Rising Stars: altvioliste Ellen Nisbeth
Ellen Nisbeth altviool
Bengt Forsberg piano
De keuze van Konserthuset, Stockholm
pauze ca. 20.50 uur
einde ca. 21.50 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.
Katarina Leyman 1963
Tales of Lost Times (2017)
voor altviool solo
in opdracht van Konserthuset, Stockholm en de European Concert Hall Organisation; Nederlandse première
Robert Schumann 1810-1856
Märchenbilder, op. 113 (1851)
voor altviool en piano
Nicht schnell
Lebhaft
Rasch
Langsam, mit melancholischem Ausdruck
Benjamin Britten 1913-1976
Lachrymae, op. 48 (1950, rev. 1970) ‘Reflections on a Song of John Dowland’
voor altviool en piano
pauze
Ralph Vaughan Williams 1872-1958
The Vagabond
Let Beauty Awake
The Roadside Fire
Youth and Love
The Infinite Shining Heavens
uit ‘Songs of Travel’ (1901-04; transcriptie voor altviool en piano van Ellen Nisbeth)
Franz Schubert 1797-1828
Mut
uit ‘Winterreise’ (1827; transcriptie voor altviool en piano van Ellen Nisbeth)
Sonate in a kl.t., D 821 (1824) ‘Arpeggione’
voor altviool (oorspronkelijk arpeggione) en piano
Allegro moderato
Adagio
Allegretto
Toelichting
naar Robert Louis Stevenson
Treasure Island
tekst: Inge Jongerman
Met haar programma Treasure Island begeeft altvioliste Ellen Nisbeth zich in een wereld vol sprookjes en avonturen. ‘Mede door mijn Schotse voorvaderen ben ik gefascineerd door gedichten en boeken van de Schotse schrijver en reiziger Robert Louis Stevenson, bekend van zijn avonturenroman Schateiland.
Stevenson was een avonturier en verliet Schotland om met zijn boot de Stille Oceaan over te zeilen; hij vestigde zich op het eiland Upolu in Samoa. Daar maakte hij prachtige poëzie, waaronder een gedicht op de muziek van het Mut uit Schuberts Winterreise.
Stevenson inspireerde veel componisten door zijn avonturen en gedichten, zoals Ralph Vaughan Williams met zijn Songs of Travel. In de liederen en verhalende composities in dit programma valt veel te ontdekken, dus laten we samen op reis gaan.’
Katarina Leyman 1963
Tales of lost times
De opdrachtcompositie voor de Rising Star is afkomstig van de Zweedse componist Katarina Leyman. In Leymans werk vormen elementen als kleur, structuur en beweging vaak de basis voor haar composities. Ze kwam al op jonge leeftijd in aanraking met moderne en abstracte kunst, als dochter van de gerenommeerde kunstenaar Fred Leyman (1919-2004).
Over Tales of Lost Times zegt ze: ‘De heeft een warm en geluid dat lijkt op de menselijke stem. De klank heeft iets intiems, je kan hem bijna aanraken. Tales of Lost Times zit vol met jeugdherinneringen, zoals de rotsen aan de kust. Daarin vond mijn vader archeologische schatten die hij gebruikte voor zijn werk. Mijn beide ouders speelden viool, wat weer mijn drijfveer was voor de volks-muziekpassages in dit werk.’
Een andere, meer abstracte inspiratiebron is die van een ronde beweging van een as, constant in beweging. ‘Dat doet me denken aan het gevoel dat ik vaak heb wanneer ik iets achterlaat maar toch weer terugkeer. Ik doe dat om te constateren dat verschillende omstandigheden situaties veranderen: variatie en uitbreiding.’
Leyman werkt nauw samen met diverse ensembles en en en was van 2012 tot 2015 artist in residence bij het Norrlandsoperan Symphony Orchestra.
Robert Schumann 1810-1856
Märchenbilder
De kinderlijke en fantasierijke inleving van Robert Schumann weerklinkt in zijn bekende pianowerken Kinderszenen, 15 en Album für die Jugend, opus 68. Dat geldt ook voor de sprookjesachtige compositie Märchen-bilder, opus 113.
Schumann noemde het werk in zijn dagboek eerst verhalen en later sprookjesbeelden. Het kostte hem vier dagen om het vierdelige werk op papier te zetten. Hij heeft het opgedragen aan Wilhelm Joseph von Wasielewski (1822-1896), de concertmeester van de Städtischer Musikverein zu Düsseldorf waar Schumann van 1850 tot 1854 Musikdirektor was.
Diens echtgenote Clara Schumann begeleidde Wasielewski aan de piano op de première op 15 maart 1851, waarna de componist na afloop als commentaar gaf: ‘Het zijn maar “kinderstreken”, ze hebben niet veel om het lijf.’
Overigens schreef Schumann Märchenbilder niet in zijn gelukkigste periode. Zijn aanstelling als Städtischer Musikdirektor verliep moeizaam. Hij was een talentvol componist, maar leidinggeven kon hij niet. Het publiek bleef weg, de musici waren ontevreden en dat bezorgde Schumann paniekaanvallen. Hij leed al lange tijd aan depressies maar kreeg er ook nog gehoorhallucinaties bij waardoor hij – naar eigen zeggen – de engelen hoorde zingen.
Hij sprong in februari 1854 van een brug in de Rijn bij Düsseldorf en werd gered door een Nederlandse schipper
De finale van Märchenbilder eindigt frivool met het gevoel van ‘ze leefden nog lang en gelukkig’, zoals dat hoort bij sprookjes. Voor Schumann liep dat echter anders. Die sprong in februari 1854 van een brug in de Rijn bij Düsseldorf en werd gered door een Nederlandse schipper. Hij verbleef de laatste twee jaar van zijn leven in een krankzinnigen-gesticht waar hij ondervoed en volledig in de war in 1865 stierf.
Benjamin Britten 1913-1976
Lachrymae
Benjamin Britten greep regelmatig terug naar muziek van eerdere Engelse componisten. In zijn compositie voor en piano Lachrymae, Reflections on a Song of John Dowland gebruikte Britten eren van de Engelse renaissancecomponist John Dowland (1563-1626).
Hij was een bekend componist van luitmuziek, maar ook van ayres: liederen met luitbegeleiding. Een van zijn populairste liederen is Flow, My Tears, oorspronkelijk een voor luit met de titel Lachrimae, dat tranen betekent. Britten gebruikt Dowlands lied If My Complaints Could Passions Move als uitgangspunt voor zijn Lachrymae. Het klinkt in de langzame opening en later nog eens in een aantal variaties. Het beroemde Flow, My Tears is in de zesde variatie terug te horen.
Britten droeg het werk op aan de altviolist William Primrose (1904-1982), die hij in 1949 tijdens een tournee door de Verenigde Staten ontmoette. De componist was onder de indruk van zijn virtuoze spel en nodigde hem uit voor zijn festival in het Engelse Aldeburgh, dat hij in 1948 had opgericht. Tijdens de première in 1950 begeleidde hij Primrose zelf op de piano.
In zijn laatste levensjaar maakte Britten nog een bewerking voor en strijkorkest.
Ralph Vaughan Williams 1872-1958 en Franz Schubert 1797-1828
Songs of Travel, Winterreise en 'Arpeggione'-sonate
De Songs of Travel van Ralph Vaughan Williams worden ook wel eens de Engelse Winterreise genoemd. In negen miniatuurtjes schetste Vaughan Williams het leven van een vagebond die de grootsheid van de natuur aanschouwt. Hij componeerde de cyclus tussen 1901 en 1904 op gedichten uit de bundel Songs of Travel and Other Verses van de schrijver en reiziger Robert Louis Stevenson (1850-1894).
In The Vagabond wandelt de hoofdpersoon door het overweldigende Schotse landschap, wat hem nooit vermoeit, maar juist energie geeft. Stevenson maakte het gedicht op muziek van het lied Mut uit Winterreise van Schubert, die voor zijn liedcyclus gedichten van de Duitse dichter Wilhelm Müller (1794–1827) had gebruikt.
Anders dan Stevenson toont Müller in zijn Mut een dolende reiziger aan het eind van een winterse reis. Hij voelt niets meer, maar omarmt zijn lot en vervolgt zijn reis.
Een paar jaar voor Winterreise schreef Schubert een werk voor een instrument dat maar kort bestaan heeft: de ‘ne’-. De arpeggione, een soort ing tussen een gitaar en , werd in 1824 uitgevonden door de Weense instrumentenbouwer Johann Georg Stauffer.
Maar voordat het werk klaar was, leek het instrument alweer vergeten
De arpeggione zag eruit als een gebogen gitaar, waarbij er op de snaren gestreken moest worden. Stauffer gaf Schubert nog datzelfde jaar de opdracht een compositie voor het instrument te maken. Maar voordat het werk klaar was, leek het instrument alweer vergeten. Het resulteerde wel in een sonate die nog altijd zeer geliefd is bij cellisten en altisten.
Biografie
Ellen Nisbeth, altviool
Na haar studie in Stockholm, Oslo en Londen maakte de Zweedse altvioliste Ellen Nisbeth snel carrière. Ze werkte met de en Neeme Järvi en Daniel Blendulf en soleerde bij een aantal belangrijke Scandinavische orkesten, zoals het Bergen Filharmonisch Orkest en het Göteborg .
In 2016 maakte ze haar debuut in Duitsland, bij de Brandenburger Symphoniker. Rond dezelfde tijd was ze ook in Ierland en Estland voor het eerst te beluisteren. Ellen Nisbeth kreeg veel lof voor haar vertolking van het concert van haar landgenote Britta Byström: ze bracht het in 2014 in première met het Zweeds Radio Symfonieorkest en haar cd-opname van het concert werd hooggeprezen door het tijdschrift Gramophone.
Ze boekte ook veel succes met haar eigen bewerking van Arne Nordheims concert ‘Tenebrae’. Kamermuziek speelde Ellen Nisbeth op onder meer de festivals van Bergen, Risør en Verbier, samen met collega’s als Martin Fröst, Leif Ove Andsnes, Daniel Hope, Truls Mørk en Alexander Melnikov. Ze bespeelt een uit 1714 van Dom Nicolò Amati.
De debuut-cd van Ellen Nisbeth, met muziek van Vaughan Williams, Britten en Rebecca Clarke, verscheen afgelopen zomer onder de titel Let Beauty Awake.
Bengt Forsberg, piano
Bengt Forsberg genoot zijn muzikale opleiding aan het conservatorium in Göteborg. Hier richtte hij zich aanvankelijk op spel en zang, maar tegen de tijd van zijn afstuderen in 1978 had hij gekozen voor de piano als eerste instrument. Na zijn eindexamen volgde de Zweedse pianist aanvullende lessen bij onder anderen Peter Feuchtwanger in Londen.
Hij soleerde bij orkesten als het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm en het Malmö , maar specialiseerde zich in kamermuziek. Hij gaf vele solorecitals en musiceerde aan de zijde van collega’s als cellist Mats Lidström en violist Nils Erik Sparf. Ook trad hij veelvuldig op met mezzosopraan Anne Sofie von Otter, onder meer in de Grote en de van Het Concertgebouw.
Met haar nam hij ook verschillende cd’s op; hun album met eren van Grieg werd door het tijdschrift Gramophone uitgeroepen tot ‘Record of the Year’. Naast het geijkte repertoire breekt Bengt Forsberg regelmatig een lans voor muziek van onbekende componisten, onder wie Nikolaj Medtner, Josef Suk en Sigfrid Karg-Elert.
In de was de pianist voor het laatst te gast op 13 oktober 2009 in het programma Theresienstadt met onder anderen Anne Sofie von Otter en violist Daniel Hope.

