Rising Stars: SIGNUM saxophone quartet
DE KEUZE VAN KÖLNER PHILHARMONIE, LAEISZHALLE ELBPHILHARMONIE HAMBURG, FESTSPIELHAUS BADEN-BADEN EN KONZERTHAUS DORTMUND
SIGNUM saxophone quartet:
Blaž Kemperle sopraansaxofoon
Erik Nestler altsaxofoon
Alan Lužar tenorsaxofoon
David Brand baritonsaxofoon
Dit programma maakt deel uit van de serie Rising Stars.
Jean Sibelius 1865-1957
Andante festivo (1922)
oorspronkelijk voor strijkkwartet; bewerking SIGNUM saxophone quartet (2015)
Aleksandr Glazoenov 1865-1936
Kwartet in Bes gr.t., op. 109 (1932)
Première partie: Allegro, più mosso
Canzona variée: Thema, Andante – Variation I, même mouvement – Variation II, con anima – Variation III à la Schumann, grave – Variation IV à la Chopin, allegretto – Variation V, scherzo, presto
Finale: Allegro moderato, più mosso
György Ligeti 1923-2006
Zes bagatellen (1953)
oorspronkelijk voor blaaskwintet; bewerking door Fabian Oehrli (2007)
Allegro con spirito
Rubato: Lamentoso
Allegro grazioso
Presto ruvido
Adagio: Mesto (Béla Bartók in memoriam)
Molto vivace: Capriccioso
pauze
Georg Friedrich Haas 1953
Saxofoonkwartet (2014)
in opdracht van Kölner Philharmonie en European Concert Hall Organisation; Nederlandse première
George Gershwin 1898-1937
Suite uit ‘Porgy and Bess’ (1935; arrangement Sylvain Dedenon)
Jasbo Brown
Summertime
There’s a Boat Leaving Soon
It Ain’t Necessarily So
Final
Dit concert wordt door Omroep Max live uitgezonden via NPO Radio 4
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door:
european concert hall organisation; european culture programme; egon zehnder
Toelichting
Jean Sibelius: 1865-1957
Andante festivo (1922)
In 1922 kreeg Jean Sibelius de opdracht van de zaagfabriek in het Finse Säynätsalo om een te schrijven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de fabriek. Sibelius liet het verzoek om een cantate snel varen en schreef in plaats daarvan een kort, nauwelijks vijf minuten durend werk voor strijkkwartet waarbij hij zich waarschijnlijk baseerde op veel oudere schetsen. De fabriek accepteerde het en op 28 december 1922 ging het werk in première. Het ondanks het gedragen tempo zeker voor Sibelius’ doen optimistische, haast hymnische stuk viel direct goed. En hoewel het lijkt dat Sibelius zich er erg gemakkelijk van af maakte, bleef het festivo de componist zelf ook bezighouden. Een klein jaar na de première verzorgde Sibelius een uitvoering van het werk door twee strijkkwartetten voor de bruiloft van zijn nicht Riita. Toen hij eind jaren dertig door zijn goede vriend Olin Downes, criticus van The New York Times, werd gevraagd om ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in New York een Finse groet aan het volk live voor de radio te dirigeren, bewerkte hij zijn Andante festivo voor strijkorkest en . Op 1 januari 1939 was het voor het eerst sinds tien jaar, en ook meteen voor het laatst, dat Sibelius weer een orkest dirigeerde. Het is de enige opname die bewaard is gebleven van Sibelius als . Het arrangement van het SIGNUM saxophone quartet geeft dit werk dat Sibelius zo dierbaar was, nu weer een nieuw leven in het repertoire.
Aleksandr Glazoenov: 1865-1936
Kwartet in Bes gr.t., op. 109 (1932)
Het Kwartet in Bes groot dat Aleksandr Glazoenov in 1932 voltooide was niet alleen een van de eerste oorspronkelijke ten, het is ook nog steeds een van de belangrijkste werken uit de begintijd van het saxofoonkwartet. Hoewel er in de negentiende eeuw al werk voor saxofoonkwartet ontstond, was het pas met het kwartet van de Franse Marcel Mule – een kwartet dat deel uitmaakte van de militaire band van de Nationale Garde – dat de samenstelling serieus genomen werd. Dat bleek toen Glazoenov in 1928 naar Parijs kwam. Hij was er oorspronkelijk voor een tournee, maar het mondde uit in een vrijwillige ballingschap tot zijn dood omdat hij door de Russische communistische machthebbers tot persona non grata was verklaard. Na de eerste kennismaking met het kwartet van Mule raakte Glazoenov niet alleen goed bevriend met de saxofonist, hij besloot ook een saxofoonkwartet te schrijven waarin hij de rijke traditie van de klassieke muziekhistorie zou verwerken. Zo droeg hij het eerste deel op aan Richard Wagner, Johannes Brahms en Antonín Dvořák, baseerde hij het tweede deel op een Russische hymne terwijl hij zich in de variaties liet inspireren door de Middeleeuwen, Robert Schumann en Frédéric Chopin, en is de Finale geheel gewijd aan Glazoenovs visie op de erfenis van Johann Sebastian Bach. Glazoenov maakte zich zorgen dat het werk vanwege ‘de weinige rusten’ een tour de force zou zijn voor de uitvoerenden, maar na de première in april 1933 schreef hij aan zijn vriend Maximiliaan Steinberg: ‘De musici zijn zulke virtuozen dat het onvoorstelbaar is dat ze dezelfde instrumenten bespelen als in de jazz.’
György Ligeti: 1923-2006
Zes bagatellen (1953)
György Ligeti hoopte nog bij zijn grote voorbeeld Béla Bartók aan de Franz Liszt Academie in Boedapest te kunnen studeren, maar de dood van de grote meester op 26 september 1945 gooide roet in het eten. De lessen van Bartók waren echter al lang geleerd, want dat Ligeti het werk van Bartók goed bestudeerd heeft is duidelijk in zijn vroegste werken. Hoewel het communistische regime sinds Ligeti in 1950 aan het conservatorium in Boedapest was verbonden louter volksmuziekbewerkingen en ‘socialistisch realistische’, dus tonale muziek duldde, schreef de componist in het geheim muziek ‘voor de bureaulade’ die aansloot bij het werk van Bartók. Ook de Zes n ontstonden zo. Het zijn bewerkingen voor blaaskwintet van zes stukken uit het elfdelige Musica ricercata voor piano (1951-53). De soms zeer
werken balanceerden op de grens van wat het regime tolereerde. Dat bleek uit het feit dat de zesde bagatel door zijn opeenhoping van secunden als decadent werd betiteld en niet uitgevoerd mocht worden. Vooral in dit capricieuze stuk dat aan het slot de aanwijzing ‘wie verrückt’ meekrijgt, is de invloed van Bartók onmiskenbaar aanwezig. In 2007 maakte Fabio Oehrli van het Konus Saxophone Quartet een bewerking voor .
Georg Friedrich Haas: 1953
Saxofoonkwartet (2014)
De Oostenrijkse componist Georg Friedrich Haas staat vooral te boek als een componist die het Franse spectralisme, waarbij de boventoonserie, kwarttonen en vergelijkbare sonoriteiten het klankbeeld bepalen, naar Oostenrijk bracht en zich daarbij mede liet beïnvloeden door de micropolyfonie van György Ligeti. Veel van zijn werken zijn vooral klanksculpturen en vermijden de traditionele ritmiek. Slechts in enkele werken is de puls als opvallend bindende kracht aanwezig, zoals in de Hommage à György Ligeti uit 1985 en het septet Anachronism uit 2013. Ook het is zo’n werk. Alleen is het volgens de componist hier geen ‘aanduiding van het continu voortgaan van de tijd, maar louter een tautologische repetitie’. Want ‘de relevante muzikale informatie zit niet in de direct waarneembare puls, maar in de afwisseling van de klankprocessen die deze puls genereren. Net zoals bij de schilderijen van Roy Lichtenstein, waar de afzonderlijke punten niet de betekenis bepalen maar de vormen die hij hiermee creëert.’
George Gershwin: 1898-1937
Suite uit ‘Porgy and Bess’ (1935; arrangement Sylvain Dedenon)
In 1935 schreef George Gershwin geschiedenis met de eerste uitvoering van zijn Porgy and Bess omdat alle rollen gezongen werden door zwarte vocalisten, een eis die Gershwin testamentair vast liet leggen. Toen de productie een jaar later op tournee ging was het voor het eerst dat er in het National Theater in Washington een gemengd publiek werd toegelaten. Toch was de opera tijdens Gershwins leven niet het grote succes dat het nu is. Door de bepaling van de componist was het werk lastig te casten. Onsterfelijke ën als Summertime, It Ain’t Necessarily So en I Love You Porgy groeiden echter uit tot jazzstandards en maakten van Porgy and Bess postuum een succes. Aan de reeks arrangementen voegde de Franse componist, arrangeur en tist Sylvain Dedenon eind twintigste eeuw een toe voor . Het zijn redelijk recht-door-zee-bewerkingen van een aantal delen uit de opera, voordat in de finale de ’s enigszins door elkaar heen dansen.
Paul Janssen
Biografie
SIGNUM Saxophone Quartet, ensemble
Het SIGNUM saxophone quartet bestaat sinds 2006 en is gevestigd in Keulen. Twee van de leden van het ensemble zijn Duits, twee zijn afkomstig uit Slovenië. Zij studeerden als ensemble bij Daniel Gauthier, Lars Mlekusch en Arno Bornkamp. Een belangrijke inspiratiebron zijn ook de regelmatige sessies met het Artemis Kwartet, het Quatuor Ébène en violist/ Gábor Takács-Nagy. Prijzen won het SIGNUM saxophone quartet tijdens concoursen in Verona, Lugano en Berlijn.
Het ensemble heeft inmiddels een goedgevulde concertagenda en speelt veelvuldig op podia in Europa en daarbuiten; in 2013 maakte het viertal zijn debuut in Carnegie Hall in New York. Het SIGNUM saxophone quartet werkte samen met cellist Mario Brunello en pianist/entertainer Chilly Gonzales. De debuut-cd bevat muziek van Grieg, Ravel, Bartók en Sjostakovitsj. Samen met een accordeonist en een drummer vormen de saxofonisten tevens SIGNUMfive, dat de raakvlakken tussen klassieke muziek, folk en jazz verkent.
