Rising Stars: Klarinettist Horácio Ferreira

Rising Stars 20.15 uur

Horácio Ferreira klarinet
Dávid Bekker piano

De keuze van de Calouste Gulbenkian Foundation Lissabon en de Casa da Música Foundation Porto

Béla Kovács 1937

Hommage à Manuel de Falla (1994)
voor klarinet solo

Robert Schumann 1810-1856

Fantasiestücke, op. 73 (1849)
Zart und mit Ausdruck
Lebhaft, leicht
Rasch und mit Feuer

Jean Françaix 1912-1997

Tema con variazioni (1974)
Tema
Larghetto misterioso
Presto
Moderato
Adagio
Tempo di valza
Cadenza
Prestissimo 

Carl Maria von Weber 1786-1826

Grand duo concertante in Es gr.t., 
op. 48 (1815-16)
Allegro con fuoco
Andante con moto
Rondo (Allegro)

pauze

Claude Debussy 1862-1918

Première rhapsodie (1909-10)

Kimmo Hakola 1958

Creazy, op. 94 (2016)
voor klarinet solo

in opdracht van de Calouste Gulbenkian Foundation Lissabon, de Casa da Música Foundation Porto en de European Concert Hall Organisation; Nederlandse première

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste sonate in f kl.t., op. 120 (1894)
Allegro appassionato
Andante un poco adagio
Allegretto grazioso
Vivace

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur

Toelichting

Béla Kovács 1937

Hommage à manuel de falla

Tekst: Joke Dame

‘Kunt u dat niet eens voor me opschrijven’, vroeg een klarinetleerling aan zijn leraar Béla Kovács. Die stond wat te improviseren op zijn favoriete delen uit Richard Strauss Der Rosenkavalier. We schrijven 1994 en Kovács gaf (en geeft nog steeds) klarinetles op de Franz Liszt Muziekacademie in Boedapest.

Hoewel het bewuste Rosenkavalier-stuk nooit door Kovács op papier is gezet, schreef hij wel negen andere zogenoemde ‘Hommages’ aan diverse componisten – als studiemateriaal voor zijn studenten. Aanvankelijk. Want al snel vonden de solostukken hun weg naar het concertpodium.

Kovács’ Hommage à Manuel de Falla is een werk gebaseerd op Falla’s Spaanse folkloristische ën. De verschillende registers die de klarinettist moet inzetten doen je vergeten dat hier maar één speler aan het werk is. En als je niet beter wist zou je denken dat een flamencogitaar voor een passende begeleiding zorgt. Maar heus, alles komt uit die ene klarinet.

Robert Schumann 1810-1856

fantasiestücke

Zijn meest vruchtbare compositietijd noemde Robert Schumann de periode waarin hij de Soiréestücke, later bekend geworden als Fantasiestücke, 73, schreef. Zijn Genoveva had hij net voltooid, evenals een paar grote koorwerken, en de drie miniaturen – fraaie duo’s voor klarinet en piano die al spoedig ook in versies voor viool of en piano werden gedrukt – zagen het licht in niet meer dan twee dagen, in februari 1849.

En ze vormen de opmaat voor een totaal van vier kleinschalige fantasieduo’s voor een blazer of strijker met piano datzelfde jaar. De drie fantasieën, 73 roepen verschillende sferen op met een toenemende intensiteit. Het melancholieke eerste deel is teder en introvert.

Het levendiger tweede deel is meer naar buiten gericht en het opgewonden laatste deel is soms ronduit onstuimig. Van alle drie de delen valt de perfecte balans op tussen klarinet en piano: het gaat om levendige, schumanneske dialogen als tussen twee personages.

Jean Françaix 1912-1997

françaix: tema con variazioni

Jean Françaix schreef zijn Tema con variazioni voor klarinet en piano in 1974, in opdracht van het conservatorium in Parijs. De vraag was een examenstuk voor de klarinetafdeling dat moest dienen als ‘pièce de concours’. Een van de docenten had er plezier in Françaix een bloedmoeilijk stuk te vragen, ‘levensgevaarlijk om uit te voeren, snel en lekker hoog’.

De componist slaagde er desondanks in een paar plechtige passages in het stuk te vlechten. De examens waren succesvol, herinnert Françaix zich, ‘er was zelfs geen moeder van de studenten woedend geworden’.

Het wordt langzaam en breed neergezet en gevolgd door zes virtuoze, opgewekte en wat springerige variaties en een . Een tikje jazzy klinken ze soms. En toegankelijk – wat niet gebruikelijk was voor composities uit de jaren zeventig.

Ongetwijfeld heeft dit laatste ertoe bijgedragen dat het werk van het examenlokaal naar het concertpodium kon verhuizen om daar tot op de dag van vandaag stand te houden.

Carl Maria von Weber 1786-1826

Grand duo concertante

Een ‘guilty pleasure’ is Carl Maria von Webers Grand duo concertante in Es groot, 48 genoemd, omdat de componist het waagde de deur voor de in kamermuziek op een kier te zetten.

Diva-achtig gedrag is de klarinetpartij inderdaad niet vreemd, met een zangerige cavatina in het tweede deel en een complete scena met achtige onderbrekingen in het derde.

Wie wil kan in het eerste deel het karakter van een ouverture ontwaren. Hoe kan het ook anders met een componist die we tegenwoordig vooral als operacomponist waarderen.

Weber schreef zijn Grand duo concertante bovendien voor de ‘primo uomo’ van de klarinet: Heinrich Baermann (1784-1847) – het klarinetgenie, zoals de componist hem noemde vanwege zijn fabelachtige technische vermogens.

Die kon Baermann breeduit etaleren: de drie delen bewegen zich, vaak in grote sprongen of snelle roulades, langs de totale omvang van het instrument waarbij de om de haverklap verandert. En elk deel eindigt vervaarlijk in het laagste register.

Claude Debussy 1862-1918

première rhapsodie

Vijfenzestig jaar eerder dan Jean Françaix, in 1909, kreeg Claude Debussy een zelfde opdracht van het Parijse conservatorium: een pièce de concours te schrijven voor het eindexamen van de klarinetafdeling. En de componist schreef wat hij zelf ‘een van de meest aangename stukken die ik ooit heb geschreven’ noemde.

Of de examenkandidaten daar ook zo over dachten valt te betwijfelen: de compositie is een diepgrondige test van de muzikale en technische vermogens van de klarinettist en zoekt geregeld de grenzen op van het instrument. Dat neemt niet weg dat Debussy’s Première rhapsodie voor klarinet en piano veel meer is dan een oefenstuk.

Het werk heeft alle kenmerken van een klein meesterwerk en speelt op een geraffineerde manier met de kleuren-rijkdom van de klarinet. Het stuk betrad zo succesvol de concertzalen dat Debussy al snel een versie schreef voor klarinet en orkest.

Kimmo Hakola 1958

creazy

De Finse componist Kimmo Hakola heeft iets met de klarinet. In zijn oeuvrelijst treffen we naast een klarinetconcert zeven kamermuziekstukken aan waarin het blaasinstrument een solorol vervult of tenminste een prominente positie inneemt.

De titel van zijn jongste compositie, Creazy voor klarinet solo, is een samenstelling uit de woorden ‘creativity’ en ‘crazy’. Je komt het woord wel eens tegen in stedelijke subculturen waar het seksuele connotaties heeft – als samenstelling van ‘crazy’ en ‘greasy’, maar ook in de keukenwereld en dan staat creazy voor siliconenballetjes waarmee je slagroom stijf kunt shaken.

In deze muzikale context doelt de componist op de ‘creatieve craziness’ van muziek, met haar vermogen te verrassen, vreugde en verdriet naast elkaar te plaatsen, en haar angstaanjagende emotionele schommelingen.

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste sonate

Johannes Brahms had eigenlijk al zijn lier aan de wilgen gehangen, maar nadat hij de klarinettist Richard Mühlfeld (1865-1907) had horen spelen bleef hem dat zo achtervolgen dat hij de notenpen opnieuw opnam om nog wat kamermuziek rond de klarinet te componeren, waaronder de twee s, 120. De componist zat zelf aan de piano toen Mühlfeld die laatste composities in 1894 in première bracht.

De vierdelige Eerste  staat in f klein, de die Brahms eerder hanteerde voor zijn meer stormachtige en gepassioneerde muziek. In deze sonate is daar geen ­sprake van.

Het eerste deel is melancholiek van toon. Het langzame tweede deel is verstild en zangerig, het derde deel charmant met zijn mild-dansante en syncopen in de piano­partij. Het slotdeel heeft een bijdehand en levendig , dat het geheel in een positieve stemming laat eindigen.

Biografie

Horácio Ferreira, klarinet

Horácio Ferreira kreeg zijn eerste klarinetlessen toen hij acht was. Zijn conservatorium­opleiding volgde hij in achtereenvolgens Porto en Madrid en momenteel is hij in Parijs leerling van Nicolas Baldeyrou.

Tijdens het Concours Debussy in Parijs werd hij onderscheiden voor een vertolking van Debussy’s Première rhapsodie en in Vilnius was hij onlangs winnaar van de J. Pakalnis International Competition.

Diverse gezelschappen nodigden de klarinettist uit als solist; hij was onder meer te beluisteren met het Gulbenkian Orchestra, het Tsjechisch Filharmonisch Orkest en het Kölner Kammerorchester. Horácio Ferreira deelde het podium eveneens met het Novus Strijkkwartet en het Matosinhos Strijkkwartet. Hij gaf inmiddels concerten in diverse Europese landen en maakte ook tournees naar de Verenigde Staten, Canada, Brazilië en China.

In Het Concertgebouw maakt hij vandaag zijn debuut (14 februari 2017).

Dávid Bekker, piano

Dávid Bekker is afkomstig uit het Hongaarse Balmazújváros. Hier kreeg hij zijn eerste pianolessen, en al op jonge leeftijd werd hij toegelaten tot het Bartók Conservatorium in Boedapest. Ook had hij in diezelfde stad les aan de Franz Liszt Muziekacademie, van Jenö Jandó en András Kemenes.

Aan de Escuela Superior de Música Reine Sofia in Madrid was Dmitri Bashkirov zijn docent. Dávid Bekker won diverse concoursen, waaronder het Hongaars Nationaal Pianoconcours en het Weense Béla Bartók Internationaal Pianoconcours.

In 2009 kreeg hij in zijn geboorteland de György Ferenczy Prijs. In 2015 was Dávid Bekker de eerste Oberlin-Como Fellow; met deze beurs werd het begin gemarkeerd van de samenwerking tussen het Oberlin Conservatory of Music en de International Piano Academy Lake Como in Italië.

In de afgelopen jaren bouwde Dávid Bekker een succesvolle concertpraktijk op. Hij speelt graag en vaak s en is actief als kamermusicus. Als solist werd hij uitgenodigd door gezelschappen als het Alla Turca Kamerorkest en het Vác . In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.