Rising Stars: gepassioneerde vioolwerken door Johan Dalene

Johan Dalene viool
Nicola Eimer piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate in G gr.t., op. 30 nr. 3 (1803)
Allegro assai
Tempo di minuetto, ma molto
moderato e grazioso
Allegro vivace

Tebogo Monnakgotla (1972)

Companion (seasons) (2021)
Youth
Prime
Battle
Retrospection
in opdracht van de European Concert Hall Organisation en Konserthuset Stockholm;
Nederlandse première

Maurice Ravel (1875-1937)

Sonate in G gr.t. (1923-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro

pauze ± 20.55 uur

Jean Sibelius (1865-1957)

Romance, op. 78 nr. 2 (1915)

Lera Auerbach (1973)

Andantino misterioso, nr. 3 in G gr.t.
Allegro, nr. 4 in e kl.t.
Andante, nr. 8 in fis kl.t.
uit ‘Preludes’, op. 46 (1999)

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Sonate in D gr.t., op. 94bis
(1943-44)
Moderato
Scherzo: Presto
Andante
Allegro con brio

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Beethoven: Sonate

Door Paul Janssen

  • Ludwig van Beethoven

Zoals Ludwig van Beethoven met zijn pianosonates nieuwe wegen verkende, zette hij ook een nieuwe standaard voor de voor viool en piano. Toch bleef hij ondertussen zwaar leunen op de taal van Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart. Ook toen hij de zomer van 1802 op doktersadvies doorbracht in Heiligenstadt. Beethoven worstelde met zijn beginnende doofheid en slechts enkele intimi wisten van zijn probleem. De rust van het platteland zou hem goed doen en zijn oren voor even genezen van het doorlopende Weense stadsrumoer. De componist benutte de tijd door zijn beroemde Heiligenstädter Testament te schrijven en te werken aan enkele composities zoals de Tweede symfonie en de drie vioolsonates 30. Voor Beethoven die net aan belangstelling won in Wenen kwam de rust als een zegen. Hij kon in stilte zijn muzikale taal verfijnen en deed dat in de vioolsonates door de twee instrumenten nog gelijkwaardiger te behandelen en en begeleiding geheel te integreren. Vooral in de derde sonate van de opus 30-serie is dat het geval. De legendarische violist Joseph Szigeti (1892-1973) beschreef het werk als ‘conflictloze perfectie’ en daar had hij gelijk in. Het werk is opvallend lichtvoetig voor een componist die een paar maanden eerder nog worstelde met zelfmoordgedachten vanwege zijn doofheid. Een zonnig eerste deel, een statig en teder als tweede deel en een finale die een eerbetoon aan Haydn lijken kracht te zetten achter Beethovens uitspraak ‘Ik zou mijn leven hebben beëindigd, het was alleen mijn kunst die mij tegenhield.’

Tebogo Monnakgotla (1972)

Monnakgotla: Companion (seasons)

Door Paul Janssen

  • Tebogo Monnakgotla

Tebogo Monnakgotla geldt als een van de meest vooraanstaande Zweedse componisten van haar generatie. Ze begon ooit als celliste, maar voelde zich al snel meer thuis in het componeren. Wel is en blijft haar -achtergrond hoorbaar in haar werk. Ze schrijft uitermate natuurlijk en vanzelfsprekend voor strijkinstrumenten. En hoewel ze nieuwe en en speeltechnieken niet schuwt en een uitgesproken hedendaagse toontaal hanteert, blijft daarbij de lyriek en de muzikale poëzie, gecombineerd met een sterk ritmische drive, voorop staan. Dat is ook het geval in Companion, het nieuwe werk voor viool en piano dat ze in opdracht van de ECHO en het Konserthuset Stockholm speciaal schreef voor de Rising Stars-tournee van Johan Dalene. Het werk valt in vier gedeelten uiteen en beschrijft het leven van een musicus van de nieuwsgierigheid van een kind (Youth), via de liefde voor het leven tijdens de tienerjaren (Prime) en de beproevingen van het leven op middelbare leeftijd (Battle) tot de retrospectieve ingetogenheid van de latere jaren (Retrospection). De delen hebben ook alternatieve titels waarbij de verschillende levensfasen gekoppeld zijn aan de namen van de vier seizoenen: lente, zomer, herfst, winter. Alsof Monnakgotla een stille groet wil brengen aan Antonio Vivaldi.

Maurice Ravel (1875-1937)

Ravel: Sonate

Door Paul Janssen

‘Ik ben geen moderne componist in de strikte zin,’ zei Maurice Ravel eens. ‘Mijn muziek komt voor het grootste gedeelte voort uit en is gebouwd op de traditie.’ Als er één werk dit credo van Ravel onderschrijft dan is het wel zijn voor viool en piano, zijn laatste grote kamermuziekwerk dat hij tussen 1923 en 1927 schreef voor de violiste Hélène Jourdan-Morhange. Het eerste deel is geschreven in een klassieke gecombineerd met sporen van het Franse impressionisme. In het tweede deel laat Ravel de populaire muziek van dat moment in de vorm van de blues een rol spelen. ‘Blue notes’ en bi­tonaliteit beheersen dit melancholische hoogstandje. In het laatste deel, Perpetuum mobile, brengt de componist invloeden uit de Amerikaanse jazz, de zigeunermuziek en zijn eigen Baskische achtergrond bijeen tot een virtuoze afsluiting die Mozart en Beethoven verenigt met de populaire muziek van de vroege twintigste eeuw.

Jean Sibelius (1865-1957)

Sibelius: Romance

Door Paul Janssen

Hoewel Jean Sibelius de Finse nationale muziek vormgaf in zijn symfonische werken, kon hij daar in eerste instantie niet van leven. Daarom componeerde hij geregeld werk voor de groeiende markt van amateurmusici zoals de Vier stukken voor viool en piano uit 1915-17 die tegelijkertijd ook in een versie voor en piano verschenen. Het is Sibelius in zijn meest ongecompliceerde romantische vorm.

Het tweede werk uit deze set, de ­Romance, groeide al snel uit tot een van zijn meest populaire ­composities, en veroverde een vaste plek in het reper­toire voor viool en cello op de concertpodia. Het even weemoedige als zorgeloze werk roept de sfeer op van de salonmuziek uit het midden van de negentiende eeuw, maar dan met de finesse van Sibelius.

Lera Auerbach (1973)

Auerbach: Preludes

Door Paul Janssen

  • Lera Auerbach

Ook de Russisch-Amerikaanse generatiegenote van Tebogo Monnakgotla, Lera Auerbach, kent haar klassiekers. Dat droeg ze al uit in haar 24 Preludes voor piano naar model van de Preludes en ’s van Johann Sebastian Bach en de 24 Preludes voor en piano waarin de Preludes van Chopin meeresoneren.

Zo ontstonden de Preludes voor viool en piano die ze in 1999 schreef voordat ze aan de Preludes voor cello en piano begon, vanuit een diepe kennis van de prelude door de eeuwen heen. ­Auerbach volgt enerzijds de bestaande modellen en voegt er anderzijds iets geheel nieuws aan toe. De set voor viool en piano bestaat niet alleen uit 24 juweeltjes die tussen de één en vijf minuten duren, het geheel is ook een staalkaart van hedendaagse speeltechnieken voor de viool. Desondanks blijft de taal van Auerbach direct aansprekend, en poëtisch, zoals in de drie preludes die vandaag klinken. De derde begint als een luchtig wiegeliedje maar lijkt na wat verontrustende pianoakkoorden amechtig uiteen te vallen.

De vierde prelude is een duivels stukje waar Paganini zich niet voor geschaamd had en Prelude nr. 8 is een klein melodisch meesterwerkje waarin de lange lijn centraal staat.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Prokofjev: Sonate

Door Paul Janssen

  • Sergej Prokofjev

Dat Sergej Prokofjev net als Beethoven wel eens omkeek naar de vormstructuren en toontaal van de bewees hij al met zijn Eerste symfonie, de ‘Klassieke’ (1916-17). Ook daarna bleef hij met regelmaat teruggrijpen op de formele helderheid en de directe zeggingskracht van de Klassieken. Vooral als hij zich muzikaal even wilde ontspannen. Dat deed hij ook in 1942 terwijl hij met Sergej Eisenstein aan het werk was voor de film Ivan de Verschrikkelijke. Om even iets heel anders te doen schreef Prokofjev, denkend aan de Franse fluitist Georges Barrère die hij in Parijs had ontmoet, een fluit­. Barrère overleed in 1944 en speelde het werk nooit. Wel ging de vierdelige sonate naar klassieke snit, inclusief verwijzingen naar de langzaam-snel-langzaam-snelstructuur van de ke sonata da chiesa, in 1943 in Moskou in première. Het werk werd niet echt opgepakt en violist David Oistrach suggereerde om de fluitsonate te bewerken tot vioolsonate. Als zijn Tweede viool­sonate 94bis werd het alsnog een succes. En dat is niet zo gek want Prokofjev schreef een sonate in een ‘vriendelijke en vloeiende klassieke stijl’ met een eerste deel, een vrolijk vol haydneske humor, een dat qua sfeer een twintigste-eeuwse Mozart niet zou misstaan en een intense finale met vele tempowisselingen.

Als het programma van vandaag iets duidelijk maakt is het wel de verstrekkende invloed van de en de op latere componisten. Zelfs Beethoven blikte in zijn Achtste vioolsonate al terug op het werk van Haydn en Mozart. Ravel en Prokofjev combineerden op hun beurt de klassieke inspiratie met stijlen en technieken van hun eigen tijd en ook componisten van nu, onder wie Lera Auerbach en Tebogo Monnakgotla weten invloeden uit vroeger tijden mee te nemen.

Biografie

Johan Dalene, viool

Johan Dalene is voor de Rising Stars-tournee van de ECHO (European Concert Hall Organisation) voorgedragen door het Konserthuset Stockholm. Van 2019 tot 2021 was hij ook al een BBC New Generation Artist. De Zweedse violist won de Norwegian Soloist Prize en behaalde in 2019 op de ­prestigieuze Carl Nielsen Competition de eerste prijs.

Johan Dalene begon met viool spelen op zijn vierde en maakte drie jaar later zijn concertdebuut. In de zomer van 2016 was hij student-in-residence van het Verbier Festival en in 2018 werd hij aangenomen in het Noorse Cres­cendo-­programma, waar Janine Jansen, Leif Ove Andsnes en Gidon Kremer zijn mentoren waren. Momenteel studeert Johan Dalene nog bij Janine Jansen en aan het conservatorium van Stockholm bij Per Enoksson.

In december 2019 verscheen de eerste cd van de jonge violist: de soloconcerten van Tsjaikovski en Barber met het Norrköping . In april 2020 speelde hij het Dubbelconcert van Bach met Janine Jansen en het Swedish Radio Symphony Orchestra, en in het seizoen 2020/21 was hij bij datzelfde orkest artist in residence. Voor de komende tijd is Johan Dalene uitgenodigd door een aantal belangrijke orkesten in Scandinavië, maar ook door het Leipziger Gewandhausorchester, het Tsjechisch Philharmonisch Orkest en het Konzerthausorchester Berlin.

In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.

Nicola Eimer, piano

De Britse pianiste Nicola Eimer studeerde af aan zowel de Royal Academy of Music in Londen (bij Christopher Elton) als de Juilliard School in New York (bij Joseph Kalichstein). Prijzen won ze op onder meer de Dudley International Piano Competition en de Royal Overseas League Competition.

Ze speelt kamermuziek en solowerken door heel Europa, Azië en de Verenigde Staten. In haar thuisstad Londen was ze bijvoorbeeld te beluisteren in St. Martin-in-the-Fields, St John’s Smith Square, Barbican Hall en de Purcell Room. Sinds ze in 1997 op het gala in Wigmore Hall optrad wordt ze geregeld uitgenodigd door de London Chopin Society.

Nicola Eimer richtte haar eigen Eimer Piano op, waarmee ze ruim tien jaar optrad. Ze werkt als vaste begeleider van de IMS masterclasses in Prussia Cove, en begeleidt ook geregeld masterclasses van cellist Ralph Kirshbaum. Als begeleidend pianist is ze ook steevast betrokken bij de Hastings International Piano Concerto Competition en de Menuhin International Violin Competition in Genève. Ze is als docent piano en kamermuziek verbonden aan de Royal Academy of Music in Londen.

Nicola Eimer maakt haar debuut in Het Concertgebouw.