RCO Opening Night - Inauguratie Daniele Gatti
Dit concertprogramma wordt u gratis aangeboden door Preludium. Wilt u het hele jaar gebruikmaken van digitale concertprogramma's? Bekijk hier de mogelijkheden.
RCO Opening Night
Inauguratie Daniele Gatti als
chef-dirigent van het
Koninklijk Concertgebouworkest
18.00 uur walking dinner
20.15 uur concert
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Christian Gerhaher bariton
JeugdOrkest Nederland
Jurjen Hempel instudering
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Ouverture ‘Egmont’, op. 84 (1810)
Side by Side met JeugdOrkest Nederland
Franz Schubert 1797-1828
Entr’acte nr. 3 in Bes gr.t. uit ‘Rosamunde’, D 797 (1823)
Gustav Mahler (1860-1911)
Lieder eines fahrenden Gesellen (1883-85)
Wenn mein Schatz Hochzeit macht
Ging heut’ morgens übers Feld
Ich hab’ ein glühend Messer
Die zwei blauen Augen
pauze
Ottorino Respighi 1879-1936
Fontane di Roma (1916)
La fontana di Valle Giulia all’alba
La fontana del Tritone al mattino
La fontana di Trevi al meriggio
La fontana di Villa Medici al tramonto
Giuseppe Verdi 1813-1901
Ouverture ‘I vespri siciliani’ (1855)
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur
Dit concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4 en is live te zien via de televisiezender Mezzo.
Toelichting
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Ouverture 'Egmont'
Tekst: Aad van de Ven
Bekend is dat Ludwig van Beethoven een enorme bewondering had voor Goethe. En dat die bewondering niet wederzijds was. In elk geval moest de grote componist, die sympathiseerde met revolutionaire denkbeelden, zich wel aangetrokken voelen tot Goethe’s drama over een belangrijke verzetsheld uit de Nederlanden.
'Trouwens, toneelstukken en ’s waarin helden in opstand kwamen tegen wrede onderdrukkers waren destijds sowieso in de mode. Zie ook Beethovens opera Fidelio, waarin Leonore haar Florestan uit de gevangenis bevrijdt. De ‘Leonore’ van graaf Egmont heet Clärchen. Maar zij kan niet verhinderen dat haar geliefde tijdens de Tachtigjarige Oorlog door soldaten van de Spaanse hertog van Alva op de Grote Markt in Brussel ter dood wordt gebracht.'
Beethoven ontving in 1809 het verzoek dit toneelstuk van Goethe van passende muziek te voorzien. De ouverture geeft in een notendop de inhoud van het drama weer. Zo toont de begin-episode door middel van en als vuistslagen de onverzettelijkheid van de wrede machthebber.
Hierop volgt een dat zowel de strijdlust van Egmont als de toewijding van zijn geliefde lijkt te beschrijven. De executie gaat niet zoals bij Berlioz twintig jaar later (Symphonie fantastique) gepaard met tromgeroffel, maar met twee hoge noten van de strijkers aan het einde van een frase, gevolgd door stilte.
De strijd gaat echter door. Jubelende klanken brengen vervolgens de boodschap over dat de overwinning die de held niet meer heeft mogen meemaken nabij is.
Franz Schubert 1797-1828
Rosamunde
Franz Schubert leefde te kort om zijn ambities als componist voor het theater – hetzij met , hetzij met toneelmuziek – te kunnen realiseren. In het bijzonder zijn laatste voltooide opera Fierrabras (1823, maar pas in première gebracht in 1897) laat zien dat zijn creativiteit in dit genre nog niet was uitgeput.
Eén van zijn vrienden haalde Schubert in 1823 over muziek te schrijven bij het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Cypern van Helmine von Chézy. Het stuk zelf – niet veel zaaks volgens tijdgenoten – is verloren gegaan.
Maar Schuberts muziek heeft de eeuwige jeugd, terwijl toch bekend is dat deze haastwerk was. Omdat hij in tijdnood verkeerde ontleende Schubert het meeste materiaal aan eerder ontstane composities van eigen hand.
Het hoofdthema van het orkestrale tussenspel na de derde acte horen we ook in het langzame variatiedeel van Schuberts Strijkkwartet in a klein, D 804, dat van dezelfde periode dateert. Voor het tussenspel koos hij een ABACA-vorm, dus met tweemaal een herhaling van de beginepisode, afgewisseld door twee contrasterende delen in de vorm van korte ‘conversaties’ tussen de diverse .
Gustav Mahler 1860-1911
lieder eines fahrenden gesellen
Het oeuvre van veel dichters, componisten en andere kunstenaars in de Duitse telt nogal wat sombere reizigers. Vaak dolen zij wanhopig rond, troost zoekend in de natuur, in veel gevallen na te zijn afgewezen door degene op wie zij hun zinnen hadden gezet (zie ook Schuberts Winterreise).
‘Lenz ist ja vorbei! Alles Singen ist nun aus!’, aldus de in de steek gelaten minnaar in Mahlers er eines fahrenden Gesellen, een cyclus waarvoor de componist zelf ook de teksten vervaardigde. ‘Die zwei blauen Augen’ waarvan herhaaldelijk sprake is kende Gustav Mahler uit eigen ervaring. De bevallige sopraan Johanna Richter die hij op handen droeg maar die hem niet zag zitten had inderdaad, zo beweren tijdgenoten, blauwe ogen.
De teleurgestelde minnaar trekt zich in het eerste terug in zijn donkere kamertje, wanneer hij te weten is gekomen dat de vrouw van zijn dromen zich voorbereidt op een huwelijk met een ander. Dan besluit hij er op uit te trekken. Maar – ‘O Weh! O weh!’ – hij zinkt steeds meer weg in zelfbeklag.
Aan het einde zoekt hij rust bij een linde, de boom die meer romantische kunstenaars – zie Schubert – wist te inspireren. Hoewel de cyclus losstaat van Des Knaben Wunderhorn, een langere door Mahler in dezelfde periode gecomponeerde serie liederen gebaseerd op anonieme Duitse volkspoëzie, is de literaire en muzikale verwantschap duidelijk. Elementen uit de Lieder eines fahrenden Gesellen keren op hun beurt terug in Mahlers Eerste symfonie.
Ga naar de zangteksten
Ottorino Respighi 1879-1936
Fontane di roma
Afgezien van Richard Strauss, die een orkest als schapen kon laten blaten en als windmolens kon laten draaien (Don Quichotte), beheerste geen componist de kunst van het muzikale realisme beter dan de Italiaan Ottorino Respighi.
Zijn liefde voor de stad Rome drukte hij uit in een aantal symfonische gedichten – voorbeelden van een kleurrijk, bruisend impressionisme, aangelengd met Italiaans cantabile – waarvan Fontane di Roma tot de meest geraffineerde behoort.
Elk van de vier delen is gewijd aan een bepaalde fontein, hier vastgelegd op even zoveel momenten van de dag. De fontein van de Villa Giulia is gehuld in ochtendnevels en bevindt zich in een pastoraal landschap, waarbij een schaapsherder zijn kudde leidt.
Wanneer plotseling s zich laten horen boven trillende orkestklanken bevinden we ons bij de Tritonfontein, waar waterstralen als jongleurs over elkaar heen springen. De Trevifontein is statiger, wat ook blijkt uit het mfantelijke karakter van de muziek.
De componist zag hier een stoet voor zich, geleid door Neptunus, god van het water. In gezelschap van zijn volgelingen paradeert hij onder de stralende middagzon. De zon daalt wanneer de fontein van de Villa Medici zichtbaar wordt. Vogels laten nog even hun stem horen. Dan valt de stilte van de nacht.
Giuseppe Verdi 1813-1901
ouverture ‘i vespri siciliani’
Dat Giuseppe Verdi uitgerekend een verhaal over de Franse bezetting van Sicilië, begin dertiende eeuw, koos voor een opdracht van de Parijse Opéra is opmerkelijk. Daarin delven de Fransen immers het onderspit, afgeslacht als zij worden door een grote groep Siciliaanse burgers op een vredig lijkende paaszondag in Palermo.
De tekstschrijvers Eugène Scribe en Charles Duveyrier koppelden dit authentieke stukje geschiedenis aan een fictief verhaal over de jonge Arrigo, een vrijheidsheld die tot zijn ontsteltenis te horen krijgt dat hij de zoon is van de Franse gouverneur. Hij kan een aanslag op deze man die zijn aartsvijand was voorkomen, maar de revolutie is onafwendbaar.
Het aanvankelijke succes van het werk hield geen stand, anders dan bij de ’s van Verdi die er direct aan voorafgingen (Il trovatore, La traviata). Niettemin wordt de contrastrijke ouverture nog wel eens gespeeld. Diverse ën die in de opera verbonden zijn met de centrale personages komen hier voorbij, soms strijdvaardig, inclusief militant tromgeroffel, soms breedvoerig . De ouverture biedt volop het revolutionair elan waarmee Verdi zijn patriottische landgenoten de barricaden op joeg.
Download dit programma als PDF.
Bezoekt u regelmatig Het Concertgebouw? Onder 'abonnee worden' kunt u kiezen voor onbeperkte toegang tot alle concertprogramma’s op preludium.nl. Alle programma’s zijn gemakkelijk te downloaden als PDF en te printen met de knop rechtsboven.
Zangteksten
Wenn mein Schatz Hochzeit macht
Wenn mein Schatz Hochzeit macht,
Fröhliche Hochzeit macht,
Hab’ ich meinen traurigen Tag!
Geh’ ich in mein Kämmerlein,
Dunkles Kämmerlein,
Weine, wein’ um meinen Schatz,
Um meinen lieben Schatz!
Blümlein blau! Blümlein blau!
Verdorre nicht! Verdorre nicht!
Vöglein süss, Vöglein süss,
Du singst auf grüner Heide.
Ach, wie ist die Welt so schön!
Ziküth! Ziküth!
Singet nicht! Blühet nicht!
Lenz ist ja vorbei!
Alles Singen ist nun aus.
Des Abends, wenn ich schlafen geh’,
Denk’ ich an mein Leide.
An mein Leide!
Ging heut morgen übers Feld
Ging heut morgen übers Feld,
Tau noch auf den Gräsern hing;
Sprach zu mir der lust’ge Fink:
‘Ei du! Gelt? Guten Morgen! Ei gelt?
Du! Wird’s nicht eine schöne Welt?
Zink! Zink! Schön und flink!
Wie mir doch die Welt gefällt!’
Auch die Glockenblum’ am Feld
Hat mir lustig, guter Ding’,
Mit den Glöckchen, klinge, kling.
Ihren Morgengruss geschellt:
‘Wird’s nicht eine schöne Welt?
Kling, kling! Schönes Ding!
Wie mir doch die Welt gefällt! Heia!’
Und da fing im Sonnenschein
Gleich die Welt zu funkeln an;
Alles Ton und Farbe gewann
Im Sonnenschein!
Blum’ und Vogel, gross und klein!
‘Guten Tag, ist’s nicht eine schöne Welt?
Ei du, gelt? Schöne Welt?’
Nun fängt auch mein Glück wohl an?
Nein, nein, das, ich mein’,
Mir nimmer blühen kann!
Ich hab’ ein glühend Messer
Ich hab’ ein glühend Messer,
Ein Messer in meiner Brust,
O weh! Das schneid’t so tief
In jede Freud’ und jede Lust.
Ach, was ist das für ein böser Gast!
Nimmer hält er Ruh’,
Nimmer hält er Rast,
Nicht bei Tag, noch bei Nacht,
Wenn ich schlief.
O Weh! O Weh!
Wenn ich in dem Himmel seh’,
Seh’ ich zwei blaue Augen stehn.
O Weh! O Weh!
Wenn ich im gelben Felde geh’,
Seh’ ich von fern das blonde Haar
Im Winde wehn.
O Weh! O Weh!
Wenn ich aus dem Traum auffahr’
Und höre klingen uhr silbern’ Lachen,
O Weh! O Weh!
Ich wollt’, ich läg auf der schwarzen Bahr’,
Könnt’ nimmer die Augen aufmachen!
Die zwei blauen Augen von meinem Schatz
Die zwei blauen Augen von meinem Schatz,
Die haben mich in die weite Welt geschickt.
Da musst ich Abschied nehmen.
Vom allerliebsten Platz!
O Augen blau, warum habt ihr mich angeblickt?
Nun hab’ ich ewig Leid und Grämen.
Ich bin ausgegangen in stiller Nacht
Wohl über die dunkle Heide.
Hat mir niemand Ade gesagt.
Ade! Mein Gesell’ war Lieb’ und Leide!
Auf der Strasse steht ein Lindenbaum,
Da hab’ ich zum ersten Mal im Schlaf geruht!
Unter dem Lindenbaum, der hat
Seine Blüten über mich geschneit,
Da wusst’ ich nicht, wie das Leben tut,
War alles, alles wieder gut!
Alles! Alles, Lieb und Leid
Und Welt und Traum!
teksten: Gustav Mahler
Biografie
Daniele Gatti, dirigent
Afgelopen augustus begon Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.
Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.
Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.
Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).
Bij het Royal Opera House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.
Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.
Christian Gerhaher, bariton
Christian Gerhaher doorliep de klas van de Hochschule für Musik und Theater in München en volgde – tijdens het voltooien van zijn medische opleiding – masterclasses bij Dietrich Fischer-Dieskau, Elisabeth Schwarzkopf en Inge Borkh.
Samen met zijn vaste duopartner Gerold Huber volgde hij lessen bij Friedemann Berger, en hun liedinterpretaties worden algemeen beschouwd als normbepalend. De eerste cd van hun Schumann-cyclus werd in 2018 bekroond met zowel een Gramophone Award als een Opus Klassik. Opernwelt benoemde de bariton twee keer tot Sänger des Jahres. Binnen het repertoire van Christian Gerhaher, zich uitstrekkend van Monteverdi tot Henze, is Wolfram in Wagners Tannhäuser een terugkerende favoriet in de operahuizen van Berlijn, Wenen, Londen en thuisbasis München. Voor concertrepertoire wordt hij geëngageerd door onder meer de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het London Symphony Orchestra.
Bij het Concertgebouworkest is hij een regelmatige gast sinds zijn debuut in Dvořaks Biblische Lieder in oktober 2004. Het laatste gezamenlijke optreden was in december 2019, in Schumanns Szenen aus Goethes Faust onder John Eliot Gardiner. Van een eerdere uitvoering, met Nikolaus Harnoncourt in 2008, verscheen een cd op RCO Live.
JeugdOrkest Nederland
Het JeugdOrkest Nederland bestaat uit ongeveer 85 jongeren tussen 14 en 20 jaar, afkomstig uit het hele land. De getalenteerde en enthousiaste jonge musici spelen de grote symfonische werken uit het romantische orkestrepertoire, maar ook eigentijdse, experimentele muziek en cross-overs met lichte muziek.
Oprichter Ru Sevenhuysen was van 1959 tot 1987 van het JeugdOrkest Nederland. Hierna stonden Alexander Vakoulsky en Roland Kieft beiden gedurende ruim vijf jaar voor het orkest. Sinds 2000 is Jurjen Hempel de dirigent.
Het JeugdOrkest Nederland is een belangrijke leerschool voor orkestspel. In de repetitieperiodes is er veel aandacht voor techniek, repertoire, interpretatie en stijl. Elk jaar zijn er drie projecten, waarvan er twee worden afgesloten met een serie concerten door heel Nederland. Het zomerproject omvat een tournee in Europa en sluit af met een concert tijdens de Robeco SummerNights in Het Concertgebouw.
Op 3 augustus jongstleden (2016) speelde het JeugdOrkest Nederland zo in de onder meer het Vioolconcert van Sibelius met soliste Rosanne Philippens.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest



