Rising Stars: Christopher Park speelt Stravinsky
Rising Stars 20.15 uur
Christopher Park piano
De keuze van het Wiener Konzerthaus en de Musikverein Wien
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Zevende sonate in D gr.t., op. 10 nr. 3 (1797-98)
Presto
Largo e mesto
Menuetto. Allegro
Rondo. Allegro
Igor Stravinsky 1882-1971
Drie delen uit Petroesjka (1921)
Russische dans
In Petroesjka’s cel
Het carnaval
pauze
Olga Neuwirth 1968
TRURL-TICHY-TINKLE (2016)
in opdracht van het Wiener Konzerthaus en de European Concert Hall Organisation; wereldpremière
Robert Schumann 1810-1856
Fantasie in C gr.t., op. 17 (1836-38)
Durchaus phantastisch und leidenschaftlich vorzutragen
Mässig, durchaus energisch
Langsam getragen
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
zevende sonate
Tekst: Anneloes Brand
Nadat Ludwig van Beethoven in 1792 van Bonn naar Wenen was verhuisd, was de jonge pianist-componist in hoge mate afhankelijk van de genegenheid en gunsten van adellijke beschermheren.
Graaf Johann Georg von Browne, een Russische legerofficier van Ierse afkomst, gestationeerd in Wenen, was een van hen. Samen met zijn vrouw Anna Margarete, een Duitse barones, beloonde hij Beethoven rijkelijk voor diens muzikale diensten – een van hun giften was een paard nota bene.
Beethoven droeg onder meer zijn Strijktrio’s, 9 op aan de graaf, die hij in zijn uitgebreide dankbetuiging de ‘Mecenas van mijn Muze’ noemde, en zijn Pianosonates, opus 10 aan de gravin. De Zevende in D groot, opus 10 nr. 3 is de laatste van deze drie pianosonates, uitgegeven door Eder in Wenen in september 1798.
Het vierdelige werk toont Beethovens compositorische vaardigheid en groeiende persoonlijke stijl. Het vlotte eerste deel bevat plotselinge dynamische veranderingen die weldra als ‘typisch beethoveniaans’ zouden worden bestempeld.
In het tweede deel is volgens Beethoven ‘iedere subtiele schakering, iedere fase van een melancholieke geestesgesteldheid’ getoonzet. De duisternis trekt vervolgens langzaam op in het charmante to en is compleet vergeten in het luchthartige slot-, dat verrast met onverwachte wendingen en pauzes en een schemerig einde.
Igor Stravinsky 1882-1971
drie delen petroesjka
Na het succes van De vuurvogel zou Igor Stravinsky een nieuw ballet voor Serge Diaghilevs Ballets Russes schrijven, maar ondertussen was de componist begonnen aan een soort pianoconcert. Stravinsky: ‘Ik had een pop in gedachten die plotseling tot leven was gekomen en het geduld van het orkest op de proef stelde met een duivelse regen van ’s, hetgeen het orkest beantwoordde met dreigend geschal.’
Op aanraden van Diaghilev werkte Stravinsky zijn opzet uit tot een nieuw ballet, Petroesjka, dat in juni 1911 zijn succesvolle première beleefde. Tien jaar later bewerkte Stravinsky op verzoek van Arthur Rubinstein drie delen uit Petroesjka voor piano solo en kreeg er ‘het royale bedrag van 5.000 francs’ voor betaald.
Stravinsky benadrukte echter dat hij het niet voor het geld deed, maar om pianisten een nieuw repertoirestuk te geven dat technisch uitdagend was – en fascinerend en kleurrijk, net als het origineel.
De Russische dans komt uit het einde van de eerste scène, waarin de drie tot leven gewekte poppen – Petroesjka, de Ballerina en de Moor – er vrolijk op los dansen. Petroesjka’s cel, de tweede scène uit het ballet, was Stravinsky’s eerste opzet voor zijn concertwerk voor piano en orkest.
Het carnaval, een groot deel van de vierde en laatste scène van het ballet, zit vol feestgedruis en acts.
Olga Neuwirth 1968
TRURL-TICHY-TINKLE
Sinds afgelopen seizoen laat de European Concert Hall Organisation (ECHO) speciaal voor iedere Rising Star een nieuw werk componeren in samenspraak met de betreffende concertzaal.Het Wiener Konzerthaus koos in overleg met de jonge pianist Christopher Park voor Olga Neuwirth.
De van oorsprong Oostenrijkse componiste is van vele markten thuis: ze creëerde onder meer genre-overschrijdende werken voor live-musici, elektronica en video, diverse muziektheaterwerken, orkestwerken en kamermuziek, maar tot dusver slechts twee werken voor piano solo.
TRURL-TICHY-TINKLE is de welluidende en verrassende naam van haar nieuwe werk voor Christopher Park. Ten tijde van het schrijven van deze toelichting wilde Olga Neuwirth er nog weinig over kwijt, behalve over de titel: ‘Tinkle’ laat zich gemakkelijk uit het Engels vertalen en Trurl en Tichy zijn personages uit sciencefictionverhalen van de Poolse schrijver Stanislaw Lem.
Trurl is een komische ‘constructeur’ die, zwervend door het heelal, de meest fantastische machines uitvindt, en de ruimtevaarder Ijon Tichy ontmoet tijdens zijn reizen de wonderlijkste buitenaardse wezens.
Robert Schumann 1810-1856
Fantasie
In een brief aan zijn geliefde, pianiste Clara Wieck, schreef Robert Schumann over zijn Fantasie in C groot, 17: ‘Je kunt de Fantasie alleen begrijpen als je teruggaat naar de ongelukkige zomer van 1836, toen we niet bij elkaar waren.’
De Fantasie is inderdaad een bijzonder gepassioneerd werk, vol onvervuld verlangen. Het werk ontstond in de jaren 1836-38, toen het leven van Robert en Clara verre van rooskleurig was, aangezien vader Friedrich Wieck hun samenzijn dwarsboomde.
De aanleiding voor de Fantasie was echter van een andere orde: de compositie was bedoeld als hommage aan Ludwig van Beethoven en als middel om geld in te zamelen voor een gedenkteken in diens geboorteplaats Bonn.
Het werk werd opgedragen aan Franz Liszt, die zich nogal sterk had gemaakt voor Beethovens monument. Schumann citeerde in het eerste deel Beethovens cyclus An die ferne Geliebte – daar had hij een punt, want Clara was zijn eigen verre geliefde – en noemde de drie delen van zijn als opgezette werk ‘Ruïnes’, ‘Trofeeën’ en ‘Palmen’.
Bij de publicatie in 1839 echter heette de ‘sonate’ ineens Fantasie, waren de titels van de delen verdwenen en gaf de componist nogmaals uiting aan zijn liefde voor Clara door bij het derde deel dichtregels uit Friedrich Schlegels Abendröte te citeren.
Biografie
Christopher Park, piano
Christopher Park was tijdens het Schleswig-Holstein Musik Festival 2014 de winnaar van de prestigieuze Leonard Bernstein Award. In het huidige seizoen maakt hij deel uit van de Rising Stars-serie, op voordracht van de twee belangrijkste concertzalen van Wenen.
De Duits-Koreaanse pianist is afkomstig uit Bamberg en is een leerling van Lev Natochenny en Joachim Volkmann. In de afgelopen tijd was hij als solist te beluisteren met onder meer de Wiener Symphoniker, het hr-Sinfonieorchester en het van Shanghai. Hij gaf s in tal van Europese landen, China, Zuid-Afrika en Korea. In maart 2016 debuteerde hij bovendien in de Verenigde Staten.
Als begeleider musiceerde Christopher Park met onder anderen sopraan Sumi Jo. In projecten rond muziek van Stravinsky, Schumann en Bach werkte de pianist samen met danser en choreograaf John Neumeier. Christopher Park maakte een aantal cd-opnamen, met muziek van Schubert, Brahms en Liszt maar ook met pianotranscripties van orkestwerken van Russische componisten.
In Het Concertgebouw maakt hij vandaag (11 september 2016) zijn debuut.
