Rising Stars: Armida Kwartet
Rising Stars 20.15 uur
Armida Kwartet:
Martin Funda viool
Joanna Staemmler viool
Teresa Schwamm altviool
Peter-Philipp Staemmler cello
De keuze van Festspielhaus Baden-Baden, Konzerthaus Dortmund, Laeiszhalle Elbphilharmonie Hamburg en Kölner Philharmonie.
einde van het concert ca. 22.00 uur
begin van de pauze ca. 21.00 uur
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Adagio en Fuga in c kl.t., KV 546 (1788)
Adagio
Fuga: Allegro
Marko Nikodijevic 1980
“tiefenrausch” (2016)
in opdracht van Festspielhaus Baden-Baden, Konzerthaus Dortmund, Laeiszhalle Elbphilharmonie Hamburg, Kölner Philharmonie en de European Concert Hall Organisation; Nederlandse première
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Contrapunctus 1
Contrapunctus 4
Contrapunctus 11
Contrapunctus 14
uit ‘Die Kunst der Fuge’ (1745-50)
pauze
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede strijkkwartet in a kl.t., op. 51 nr. 2 (1865-73)
Allegro non troppo
Andante moderato
Quasi minuetto, moderato – Allegretto vivace
Finale: Allegro non assai
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Adagio en Fuga
‘Een kort voor twee violen, en bas, voor een die ik lang geleden geschreven heb voor twee klavieren,’ zo schreef Wolfgang Amadeus Mozart op 26 juni 1788 zijn Adagio en Fuga in c klein in zijn register in.
Tijdens de zondagse academiën van baron Van Swieten in 1781 had hij al spelend werken van Georg Friedrich Händel en Johann Sebastian Bach leren kennen. Hij kreeg ze ter bestudering mee naar huis.
Om het oude onder de knie te krijgen bewerkte hij Bach-’s voor strijkersbezetting, onder meer uit Die Kunst der Fuge en Das wohltemperirte Klavier. In 1783 waagde hij zich aan een eigen compositie: de Fuga voor twee klavieren in c klein (KV 426), mogelijk inspiratie puttend uit het uit Bachs Musikalisches Opfer.
Deze fuga bewerkte hij vijf jaar later voor strijkers, met toevoeging van een ‘kort ’ ter inleiding. Het adagio heeft met zijn gepunteerde ritmische figuren het karakter van een Franse ouverture, telkens afgewisseld door weemoediger passages, wat dit deel een onheilspellende, dramatische klank geeft.
De muzikale smaak in de was, anders dan in de , meer gericht op de en dus de bovenstem. Mozart vermengde dit met het oude barokke contrapunt waardoor boven- en onderstemmen gelijkwaardiger werden, de onderstemmen zich polyfoon gingen gedragen.
Door het thema zowel contrapuntisch als melodisch te gebruiken combineert Mozart de geleerde stijl van het contrapunt met de meer melodische stijl van de Klassieken: fugatechnieken in een context van strijkkwartet en galante stijl. Mozart was in de greep van het contrapunt geraakt. Enkele maanden later zou hij dat andere contrapuntische kunststuk schrijven: de ‘Jupiter’-symfonie.
Marko Nikodijevic 1980
"Tiefenrausch"
Na de strakke structuur van de betreden we met de compositie van Marko Nikodijevic een heel andere wereld.
Nikodijevic is een van oorsprong Servische componist die zich uiteindelijk in Stuttgart vestigde. Zijn compositie “tiefenrausch” is zijn eerste werk voor strijkkwartet en werd geschreven in opdracht van de European Concert Hall Organisation (ECHO) voor de Rising Stars-tournee van het Armida Kwartet. In oktober 2016 vond in Londen de wereldpremière plaats.
Tiefenrausch betekent diepteroes of stikstofnarcose, een toestand die zich voor kan doen bij duikers die afdalen tot zo’n dertig meter of meer. Hierdoor ontstaat er een verhoogde concentratie stikstof in het bloed, die een narcotische werking heeft die soms vergeleken wordt met het effect van LSD of overmatig alcoholgebruik.
Nikodijevic zegt hierover: ‘Kenmerken van deze intoxicatie variëren van aanvankelijke kalmering en verminderd logisch redeneren tot euforie, claustrofobie, akoestische hallucinaties, tunnelvisie, duizeligheid en paranoia, en uiteindelijk verlies van bewustzijn, en in extreme gevallen zelfs de dood.
Muzikaal gesproken is mijn nieuwe werk een voortzetting van de ontdekkingsreis naar psychedelische werelden van mijn eerdere stukken zoals GHB/tanzaggregat en K-hole/schwarzer horizont.’
Deze laatste twee werken gaan over drugsgerelateerde bewustzijnstoestanden. GHB/tanzaggregat betreft een hallucinatoire toestand als gevolg van de partydrug GHB en K-hole/schwarzer horizont is een soort muzikaal zwart gat als gevolg van het verdovingsmiddel ketamine.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Contrapunctus 1, 4, 11 en 14
Met ‘das vollkommenste praktische Fugenwerk’, zoals Carl Philipp Emanuel zijn vaders Die Kunst der Fuge noemde, zijn we terug in de wereld van de .
Deze compositie uit Johann Sebastian Bachs laatste levensfase is een grondige verkenning van alle mogelijkheden om een zelfde isch uit te werken in een reeks van zo’n twintig fuga’s.
De ’s duidde hij aan met de term ‘contrapunctus’, letterlijk ‘noot tegen noot’ (punctus contra punctus), waarmee hij het spel van stem en tegenstem onderstreepte.
Alle fuga’s staan in dezelfde (d klein) en zijn gebaseerd op hetzelfde hoofdthema, dat in de eerste fuga in zijn ongecompliceerde vorm klinkt. Met elke volgende fuga neemt de complexiteit in , en tische behandeling toe.
Contrapunctus 1 begint met de twaalf noten van het fugathema, gespeeld door de tweede viool. Hierna volgen de overige inzetten, terwijl het ritme geleidelijk versnelt. In Contrapunctus 4 is het thema omgekeerd (verticaal gespiegeld).
Contrapunctus 11 is een dubbelfuga, een fuga met twee thema’s waarvan het tweede een omkering is van een eerder thema. Een van de grootste kunststukken is Contrapunctus 14, een ische fuga met drie thema’s, waarbij Bach het thema ook nog eens in verdubbelde notenwaarden, horizontaal gespiegeld en in tegenbeweging laat klinken.
In het derde thema verwerkt hij de tonen van zijn eigen naam: B (bes)-A-C-H (b). Hoewel Bach Die Kunst der Fuge geen bezetting meegaf wordt het klavecimbel het meest waarschijnlijk geacht.
Aan een strijkkwartet, immers het ensemble van de , heeft hij zeker niet gedacht. Maar juist een strijkkwartet kan het verloop van de verschillende polyfone stemmen helder laten horen.
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede Strijkkwartet
Ook in het Tweede strijkkwartet in a klein van Johannes Brahms zijn ische technieken te horen, zoals de s in het langzame deel en in het . Pas op zijn veertigste, na al zo’n twintig probeersels vernietigd te hebben, voltooide de eeuwig onzekere en zelfkritische Brahms zijn eerste strijkkwartetten, de twee 51-kwartetten.
Het Tweede strijkkwartet in a klein geldt als het meest vriendelijke en e van de twee. In het hoofdthema van vier noten waarmee de eerste viool het non troppo opent verwerkte Brahms zijn vriendschap met Joseph Joachim, de vioolvirtuoos die hem bij Robert en Clara Schumann introduceerde.
Het dubbelmotief van de vier noten a-f-a-e bevat een combinatie van Joachims motto ‘frei aber einsam’ en Brahms’ lijfspreuk ‘frei aber froh’. Ondanks de prachtige e beginmelodie overheerst een mild melancholische stemming het eerste deel.
Ook het driedelige moderato heeft een lyrisch-melancholische ondertoon. In de middensectie klinkt meer drama: eerste viool en voeren in een geagiteerde Hongaarse dans op, begeleid door een van de middenstemmen.
Het derde deel is een lichtvoetig met een Slavisch in driedelige maat. Midden in het intermezzoachtige heeft Brahms een dubbelcanon ingevlochten.
De Finale is een en al dans met zijn twee contrasterende ’s: een wilde, Hongaars geïnspireerde openingsdans, gevolgd door een tweede dansthema dat lichter is en meer in de stijl van een Weense .
Vlak voordat het ‘Hongaarse’ thema nog één keer, nu als een razende furie, het kwartet afsluit, verschijnt nog even het ‘Joachim-’ (de noten f-a-e).
Biografie
Armida Kwartet
Na het winnen van de eerste prijs, de publieksprijs en nog zes speciale prijzen tijdens het ARD Concours 2012 in München maakte het Berlijnse Armida Kwartet in snel tempo carrière. Het concerteerde veelvuldig en nam deel aan het BBC Radio 3 New Generation Artists Scheme 2014-2016.
Onlangs debuteerde het kwartet tijdens de vermaarde BBC Proms. In het huidige seizoen toert het Armida Kwartet in het kader van de Rising Stars-serie naar de belangrijke concertzalen van onder meer Wenen, Parijs, Hamburg, Brussel en Boedapest.
Voor het uitvoeren van werk in ruimere bezetting musiceert het kwartet graag met collega’s als sopraan Anna Prohaska, bariton Thomas Hampson en klarinettist Jörg Widmann. Aan de Universität der Künste Berlin geeft het kwartet sinds 2012 kamermuzieklessen.
Het Armida Kwartet bracht inmiddels drie cd’s uit. De eerste daarvan, met muziek van Bartók, Ligeti en Kurtág, kreeg de Deutsche Schallplattenpreis. De tweede bevat werken van Mozart, en de meest recente van Beethoven en Sjostakovitsj.
Het Armida Kwartet bestaat sinds 2006 en ontleent zijn naam aan een van Joseph Haydn, de geestelijk vader van het strijkkwartetgenre. In Het Concertgebouw maakt het ensemble vandaag zijn debuut.
