Rafael Payare en Daniil Trifonov in Beethoven en Berlioz

Orchestre symphonique de Montréal
Rafael Payare dirigent
Daniil Trifonov piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Ook interessant:
- Notenbeeld: Symphonie fantastique 

Iman Habibi (1985)

Jeder Baum spricht (2019)
voor orkest
Nederlandse première

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Pianoconcert nr. 1 in C gr.t., op. 15 (1798)
Allegro con brio
Largo
Rondo – Allegro scherzando

pauze ± 21.05 uur

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries – Passions
Un bal
Scène aux champs
Marche au supplice
Songe d’une nuit du Sabbat

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Iman Habibi (1985)

Jeder Baum spricht

Door Christiane Schima

De in 1985 in Teheran geboren Iman Habibi was zeventien toen hij met zijn ouders het repressieve Iran verliet en naar Canada emigreerde. In zijn geboorteland had hij een islamitische school bezocht maar kreeg daarnaast pianoles, waardoor hij met westerse muziek in aanraking kwam. Habibi: ‘Mijn jeugd was vol met muziek waarin de islamitische revolutie werd gevierd en de oorlog werd verheerlijkt. Ik ontdekte de enorme kracht van muziek, die ik echter op een andere manier wilde gaan gebruiken.’ Habibi’s studie van ­klassieke pianomuziek bood een alternatief voor de stereotype propagandamuziek. Inmiddels is hij niet alleen in Canada en de Verenigde Staten maar ook daarbuiten een gelauwerd componist. Habibi schrijft muziek in uiteenlopende genres en beweegt zich vrij tussen diverse klassieke en moderne stijlen.

Jeder Baum spricht is ontstaan in opdracht van The Philadelphia Orchestra. Omdat het orkest in het première­concert ook Beethovens Vijfde en Zesde symfonie uitvoerde, was het verzoek om een verband met Beethoven te leggen. Habibi omschrijft zijn stuk als een ‘verontrustende rapsodische bijdrage tot de klimaatverandering in dialoog met Beethovens Vijfde en Zesde symfonie’. Het was niet moeilijk om bij Beethoven aan te knopen, want diens liefde voor de natuur is genoegzaam beschreven. In 1805, vóór het ontstaan van zijn Zesde symfonie, ‘Pastorale’, waarin de componist natuur- en vogelgeluiden heeft verwerkt, valt in het dagboek van de Weense meester te lezen: ‘Allmächtiger im Walde! Ich bin selig, glücklich im Wald; jeder Baum spricht durch dich. O Gott! Welche Herrlichkeit! In einer solchen Waldgegend, in den Höhen ist Ruhe, ihm zu dienen.’ Niet alleen de ‘Pastorale’ bevat toespelingen op de natuur: ook het markante viertoonsmotief van het openingsdeel van de Vijfde symfonie zou op vogelzang teruggaan.

Habibi over Jeder Baum spricht: ‘Mijn werk begint met een gevoel van urgentie, het beroemde openingsmotief uit de Vijfde wordt door het hele stuk heen ‘gepeperd’. Ik heb het echter alleen in ritmische vorm gebruikt: tr­iolen gevolgd door een lange noot. Verder zijn er geen directe citaten, het gaat meer om stilistische en formele toespelingen. Zo begint ook Beethovens Vijfde met het idee van urgentie, als een dramatische zoektocht die ten slotte met een C groot-­ eindigt. Je hoort in mijn stuk plotselinge wisselingen van richting en contrasten; op een gegeven moment hoor je een solo van de klarinet die aan de hobopassage in het eerste deel van de Vijfde herinnert. Er zijn dus raakvlakken met Beethoven, maar meer subtiele. […] Aan het slot rijst het idee dat er misschien nog redding is voor de natuur. Mijn stuk is een oproep om in actie te komen. Ik hoop dat het de toehoorders daartoe motiveert.’

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Eerste pianoconcert

Door Christiane Schima

‘Moed! Ondanks alle zwaktes van het lichaam moet de geest heersen!’ Aldus de jonge Ludwig van Beethoven in 1792 in zijn dagboek. Hij is vanuit Bonn op weg naar Wenen met verschillende composities op zak. Joseph Haydn en Antonio Salieri worden zijn leraren, Wolfgang Amadeus Mozart is tot Beethovens spijt het jaar daarvoor overleden. Reeds tijdens zijn driejarige studie doet zijn talent van zich spreken in aristocratische kringen. Als pianist maakt hij vooral indruk door zijn uitzonderlijke gave van het ‘freie Phantasieren’ en zijn briljante voordracht. Net als bij Mozart staat het klavier in het middelpunt van Beethovens creatieve leven.

Zijn Eerste pianoconcert in C groot, 15 kan worden begrepen als een trots bewijs van zijn status als pianist. Een gunstige bijkomstigheid was dat de piano met name in Wenen voortdurend geperfectioneerd werd – denk aan de ontwikkeling van het Hammerklavier (Beethoven wijdde er later een aan), zodat Mozart over Wenen sprak als het ‘wahre Klavierland’. Als hoofdstad van het meerdere volkeren omvattende Habsburgse Rijk was Wenen een centrum van cultuur en muziek. De vele aristocratische huizen, de niet aflatende vraag van de muziekminnende adel naar ­illustere concerten en nieuwe composities brachten musici als Beethoven werk en inkomen. De meeste en spannendste muzikale gebeurtenissen vonden in privékring plaats, want openbare concerthuizen evenals vaste publieke orkesten waren er – dat mag misschien verbazen – in Wenen nog nauwelijks. 

Waar en wanneer Beethoven zijn Eerste pianoconcert voor het eerst gespeeld heeft is tot op heden niet bekend. Mogelijk op 29 maart 1795 in het Weense Burg­theater, mogelijk in 1798 in Praag – vast staat een uitvoering samen met de Eerste symfonie eveneens in het Weense Burgtheater op 2 april 1800. Tot dan had Beethoven zijn Eerste pianoconcert al meerdere keren bewerkt en met arbeid aan zijn volgende twee pianoconcerten onderbroken.

Het vroege werk staat qua opbouw en structuur nog onder invloed van ­Haydn, maar vertoont reeds het handschrift van de latere Beethoven. Dat betreft het stormachtige temperament en de uitbundige speelvreugde die in het levendige eerste deel tot uitdrukking komen in de grillige aaneenschakeling van ’s. Na een betoverend Largo wordt het pianoconcert afgesloten met een, zoals ook bij Haydn en Mozart gebruikelijk was, zorgeloos sprankelend .

Een recensent van de Leipziger Allgemeine Musikzeitung woonde de Weense uitvoering in 1800 bij en uitte zijn bewondering voor Beethoven als componist maar ook als pianist en improvisator. Betreffende het Eerste pianoconcert bekritiseert hij alleen de kwaliteit van het begeleidende orkest: het toonde weinig ‘Delicatesse im Accompagnement’, de schrijver stelde gezien de virtuositeit en diepgang van het werk nalatigheid in het volgen van de solist vast: ‘Wat voor een groot effect kan op die manier ook maar de meest voortreffelijke compositie hebben?’

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie Fantastique

Door Aad van der Ven

Twee enorme schokken kreeg Hector Berlioz als 25-jarige te verwerken. Hij hoorde voor het eerst Beethovens Derde symfonie ‘Eroica’ en hij zag een Shakespeare-productie met in één van de hoofdrollen de Ierse actrice Harriet Smithson. Beide ervaringen waren heftig en ingrijpend. Hij besloot dat hij net als Ludwig van Beethoven een symfonie moest schrijven en hij viel als een blok voor Miss Smithson.

De laatste reageerde uitgesproken koel op zijn gepassioneerde brieven. Toen hij hoorde dat de levenswandel van de actrice verre van onberispelijk was – er waren geruchten over diverse liaisons – viel Harriet van haar voetstuk. Liefde, wanhoop en teleurstelling beeldde Berlioz uit in zijn Symphonie fantastique waarin de vrouw van zijn dromen uiteindelijk de gedaante krijgt van een gemene heks. De symfonie als afrekening: er openden zich nieuwe mogelijkheden voor de programmamuziek.

  • Hector Berlioz

De actrice wordt in deze aangeduid door middel van een centraal , een ‘idée fixe’, dat herhaaldelijk van gedaante en van karakter verandert. In de langzame inleiding van het eerste deel, Dromen en hartstochten, dwaalt de minnaar vruchteloos rond, waarna de eerste confrontatie met de aanbedene hem in heftige beroering brengt.

In het tweede deel, Een bal, duikt zij op in een dansend gezelschap. De idée-fixe is getransformeerd in een sierlijke melodie. In ­Scène op het land zoekt de hoofdpersoon rust in de natuur. De sfeer van een zomeravond op het platteland is niet los te denken van Beethovens Zesde symfonie ‘Pastorale’.

Tijdens een onweer – populair in de negentiende-eeuwse - en concertmuziek – geven herders elkaar met hun schalmeien signalen. In de  naar het schavot droomt de afgewezen minnaar dat hij de dame in kwestie om het leven heeft gebracht en daarvoor moet boeten. Aan zijn terechtstelling komt de valbijl te pas (een fortissimo-klap van het hele orkest).

In het slotdeel, Droom van een heksensabbat, verschijnt de vroegere geliefde op een bezemsteel. Haar lelijkheid en kwaadaardigheid worden uitgebeeld in schrille klankeffecten, terwijl het stuntelig klinkende dies-irae-­ het zowel komische als sinistere karakter van de muziek versterkt.

Met zijn ongewone instrumentale effecten is Berlioz hier verder dan ooit verwijderd geraakt van het homogene klankideaal van die tijd. Voor de première in 1830 in Parijs wilde hij een orkest van over de ­tweehonderd musici inschakelen. Hij moest genoegen nemen met honderddertig.

Biografie

Orchestre symphonique de Montréal, orkest

Sinds de oprichting in 1934 is het Orchestre symphonique de Montréal uitgegroeid tot een gezichtsbepalend gezelschap in het muziekleven van Québec en een internationaal gewaardeerde cultureel ambassadeur van Canada.

Onder de artistieke leiding van Rafael Payare nodigt het orkest wereldberoemde solisten en en uit en bouwt het ook zijn discografie, die al met over de honderd nationale en internationale prijzen werd gelauwerd, gestaag uit. Zo werkt het momenteel aan een Mahler-cyclus, waarvan de Vijfde symfonie door zowel Gramo­phone als het BBC Music Magazine werd uitgeroepen tot Editor’s Choice.

In het Maison symphonique en elders geeft het Orchestre sympho­nique de Montréal gemiddeld honderd concerten per seizoen, en daarnaast zijn er optredens met het eigen koor, kamermuziekseries, familieconcerten, recitals en maatschappelijke projecten.

In zijn programmering zoekt het orkest geregeld aanknopingspunten met de geschiedenis van de stad, maar kijkt het ook vooruit met opdrachtwerken van componisten uit Canada en ver daarbuiten.

Al meer dan vijftig keer ging het Orchestre symphonique de Montréal op tournee; de eerste overzeese tournee, in 1962 met Zubin Mehta, deed Wenen, Parijs, Moskou, Kyiv en Sint-Petersburg aan. Latere concertreizen brachten het orkest naar China, Japan, Zuid-Korea, Latijns-Amerika en de Verenigde Staten. De huidige tournee voert het orkest ook naar Londen, Luxemburg, Parijs, Hamburg, Berlijn, München en Wenen.

Het Orchestre symphonique de Montréal was voor het laatst in Het Concertgebouw te beluisteren op 17 juni 1992, onder leiding van de toenmalige chef- Charles Dutoit en in het kader van het ­Holland Festival.

Rafael Payare, dirigent

Rafael Payare is music director van het Orchestre symphonique de Montréal sinds 2022 en van de San Diego Symphony sinds 2019. Met beide orkesten stond hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het nieuwe California Festival en op het Día de los Muertos Festival in Tijuana. In 2024 heropende hij het Jacobs Music Center – de gerenoveerde thuiszaal van de San Diego Symphony.

Hij is ook eredirigent van het Noord-­Ierse Ulster Orchestra, waar hij van 2014 tot 2019 de leiding had en waarmee hij meermaals optrad bij de BBC Proms. Rafael Payare is een van de bekendste alumni van El Sistema, het ­befaamde muziek­educatieprogramma in zijn geboorteland Venezuela. Van 2001 tot 2012 was hij solohoornist van het Simón Bolívar , waarmee hij tourde onder leiding van Gustavo ­Dudamel en andere topdirigenten. Giuseppe Sinopoli inspireerde hem zelf te gaan dirigeren.

Rafael Payare werd opgeleid door El Sistema-oprichter José Antonio Abreu en gecoached door Lorin Maazel en Krzysztof Penderecki, en leidde spoedig alle belangrijke orkesten van ­Venezuela. Nadat hij in 2012 in Denemarken de Malko International Competition for Young Conductors won, kwam zijn car­rière in een stroomversnelling. In recente jaren was de te gast bij onder meer de grote orkesten van New York, Los Angeles, San Francisco, ­Chicago, Cleveland, Philadelphia, Zürich, Wenen, Berlijn, München, Hamburg, Rome, Londen en Parijs. leidde hij op het Glyndebourne Festival en in de theaters van Stockholm, Kopenhagen, Berlijn en Londen.

In Het Concertgebouw trad hij in 2017 op met het Radio Filharmonisch Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, in 2018 met het Ulster Orchestra en in 2024 met het Orchestre symphonique de Montréal. Bij het ­Concertgebouworkest maakt Rafael Payare zijn debuut.

Daniil Trifonov, piano

Daniil Trifonov had vanaf zijn achtste pianoles aan de ­Gnessin ­Muziekschool in Moskou en vervolgde zijn studie bij Sergei Babayan aan het Cleveland Institute of Music. Hij studeerde tevens compositie en schreef naast kamermuziek ook drie pianoconcerten.

In 2010/2011 won de pianist prijzen op drie belangrijke internationale wedstrijden op rij: het Chopinconcours in Warschau, het Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv en het Tsjaikovski Concours in Moskou.

In 2013 werd hem in Italië de Franco Abbiati Prijs toegekend, en hij werd Artist of the Year bij zowel Gramophone (2016) als Musical America (2019). Voor zijn Liszt-album Transcendental won hij in 2018 een Grammy Award, en in 2021 kreeg het Russische album Silver Age een Op­us Klassik.

Zijn nieuwste project, waarvan in oktober het eerste album My American Story: North uitkwam, beschrijft een zeer persoonlijke muzikale reis door Amerika, waar Daniil Trifonov bijna de helft van zijn leven heeft doorgebracht. Daniil Trifonov bekleedde residencies bij de Berliner Philharmoniker, de Wiener Musikverein, de New York Philharmonic en Carnegie Hall (2019/2020) en is dit seizoen in residence bij zowel het Chicago Symphony Orchestra als het Tsjechisch Philharmonisch Orkest.

Hij werd geëngageerd door het Concertgebouworkest (2018), het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des ­Bayerischen Rundfunks, de Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra, het Mariinski Orkest en de orkesten van Los Angeles, Boston, Philadelphia en Cleveland.

Door Europa tourde hij vorig seizoen met cellist Gautier Capuçon en dit seizoen reist hij met violist ­Leonidas Kavakos naar Chicago, Boston, ­Kansas City en Washington D.C. Met een ­programma met bariton Matthias Goerne deed hij in juni 2022 onder andere Het Concertgebouw aan. Daniil Trifonov geeft ook wereldwijd solorecitals; in de deed hij dat in 2013, 2016, 2017 en 2019 en in maart 2023 verzorgde hij er samen met zijn voormalig leraar Sergei Babayan een Rachmaninoff-programma.