Riccardo Chailly leidt de Gurre-Lieder bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Riccardo Chailly dirigent
Groot Omroepkoor instudering Benjamin Goodson
Laurens Symfonisch instudering Wiecher Mandemaker
Chor des Bayerischen Rundfunks instudering Peter Dijkstra
Camilla Nylund sopraan (Tove)
Ekaterina Semenchuk mezzosopraan (Waldtaube)
Andreas Schager tenor (Waldemar)
Norbert Ernst tenor (Klaus-Narr)
Wolfgang Koch bas (Bauer)
Robert Holl spreker

Dit programma maakt deel uit van de serie D.

Dit concert wordt voorzien van boventiteling in het Nederlands en Engels.

Lees ook:
- De Gurre-Lieder bij het Concertgebouworkest (achtergrond)
9 opmerkelijke weetjes over Arnold Schönberg

Arnold Schönberg (1874-1951)

Gurre-Lie­der (1900-11)
Eerste deel
Tweede deel (Herrgott, weisst du, was du tatest)
Derde deel (Die wilde Jagd)

pauze na het eerste deel ± 21.10
einde ± 22.30 

Toelichting

Arnold Schönberg 1874-1951

Gurre-Lieder

Door Clemens Romijn

Een provocatie die uitbleef

De spanning was om te snijden, de dag dat de Gurre-Lie­der van Arnold Schönberg zijn première beleefde op 23 februari 1913 in Wenen. Een van de meest spectaculaire momenten in de muziekhistorie. Alleen al vanwege het enorme uitvoerings­apparaat van 757 musici – in de huidige uitvoering 317 – werd het concert onder leiding van Franz Schreker opgenomen in het ­Guinness Book of Records. Gevreesd werd voor tumult en schandalen bij critici en publiek rond de muziek van deze ‘neu-Töner’ en ‘Bürgerschreck’, zoals bij de première van Schönbergs Tweede strijkkwartet (1907-08). De vader van de ­ had zich het jaar daarvoor nog laten zien als een radicaal met het melodrama Pierrot lunaire. Dit portret van de waanzin en een schrikbarend mensbeeld viel bij de meeste toeschouwers in slechte aarde. Na de première in Berlijn volgden hevige schandalen in Praag en – te verwachten – in het conservatieve Wenen. Tussen het publiek van de première van de Gurre-Lie­der in Wenen had zich dan ook een aanzienlijke groep onrust­stokers gemengd. Zij verwachtten een nieuw schandaal en zouden hun mening luid en duidelijk kenbaar maken.

‘In honderden ogen lag leedvermaak op de loer’, schreef criticus Richard Specht. ‘Maar het pakte heel anders uit. Het jubelende geschreeuw dat uitbrak na het eerste deel groeide uit tot een opstootje na het derde. En toen de krachtig bruisende zonsopgangsgroet van het koor aan het eind voorbij was, kende het gejuich geen grenzen. Met betraande gezichten werden dankwoorden naar de componist geroepen die warmer en nadrukkelijker klonken dan gewoonlijk het geval is bij een “succes”: het klonk als een verontschuldiging.’

Na de haast uitzinnige reacties van het publiek volgden de aanhoudend jubelende krantenberichten. Maar voor Schönberg zelf was het een bitter succes. Onder het gejuich van publiek en critici keerde hij hen de rug toe, bedankte uitvoerig de en de talloze musici, maar weigerde halsstarrig te buigen naar de zaal. Wat hij hier had gepresenteerd was de zwelgende klank van een voorbij laatromantisch tijdperk, dat hij inmiddels volledig had verlaten: ‘Dit werk is de sleutel tot mijn hele ontwikkeling. Het laat me van kanten zien van waaruit ik me later niet meer laat zien […] Ik was nogal ontgoocheld en onverschillig, zelfs een beetje kwaad. Ik vond dat dit succes geen invloed mocht hebben op het lot van mijn latere werken. Gedurende dertien jaar heeft mijn stijl zich dusdanig ontwikkeld dat de gewone concertganger geen verband tussen mijn vroegere en latere werken kan ontdekken. Ik moest voor ieder nieuw werk in gevecht. Ik ben op een verbijsterend brutale manier aangevallen door critici; ik ben vrienden kwijtgeraakt en heb elke waardering voor hun oordeel verloren. Ik stond alleen tegenover al mijn vijanden’, aldus Schönberg na de première.

Lange ontstaansgeschiedenis

Ongewoon lang voor Schönbergs doen was de tijd die verstreek bij het ontstaan van de Gurre-Lie­der, van 1900 tot 1911. Naar eigen zeggen had hij de negen eerste eren in maart 1901 ‘voltooid’, toen nog in een versie voor twee zangers en piano en bedoeld om in te sturen voor een compositiewedstrijd van de Wiener Tonkünstlerverein. Schönberg stuurde zijn liederen niet in, maar besloot ze uit te breiden en te , hetgeen duurde tot 1903. Daarna kwamen de Gurre-Lieder zeven jaar lang op een laag pitje te staan, omdat de componist de kost moest verdienen met bewerkingen en het leiden van koren.

Toen het werk uiteindelijk was voltooid, was het geen handzame liedcyclus meer, maar een in drie delen en van bijna twee uur, voor vijf vocale solisten, een spreker, meerdere koren en een enorm . De is groter dan die van de Achtste symfonie, ‘Symphonie der Tausend’ van stadgenoot Gustav Mahler uit 1907.

Van de duisternis naar het licht

Schönberg baseerde zijn Gurre-­Lieder op teksten van de Deense botanicus en dichter Jens Peter Jacobsen (1847-1885), in een Duitse vertaling van Robert Franz Arnold (1872-1938). Rond de eeuwwisseling was de overtuigde darwinist Jacobsen een veelgelezen, populaire romanschrijver. De liedteksten maken deel uit van een novelle met een raamvertelling, En cactus springer u­d (Een cactus bloeit), over vijf jonge mannen en hun gastheer en diens dochter die wachten tot een zeldzame cactus tot bloei komt. Intussen dragen ze hun eigen werken voor, waaronder de ‘Gurresange’.

Die titel verwijst naar het kasteel Gurre (nu een ruïne) in Denemarken, waar zich in de Middeleeuwen een liefdes­tragedie zou hebben afgespeeld tussen koning Valdemar Atterdag (1320-1375), zijn geliefde Tove (tove lille = klein duifje) en de jaloerse koningin Helvig. Zij liet Tove vermoorden door haar eigen minnaar, door het meisje op te sluiten in een gloeiend hete sauna en haar dood te laten koken. Ook slaat ‘Gurre’ op het koeren van een duif, een dier dat een belangrijke rol speelt in de Gurre-Lieder als symbool van onschuld en als boodschapper in het ‘Lied van de woudduif’. Daarin krijgt Valdemar te horen van de moord op Tove en wordt zijn verdriet bezongen. Dat is aan het einde van het eerste deel, dat bestaat uit een prelude en negen liederen waarin Waldemar (de koningsnaam in het Duits) en Tove om beurten hun liefde voor elkaar bezingen, maar ook de tragiek, naderend onheil en vermoedens van de dood. Een lang orkestraal tussenspel leidt dan naar het ‘Lied van de woudduif’.

Het korte tweede deel telt slechts één lied waarin de waanzinnig geworden Waldemar God aanklaagt en beschuldigt van wreedheid.

In het derde deel roept Waldemar zijn omgekomen strijders op om op te staan uit hun graven. Met woeste kreten draven zij op hun paarden rond kasteel Gurre en jagen zo een angstaanjagende storm aan, in het orkest uitgebeeld met en rammelende kettingen en in het koor met luid geschreeuw. Pas de eerste stralen van de opkomende zon laten de horde van ‘ondoden’ wegsmelten en naar hun graf terugkeren. Tijdens de storm treden nog een angstige boer en een nar genaamd Klaus op. Een kalm orkestraal tussenspel leidt naar een melodrama met gesproken tekst, verwant aan Pierrot lunaire, waarin Herr Gänsefuss en Frau Gänsekraut de ochtendwind becommentariëren. Daarna zwelt de muziek aan tot haar grootste volume als een indrukwekkende ode aan de zon door alle koorzangers en musici samen: ‘Seht die Sonne!’ Arnold Schönberg laat zijn Gurre-Lieder nota bene eindigen met het luidste en grootste C-groot- uit de geschiedenis. 

Biografie

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, tenor (Klaus-Narr)

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke groeide op in het Oostenrijkse Zell am See en studeerde aan de Musikhochschule in Wenen. In 1983 sloot hij zich aan bij het Landstheater Linz, later ook bij Theater Basel en het Weense Gärtnerplatztheater. Sinds zijn debuut bij de Opéra National de Paris in 1997 heeft de tenor vaak opgetreden in bijvoorbeeld La Scala in Milaan en de Metropolitan New York en op de festivals van Salzburg, Bregenz en Aix-en-Provence.

Op het Glyndebourne Festival in Engeland viel hij onder meer op met zijn gedurfde vertolking van de Heks in Humperdincks Hansel und Gretel. Andere rollen waarin hij excelleerde zijn Mime in Wagners Das Rheingold en  Herodes in Richard StraussSalomé; de laatste rol zong hij onder meer bij het Opernhaus Zürich, de Wiener Staatsoper en – onder leiding van Kirill Petrenko –  de Bayerische Staatsoper. Maar velen herinneren zich Wolfgang Ablinger-Sperrhacke ook vanwege zijn bejubelde vertolking van Klaus-Narr in Schönbergs Gurre-er door het Bergen Filharmonisch Orkest onder leiding van Edward Gardner in 2015.

Riccardo Chailly, dirigent

Riccardo Chailly was chef- van het Concertgebouworkest tussen 1988 en 2004. Terwijl hij de traditie van de grote romantische werken continueerde, zorgde hij tegelijkertijd voor een verbreding van het repertoire op het gebied van hedendaagse muziek en .

Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot conductor emeritus.

Sinds hij in april 2013 terugkeerde met drie verschillende programma’s, staat Riccardo Chailly opnieuw met regelmaat voor het Concertgebouworkest. De laatste samenwerking dateert van februari 2024, toen Schönbergs Gurre-Lie­der op het programma stond. Van 2005 tot 2016 was de Italiaan chef- van het Gewandhausorchester in Leipzig. Sinds 2015 is hij chef-dirigent van La Scala in Milaan, en sinds januari 2017 artistiek directeur. Dezelfde functie vervult hij sinds 2016 bij het Lucerne Festival Orchestra.

Riccardo Chailly is regelmatig te gast bij de belangrijkste orkesten ter wereld, zoals de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en de New York Philharmonic. leidt hij onder meer bij de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York, de Royal Opera in Londen en de Bayerische Staatsoper in München. Voor zijn meer dan 150 opnames tellende discografie kreeg hij een Gramophone Award, twee Echo Klassiks en de Diapason d’Or als Artist of the Year 2020.

Riccardo ­Chailly werd onderscheiden met de Grand’ Ufficiale della Repubblica Italiana en de zilveren erepenning van de stad Amsterdam. Hij is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en ­Cavaliere di Gran Croce van de republiek Italië.

Robert Holl, verteller

Robert Holl begon zijn bijna vijf decennia omspannende carrière met het winnen van het Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch in 1971. In München sleepte de bas-bariton een jaar later de eerste prijs in de wacht van het prestigieuze ARD Concours.

Van 1973 tot 1975 was Robert Holl vast ensemblelid van de Bayerische Staatsoper in München. Daarna was hij lange tijd vooral actief als concertzanger, waarna hij zijn aandacht verdeelde tussen symfonisch repertoire, en .

Robert Holl werd veelvuldig geëngageerd door de huizen van Berlijn, Hamburg, Brussel en Wenen en door de Bayreuther Festspiele.

In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Van 2016 tot en met 2022 was Robert Holl artistiek leider van het Internationaal Festival Zeist, waarvan hij sindsdien beschermheer is.

Zijn laatste in de was een Schubert-programma op 6 november 2018. Bij het Concertgebouworkest was hij sinds 1973 vele malen te gast, de laatste keer in 2009.

Camilla Nylund, sopraan

Camilla Nylund studeerde zang bij Eva Illes in Turku en aan het Mozarteum in Salzburg. Na een paar jaar verbonden te zijn geweest aan de Semperoper in Dresden ontwikkelde de Finse sopraan zich tot een veelgevraagde gastsoliste bij onder meer de Wiener Staatsoper, De Nationale , de Bayerische Staatsoper en de operahuizen van Zürich, Keulen, Frankfurt, Venetië en San Francisco.

In 2008 maakte ze haar debuut tijdens de Salzburger Festspiele in Dvořáks Rusalka.

Haar repertoire, waarin ’s van Wagner en Richard Strauss centraal staan, breidt ze sinds enkele jaren uit met onder meer Bergs Wozzeck en Schönbergs Erwartung.

Bij het Concertgebouworkest vertolkte Camilla Nylund in 2010 Elsa van Brabant in twee scènes uit Wagners ­Lohengrin onder leiding van Iván Fischer.

In maart 2011 soleerde ze onder leiding van Mariss Jansons in Mahlers Achtste symfonie, waarvan de opname op cd en dvd werd uitgebracht door RCO Live. In 2015 kwam de sopraan terug als Elsa van Brabant in Lohengrin, nu in de concertante uitvoering van de complete opera onder Mark Elder, bij RCO Live verschenen op cd.

Ekaterina Semenchuk, mezzosopraan

Ekaterina Semenchuk werd geboren in Minsk en studeerde in 2001 af aan het conservatorium van Sint-Petersburg. Inmiddels had ze al gedebuteerd in het Mariinski Theater en het Teatro alla Scala in Milaan en op de Salzburger Festspiele.

Als vast ensemble­lid van het Mariinski ­Theater zong Ekaterina Semenchuk in de jaren daarna rollen als Olga in ­Tsjai­kovski’s ­Jevgeni Onjegin, Blanche in Pique dame van dezelfde componist, de titelrol van Bizets Carmen en Fricka in Das Rheingold en Die Walküre van Wagner. In operahuizen in heel Europa en de Verenigde Staten vergaarde ze vooral roem met Verdi-rollen als Azucena in Il trovatore, Prinses Eboli in Don Carlo, Amneris in Aïda en Preziosilla in La forza del destino.

Ekaterina Semenchuk soleerde ook in de requiems van Mozart en Verdi, Les nuits d’été en Roméo et Juliette van Berlioz, Ravels Shéhérazade en cycli van Moesorgski en Sjostakovitsj. De uitvoeringen van Schönbergs Gurre-Lieder onder leiding van Riccardo Chailly in februari 2024 waren de eerste concerten van de mezzosopraan bij het Concert­gebouworkest.

Andreas Schager, Tenor

Andreas Schager studeerde aan de Universität für Musik in Wenen bij Walter Moore en debuteerde nog tijdens zijn studie in het Schlosstheater Schönbrunn als Ferrando in Mozarts Così fan tutte, waarna hij rollen zong in onder meer ­Frankfurt, Amsterdam en Keulen. Aanvankelijk zong de Oostenrijkse tenor vooral s. De overstap naar het heldentenorrepertoire kwam met zijn hooggeprezen optreden als David in Wagners Die Meistersinger von Nürnberg tijdens de Tiroler Festspiele in 2009.

Al snel vertolkte hij Florestan in Beethovens Fidelio, Max in Webers Der Freischütz en Erik in Wagners Der fliegende Holländer. Andreas Schager specialiseerde zich vervolgens in Wagner met de titelrollen van Rienzi en Parsifal, Siegfried in zowel Siegfried als Götterdämmerung en Tristan in Tristan und Isolde.

Hij maakte furore in de grote huizen van Berlijn, Madrid, Milaan en Bayreuth en bij de BBC Proms. Zijn concertrepertoire bevat Mahlers Das Li­ed von der Erde en Beethovens Negende symfonie. Andreas Schager debuteert bij het Concertgebouworkest.

Wolfgang Koch, Bas

Wolfgang Koch leerde het vak aan de Hochschule für Musik und Theater in München en studeerde verder bij Josef Metternich en bij Gianni Raimondi. Na drie jaar als vast ensemblelid van de Staatsoper in Stuttgart begon hij een succesvolle freelance-carrière.

De bas-bariton staat vooral bekend om zijn vertolkingen van Wagner-rollen als Wotan en Alberich in Der Ring des Nibelungen, Hans Sachs in Die Meistersinger von Nürnberg, de Holländer in Die fliegende Holländer, Amfortas in Parsifal en Kurwenal in Tristan und Isolde.

Ook had hij veel succes als Michele in Puccini’s Il trittico bij de Bayerische Staatsoper – waar hij Kammersänger is – en als Barak in Richard StraussDie Frau ohne Schatten. Bij de Wiener Staatsoper zong hij recent de titelrol van Verdi’s Falstaff, bij de Oper Frankfurt was hij te horen als Telramund in Wagners Parsifal, en in Parijs in BrahmsEin deutsches Requiem.

Bij het Concertgebouworkest maakt Wolfgang Koch zijn debuut.

Laurens Symfonisch, koor

Laurens Symfonisch, onderdeel van de Rotterdamse ‘koorfamilie’ Laurens Vocaal, is een jong symfonisch koor en staat onder artistieke leiding van Wiecher Mandemaker. Sinds 2010 hebben de zangers veel succes geboekt met hun symfonische projecten.

Vaste samenwerkingspartners zijn het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Concertgebouworkest en het Residentie Orkest.

Voor de liveopname uit 2018 van Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher in samenwerking met het Concertgebouworkest ontving het koor de International Classical Music Award in de categorie koormuziek.

In Het Concertgebouw was Laurens Symfonisch in 2023 te horen in Mahlers Tweede symfonie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Lahav Shani. In datzelfde jaar werkte het koor bij het Concertgebouworkest ook mee aan de wereldpremière van Tan Duns Requiem for Nature en Mahlers Derde symfonie geleid door Klaus Mäkelä. Het keerde in 2024 terug voor Schönbergs Gurre-Li­eder, uitgevoerd door het Concertgebouworkest en Riccardo Chailly.

Groot Omroepkoor, koor

Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.

Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.

Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het ­programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.

Chor des Bayerischen Rundfunks

Het in 1946 opgerichte Chor des Bayerischen Rundfunks behoort tot de weinige professionele koren in Beieren en is een van de zeven radiokoren van de Duitse nationale zender ARD. Het heeft sinds 1998 zijn eigen concertserie in München en werd tussen 2003 en 2019 tot grote hoogte gestuwd toen het samen met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding stond van Mariss Jansons. Chef- vanaf het huidige seizoen is Simon RattlePeter Dijkstra is artistiek leider.

Het repertoire bestrijkt alles van middeleeuwse motetten tot nieuwe composities en van oratoria tot ’s met en op de grote vocaalsymfonische werken, hedendaagse muziek en samenwerkingen met oudemuziekensembles als Il Giardino Armonico en de Akademie für Alte Musik Berlin.

De laatste jaren is het koor vaak te horen op de grote Europese festivals en in samenwerkingen met onder meer de Berliner en Wiener Philharmoniker.

In 2011 werkte het Chor des Bayerischen Rundfunks met het Concertgebouworkest in Mahlers Achtste symfonie onder leiding van Mariss Jansons, op cd en dvd uitgebracht door RCO Live.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest