Rising Stars: accordeonist João Barradas

João Barradas accordeon

Dit concert maakt deel uit van de serie Rising Stars.

Domenico Scarlatti (1685-1757)

Sonate in b kl.t., K 87 (1756-57)
[in één deel]

Luciano Berio (1925-2003)

Sequenza XIII (1995-96) ‘Chanson’

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Derde Engelse suite in g kl.t., BWV 808 (1715)
Prélude
Allemande
Courante
Sarabande
Gavotte I
Gavotte II ‘La musette’
Gigue

pauze ± 20.50 uur

JOÃO BARRADAS (1992)

Prelude I (2018)
Nederlandse première

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Fantasia contraria, SwWV 270 (jaartal onbekend)

Astor Piazzolla (1921-1992)

Las cuatro estaciones Porteñas (1965-70; arr. J. Barradas)
Otoño Porteño
Invierno Porteño
Primavera Porteña
Verano Porteño

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Domenico Scarlatti 1685-1757

Scarlatti: Sonate in b klein

Door Paul Janssen

Eigenlijk is de een vrij jong muziekinstrument. Hoewel Cyrillis Demian al in 1829 octrooi aanvroeg op het principe van de geluidsproductie van de accordeon en in 1831 zijn eerste instrument bouwde, kwam het pas aan het einde van de negentiende eeuw echt in zwang. Het zou zelfs tot de jaren 1960 duren eer het instrument ook langzaam een plek begon te veroveren in de (moderne) klassieke muziek.

Zo’n jong instrument brengt meteen een nadeel mee: er is relatief weinig oorspronkelijk repertoire voor. Geluk­kig is de accordeon een instrument met vele meerstemmige ­mogelijkheden en een toonomvang van ruim drie octaven, waardoor veel muziek van de Renaissance tot vandaag de dag binnen handbereik is.

Vandaar dat het van João Barra­­das teruggaat tot de laat-­renaissancistische werken van Jan Pieterszoon Sweelinck en ische en vormtechnische hoogstandjes van Domenico Scarlatti en Johann Sebastian Bach. Daartegenover staan de even rijke recentere werelden van tango- en bandoneonkoning Astor Piazzolla en de hedendaagse klassieke muziek.

Scarlatti: Sonate in b klein

De Italiaan Domenico Scarlatti stamt uit hetzelfde geboortejaar als Johann Sebastian Bach en overleefde de Thomascantor met zeven jaar. Waar Bach duidelijk beschouwd wordt als de culminatie van de ke meerstemmigheid en van vormen als de en de , was Scarlatti een man die nieuwe wegen bewandelde, die de vruchtbare grond omspitte voor de en een genre als de .

Zijn 555 klaviersonates zijn zowel meerstemmige meesterwerkjes als grillige paden op weg naar een vorm waarin contrast, tische transformatie en recapitulatie belangrijke elementen zouden worden. Vooruitgang en traditie wisselen elkaar af. Zo is de Sonate in b klein een schitterend gelaagde tweedelige , vol meerstemmige lijnen waar Bach zich absoluut niet voor zou schamen.

Luciano Berio 1925-2003

Berio: Sequenza XIII

Ook Scarlatti’s landgenoot Luciano Berio schreef zo’n tweehonderd jaar later geschiedenis. Vooral met zijn Sequenza’s, een reeks solowerken voor diverse instrumenten die niet alleen muzikale juweeltjes zijn, maar ook de speeltechnieken van elk instrument afzonderlijk significant wisten uit te breiden.

De eerste Sequenza, voor fluit, schreef Berio in 1958, de laatste, nr. XIV, voor in 2002. De bekendste Sequenza is ongetwijfeld nr. III die hij in 1965 schreef voor zijn toenmalige echtgenote, de sopraan Cathy Berberian.

De tegenwoordig onder isten zeer populaire Sequenza XIII ontstond dertig jaar later. Berio schreef het werk voor accordeonist Teodor Anzellotti.

Het is een van de weinige ­Sequenza’s met een ondertitel: met ‘Chanson’ verwijst Berio naar de populaire cultuur waarin de accordeon floreerde. Het werk begint als een volkse ballade, waarna Berio steeds meer zijn eigen weg gaat en de mogelijkheden van het instrument verkent.

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Bach: Derde Engelse suite

Zoals Berio de instrumenten verkende, zo verkende Johann Sebastian Bach in zijn jonge jaren verschillende vormen en stijlen. Als een spons nam hij alles in zich op om het vervolgens naar zijn eigen hand te zetten.

De zes Engelse s voor klavier behoren tot de vroegste suites die Bach componeerde. Hij schreef de werken waarschijnlijk rond 1715 in Weimar. Ondanks de titel zijn de suites vooral geïnspireerd op de Franse luitsuites. Dat ze toch Engelse suites heten zou volgens de eerste Bachbiograaf, Johann Nikolaus Forkel, te maken hebben met het feit dat hij ze schreef voor een Engelse edelman. 

In de nalatenschap van zijn voornamelijk in Engeland wonende en werkende zoon Johann Christian Bach vond men een afschrift van de s met de subtitel ‘pour les Anglais’ (voor de Engelsen).

De Derde suite in g klein begint zoals alle zes de suites met een Prélude waarna een voor de suite gebruikelijke opeenvolging van dansen volgt.

Jan Pieterszoon Sweelinck 1562-1621

Barradas en Sweelinck

João Barradas speelt in zijn s ook graag eigen werk. De Prelude I is, naar zijn eigen zeggen, gebaseerd op symmetrische lijnen en ën. Gedeeltes zijn uitgecomponeerd, maar de geeft ook ruimte aan . Zo laat de ist/componist de beide werelden waarin hij zich beweegt – die van de klassieke muziek en van de jazz – samenvloeien. De Prelude I is tevens een staalkaart van nieuwe accordeontechnieken en vormt in dat opzicht een fascinerend met Berio’s Sequenza XIII.

Met de Fantasia contraria van Jan Pieterszoon Sweelinck eert Barradas niet alleen deze grote Nederlandse toetsenist en componist, hij gaat ook terug in de geschiedenis om de relatie tussen het en de te laten horen. De Fantasia contraria is een mono­tische fantasie zoals ook Sweelincks beroemde fantasie, allebei geschreven voor orgel of klavecimbel.

De fantasie begint met een imitatieve introductie van het thema en vervolgt met verschillende secties die in de aard een variatie op het thema zijn. Het is een van de werken die Sweelincks faam door heel Europa verspreidden en die leerlingen van heinde en verre naar hem toe deden reizen. Zo werd hij een van de stuwende krachten achter onder andere de Duitse school en reikt zijn invloed via zijn leerling Heinrich Scheidemann via diens leerling Dietrich Buxtehude tot Johann Sebastian Bach.

Astor Piazzolla 1921-1992

Piazzolla: Las cuatro estaciones Porteñas

Waar Sweelinck staat voor de connectie tussen de en het , staat Astor Piazzolla voor de relatie met een van de populaire muziekculturen.

Met zijn bandoneon, een instrument met een vergelijkbare geluidsproductie als de accordeon, transformeerde hij de Argentijnse tango van een populaire dans- en salonstijl tot een gestileerde kunst die een plek vond op het klassieke concertpodium. Piazzolla vervulde daarmee zijn eigen diepe wens om een ‘klassiek’ componist te worden. Pas in 1954 accepteerde hij zichzelf en zijn tango-achtergrond dankzij een studie in Parijs bij Nadia Boulanger en transformeerde hij de Argentijnse tango tot een ware kunstvorm.

In 1968 publiceerde hij een van zijn grootste hits, en misschien wel een van zijn grootste hommages aan de klassieke wereld waar hij in eerste instantie zijn zinnen op had gezet: Las cuatro estaciones Porteñas (‘De vier jaargetijden van de havenbewoners’, de inwoners van Buenos es). Tussen 1968 en 1970 bewerkte hij dit werk voor zijn eigen et en sindsdien opende hij zijn concerten meestal met een deel uit deze verwijzing naar De vier jaargetijden van grootmeester Antonio Vivaldi.

Piazzolla wilde met het werk een sfeerschets geven van Buenos Aires gedurende een heel jaar. Hij gaf elk deel een eigen karakter mee en zo af en toe sprankelt er opeens een vleugje Vivaldi-achtige techniek door de noten, zoals de scheve die Primavera Porteña kleurt. Alsof de koning van de tango even wil laten horen dat hij zijn vak echt verstaat.

Biografie

João Barradas, accordeon

João Barradas is als Rising Star voorgedragen door het Casa da Música Porto, de Calouste Gulbenkian Foundation Lisbon en de Philharmonie Luxembourg. Hij speelt sinds zijn vijfde, behaalde zijn conservatoriumdiploma in Lissabon en ontwikkelde zich tot een van de meest veelbelovende accordeonisten in Europa.

Hij bestudeerde velerlei bronnen, van de variétémuziek uit de jaren 1960 tot de hedendaagse composities van bijvoorbeeld Sofia Goebaidoelina, en beweegt zich in zowel de klassieke als de geïmproviseerde muziek. Hij won twee keer de World Accordion Trophy en was laureaat van over de dertig concoursen, waaronder de Coupe ­Mondale de Acordeão, de International Castelfidardo Contest en de Okud Istra International ­Competition.

De ist is veelgevraagd in het kamermuziekcircuit en werkte samen met hedendaagse componisten als Luis Tinoco, Fabrizio Cassol en Dimitiris Andrikopoulos. Inmiddels heeft hij tientallen speciaal voor hem gecomponeerde werken in première gebracht. Zijn eerste cd, Directions (2016), werd opgenomen in Downbeat’s Best Albums Of The Year.

In de jazz werkte João Barradas met ­gerenommeerde musici als Greg Osby, Aka Moon, Mike Stern, Gil Goldstein, Sérgio Carolino, Miles Okasaki, Rufus Reid, Jerome ­Jennings en Matt Penman. Hij tourt met zijn nieuwe et Portraits met saxofonist Mark Turner, vibrafonist Simon Moullier, contrabassist Luca Alemanno en drummer Naíma Acuña.