Ravels Pianoconcert met Ciobanu en een swingende Gershwin
Nederlands Philharmonisch Orkest
Stanislav Kochanovsky dirigent
Daniel Ciobanu piano
Dit concert maakt deel uit van de series Nieuwe Wereldsterren en Klassieke Meesterwerken.
Ook interessant:
- Hoe ziet de werkdag van Daniel Ciobanu eruit?
- Wat maakt Franse muziek zo Frans?
- Hoe zit Ravels Boléro in elkaar?
Gabriela Ortiz (1964)
Antrópolis (2019)
Nederlandse première
Maurice Ravel (1875-1937)
Pianoconcert in G gr.t. (1929-31)
Allegramente
Adagio assai
Presto
pauze ± 20.50 uur
George Gershwin (1898-1937)
An American in Paris (1928)
Maurice Ravel
Bolero (1928)
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Gabriela Ortiz 1964
Ortiz: Antrópolis
Door Lonneke Tausch
Wat meteen in het oor en het oog springt is de voor een klassiek orkest bepaald avontuurlijk te noemen bezetting van Antrópolis: naast vele trommels, klokken en bellen en vier (waarvoor – spoiler alert – niet alleen aan het begin een glansrol is weggelegd) ook bongo’s, xylofoon, vibrafoon, marimba, claves, maracas (‘sambaballen’), vibraslap en guiro (die een ratelend respectievelijk raspend geluid maken). Dit hele scala aan slaginstrumenten geeft kleur aan Gabriela Ortiz’ klankschets van haar geboortestad: het ‘zeer complexe maar fascinerende’ Mexico-Stad.
Ortiz is een van Mexico’s bekendste componisten; bijvoorbeeld de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic, het Simón Bolívar Symphony Orchestra of Venezuela, het Royal Scottish National Orchestra en de Royal Liverpool Philharmonic bestelden al orkestmuziek bij haar. Haar werk wordt gekenmerkt door een sterk ritmische kracht en door het samenbrengen van ‘hoge kunst’ met traditionele muziek. Aanleiding voor Antrópolis was een compositieopdracht van Carlos Miguel Prieto bij de viering van de tachtigste verjaardag van de Amerikaanse componist Philip Glass in Carnegie Hall in New York.
De titel is samengesteld uit de Griekse woorden voor ‘stad’ (polis) en ‘grot’ of ‘hol’ (antron). In Mexico refereerde ‘antro’ tot de jaren 1990 aan een uitgaansplek van twijfelachtig allooi, maar tegenwoordig heeft het de neutralere betekenis van ‘bar’ of ‘nachtclub’. Ortiz: ‘Ik wilde een persoonlijk eerbetoon brengen aan enkele emblematische danszalen in mijn geboorteplaats die in mijn geheugen een bijzondere klankafdruk hebben achtergelaten. Dansgelegenheden die nostalgie oproepen naar rumberas [feestavonden, red.] en dansorkesten, zoals El Bombay, waarvan men zegt dat Che Guevara er kwam; of Salón Colonia, alsof je een film binnenstapt uit de hoogtijdagen van de Mexicaanse cinema. En iedereen kent ballroom Los Infiernos, de perfecte plek om na een lange werkdag de kantoortuin achter je te laten en te dansen, te drinken, naar muziek te luisteren. En niet te vergeten Tutti Frutti, waar ik kennismaakte met de punkeigenaren die experimentele platen draaiden uit de eighties.’
In het concert van vandaag is Antrópolis een rake Latijns-Amerikaanse pendant van George Gershwins An American in Paris.
Maurice Ravel 1875-1937
Pianoconcert
Door Floris Don
Achteraf bleken de jaren 1928-32 het hoogtepunt van de carrière van Maurice Ravel: in 1932 was de componist betrokken bij een auto-ongeluk, waarna zijn gezondheid langzaam maar onverbiddelijk verslechterde.
Dat bleek ook uit het componeerproces van het Pianoconcert in G groot, dat Ravel schreef op verzoek van de bevriende pianiste Marguerite Long. Het concert zelf is zonnig, een ‘divertissement de luxe’, en absorbeert elementen van de jazz die Ravel tijdens zijn Amerikaanse tournee in 1928 had leren kennen.
Zoals Ravel het tegenover de Daily Telegraph verwoordde: ‘Een concert mag blijmoedig en stralend zijn, en hoeft niet altijd te streven naar diepzinnigheid en drama. Over sommige grote componisten is gezegd dat hun concerten niet vóór maar tegen de piano zijn geschreven, en volgens mij klopt dat helemaal.’
Licht en gracieus moest het Pianoconcert in G groot worden. Na de openingsklap klinkt een vrolijk , waarbij twee en tegelijk lijken te klinken; dit begin is vaak vergeleken met de bitonaliteit van Igor Stravinsky’s Petroesjka. Het eerste thema, druk huppelend geïntroduceerd door de , heeft de schwung van het door jazz sterk beïnvloede Franse muziekleven.
Het tweede thema is juist laid back à la George Gershwin. Het langzame deel vraagt alle aandacht. De schoonheid ervan klinkt zo vanzelfsprekend, dat je niet zou vermoeden hoeveel moeite Ravel had met het componeren van deze muziek. De nasleep van het auto-ongeluk begon hem langzaam op te breken – als pianist ging zijn techniek achteruit, zijn geheugen begon te haperen. Boven een rustig ritme van de linkerhand speelt de rechterhand een soort sarabande.
Pas na drie minuten zet de fluitist in, een verbluffend moment van delicate kleuring. In het slotdeel heeft de solist talloze pianistische passages te verwerken, moet ook de tist hard werken en geeft het koper commentaar in de jazzy stijl van New Orleans.
George Gershwin 1898-1937
Gershwin: An American in Paris
Door Raaf Hekkema
De Amerikaan George Gershwin, zoon van Oekraïens-joodse immigranten, was pas achtentwintig en desondanks al beroemd toen hij Maurice Ravel ontmoette in New York. Op Gershwins verzoek om compositieles zou Ravel hebben geantwoord dat ‘het beter was om een eersteklas Gershwin te worden dan een tweedeklas Ravel’. Evengoed ried Ravel Gershwin aan om les te nemen in Parijs bij Nadia Boulanger. Boulanger, die later grote faam vergaarde als docente van onder anderen Aaron Copland, Astor Piazzolla en Philip Glass, werd enige tijd later inderdaad door Gershwin bezocht.
Hij speelde tien minuten van zijn muziek voor haar, waarop zij hem liet weten dat ze hem niets meer te leren had. Toch waren zijn reis naar Europa en zijn verblijf in Parijs van doorslaggevende invloed op zijn carrière. Hij ontmoette Kurt Weill in Berlijn en tal van andere kunstenaars in Parijs. Maar nog belangrijker was dat hij zich bewust werd van zijn persoonlijke, Amerikaanse en door jazzinvloeden gekleurde stijl. In An American in Paris lijkt Gershwin op zoek te zijn naar een zinvolle synthese van die eigen stijl en zijn nieuwverworven kennis op het gebied van klassieke vorm en compositie.
Het autobiografische stuk is complexer en klassieker dan zijn eerdere werk en beschrijft de verwondering van een wandelaar in het chaotische Parijs van de jaren twintig.
Maurice Ravel 1875-1937
Ravel: Bolero
Door Sabien van Dale
Maurice Ravel wist hoe hij de muziek tot een hoogtepunt kon opbouwen. Nergens deed hij dat met zo’n dwangmatige nauwkeurigheid als in zijn eendelige ballet . Het gegeven is eenvoudig: een zigeunervrouw danst op een tafel in een schaars verlichte taverne en trekt met haar steeds gepassioneerder wordende de aandacht van de mannen rondom haar.
Als van een hypnotische ervaring bevrijd, donderde het applaus door de zaal
Twintig jaar na de Rapsodie espagnole – waar hij al zijn Baskische afkomst (van moeders kant) en zijn voorliefde voor Spanje in de verf had gezet – maakte Ravel in zijn later immens populaire Bolero het orkestrale tot het voornaamste element van de compositie. En hoe! Op de avond van 22 november 1928 luisterden de toehoorders bij de première zowat zeventien minuten lang ademloos. Als van een hypnotische ervaring bevrijd, donderde het applaus door de zaal: gejuich voor de componist en gejuich voor de prestatie van danseres Ida Rubinstein – die Ravel de opdracht voor de compositie had gegeven – en choreografe Bronislava Nijinska (zus van de legendarische Vaslav Nijinski). Ravel was zelf nog het meest verbaasd over het onmiddellijke succes.
Hij had de eigenlijk slechts opgevat als een doorgedreven studie in het instrumenteren. Een eenvoudig Spaans je had hem op het idee gebracht een soortgelijk te schrijven, maar dan op een hoger niveau; zonder vorm, zonder (uitgezonderd aan het slot), zuiver en orkest. De – pas later Bolero genoemd – die eruit ontstond, is gebaseerd op een nationaal Baskisch dansritme en werd Ravels handtekening in het collectieve geheugen van een groot publiek.
De dans bestrijkt één groot van pianissimo tot fortissimo. Twee aaneengesloten thema’s van samen achttien maten worden negen maal herhaald. Die monotonie leidt tot een magische trance, die nog versterkt wordt door een strak volgehouden triolenritme in de begeleiding (let met name op de kleine trom!). Ravel verzacht evenwel de obsessie door een steeds veranderende . Elke reprise is anders en met een stapsgewijze toevoeging van instrumenten gekleurd tot aan de zinderende climax van scheurende die de onvermijdelijke ineenstorting bezegelen.
Biografie
Nederlands Philharmonisch, orkest
Het Nederlands Philharmonisch speelt het grote symfonische repertoire in Het Concertgebouw, maar ook in vele andere concertzalen. Als het vaste orkest van De Nationale , samen met het Nederlands Kamerorkest, wordt het internationaal gerekend tot de beste operaorkesten. Het Nederlands Philharmonisch is in 1985 ontstaan uit het Utrechts Symfonie Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest.
Dat laatste was in 1953 opgericht door Anton Kersjes, die een nieuw publiek naar de concertzalen wist te trekken doordat hij wekelijks op tv te zien was en de ‘gouden meesterwerken’ uitvoerde. Vanaf 1985 was Hartmut Haenchen chef-dirigent. Hij werd in 2003 opgevolgd door Yakov Kreizberg, en na diens vroegtijdige overlijden in 2011 werd het chef-dirigentschap overgenomen door Marc Albrecht.
Zijn komst kwam een jaar voor de verhuizing van het orkest van de Beurs van Berlage naar de NedPhO-Koepel in Amsterdam-Oost, waar de musici repeteren voor hun optredens. In 2020 nam Marc Albrecht na tien jaar afscheid van het orkest en per seizoen 2021/2022 werd Lorenzo Viotti chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch als De Nationale .
Het vorige concert van het Nederlands Philharmonisch in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 20 juni jongstleden: onder leiding van André de Ridder bracht het orkest de Nederlandse première van Dream Requiem van Rufus Wainwright.
Stanislav Kochanovsky, dirigent
Stanislav Kochanovsky studeerde aan het Rimski-Korsakov Staatsconservatorium in zijn geboorteplaats Sint-Petersburg naast koor- en orkestdirectie ook . Vanaf zijn vijfentwintigste deed hij aan het Michailovski Theater in dezelfde stad een schat aan ervaring op door meer dan 60 - en balletvoorstellingen te leiden.
Van 2010 tot 2015 was hij chef- van het Safonov Staats-Filharmonisch Orkest in Kislovodsk (Kaukasus). Na een succesvol debuut bij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome volgden de internationale uitnodigingen elkaar op, van onder meer Philharmonia in Londen, het Orchestre de Paris, de Wiener Symphoniker, het Oslo Filharmonisch Orkest, het National Symphony Orchestra in Washington, The Cleveland Orchestra, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest (februari 2018).
De dirigent is een regelmatige gast van het Festival Witte Nachten (Sint-Petersburg), het Klarafestival (Brussel) en het MiTo Festival (Milaan en Turijn). producties leidde hij bij het Opernhaus Zürich, op de Maggio Musicale Fiorentino, in het Mariinski Theater en op het festival van Verbier. In januari 2017 maakte hij in Amsterdam zijn debuut bij De Nationale Opera met Borodins Prins Igor.
In Het Concertgebouw stond Stanislav Kochanovsky sinds 2017 meermaals op de bok bij zowel het Nederlands Philharmonisch Orkest als het Radio Filharmonisch Orkest.
Daniel Ciobanu, piano
Daniel Ciobanu brak in 2017 door met het winnen van de Zilveren Medaille en de publieksprijs van het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv. Aansluitend verscheen hij in Carnegie Hall New York, de Elbphilharmonie Hamburg, het Gewandhaus Leipzig, het Konzerthaus Berlin, St John’s Smith Square in Londen en op het Enescu Festival in Boekarest, en tourde hij solo in Japan, China, Taiwan, Zuid-Afrika en Brazilië.
Hij soleerde bij het George Enescu Filharmonisch Orkest, het Roemeens Nationaal Orkest, het Pools Nationaal Radio , het Israël Filharmonisch Orkest, het Arturo Toscanini Orchestra in Parma en het Royal Scottish National Orchestra. Bij de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen viel hij in voor zijn befaamde landgenoot Radu Lupu, en in februari 2020 debuteerde hij bij het Gewandhausorchester Leipzig.
Daniel Ciobanu begon zijn opleiding in zijn geboorteland Roemenië, studeerde af aan het Royal Conservatoire of Scotland en volgde in Parijs lessen bij Marian Rybicki en in Berlijn bij Markus Groh en Pascal Devoyon. In zijn geboortestreek in de Karpaten richtte de pianist in 2017 het internationale Neamt Muziekfestival op voor jonge musici in klassieke muziek, jazz en experimentele muziek. In de maakte Daniel Ciobanu in november 2021 zijn debuut, gevolgd door een optreden in Klapstuk in april dit jaar. In de was hij nog niet eerder te horen.




