Ravels Pianoconcert in G door Alexandre Tharaud
Philzuid
Dirk Kaftan dirigent
Alexandre Tharaud piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Grażyna Bacewicz (1909-1969)
Ouverture (1943)
Maurice Ravel (1875-1937)
Pianoconcert in G gr.t. (1929-31)
Allegramente
Adagio assai
Presto
pauze ± 20.55 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Symfonie nr. 2 in D gr.t., op. 73 (1877)
Allegro non troppo
Adagio non troppo
Allegretto grazioso
Allegro con spirito
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Grażyna Bacewicz (1909-1969)
Ouverture
Door Martijn Voorvelt
De Poolse Grażyna Bacewicz had een imposante dubbelcarrière. Ze studeerde in 1932 aan het conservatorium van Warschau af als componiste en violiste, waarna ze in Parijs doorstudeerde bij twee befaamde docenten: Nadia Boulanger (compositie) en Carl Flesch (viool). Als componist was ze uiterst productief. Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerde ze in het geheim concerten; toen ze met haar familie in een vluchtelingenkamp terechtkwam bleef ze doorcomponeren.
In die omstandigheden ontstond de energieke Ouverture, een baken van optimisme en levenslust. De vorm en vertonen verwantschap met het dat Bacewicz in Parijs had leren kennen, zij het met een heel eigen karakter. De veeleisende strijkerspartijen verraden haar ervaring als violiste. De Ouverture opent met een wervelende, ritmische introductie, waarin krachtige koperaccenten en strakke strijkersritmes direct de toon zetten. Dit wordt al snel gevolgd door een sterk contrasterend middendeel, waarin e melodische lijnen een moment van reflectie bieden voordat de muziek weer aan kracht wint. Het energieke motorische blijft vervolgens de muziek voortstuwen naar een uitbundige afsluiting.
Na een auto-ongeluk in 1954 zou Bacewicz zich geheel wijden aan het componeren. Na haar dood bleef haar muziek in Polen nog regelmatig op de concertprogramma’s verschijnen, maar buiten haar geboorteland raakte ze in de vergetelheid.
Maurice Ravel (1875-1937)
Pianoconcert
Door Stephen Westra
Een opmerkelijke visie had Maurice Ravel op het pianoconcert. ‘Men zegt van sommige grote klassieke concerten dat ze niet ‘voor’ de piano zijn geschreven, maar ‘tegen’ de piano. Zo zie ik dat ook. Ik had dit concert oorspronkelijk ‘Divertissement’ willen noemen.’ Met ‘dit concert’ bedoelde hij zijn juist voltooide Pianoconcert in G groot. ‘De muziek van een soloconcert moet, in mijn ogen, luchthartig en briljant zijn, en niet streven naar diepzinnigheid en dramatische effecten.’ En zo geschiedde.
Vanaf de energieke zweepslag in de eerste maat rent het er vandoor, vrolijk, licht, dartel en energiek als een kind. Luchthartigheid troef. ‘Het geeft de impressie van buitengewone jeugd,’ schreef een criticus.
De concerten van Wolfgang Amadeus Mozart en Camille Saint-Saëns, die nooit zwaar op de hand zijn, stonden model. Het beroemde langzame deel, molto – ‘simpele’ langzame walsfiguur in de linkerhand, bijna niets in de rechter, maar met een suggestie van de hemel op aarde – werd zelfs direct geconcipieerd naar het Adagio uit Mozarts Klarinetconcert, KV 622. Ravel zei dat hij in zijn Pianoconcert in G groot ‘zichzelf het meest volledig had uitgedrukt’. Als de perfectionist die hij was deed hij er bijzonder lang over (drie jaar) omdat hij ‘niet met de uitputting [had] gerekend die mij plotseling overviel’, waarmee hij doelde op afschuwelijke pijnen, problemen met de doorbloeding van de hersenen en neurasthenie. Dit pianoconcert zou Ravels een-na-laatste werk zijn.
Johannes Brahms (1833-1897)
Tweede symfonie
Door Axel Meijer
Johannes Brahms schrijft zijn Tweede symfonie in D groot in vier maanden tijd. Dat is een adembenemend tempo, zeker voor een componist die over zijn Eerste zo’n vijftien jaar heeft gedaan. De Tweede ontstaat tijdens de zorgeloze werkvakantie van 1877 in Pörtschach am Wörtersee, in het zonnige zuiden van Oostenrijk. Niettegenstaande Brahms’ chagrijn over vergelijkingen tussen zijn Tweede symfonie en Beethovens Zesde, ‘Pastorale’, is het Karinthische natuurschoon er duidelijk in hoorbaar.
Dat weet de componist ook, maar Brahms zou Brahms niet zijn als hij zijn uitgever niet sardonisch vertelde dat hij ‘nog nooit zoiets melancholieks’ had geschreven: de moest ‘met een zwart randje’ worden gedrukt.
Het werk opent met een non troppo in driekwartsmaat. Maar dit is geen : Brahms’ ruime gebruik van ritmische verschuivingen maakt het stuk volkomen ondansbaar – en des te interessanter. Het openings van drie noten levert de grondstof voor het merendeel van de symfonie. Brahms draait ze op alle mogelijke manieren om, en verkort of verlengt ze naar believen. Het non troppo is het langste langzame deel van Brahms’ vier symfonieën, en hij heeft er een zwak voor. In een brief aan Clara Schumann beschrijft hij, ditmaal zonder ironie, hoe ‘elegisch’ zijn nieuwe symfonie is. Daarbij denkt hij ongetwijfeld vooral aan dit traag meanderende deel met zijn klaaglijke blazerspartijen. Alle peinzen verdwijnt op slag in de zonnige lichtheid van het Allegretto grazioso, waar Brahms laat horen hoeveel hij kan met minimaal materiaal. Veel meer dan het eerste wijsje, zelf al een verre variant op de opening van het eerste deel, heeft hij niet nodig. Effectief gebruik van veranderingen in , tempo en volstaat. Brahms sluit af met een swingende finale, Allegro con spirito. Als er ergens een aanwijsbare verwantschap is met Beethovens ‘Pastorale’, dan is het hier: op ongeveer een derde imiteren fluiten en hobo’s duidelijk zingende vogels. Uiteindelijk zetten schetterende een triomfantelijke punt achter deze hier en daar misschien elegische, maar uiteindelijk toch zomerse symfonie.
Biografie
Philzuid, orkest
Sinds zijn tienjarig bestaan in seizoen 2023/2024 gaat de philharmonie zuidnederland door het leven onder zijn verkorte naam Philzuid. Duncan Ward is sinds 2021/2022 chef-, eredirigent is Marc Soustrot en honorair dirigent is Ed Spanjaard. Philzuid is er in de eerste plaats voor de inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, maar profileert zich ook op nationaal en internationaal niveau.
Naast het symfonische repertoire – van eeuwenoud tot splinternieuw – brengt het orkest ook nieuwe concertformules; van carnavalsconcerten en ‘symphonic mobs’ tot business events en educatieve projecten. Ook het Liberation Concert in Margraten is een niet weg te denken traditie. Vaste samenwerkingen zijn er met Opera Zuid, November Music, Cultura Nova in Heerlen, Musica Sacra in Maastricht en – via de eigen orkestacademie – de conservatoria van Maastricht en Tilburg. Bovendien fungeert Philzuid als symfonisch laboratorium van het Maastricht Centre for the Innovation of Classical Music (MCICM).
Dit voorjaar verwelkomde het orkest violiste Simone Lamsma, celliste Laura van der Heijden, pianist Denis Kozukhin en blokfluitiste Lucie Horsch als solisten, en Bachs Matthäus-Passion werd geleid door specialist Enrico Onofri. Philzuid was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren in Het Zondagochtend Concert van 12 april jongstleden, met op het programma onder meer Beethovens Tripelconcert ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van het Storioni Trio.
Dirk Kaftan, dirigent
Dirk Kaftan is sinds seizoen 2017/2018 Generalmusikdirektor van het Beethoven Orchester Bonn en de Oper Bonn. Eerder bekleedde hij vergelijkbare posities in Augsburg en Graz en was hij Kapellmeister in Trier, Bielefeld, Münster en Dortmund.
Met zijn orkest uit Bonn was de twee keer in de te gast – voor het laatst in de zomerprogrammering van 2024, met solist Marc Bouchkov in het Vioolconcert van Mendelssohn.
De eerste gezamenlijke cd van orkest en , Beethovens Egmont, was in 2020 goed voor een Klassik. In Bonn initieerde Dirk Kaftan de concertseries ‘Grenzenlos’ en ‘Im Spiegel’, waarin hij samenwerkte met solisten als Martin Grubinger, Cameron Carpenter en Yasmin Levy, het ensemble Kardeş Türküler en denkers als Peter Sloterdijk en Rafik Schami. Voor het Beethovenjaar 2020 was hij in de geboorteplaats van de componist de drijvende kracht achter tal van speciale projecten.
Als gastdirigent trad Dirk Kaftan aan bij bijvoorbeeld het Koninklijk Deens Orkest, het Bruckner Orchester Linz en het Ensemble Modern, bij de Staatsoper Hannover, de Volksoper Wien en de Koninklijke van Kopenhagen en op het festival van Bregenz. Begin 2021 zijn Dirk Kaftan en het Beethoven Orchester Bonn benoemd tot United Nations Climate Change Goodwill Ambassador, en die zomer kregen ze bovendien de European Culture Prize.
Alexandre Tharaud, piano
Alexandre Tharaud won in 1989, kort na zijn studie in Parijs, de tweede prijs van het ARD Concours in München. Op 28 januari 2006 maakte hij in de zijn Concertgebouwdebuut met werken van Rameau en Ravel, en in seizoen 2020/2021 had hij een Spotlightserie.
De pianist soleerde bij het London Philharmonic Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, de Tokyo Metropolitan Symphony en de orkesten van São Paulo, Cincinnati, Philadelphia en Cleveland.
Met het Concertgebouworkest speelde hij Bach onder leiding van Jan Willem de Vriend (2013). In Nederland is Alexandre Tharaud ook bekend van het Prinsengrachtconcert 2015, en in 2017 speelde hij in de het Pianoconcert voor de linkerhand van Ravel met het Orchestre Métropolitain de Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin. Solorecitals gaf hij bijvoorbeeld in de Philharmonie de Paris, Wigmore Hall in Londen en de Alte Oper Frankfurt en op tournee in Japan, China en Korea.
De veelbekroonde discografie telt meer dan 25 albums en reikt van de via Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin, Brahms en Rachmaninoff tot de belangrijkste Franse componisten van de twintigste eeuw. Zijn brede artistieke interesse blijkt ook uit samenwerkingen met theater- en filmmakers, dansers, schrijvers en musici in andere genres dan klassiek. In 2012 speelde Alexandre Tharaud naast Isabelle Huppert in de film Amour van Michael Haneke, en in 2017 publiceerde hij Montrez moi vos mains, over het dagelijks leven van een pianist.





