Ravels Boléro door het Koninklijk Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
George Benjamin dirigent; componist
Bejun Mehta countertenor
Nederlands Kamerkoor (dames) instudering James Wood
Hidde de Jong synchronisatie beeld en geluid

Dit concert maakt deel uit van de Serie A.

Randprogramma

Om 19.15 uur geeft musicoloog Thea Derks een inleiding in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concert-gebouwlijn (020 671 83 45 (normaal gesprekstarief)of afhalen bij de kassa van Het Concertgebouw. 

Direct na het concert spreekt artistiek directeur Joel Ethan Fried met George Benjamin, Bejun Mehta en een orkestmusicus.

Maurice Ravel (1875-1937)

Alborada del gracioso (1905, orkestratie 1918)

Christiaan Richter (1990)

Wendingen (2018) 
beeld: WildVreemd, onder artistieke leiding van Steye Hallema geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest; wereldpremière

Blai Soler (1977)

Sol (2017)
Nederlandse première

pauze (± 21.00 uur)

George Benjamin (1960)

Dream of the Song (2015)
voor countertenor, vrouwenkoor en orkest
The Pen 
The Multiple Troubles of Man 
Gazing through the Night
uit ‘Gacela del amor maravilloso’ 
The Gazelle
My Heart Thinks as the Sun Comes Up
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, het BBC Symphony Orchestra, het Boston Symphony Orchestra en Festival d'Automne
beeld: Oliver Harrison (2018) 

Maurice Ravel

Bolero (1928) 

einde (± 22.10 uur)

Toelichting

toelichting

De Dageraad

Door Thea Derks

Direct na de Eerste Wereldoorlog vertaalde de hoop op een nieuwe wereld zich in een nieuwe architectuur met socialistische uitgangspunten. In Barcelona realiseerde Antoni Gaudí zijn gebouwen en parken met organische, afgeronde vormen en art nouveau-trekjes.

Het zijn kenmerken die we ook vinden bij de woningcomplexen van de Amsterdamse School, gebouwd om betere woonomstandigheden te bieden aan de arbeidersbevolking. Ontwaakt, verworpenen der aarde! De Dageraad is niet toevallig de naam van een woningcomplex en pronkstuk van de Amsterdamse School. De Nederlandse componist Christiaan Richter laat zich in zijn opdrachtwerk Wendingen inspireren door de Amsterdamse School.

Zowel Alborada del gracioso van Maurice Ravel als Sol van de Catalaan Blai Soler evoceren een Spaans getinte zonsopkomst. Een spiritueel ontwaken klinkt aan het eind van George BenjaminDream of the Song, met poëzie uit het Spanje van de elfde eeuw en de vroege twintigste eeuw.

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Alborada del gracioso

Maurice Ravel groeide op in Frankrijk maar was geboren in Baskenland uit een Zwitserse vader en een Baskische moeder. Hij koesterde vooral het erfgoed van moederszijde, getuige zijn vele Spaans getinte composities. Rond 1900 sloot hij zich in Parijs aan bij ‘Les Apaches’, een groep van kunstenaars, musici en schrijvers waartoe ook Manuel de Falla behoorde. Het Parijse fin-de-sciècle vormde een bloeiende voedingsbodem voor nieuwe kunststromingen als het impressionisme in muziek en schilderkunst en art nouveau in de architectuur.

In 1904 begon Ravel aan zijn vijfdelige pianocylcus Miroirs waarin hij evenzovele vrienden portretteerde. Het vierde deel, Alborada del gracioso (‘Het ochtendlied van de nar’) is opgedragen aan de Grieks-Franse muziekcriticus Michel--Dimitri Calvocoressi, een van zijn mede-Apachen. De titel zou een speelse verwijzing zijn naar de vaak narrige recensies die Calvocoressi de ochtend na een concert neerpende. 

Alborada del gracioso is een technisch zeer uitdagend stuk, dat opent met felle Spaanse s en ën. Na enkele minuten slaat de sfeer om en volgt een meer bespiegelende passage. In Ravels orkestbewerking, die in 1919 in première ging, roepen pittige blazers, tamboerijn en castagnetten de sfeer op van een schuimend flamencofeest. De speelt een schitterend weemoedige solo in het middendeel, waarna het orkest gaandeweg terugkeert naar de onstuimige sferen van het begin.

Christiaan Richter 1990

Richter: Wendingen

Christiaan Richter studeerde compositie bij Martijn Padding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en volgde daarnaast pianolessen bij onder anderen Ton Hartsuiker. Naast kamermuziek   

schreef hij grootschaliger werken als Infraconscious voor koor, en orkest (2012) en We Get Requests voor ensemble (2015). Met Wendingen maakt hij zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest

Het is geïnspireerd op de architectuur van de Amsterdamse School, zoals te zien in het wooncomplex De Dageraad en Museum Het Schip in Amsterdam. De titel Wendingen verwijst naar het gelijknamige tijdschrift dat gelieerd was aan de Amsterdamse School en verscheen tussen 1918 en 1932. Tegelijkertijd refereert Richter aan de vele wegen die een compositie in kan slaan. 

Richters nieuwe stuk ontstond in nauwe samenwerking met videokunstenaar Steye Hallema (WildVreemd). ‘Er bestaat niet echt een manifest of een overeengekomen reeks regels wat betreft de Amsterdamse School’, zegt Richter desgevraagd.

Wel maken de kunstenaars dankbaar gebruik van architectuurtekeningen, blauwdrukken en stratenplannen die inzicht geven in de algemene esthetiek. ‘Het is niet ons doel de stroming te illustreren, uit te leggen of te onderwijzen, maar om een nieuw kunstwerk te creëren dat deze gegevens gebruikt – als basis voor de muziek en in het verlengde daarvan het beeld.’

Zo duiken s op die verwant zijn aan de kenmerkende horizontale en in de gevels van de Amsterdamse School. Ook de talrijke ornamenten en de grote aandacht voor details dienen als focuspunten.

Belangrijk hierbij is de manier waarop organische vormen en bogen worden ingezet. ‘Een direct zichtbare structuur ontbreekt maar manifesteert zich op een dieper niveau in de onderliggende verhoudingen. Die zijn vaak ongebruikelijk maar toch altijd natuurlijk en organisch.’

Blai Soler 1977

Soler: Sol

Blai Soler bezocht het Gemeentelijk Conservatorium van Barcelona. Dit werd gebouwd door Antoni de Falguera i Sivilla, wiens stijl verwant is aan zowel die van Gaudí als van de Amsterdamse School. In 1996 verhuisde Soler naar Londen, waar hij viool studeerde aan het Royal College of Music, en compositie bij George Benjamin aan King’s College. Aanvankelijk schreef hij vooral kamermuziek, maar in 2012 brak hij door als orkestcomponist met Plain-Chant, een opdracht van het London Philharmonic Orchestra.

In 2017 componeerde hij Sol voor het Orchestre National de Bordeaux Aquitaine. De titel verwijst niet in de eerste plaats naar het Spaanse woord voor zon, maar naar de toon g, in Romaanse talen aangeduid als ‘sol’. ‘Deze noot is van groot belang voor de structuur van het stuk’, zegt Soler hierover. ‘Hij is voortdurend op de achtergrond aanwezig, maar middenin het laatste deel treedt hij prominent op de voorgrond in een ultraluide passage van hout- en , als een muur van klank.’ 

Sol bestaat uit twee contrasterende delen van elk ongeveer tien minuten. Het eerste opent fluisterzacht met dwarrelfiguurtjes van , ragfijne strijkersnevels en aangehouden tonen van gestopte ten. Een associatie met het ochtendgloren dringt zich op. Het weefsel wordt allengs complexer en de muziek wordt ronduit tumultueus. 

Dan slaat de sfeer plotseling om en begint het tweede deel, in complete verstilling. Hieruit maken zich verfijnde jes los van de houtblazers, tot inderdaad een orgie van kopergeweld losbarst op de toon g, gespeeld over verschillende octaven. Het stuk eindigt met ferme slagakkoorden van het hele orkest. 

George Benjamin 1960

Benjamin: Dream of the Song

Veel componeert George Benjamin niet, maar wát er uit zijn pen komt is van een onwereldse schoonheid. Zijn muziek heeft een ongekend rijk palet aan en, zoals in zijn bejubelde Written on Skin die sinds de première in 2012 wereldwijd al vele malen werd uitgevoerd.

Geïnspireerd door de krachtige, engelachtige stem van hoofdrolspeler Bejun Mehta schreef hij drie jaar later Dream of the Song, waarvan het Koninklijk Concertgebouworkest in september 2015 de wereldpremière verzorgde.

Het zesdelige stuk is gezet voor de bijzondere combinatie van (gereduceerd) orkest, en vrouwen­stemmen, op poëzie van dichters die werkzaam waren in Granada. De countertenor zingt in het Engels vertaalde teksten van de middeleeuwse Hebreeuwse dichters Samuel HaNagid en Solomon Ibn Gabirol, het vrouwenkoor plaatst daar Spaanse verzen van Federico García Lorca (1898-1936) tegenover. Zij werden alle drie beïnvloed door Arabische poëzie, die vanaf de achtste eeuw in Andalusië tot bloei kwam.

Het openingsdeel, The Pen, is energiek, met meanderende lijnen van de , geparfumeerde strijkers en krachtige interrupties van koper en . Het tweede deel, The Multiple Troubles of Man, is somberder van toon. Melancholieke bespiegelingen van de countertenor worden beantwoord met languissante hobolijnen. 

Pas in het derde deel mengen ook de vrouwenstemmen zich in het betoog. Als vanuit eeuwenoude verten debiteren zij klaagzangen van Lorca. De solist zingt een tekst van HaNagid, een overpeinzing over eeuwigheid en sterfelijkheid. Zonder pauze volgt het heftige, titelloze vierde deel. Het vrouwenkoor zingt fortissimo ­bittere teksten van Lorca, wedijverend met het orkest in schrille, e ën. 

The Gazelle is hierna één uitgesponnen smachten. Dit liefdeslied van de solist wordt enkel begeleid door ijle strijkersklanken. De bovenaardse, dromerige sfeer bepaalt ook het afsluitende zesde deel, waarin countertenor, koor en orkest visioenen schetsen van een uiterst traag ontwakende dageraad.

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Bolero

De behoort net als Alborada del gracioso tot Ravels vele ‘Spaanse’ werken. Zelf omschreef hij het als ‘een stuk voor orkest zonder muziek’. Het is gebouwd op één enkel van zestien maten, dat wordt geïntroduceerd door de fluit en wordt overgenomen door telkens andere instrumenten.

De begeleiding wordt geleidelijk voller en kleurrijker, als een zich ontvouwende pauwenstaart. Een snaredrum (later bijgestaan door een tweede) hamert van begin tot het eind het typische ritme, waardoor het geheel een mechanisch tintje krijgt. Het tergend langzame, vijftien minuten durende ontlaadt zich in een schetterend slotakkoord met luide bekkens en trommels.  

Biografie

George Benjamin, dirigent

Toen in maart 2023 de Ernst von Siemens Musikpreis werd toegekend aan George Benjamin werd hij gekenschetst als ‘een van de belangrijkste en invloedrijkste hedendaagse kunstenaars van de afgelopen decennia, die als componist én de nieuwe muziek mede vorm heeft gegeven’.

George Benjamin was compositieleerling van Olivier Messiaen en studeerde piano bij Yvonne Loriod. Zijn eerste orkestwerk, Ringed by the Flat Horizon, werd in 1980 uitgevoerd tijdens de BBC Proms.

Sindsdien ontving de Engelsman compositieopdrachten van gerenommeerde instituten, musici en festivals. Bij het Concertgebouworkest staan werken van George Benjamin sinds 1986 op het repertoire. Van zijn succesvolle ’s Into the Little Hill, Written on Skin en Lessons in Love and Violence waren de laatste twee coproducties van onder meer De Nationale Opera in Amsterdam en de ­Royal Opera in Londen.

Picture a Day Like This ging afgelopen zomer in première op het festival van Aix-en-Provence. George Benjamin dirigeert gezelschappen als het Ensemble Modern, het Ensemble intercontemporain en de Berliner Philharmoniker. Bij het Concertgebouworkest is hij sinds 2003 regelmatig te gast als . Zo leidde hij er in 2015 en 2019 zijn opdrachtwerk Dream of the Song.

George Benjamin is Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en Commander of the Order of the British Empire en werd in 2017 geridderd in de Birthday Honours van Koningin Elizabeth. In 2022 ontving hij zowel de Ivor Novello Award als de Grand Prix artistique van de Fondation Simone et Cino Del Duca.

Bejun Mehta, countertenor

Bejun Mehta is een van de meest gevraagde en ter wereld. Zijn vader, pianist Dady Mehta, is een neef van Zubin Mehta; van zijn moeder, die zangeres was, kreeg hij zijn eerste zanglessen. Onder de grote ’s uit het repertoire van de Amerikaan zijn Glucks Orfeo ed Euridice en Händels Orlando.

In het Royal House Covent Garden, bij De Nationale Opera, de Metropolitan Opera en op de festivals van Salzburg, Glyndebourne en Aix-en-Provence is hij regelmatig te gast. Naast zijn activiteiten als operazanger treedt Bejun Mehta op met vooraanstaande orkesten en en. Zijn repertoire strekt zich uit van de tot hedendaagse muziek.

Bejun Mehta heeft tientallen cd’s op zijn naam staan. In 2013 opende de zanger een nieuw hoofdstuk in zijn carrière: hij dirigeerde het Belgische barokorkest B’Rock in symfonieën van Haydn en Mozart. Zijn rol in de succesvolle opera Written on Skin van George Benjamin is speciaal voor de zanger geschreven, evenals de partij van Dream of the Song waarmee Bejun Mehta in september 2015 debuteerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest