Rick Stotijn centraal in Kamermuziek op Zondagmiddag

Cecilia Bernardini viool
Dana Zemtsov altviool
Rick Stotijn contrabas

Ernst von Dohnányi 1877-1960

Serenade in C gr.t., op. 10 (1902)
voor viool, altviool en contrabas
(oorspronkelijk cello)
Marcia
Romanza
Scherzo
Tema con variazioni
Rondo: Finale

Luciano Berio 1925-2003

Psy (1989)
voor contrabas solo

Bohuslav Martinů 1890-1959

Eerste duo, H. 313 (1947) ‘Madrigalen’
voor viool en altviool
Poco allegro
Andante
Allegro
 

pauze
 

Emil Tabakov 1947

Sonate voor altviool en contrabas (2005)
Largo
Allegretto
Largo

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijktrio in D gr.t., op. 9 nr. 2 (1797-98)
Allegretto
Andante quasi allegretto
Menuetto: Allegro
Rondo: Allegro

Toelichting

Ernst von Dohnányi (1877-1960)

Serenade

Door Anneloes Brand

  • Ernst von Dohnányi

Ernő Dohnányi – beter bekend onder zijn verduitste naam, Ernst von Dohnányi – was van groot belang voor het Hongaarse ­muziekleven van voor de Tweede Wereldoorlog. Hij was een van de meesterpianisten van zijn tijd en ondernam niet alleen tournees in Europa, Rusland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika, maar gaf in Hongarije ook vele concerten als solist en kamermusicus. Na zijn vroege docentenjaren aan de Hochschule Berlin gaf hij les aan de Muziekacademie in Boedapest en werd er later directeur. Hij was vijfentwintig jaar lang chef- van het Boedapest Filharmonisch Orkest en leidde een tijdlang de muziek­afdeling van de Hongaarse radio. Als componist creëerde hij een aanzienlijk oeuvre, waarbinnen kamermuziek een speciale plaats innam. Anders dan zijn jongere landgenoten Béla Bartók en Zoltán Kodály werd hij ­nagenoeg niet beïnvloed door Hongaarse volksmuziek en bleef hij trouw aan de ­laatromantische stijl van componisten als Johannes Brahms – niet voor niets een bewonderaar van de jonge Dohnányi. De ­Sere­nade in C groot voor strijktrio opent traditioneel met een geanimeerde en met zowaar een vleugje couleur locale. De daaropvolgende Romanza valt vooral op door de gitaarachtige begeleiding van de e . Een stekelig to verleent het een modernere sfeer. Een melancholieke hymne levert het basismateriaal voor het met (vijf) variaties. In de energieke -Finale wordt de openingsmars geciteerd.

Luciano Berio 1925-2003

Psy

Luciano Berio was een leidende figuur in de muzikale avant-garde van de tweede helft van de twintigste eeuw. De Italiaanse componist beperkte zich bepaald niet tot één stroming: hij hield zich bezig met , pionierde met , zocht de grenzen van muziek en klank op, en maakte collagewerken. In 1989 kreeg Berio van de gerenommeerde Italiaanse bassist Franco Petracchi het verzoek een verplicht opdrachtwerk voor contrabas solo te leveren voor het Internationaal Concours ‘Giovanni Bottesini’ in Parma. De componist nam het derde deel, ‘Yossi (Pecker)’, van zijn Duetti voor twee violen als uitgangspunt en vervaardigde met Psy een prima concourswerk: een waarmee zowel de technische als de expressieve vaardigheden van de kandidaten konden worden getest. Het slechts twee minuten lange energieke werk lijkt te spelen met ke motieven, maar is vooral modern van klank.

Bohuslav Martinů 1890-1959

‘madrigalen’

Bohuslav Martinů geldt samen met Leoš Janáček als de belangrijkste Tsjechische componist van de twintigste eeuw. Hij was een wonderkind op de viool, maar koos voor componeren. Zijn pad ging niet over rozen: hij werd van het Praags Conservatorium afgestuurd (maar hernam zijn studie jaren later), leidde een arm artiestenleven in Parijs totdat zijn werken er in de jaren dertig geliefd raakten, en zag zich aan het begin van de Tweede Wereldoorlog genoodzaakt naar Amerika te vluchten. Een akelig ongeluk (hij raakte ernstig gewond bij de val van een balkon) en de overgang naar het communisme in Tsjechië maakten het hem onmogelijk er na de oorlog terug te keren, maar hij verruilde Amerika uiteindelijk diverse malen voor Europese bestemmingen. Heimwee naar zijn vaderland én alle invloeden van zijn bereisde leven resulteerden in een unieke muzikale taal.

Zijn ongeval in 1946 belette Martinů aan grote composities te werken, daarom wordt 1947 ook wel zijn ‘kamermuziekjaar’ genoemd. De directe aanleiding voor zijn Eerste duo voor viool en , ‘Madrigalen’ vormde een uitvoering van Mozart-duetten door broer en zus Joseph en Lillian Fuchs. Het werk is echter duidelijker geïnspireerd door Tsjechische muziek en Martinů’s fascinatie voor het Engelse . Het bestaat uit een gedreven openingsdeel, een mysterieus, kleurrijk langzaam deel en een drukke ‘ke’ finale. Joseph en Lillian Fuchs brachten de ‘Madrigalen’ op 22 december 1947 in New York in première.

Emil Tabakov 1947

sonate

Emil Tabakov begon zijn muzikale carrière als contrabassist, maar richtte zich daarna op dirigeren en componeren. Als bekleedde hij vaste posities in thuisland Bulgarije, Rusland, Servië en Turkije en trad hij wereldwijd bij andere orkesten op. Tabakov schreef tot dusver acht symfonieën, diverse concerten en andere orkestwerken, koorwerken, balletten, kamermuziek en solowerken. Zijn muziek staat bekend als kleurrijk, boeiend en contrastrijk. Nu eens bezield en meditatief, dan weer ritmisch gedreven en . In 2005 componeerde Tabakov zijn voor en contrabas, die in hetzelfde jaar werd gepubliceerd door Musica Publishing House in Sofia. Het is een eigentijds werk waarin de verschillende mogelijkheden en en van de strijkinstrumenten worden verkend. Wie anders dan een contrabassist had het kunnen schrijven?

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijktrio

Nadat Ludwig van Beethoven in 1792 van Bonn naar Wenen was verhuisd, probeerde de jonge pianist/componist voet aan de grond te krijgen in dit culturele mekka. Het was niet zo gemakkelijk om van de schaduw van Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart af te komen. De jongeman uit Bonn maakte eerst indruk als pianist in de aristocratische salons, waar hij zijn eigen werken speelde en improviseerde. Het leverde hem de broodnodige vriendschap en vrijgevigheid van adellijke beschermheren op. Graaf Johann Georg von Browne, een Russische legerofficier van Ierse afkomst, gestationeerd in Wenen, was een van hen. Samen met zijn vrouw, een Duitse barones, beloonde hij Beethoven rijkelijk wanneer de componist een aan een van hen opdroeg. In 1798 publiceerde de Weense uitgever Johann Traeg de Strijktrio’s, opus 9, met een bloemrijke dankbetuiging van Beethoven aan de graaf, die hij de ‘Mecenas van mijn Muze’ noemde. Volgens een anekdote kreeg de componist als dank nota bene een paard van het grafelijk paar. De bedrijvige componist vergat dit prompt, waarna zijn bediende het dier verhuurde en de buit opstreek.

De drie ’s van 9, waarvan het Strijktrio in D groot het tweede is, vormden een mijlpaal voor de jonge componist. Beethovens zorgvuldige behandeling van registers, , inventieve omwisseling van de rollen van de instrumenten, structurele vernieuwingen en melodische en harmonische rijkdom zijn buitengewoon. De vioolmelodie van het Allegretto dat het Strijktrio in D groot opent is opvallend van karakter, maar plotselinge stops en drukke begeleiding zorgen voor onrust. Het vloeiende tweede deel is als een esoterische dans. Het levendige to lijkt vooruit te wijzen naar het spoedig in zwang rakende . En in het krijgt de een belangrijke rol toebedeeld, maar uiteindelijk eist de viool toch de aandacht op.

Anneloes Brand

Biografie

Cecilia Bernardini, viool

Cecilia Bernardini studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Repko, Vesko Eschkenazy en Ilya Grubert en vervolgde haar opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij David Takeno.

Lessen bij Rachel Podger en Lucy van Dael wekten haar interesse in de historische uitvoeringspraktijk, en de Nederlands-Italiaanse bespeelt dan ook zowel de moderne viool als de viool. Ze was in de afgelopen jaren in verschillende constellaties te gast in tal van bekende Europese concertzalen, waaronder het Konzert­haus Berlin, de Londense Wigmore Hall, de Musikverein in Wenen en Het Concertgebouw.

Naast het spelen van werk uit het verleden wijdt de violiste zich graag aan hedendaags repertoire. Zo verzorgde ze in 2010 de wereldpremière van Philip GlassDubbelconcert, samen met celliste Maartje-Maria den Herder bij het Residentie Orkest. Naast haar engagementen als soliste is Cecilia Bernardini ook veelgevraagd als concertmeester, bijvoorbeeld bij Holland Baroque, de Nederlandse Bachvereniging, Camerata Salz­burg, The King’s Consort en het Bach Collegium Japan.

Sinds 2012 geeft Cecilia Bernardini bovendien leiding aan het Dunedin Consort. Met dit ensemble, dat is gevestigd in Edinburgh, treedt ze ook op als solist. Op het kamermuziekpodium speelt Cecilia Bernardini regelmatig samen met haar vader, de hoboïst Alfredo Bernardini.

Dana Zemtsov, altviool

Dana Zemtsov kwam ter wereld in Mexico-Stad. Ze kreeg haar eerste muzieklessen van haar oma en van haar ouders, beiden altviolist. Later was altviolist Michael Kugel haar docent.

Dana Zemtsov won eerste prijzen tijdens concoursen in onder meer Italië, Oostenrijk, Duitsland, Portugal en Nederland. In 2010 won ze de ‘Avond van de Jonge Musicus’ van de NPS, waarna ze Nederland vertegenwoordigde tijdens de Eurovision Young Musicians Competition in Wenen. In 2014 kreeg ze de Kersjes Vioolbeurs. Inmiddels was de altvioliste te gast op alle grote Nederlandse podia en tevens in bijvoorbeeld de Philharmonie in Sint-Peters­burg en Carnegie Hall in New York.

Ze soleerde met gezelschappen als het Nationaal van Estland, de Stuttgarter Philharmoniker, Rotterdam en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Voor het spelen van kamermuziek deelde Dana Zemtsov het podium met onder anderen Martin Fröst, Ilya Gringolts, Boris Berezovski en Janine Jansen.

Haar vorige optredens in de van Het Concertgebouw waren in februari 2019 zowel een tangoprogramma in Het Zondagochtend Concert met onder anderen violist Daniel Rowland en pianiste Anna Fedorova als een editie van TRACKS met er Dominique Vleeshouwers.

Rick Stotijn, contrabas

Ieder jaar reizen artistiek leider Candida Thompson en de aanvoerders van Amsterdam Sinfonietta langs de nationale en internationale kamermuziekpodia. Voor de huidige tournee schuift Rick Stotijn aan, voormalig bas-aanvoerder van Amsterdam Sinfonietta.

Rick Stotijn studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij zijn vader Peter Stotijn en aan de Musikhochschule in Freiburg bij ­Bozo Paradzik. Hij kreeg in 2013 de Nederlandse Muziek­prijs. Als solist musiceerde hij met onder meer Amsterdam Sinfonietta, het ­Residentie ­Orkest en de philharmonie zuidnederland.

Bij het Finse Joensuu City Orchestra vertolkte hij een soloconcert van Gavin Bryars en bij het ­Radio ­Filharmonisch Orkest het nieuwe werk Reports from the Low Country van Martijn ­Padding. Kamermuziek speelt hij met collega’s als Liza Ferschtman, ­Janine Jansen, Bram van Sambeek, Julius Drake, Joseph Breinl en zijn zus, mezzosopraan Christianne Stotijn.

Rick Stotijn is aanvoerder bij het Zweeds Radio Symfonie ­Orkest en voert ook geregeld de basgroep aan in het Orchestra Mozart, het Chamber Orchestra of Europe en het Mahler Chamber Orchestra.