Renée Fleming zingt Schumann en Richard Strauss
Wereldberoemde Zangers 20.15 uur
Renée Fleming sopraan
Hartmut Höll piano
Robert Schumann 1810-1856
Frauenliebe und -leben, op. 42 (1840)
Seit ich ihn gesehen
Er, der Herrlichste von allen
Ich kann’s nicht fassen, nicht glauben
Du Ring am meinem Finger
Helft mir, ihr Schwestern
Süsser Freund, du blickest mich verwundert an
An meinem Herzen, an meiner Brust
Nun hast du mir den ersten Schmerz getan
Sergej Rachmaninoff 1873-1943
V molchan’i nochi taynoy (‘In de stilte van de geheime nacht’)
Ne poy, krasavitsa, pri mne (‘Zing niet voor mij, mooi meisje’)
uit ‘Zes liederen’, op. 4 (1890-93)
Rechnaya lileya (‘De waterlelie’)
uit ‘Zes liederen’, op. 8 (1893)
Sumerki (‘Schemering’)
uit ‘Twaalf liederen’, op. 21 (1902)
Vesenniye vodï (‘Lentebeekjes’)
uit ‘Twaalf liederen’, op. 14 (1896)
pauze
Henri Dutilleux 1916-2013
Le temps l’horloge (2006-09)
Le temps l’horloge
Le masque
Dernier poème
Interlude
‘Enivrez-vous’
Richard Strauss 1864-1949
Das Bächlein (1933)
uit ‘Drie Lieder’, op. 88
Ruhe, meine Seele (1894)
uit ‘Vier Lieder’, op. 27
Allerseelen (1885)
uit ‘Acht Gedichte aus ‘Letzte Blätter’’, op. 10
Meinem Kinde (1897)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 37
Liebeshymnus (1896)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 32
Die heiligen drei Könige aus Morgenland (1903-06)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 56
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
Robert Schumann 1810-1856
Frauenliebe und -leben
Tekst: Henriette Sanders
Adelbert von Chamisso laat in de gedichtencyclus Frauenliebe und -leben uit 1830 een bijzondere vrouw aan het woord, die sterk is door haar liefde voor haar echtgenoot. In het eerste , Seit ich ihn gesehen, beschrijft zij het zien van haar aanbedene alsof zij in de zon gekeken heeft. Het lied staat in een sarabande-, zoals zo veel liederen waarin met een soort pas op de plaats iets kosmisch aanschouwd wordt.
Na het jubelende Er, der Herrlichste von allen lijkt het wat vreemd dat Ich kann’s nicht fassen – het lied waarin zij niet kan geloven dat zij zijn uitverkorene is – in staat. Het sterke affect van mineur brengt de aan de dood grenzende droomstemming tot uitdrukking. Het lied eindigt met een verrassende wending naar .
Zowel in Du Ring an meinem Finger en in de bruidsmars Helft mir, ihr Schwestern klinken de herhalingsfiguren uit Er, der Herrlichste von allen, wanneer de ‘ik’ over haar toewijding aan de geliefde zingt. In een langzaam tempo verschijnen ze ook in het contemplatieve Süsser Freund, wanneer zij op het punt staat haar man te vertellen dat zij zwanger is.
In het vrolijke An meinem Herzen, an meiner Brust beschouwt zij de moederliefde als een privilege van de vrouw. Het is heel uitzonderlijk dat er in dit e gedicht gewag van gemaakt wordt dat de vrouw haar kind zoogt. Nun hast du mir den ersten Schmerz getan is recitativisch gezet. Als reactie op de dood van haar echtgenoot trekt de vrouw zich terug in haar eigen wereld van herinnering; in het naspel herleeft het eerste van de cyclus.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Liederen
Tekst: Aad van der Ven
Een half dozijn eren had Rachmaninoff in een lade opgeborgen toen hij, 17 jaar oud, de tijd rijp achtte om met een nieuwe bundel een uitgever op te zoeken. Hij had toen al een pianoconcert en enkele pianostukken op zijn naam staan.
V molchan’i nochi taynoy (‘In de stilte van de geheime nacht’) en Ne poy, krasavitsa, pri mne (‘Zing niet voor mij, mooi meisje’) maken deel uit van dit zestal liederen op gedichten van Poesjkin, Tolstoj en enkele minder bekende auteurs. Opmerkelijk in het laatstgenoemde lied is de oriëntaalse kleur à la Borodin (Vorst Igor) dankzij de sierlijke melodische guirlandes.
Het aandeel van de piano hier en in Rechnaya lileya (‘De waterlelie’; vrij naar Heinrich Heine) heeft nog niet de weelderigheid die Rachmaninoffs latere begeleidingen zo individueel zou maken. Zijn superioriteit als pianist komt wel naar voren in de meeslepende klavierpartij van Vesenniye vodï (‘Lentebeekjes’), dat drie jaar later ontstond.
De zanger(es) wordt hier omgeven door een stroom van extatische klanken wanneer de natuur bij de eerste tekenen van de lente weer tot leven komt. Waarschijnlijk kwam niet eerder een pianist met zoveel woest temperament de kunst binnenstormen. Dat de donkere kant van het leven in Rachmaninoffs muziek bleef domineren blijkt onder meer uit de overigens zeer gevarieerde cyclus 21, met hier Sumerki (‘Schemering’) als voorbeeld.
Henri Dutilleux 1916-2013
Le temps l'horloge
Tekst: Joke Dame
Henri Dutilleux was al over de negentig toen hij viel voor de stem van de Amerikaanse sopraan Renée Fleming en een cyclus voor haar schreef: Le temps l’horloge. Aanvankelijk bestond de cyclus (voor sopraan en orkest of piano) uit drie liederen, op teksten van Jean Tardieu (1 en 2) en Robert Desnos (3), die met elkaar verbonden waren door de notie ‘space-time’, het natuurkundig concept dat ruimte en tijd opvat als een continuüm.
Het eerste , Le temps l’horloge, speelt met het idee van waarneembare tijd – zoals bij een staand uurwerk met zijn kettingen en tandwielen – tegenover onzichtbare tijd, die ‘geluidloos in ons verstrijkt als een dief in de nacht’. In het tweede lied, Le masque, wordt het surrealistische droombeeld opgeroepen van een enorm masker in de woestijn. Het mistroostige derde lied, Dernier poème, is een ontroerend lamento.
Later voegde de componist een vierde lied toe, voorafgegaan door een instrumentaal tussenspel, Interlude, dat een radicale stemmingswisseling voorbereidt. Want het vierde lied, op tekst van Charles Baudelaires prozagedicht ‘Enivrez-vous’, besluit de cyclus met de uitdagende aansporing om goed dronken te worden, en te blijven, als je tenminste niet de slaaf wilt zijn van de terneerdrukkende tijd. Dronken dus, ‘aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt’.
Richard Strauss 1864-1949
liederen
Tekst: Aad van der Ven
‘Eigenlijk houd ik het meest van mijn eren’, zei naar verluidt de oude Richard Strauss ooit tegen de bariton Hans Hotter. Toch besloot de gevierde componist rond 1906 de liedkunst de rug toe te keren om zich op te kunnen concentreren.
Al kan dat ook te maken hebben gehad met de beslissing van zijn vrouw, zangeres Pauline de Ahna, om toentertijd haar carrière te beëindigen. Met haar had Strauss als pianist op talloze podia zijn liederen ten gehore gebracht. Twaalf jaar en drie opera’s verder verschenen toch weer enkele liederen van zijn hand. Hij liet er in totaal ruim tweehonderd na, deels voorzien van een orkestbegeleiding.
Das Bächlein uit 1933 behoort tot zijn minder bekende liederen. Misschien ook doordat het, ondanks de genoeglijk kabbelende muziek, een donkere bladzijde in het leven van de componist vertegenwoordigt. Al dan niet op eigen initiatief – de lezingen lopen uiteen – werd Strauss in datzelfde jaar 1933 benoemd tot voorzitter van de Reichsmusikkammer. Het lied, met zijn frisse, ongecompliceerde muziek, is opgedragen aan ‘Herrn Reichsminister Dr. Joseph Goebbels’.
Ronduit pijnlijk in dit verband is het slot van de aan Goethe toegeschreven tekst: ‘Der mich gerufen aus dem Stein der, denk ich, wird mein Führer sein’, waarbij de woorden ‘mein Führer’ twee maal herhaald worden. Overigens stond de componist zijn plaats als voorzitter weer snel af. Bekend is dat hij gruwde van de maatregelen tegen joodse kunstenaars.
Als dertigjarige schreef Strauss de vier eren 27 bij wijze van huwelijksgeschenk voor Pauline. De tekst van Ruhe, meine Seele is van Karl Henckell, een radicale socialist, ook de auteur van Liebeshymnus (1896). Van Henckells politieke ideeën valt niets te merken in diens liefdespoëzie. In Ruhe, meine Seele zweeft de stem vrij boven de hoofdzakelijk statische begeleiding, die soms een sombere ondertoon heeft.
In 1885 schreef de 21-jarige componist enkele liederen die hij – voor het eerst – goed genoeg achtte om te publiceren. Van het achttal, waarvoor Strauss gedichten koos van Hermann von Gilm, een literator uit Tirol, is Allerseelen het bekendst geworden. We zouden hier van een liefdeslied kunnen spreken als de opgeroepen beelden niet gepaard gingen met verwijzingen naar grafbloemen en een kerkhof.
Meinem Kinde is een wiegelied, in 1897 ontstaan toen Pauline het leven schonk aan zoon Franz Alexander (voor intimi Bubi). Dit is Strauss’ enige lied op een gedicht van Gustav Falke, die net als Henckell tot een groep linkse kunstenaars behoorde. De soepele vocale lijnen lopen vooruit op de sentimenten van de challin in de twaalf jaar later ontstane Der Rosenkavalier.
Die heiligen drei Könige aus Morgenland is een van Strauss’ weinige liederen met een religieus onderwerp. Eerst ontstond een versie met orkest, korte tijd later met pianobegeleiding. De componist laat de drie koningen langzaam naderbij komen. Zelfs het schreien van het pasgeboren kind – overigens duidelijker te horen in de schrille klanken van de orkestversie – wordt ons niet onthouden. Een jaar later zou Bubi een plaats krijgen in de omvangrijke Symphonia Domestica, een muzikale impressie van het huishouden van het gezin Strauss.
Biografie
Renée Fleming, sopraan
Renée Fleming vergaarde wereldwijde roem met haar vocale optredens in , theater en op het concertpodium. In 2013 kreeg ze van president Obama de National Medal of Arts. Ze trad op bij evenementen als de Nobelprijsuitreiking, het diamanten jubileum van Queen Elizabeth II en de Super Bowl. Ze werkte mee aan filmsoundtracks als die van The Shape of Water en The Lord of the Rings.
In 2018 kreeg de Amerikaanse sopraan in Nederland de Edison Klassiek Oeuvreprijs, en werd ze genomineerd voor een Tony Award voor haar rol in de musical Carousel. In 2020 lanceerde ze de webserie Music and Mind LIVE waarin ze verbanden legt tussen muziek, gezondheid en het brein.
In 2023 werd Renée Fleming door de World Health Organization benoemd tot Goodwill Ambassador for Arts and Health, en in april 2024 verscheen haar boek Music and Mind: Harnessing the Arts for Health and Wellness. Dat jaar won ze voor haar album Voice of Nature: the Anthropocene haar vijfde Grammy Award.
Recente successen waren haar vertolking van Pat Nixon in Adams’ Nixon in China bij de Opéra de Paris en haar optreden in The Hours bij de Metropolitan Opera in New York. Dit jaar werd ze lid van de Global Arts and Culture Council van het World Economic Forum. De zangeres was tot voor kort artistiek adviseur van het Kennedy Center for the Performing Arts, en is co artistiek leider van het Aspen Opera Theater en speciaal adviseur voor de LA Opera.
In 2021 zong ze Messiaens Poèmes pour Mi bij het Concertgebouworkest onder leiding van Daniel Harding. s in de gaf ze in 2016, 2019 en 2023.
Hartmut Höll, piano
De Duitse pianist Hartmut Höll studeerde in Stuttgart, Milaan en München en maakte zijn debuut begin jaren 1970. Sinds die tijd deelde hij het podium regelmatig met zijn vrouw, de mezzosopraan Mitsuko Shirai. Het duo won prijzen tijdens concoursen in bijvoorbeeld Wenen, Zwickau en ’s-Hertogenbosch, trad wereldwijd op en maakte opnamen van eren van onder anderen Mozart, Brahms, Wolf, Berg en Ullman.
Hartmut Höll musiceerde ook veelvuldig met de legendarische bariton Dietrich Fischer-Dieskau, gedurende de laatste tien jaar van diens leven. Een ander nauw samenwerkingsverband heeft Hartmut Höll met altvioliste Tabea Zimmermann; met haar nam hij onder meer s van Brahms en Sjostakovitsj op. Sinds 2001 musiceert Hartmut Höll veelvuldig met Renée Fleming. Tevens werkte hij met vocalisten als Hermann Prey, Christoph Prégardien, Peter Schreier en Thomas Hampson.
De pianist neemt geregeld zitting in concoursjury’s, geeft wereldwijd masterclasses en is daarnaast vast verbonden aan de Musikhochschule in Karlsruhe. In Stuttgart was hij gedurende 22 jaar – tot 2007 – artistiek leider van de Internationale Hugo Wolf Akademie. Het vorige optreden van Hartmut Höll in Het Concert-gebouw was op 30 maart 2016, toen hij met Renée Fleming werken uitvoerde van Schumann, Rachmaninoff, -Dutilleux en Richard Strauss.

