Renée Fleming en Evgeny Kissin: Schubert, Liszt, Rachmaninoff en Duparc

Renée Fleming sopraan
Evgeny Kissin piano

Dit concert wordt voorzien van boventiteling.

Franz Schubert (1797-1828)

Suleika I, D 720 (1821)
Die Vögel, D 691 (1820)
Nur wer die Sehnsucht kennt, D 877/4 (1826)
Rastlose Liebe, D 138 (1815)

Franz Liszt (1811-1886)

Sposalizio, S 161/1 (1849)
uit ‘Années de pèlerinage, ­deuxième année, Italie’
voor piano solo

Valse oubliée nr. 1, S 215/1 (1881)
uit ‘Valses oubliées’ voor piano solo

Freudvoll und Leidvoll,
S 280/1 (1844)
Über allen Gipfeln ist Ruh,
S 306/2 (1859)
Im Rhein, im schönen Strome
S 272/1 (1840)

pauze ± 21.00 uur

Serge Rachmaninoff (1873-1943)

Seringen 
uit ‘Twaalf liederen’, op. 21 (1902)
Een droom
uit ‘Zes liederen’, op. 38 (1916)

Mélodie
Sérénade 
uit ‘Morceaux de fantaisie’, op. 3 (1892)
voor piano solo

Franz Liszt

S’il est un charmant gazon, 
S 284/1 (1844)
Oh! Quand je dors
S 282/1 (1842)

Henri Duparc (1848-1933)

Extase (1874)
Le manoir de Rosamonde (1879)

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Schubert

De honderden eren die Schubert in zijn korte leven heeft geschreven zijn bijzonder divers, wat ook blijkt uit de kleine selectie die Fleming en Kissin ten gehore brengen. Die Vögel is een onbezorgde miniatuur: terwijl de vogels in de tekst het aardse geploeter van mensen met de nodige minachting bezien, toont Schubert ons hoe de mens hun lichtvoetigheid in de kunst wél kan benaderen.

Geconcentreerd luisteren is een must, want de magie is soms voorbij voor je het weet.

De andere drie liederen zijn veel emotioneler van karakter. Suleika, op een gedicht uit Goethes West-­Östliche Divan (maar vermoedelijk geschreven door zijn vriendin en inspiratiebron Marianne von Willemer), heeft een constante beweging in de begeleiding die zowel de Oostenwind als Suleika’s verlangen naar haar geliefde symboliseert; en als die wind in de laatste strofe tot stilstand komt, blijft alleen het gemis nog over.

De pijn van de liefde is ook het van het door en door droevige Nur wer die Sehnsucht kennt (gezongen door het raadselachtige meisje Mignon in Goethes Wilhelm Meister-­romans), terwijl het geagiteerde Rast­lose Liebe de zaken vanuit een andere perspectief bekijkt: liever gewoon lijden dan al dat complexe gesmacht.

Toelichting

door Rutger Helmers

Sopraan Renée Fleming en pianist Evgeny Kissin, twee musici van wereldfaam die ieder op hun eigen terrein absolute grootheden zijn, komen met een bijzonder breed programma, dat zowel het Duitse , de Franse mélodie als de Russische romans omvat en chronologisch reikt van de vroegste tot de ­nadagen van het Russische Tsarenrijk.

Het oeuvre van twee van de componisten op het programma, Franz Schubert en Henri Duparc, is onlosmakelijk verbonden met hun liederen, terwijl de twee andere, Franz Liszt en Serge Rachmaninoff, boven alles als pianisten te boek staan, wat natuurlijk koren op de molen is voor een als Kissin, maar nog niet betekent dat hun liederen onderdoen voor die van de eerste twee.

De ’s die aan bod komen zijn gevarieerd – natuur, dromen, dood, verlangen – maar ook op allerlei manieren met elkaar verknoopt waardoor zij samen een fraaie eenheid vormen. Wat de werken op het programma ook karakteriseert is beheersing: het meesterschap van hun scheppers uit zich onder meer in hun ingetogenheid en de zorgvuldige afweging van de muzikale middelen.

Sommige van de mooiste – Schuberts Nur wer die Sehnsucht kennt, Liszts Über allen Gipfeln ist Ruh, of Rachmaninoffs Siren’ – passen gemakkelijk op twee of drie kantjes bladmuziek. Geconcentreerd luisteren is een must, want de magie is soms voorbij voor je het weet.

Liszt

Het erenoeuvre van Franz Liszt is door Alan Walker wel gekarakteriseerd als de ‘ontbrekende schakel tussen Schumann en Wolf’; in dit functioneert hij even gemakkelijk als schakel tussen Schubert, Duparc en Rachmaninoff. Twee van de liederen van Liszt op dit programma zijn op teksten van Goethe. Met zijn keuze voor deze teksten begaf hij zich welbewust op het terrein van Schubert, die dezelfde gedichten eveneens op muziek had gezet.

Ook op het gebied van , zoals de wisselingen van en die de tekst van Freudvoll und leidvoll illustreren, was Liszt schatplichtig aan zijn Weense voorganger. Hij voerde diens vernieuwingen wel een stuk verder door. Zijn voorliefde voor harmonisch experiment komt nadrukkelijk naar voren in Über allen Gipfeln ist Ruh: vrijwel elk is daar weer een nieuwe wending, wat deze verstilde zetting niet alleen bijzonder expressief maakt, maar ook een uitdaging voor de zangeres, die het harmonische fundament voortdurend onder zich voelt verschuiven.

De kosmopoliet Liszt liet zich overigens niet door de Duitse traditie beperken en componeerde onder andere ook in het Frans. Zijn zettingen van Victor Hugo ademen een andere sfeer, met een warmte en sprankelende begeleiding om deze liefdespoëzie tot leven te wekken.

Rachmaninoff

De eren van Rachmaninoff hebben een onmiskenbaar eigen stijl en betoverende klankwereld. In Siren’ (Seringen) is de sfeer sereen, vredig, onverstoorbaar bijna; het diepe ongeluk van de hoofdpersoon, wier liefde voor seringen als haar enige troost geldt, breekt slechts op twee momenten door, terloops, maar met een onuitwisbare indruk.

Son (Een droom), een ode aan de magische wereld van de slaap, heeft een vergelijkbaar verstilde sfeer en concentreert zich zoals wel meer liederen van Rachmaninoff volledig op dat ene moment van onpeilbare schoonheid, in dit geval halverwege de tweede strofe, dat de zwaartekracht even lijkt op te heffen.

Duparc

De bijzonder zelfkritische Duparc, die vanwege een slopende ziekte het componeren voor zijn veertigste levensjaar moest opgeven, heeft maar een klein oeuvre nagelaten. Niettemin wist deze student van César Franck het genre van de Franse ­mélodie met zijn zeventien bewaard gebleven eren een nieuwe impuls te geven. Niet zelden wijst men daarbij op de invloed van Richard Wagner. ­Duparcs Extase is wel beschreven als ‘een van de beste stukken Tristan die niet door Wagner geschreven is’.

Bij Duparc, net als bij Goethe, is de liefde tegelijkertijd een kwelling, een zegen en onze diepste drijfveer

Het verband is inderdaad snel gelegd: de muziek kent een harmonische rijkdom, en geheel in lijn met Tristan und Isolde wordt de morbide beeldspraak in de tekst gekoppeld aan sensueel genot. Dit doet niets af aan de eigenheid en originaliteit van Duparcs werk. Le manoir de Rosamonde tot slot, is een van zijn meer dramatische liederen, waarin de vruchteloze zoektocht naar de ware liefde wordt vervloekt. Zo is bij Duparc, net als bij Goethe, de liefde tegelijkertijd een kwelling, een zegen en onze diepste drijfveer.

Biografie

Renée Fleming, sopraan

Renée Fleming vergaarde wereldwijde roem met haar vocale optredens in , theater en op het concertpodium. In 2013 kreeg ze van president Obama de National Medal of Arts. Ze trad op bij evenementen als de Nobelprijsuitreiking, het diamanten jubileum van Queen Elizabeth II en de Super Bowl. Ze werkte mee aan filmsoundtracks als die van The Shape of Water en The Lord of the Rings.

In 2018 kreeg de Amerikaanse sopraan in Nederland de Edison Klassiek Oeuvreprijs, en werd ze genomineerd voor een Tony Award voor haar rol in de musical Carousel. In 2020 lanceerde ze de webserie Music and Mind LIVE waarin ze verbanden legt tussen muziek, gezondheid en het brein.

In 2023 werd Renée Fleming door de World Health Organization benoemd tot Goodwill Ambassador for Arts and Health, en in april 2024 verscheen haar boek Music and Mind: Harnessing the Arts for Health and Wellness. Dat jaar won ze voor haar album Voice of Nature: the Anthropocene haar vijfde Grammy Award.

Recente successen waren haar vertolking van Pat Nixon in Adams’ Nixon in China bij de Opéra de Paris en haar optreden in The Hours bij de Metropolitan Opera in New York. Dit jaar werd ze lid van de Global Arts and Culture Council van het World Economic Forum. De zangeres was tot voor kort artistiek adviseur van het Kennedy Center for the Performing Arts, en is co artistiek leider van het Aspen Opera Theater en speciaal adviseur voor de LA Opera.

In 2021 zong ze Messiaens Poèmes pour Mi bij het Concertgebouworkest onder leiding van Daniel Harding. s in de gaf ze in 2016, 2019 en 2023.

Evgeny Kissin, piano

Evgeny Kissin begon met pianospelen kort na zijn tweede verjaardag. Vanaf zesjarige leeftijd kreeg hij aan de Gnessin Muziekschool in zijn geboorteplaats Moskou les van Anna ­Pavlovna Kantor. Zij bleef zijn enige lerares; toen ze in 2021 overleed droeg hij aan haar zijn cd The Salzburg op, met bijna twee uur aan live-opnames van de Salzburger Festspiele inclusief werken van Berg, Chopin, Gershwin, Chrennikov en Kissin zelf.

Als twaalfjarige had de pianist met de uitvoering van Chopins beide pianoconcerten – met het Moskous Philharmonisch Orkest – de interna­tionale aandacht op zich gevestigd. De plaatopname ervan werd zo populair, dat al gauw een reeks andere lp’s en cd’s volgde. Na zijn eerste optreden buiten Rusland in 1985 reisde Evgeny Kissin naar Japan (1986), West-Europa (1987) en Noord-Amerika (1990; New York Philharmonic onder leiding van Zubin Mehta).

Zijn Nieuwjaarsconcert met de ­Berliner Philharmoniker onder Herbert von ­Karajan in 1988 werd internationaal op tv uitgezonden en uitgebracht op cd, en in 1990 debuteerde hij op de BBC Proms. In 1995 was hij Instrumentalist of the Year van Musical America en voor zijn disco­grafie zou de pianist onder meer een ­Edison Klassiek, diverse Grammy Awards en een Diapason d’Or winnen. Evgeny Kissin werd veelvuldig onderscheiden, heeft eredoctoraten van onder meer de Manhattan School of Music en Hong Kong University, en publiceerde in 2017 zijn autobiografie Memoirs and ­Reflec­tions.

Zijn debuut bij het Concertgebouw­orkest maakte hij in 1988 met het Tweede pianoconcert van Chopin. De laatste samenwerking dateert van september 2018 – het Eerste pianoconcert van Liszt; zijn laatste optreden in de was een op 18 juni 2024.