RCO Opening Night | Hengelbrock en Damrau
18.00 uur walking dinner
20.15 uur concert
Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock dirigent
Diana Damrau sopraan
pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.20 uur
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Ouverture uit ‘Don Giovanni’, KV 527 (1787)
L’amerò, sarò costante
uit ‘Il rè pastore’, KV 208 (1775)
(rondeau van Aminta)
viool solo: Joris van Rijn
Bella mia fiamma, addio! –
Resta, o cara, KV 528 (1787)
recitatief en aria voor sopraan en orkest
Symfonie nr. 32 in G gr.t., KV 318 (1779)
Allegro spirituoso
Andante
Primo tempo
E Susanna non vien! – Dove sono i bei momenti
uit ‘Le nozze di Figaro’, KV 492 (1786)
(recitatief en aria van La Contessa)
pauze
Antonín Dvorák 1841-1904
Achtste symfonie in G gr.t., op. 88 (1889)
Allegro con brio
Adagio
Allegretto grazioso
Allegro ma non troppo
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
ouverture uit ‘don giovanni’
tekst: Carine Alders
Praag, eind oktober 1787. Wolfgang Amadeus Mozart legt de laatste hand aan Don Giovanni, een nieuwe ter ere van het bezoek van aartshertogin Maria Theresa, die op haar huwelijksreis Praag aandoet. De première is al twee keer uitgesteld. Te weinig repetitietijd, een zieke diva… maar ook Mozart zelf is nog niet klaar, de ouverture ontbreekt nog.
Veertig jaar later zou zijn weduwe Constanze tegenover het uitgeversechtpaar Vincent en Mary Novello verklaren hoe Mozart vlak voor de première de hele nacht doorwerkte, met haar aan zijn zijde om hem af en toe wakker te porren.
Bij de première kreeg het orkest de ouverture voor het eerst op de lessenaar en Mozart was opgetogen over de kwaliteit van de uitvoering, hoewel er volgens hem wel ‘heel wat nootjes onder de lessenaar gevallen waren’.
De muziek begint mysterieus en onheilspellend in d klein, een voorbode van het duistere lot dat Don Giovanni boven het hoofd hangt. Binnen twee minuten draait de stemming echter om als een blad aan een boom en gaat Mozart over naar D groot. De levenslust van de rokkenjager Don Giovanni laat zich niet intomen.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
l’amerò, sarò costante
Salzburg, april 1775. Mozart is in dienst van graaf Colloredo en aartshertog Maximiliaan Frans, de oom van voornoemde Maria Theresa, brengt een bezoek aan de stad.
Colloredo heeft zijn negentienjarige componist opgedragen een te produceren voor de feestelijke ontvangst. De jonge musicus kiest een bewerking van een bekend libretto van hofdichter Pietro Metastasio, de gebruikelijke gang van zaken voor gelegenheidscomposities aan het hof.
Het verhaal handelt over de herder Aminta, die eigenlijk een troonpretendent blijkt te zijn. Als herder belooft hij trouw aan zijn geliefde Elisa, maar als koning wordt hij geacht met een ander te trouwen.
In de L’amerò, sarò costante zingt Aminta dat hij van Elisa houdt en haar trouw zal blijven. De oprechtheid van de herder/koning – bij de première gezongen door de castraat Tommaso Consoli – overtuigt het gezag en de twee krijgen toestemming om te trouwen.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Bella mia fiamma, addio!
Praag, begin november 1787. De Don Giovanni is eindelijk in première gegaan en warm ontvangen. Mozart dirigeert zelf de eerste uitvoeringen. Tussendoor bezoekt hij het echtpaar Dušek in hun villa Betramka, net buiten de stad.
De vriendschap met sopraan Josefa Dušek dateert nog uit de tijd dat Mozart in Salzburg woonde en werkte. Aan Mozarts zoon Karl wordt de anekdote toegedicht dat de sopraan zijn vader met papier en inkt opgesloten zou hebben in het prieel en pas vrijgelaten zou hebben zodra hij voor haar een geschreven had met als uitgangspunt de tekst ‘Bella mia fiamma, addio!’
Uit speelse wraak zou Mozart verdraaid lastige passages gecomponeerd hebben met de dreiging zijn werk te vernietigen als Dušek het niet foutloos van blad zou zingen. Vast staat dat Mozart de afscheidsaria vlak voor zijn vertrek uit Praag componeerde. Eerder had hij dergelijke afscheidsaria’s ook voor andere sopranen gecomponeerd en sommige biografen denken dat de relatie met Dušek niet zuiver platonisch was.
Dušek kwam zelf met de tekst; ze wist dat iedereen er een schandaaltje in zou vermoeden, maar als gewiekste zakenvrouw wist ze ook dat dat haar roem geen kwaad zou doen. Vol overgave zal ze gezongen hebben hoe zij haar geliefde zou verlaten en zou kiezen voor de dood, zodat de geliefde vrij zou zijn om met een waardiger partner te trouwen.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
symfonie nr. 32
Salzburg, april 1779. Na een reis met zijn moeder naar Mannheim en Parijs zet Mozart zich weer met frisse tegenzin aan het werk voor Colloredo. Maar ook in deze gemoedstoestand bubbelt zijn brein over van de ideeën.
Deze eerste compositie na zijn terugkeer is niet een vierdelige symfonie zoals wij die tegenwoordig kennen. Het korte werk van ongeveer acht minuten – de drie delen gaan zonder onderbreking in elkaar over – heeft meer weg van een Italiaanse ouverture voor het theater, ook wel ‘’ genoemd.
Met een blazersbezetting van maar liefst vier s, fluiten, hobo’s en ten zat Mozart duidelijk met zijn hoofd nog in Mannheim, voor Salzburg was deze bezetting ongekend.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
e Susanna non vien! – dove sono I bei momenti
Praag, januari 1787. Le nozze di Figaro is een hype in de stad. Mozart schrijft aan zijn vriend Gottfried von Jacquin: ‘Hier wordt alleen maar over Figaro gesproken, niets dan Figaro wordt gespeeld, geblazen, gezongen en gefloten.’
Het Praagse publiek moet zich kostelijk vermaakt hebben met alle verkleedpartijen, het verstoppertje spelen en de persoonsverwisselingen. Maar Mozart schreef ook een gevoelige voor gravin Almaviva, die met lede ogen toeziet hoe haar man zijn zinnen zet op haar kamermeisje.
‘Hoe vernederend is mijn rol in dit spel. Eerst hield hij van me, toen liet ik hem onverschillig en nu bedriegt hij mij.’ Haar verdriet maakt duidelijk dat de herinnering aan gelukkiger tijden nog niet vervlogen is. Tussen alle komische verwikkelingen staat hier een vrouw die oprecht gekwetst is.
Antonín Dvořák 1841-1904
Achtste symfonie
Praag, 2 februari 1890. Antonín Dvořák dirigeert de première van zijn Achtste symfonie in G groot in het vijf jaar eerder geopende Rudolfinum, een imposant cultuurcentrum aan de oever van de Moldau. Van de provinciestad uit Mozarts tijd is Praag uitgegroeid tot een moderne industriestad.
Waar honderd jaar eerder de Dušeks resideerden in hun buitenhuis Betramka, roken nu de fabrieksschoorstenen. Dvořák trok 's zomers naar zijn buitenverblijf Vysoka, vijftig kilometer ten zuidwesten van de stad. Daar componeerde hij in de nazomer van 1889 een symfonie vol indrukken van het Boheemse landleven.
Nu zijn naam gevestigd was, kon hij naar eigen zeggen eindelijk eens iets componeren naar zijn eigen ideeën. Het is een symfonie vol optimisme: een lome zomerdag, de vogels fluiten, jachthoorns klinken over de velden.
Dit is muziek van een intens tevreden mens. Op de schreef hij: ‘Voor de toelating als lid tot Keizer Frans Jozefs Tsjechische Academie voor Wetenschap, Literatuur en Kunsten’. Op 9 december 1889 reisde hij naar het Weense hof om de achterneef van Mozarts Maria Theresa te ontmoeten. Met zijn Achtste symfonie maakte hij vervolgens een zegetocht door Europa.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock, dirigent
Thomas Hengelbrock is chef associé van het Orchestre de Paris. Van 2011 tot 2018 was hij chef- van het NDR Elbphilharmonie Orchester, waarmee hij in januari 2017 de Elbphilharmonie van Hamburg opende. Thomas Hengelbrocks repertoire reikt van de zeventiende eeuw tot heden. Als assistent van Antal Doráti, Witold Lutosławski en Mauricio Kagel zou hij al vroeg een grote affiniteit met hedendaagse muziek ontwikkelen. Een belangrijke stimulans voor zijn rol binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk was Nikolaus Harnoncourts Concentus Musicus Wien, waarin hij violist was.
Later speelde Thomas Hengelbrock zelf een grote rol in de verspreiding van het gebruik van historische instrumenten in het Duitse concertleven, met name sinds de oprichting van het Balthasar-Neumann-Chor in 1991 en het Balthasar-Neumann-Ensemble in 1995. De stond tevens aan het roer van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen (1995-1998), het Feldkirch Festival (2000-2006) en de Volksoper Wien (2000-2003). Hij is een graag geziene gastdirigent bij orkesten en huizen over de hele wereld.
In 2011 maakte hij zijn debuut op de Bayreuther Festspiele met Wagners Tannhäuser. In 2016 ontving Thomas Hengelbrock de Herbert von Karajan Musikpreis. Zijn debuut bij het Concertgebouworkest was in 2014 met werken van Haydn en Schumann. Zowel in 2017 als in 2018 dirigeerde Thomas Hengelbrock de Opening Night van het orkest. In maart 2019 kwam hij terug met werken van Schubert en Wennäkoski, in oktober 2019 leidde hij het orkest in werken van Purcell, Händel en Haydn.
Diana Damrau, sopraan
De Duitse sopraan Diana Damrau is al twee decennia lang een vaste waarde op de internationale concert- en podia. Ze onderhoudt hechte banden met de Bayerische Staatsoper in München, de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen, La Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper en de Oper Zürich.
Haar cd-opnames, exclusief voor Warner/Erato, reiken van haar albumdebuut Arie di Bravura (Mozart en Salieri) en COLORaturaS (’s uit de ) tot orkestliederen van Richard Strauss (Echo Klassik 2011) en Grand Opera, gewijd aan Meyerbeer en bekroond met de Klassic 2018 Singer of the Year Award.
Recente highlights zijn haar titelroldebuut in Verdi’s Maria Stuarda in Zürich, een tournee met harpist Xavier de Maistre, de titelrol in Verdi’s La traviata in een nieuwe productie aan de Met en een residency bij het Barbican Centre in Londen.
Ook voor het zingen van s reist Diana Damrau de wereld rond. Zo tourde ze in seizoen 2017/18 met Wolfs Italienisches erbuch, samen met tenor Jonas Kaufmann en pianist Helmut Deutsch; live-opnames daarvan verschenen op cd.
In Het Concertgebouw debuteerde Diana Damrau in september 2014, in een gala met werken van Bellini, Verdi, Gounod en Massenet. Als gast van het Concertgebouworkest tijdens de Opening Night 2017 zong ze ’s van Mozart onder leiding van Thomas Hengelbrock.


