger jaren bevestigde hij met een aantal ensemblewerken – waaronder Ophelia Dances (1975) en Coursing (1979) – zijn positie in de voorhoede van de eigentijdse Britse muziek.
Reflections is een kersvers werk: Knussen componeerde het in augustus en september en de wereldpremière klonk op 3 oktober jongstleden in de Town Hall in Birmingham, door Tamsin Waley-Cohen en Huw Watkins aan wie Knussen het opdroeg. Zij nemen Reflections dit seizoen mee op hun Rising Stars-tournee; Amsterdam krijgt – na Brussel op 3 november – de derde uitvoering.
Op de noteerde Knussen ‘ter nagedachtenis aan Lyndon Jenkins’, de in 2014 overleden muzikaal adviseur van Town Hall en Symphony Hall in Birmingham en al sinds de jaren 1990 groot promotor van het Rising Stars-programma.
Over Reflections schrijft de componist: ‘Dit e “salonstuk” bestaat uit verschillende soorten muzikale reflecties: gereflecteerd in haar omkering, een modus van zes tonen gereflecteerd in zijn complement, en de drie belangrijkste segmenten van het werk die in zekere zin reflecties zijn van elkaar. Er zijn ook wat reflecties in water: de hoofdmelodie is een antwoord op Gauguins schilderij van een zwemmende Bretonse vrouw. En misschien is er ook een echo van de eenzame onderwaterwereld van een waternimf, die eindelijk aan de oppervlakte komt aan het einde van het stuk.’
Maurice Ravel 1875-1937
Sonate
In de jaren twintig van de twintigste eeuw kreeg Maurice Ravel het verzoek van de violiste Hélène Jourdan-Morhange om een vioolconcert te schrijven. Het concert kwam er niet. In plaats daarvan droeg Ravel in 1927 de in G groot aan haar op. Alleen kon ze het werk vanwege een hardnekkige artritis niet meer spelen.
Vandaar dat de Roemeense violist en componist George Enescu het werk in première bracht, met de componist zelf aan de piano. In deze tussen 1923 en 1927 geschreven speelt Ravel met populaire muziekvormen. In het eerste deel schemert de klassieke nog, gecombineerd met sporen van het Franse impressionisme.
In het tweede deel laat Ravel de moderne populaire muziek van dat moment een rol spelen. De jazz en ook de blues waren overgewaaid uit de Verenigde Staten en de muzikale omnivoor Ravel liet met blue notes en bitonaliteit horen dat hij ook die muziek had meegekregen. En dat hij er op zijn eigen wijze mee kon spelen: in het laatste deel, Perpetuum mobile, brengt de componist invloeden uit de Amerikaanse jazz, de zigeunermuziek en zijn eigen Baskische achtergrond bijeen voor een stormachtige afsluiting.
George Gershwin 1898-1937
Suite Porgy and Bess
In 1935 schreef George Gershwin geschiedenis met de eerste uitvoering van de Porgy and Bess omdat alle rollen gezongen werden door zwarte vocalisten, een eis die Gershwin testamentair vast liet leggen. Toen de productie een jaar later op tournee ging was het voor het eerst dat er in het National Theater in Washington een gemengd publiek werd toegelaten.
Toch was de tijdens Gershwins leven niet het grote succes dat hij nu is. Door de bepaling van de componist was het werk lastig te casten. Onsterfelijke ën als Summertime, It Ain’t Necessarily so en I Love You Porgy groeiden wel uit tot jazzstandards en maakten na de dood van de componist van Porgy and Bess enorm furore.
In 1944 zag ook sterviolist Jascha Heifetz de waarde van de ‘songs’ uit Porgy and Bess. Hij maakte een spectaculaire bewerking voor viool en piano van onder andere Summertime en It Ain’t Necessarily so en vatte in een de opera even beknopt als sprankelend samen.
Biografie
Huw Watkins, piano
Huw Watkins is afkomstig uit Wales en studeerde piano en compositie aan Chetham’s School of Music en de Royal Academy of Music in Londen. Aan het laatstgenoemde instituut doceert hij inmiddels zelf compositie.
Als pianist soleerde Huw Watkins bij gezelschappen als London Sinfonietta, Britten en een aantal orkesten van de BBC. Hij trad op in vele concertzalen en speelde kamermuziek met onder anderen Daniel Hope en Alina Ibragimova. Ook musiceerde hij met de zangers Mark Padmore, Carolyn Sampson en Robin Blaze.
Als componist brak Huw Watkins door in 1999, toen The Nash Ensemble zijn Sonata for & Eight Instruments in première bracht. Sindsdien schreef hij werken voor bijvoorbeeld het London Symphony Orchestra, het Cincinnatti Chamber Orchestra en het Petersen Kwartet. In 2009 zag Crime Fiction het licht, een kameropera die hij componeerde voor Music Theatre Wales.
In Het Concertgebouw maakt Huw Watkins vandaag zijn debuut.
