Radu Lupu speelt Mozart bij het Concertgebouworkest

Serie B en Extra Concert 20.15 uur 

Koninklijk Concertgebouworkes
Cristian Măcelaru dirigent
Radu Lupu piano

begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur

download dit programma als pdf

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianoconcert nr. 24 in c kl.t., KV 491 (1786)
Allegro
Larghetto
Allegretto
cadensen: Radu Lupu

pauze

Richard Strauss 1864-1949

Tod und Verklärung, op. 24 (1888-89)
symfonisch gedicht

Richard Wagner 1813-1883

Ouverture uit 'Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg'
versie Dresden (1845)

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

pianoconcert nr. 24

tekst: Aad van der Ven

Niet minder dan vijftien pianoconcerten componeerde Mozart in de jaren 1782-86. Aan geen ander genre besteedde hij in die periode zoveel aandacht. Optreden met orkest was juist in die jaren zijn belangrijkste bron van inkomsten. En het was gebruikelijk dat een pianist zijn eigen muziek uitvoerde, liefst iets van recente datum.

Maar er speelden bij Mozart uiteraard ook overwegingen van zuiver artistieke aard mee. Er is wel op gewezen dat voor hem, al dan niet bewust, het pianoconcert bij uitstek het genre was om de grenzen van de gezelschapsmuziek op te zoeken teneinde de weg vrij te maken voor kunst die plaats bood aan subjectieve gevoelens.

Daarmee verwijderde hij zich geleidelijk van de ideeën die zijn vader Leopold hem van jongs af aan had bijgebracht en waarin hij zich als hofcomponist in Salzburg aanvankelijk had geschikt. Twee pianoconcerten in het bijzonder dragen de kenmerken van die ontwikkeling, namelijk het Pianoconcert in d klein, KV 466 en het Pianoconcert in c klein, KV 491 – vanavond op het programma. Te midden van al die stralende composities nemen ze met hun toonsoorten allebei een uitzonderlijke plaats in. 

Het Pianoconcert in c klein ontstond in 1786, ongeveer gelijk met de  Le nozze di Figaro. Tegenover de aan de opera verwante elegantie in combinatie met introverte droefheid staat de grandeur in dit majestueuze pianoconcert, een werk van een ronduit symfonische werking.

Dat laatste niet alleen door de omvang van het orkest – het grootste van al zijn pianoconcerten – maar ook door het belang van de individuele orkestpartijen, met een sterk op de vaak solistisch optredende . Opvallend in dit verband is ook hoe lang de componist in het eerste deel de inzet van de solist uitstelt door middel van een uitgebreid en spanningsvol orkestraal discours. 

Op het magistrale eerste deel, gedomineerd door een sterk chromatisch met zigzaggende sprongen in combinatie met een door de piano geïntroduceerde e , volgt een sereen Larghetto. Dat is vervuld van een nostalgie die we ook kennen van de muziek van de Gravin in Le nozze di Figaro.

De finale, gedomineerd door een ritme, bestaat uit een thema met zes variaties, gevolgd door een uitgebreide . De leidt bij Mozart in veel andere composities tot luchtig speelplezier, maar zo niet in dit laatste deel, dat tot aan het eind een indringende ernst bezit. ‘Tot iets dergelijks zullen we nooit in staat zijn’, zei Beethoven tegen enkele omstanders toen hij deze muziek hoorde. 

Richard Strauss 1864-1949

Tod und Verklärung

tekst: Paul Janssen

Uitgekeken op de vorm van de symfonie en nog lang niet klaar met het . Dat was het dilemma van de jonge Richard Strauss. Met Macbeth (1887-90) en Don Juan (1888-89) koos hij definitief voor het pad dat door Franz Liszt was geëffend. Met zijn derde symfonisch gedicht, Tod und Verklärung, zette hij een van de hoogtepunten van het genre gedichten neer.

Voor dit ruim 25 minuten durende werk maakte de componist zich los van de literaire bronnen waarop hij zijn eerste symfonische gedichten baseerde en schreef hij zijn eigen programma. Hoewel de bevriende dichter Alexander von Ritter dat programma uiteindelijk omzette in een gedicht dat als een verklarende tekst in de werd opgenomen, blijven Strauss’ eigen woorden het meest verhelderend: ‘Een man, een kunstenaar, ligt slapend in bed.

Hij ademt zwaar en onregelmatig. Aangename dromen laten ondanks zijn lijden een glimlach over zijn gezicht glijden. Zijn slaap wordt lichter. Hij ontwaakt. Opnieuw wordt hij overvallen door vreselijke pijnen.

Zijn ledematen schokken van de koorts. Als de pijn minder wordt, reflecteert hij over zijn voorbije leven, zijn kindertijd, zijn jeugd met zijn passies en inspanningen en terwijl de pijn terugkeert worden de vruchten van zijn leven duidelijk en dringt het idee zich op dat het ideaal dat hij altijd probeerde te representeren in zijn kunst, maar dat hij nooit perfect heeft weer kunnen geven, niet perfect weergegeven kán worden door een levend wezen. Het uur van de dood nadert en de ziel verlaat het lichaam om de perfectie, die hij op aarde nooit kon vervullen, op de meest glorieuze wijze te vinden in de oneindige kosmos.’

Tod und Verklärung begint met een lange inleiding, een droomachtige passage waaruit een lijn zich losmaakt die achtereenvolgens door verschillende instrumenten wordt herhaald. Dan doorkruisen en op brute wijze de quasi-vredigheid en schildert Strauss de angst en de pijn van de hoofdpersoon. Op het hoogtepunt van deze uitbarsting verschijnt plots het aan de inleidende melodielijn verwante hoofdthema, dat het artistieke ideaal van de kunstenaar representeert.

De melodie wordt niet afgemaakt en maakt plaats voor lieflijke herinneringen aan de jeugd, met prachtige - en strijkerpassages. Ook daar dringen de pauken en de koperblazers weer door met heftige pijnscheuten. Pas in het laatste gedeelte verdwijnt de pijn naar de achtergrond en komt het nu complete hoofdthema te voorschijn in de hoorn. Na een laatste climax ebt de muziek weg in de rust van de voltooide transfiguratie.

Strauss zelf bleef zijn hele leven erg gesteld op Tod und Verklärung. Hij dirigeerde het werk vaak en citeerde eruit in Ein Heldenleben en de Vier letzte er. En toen hij in 1949 zelf op zijn sterfbed lag, zei hij tegen zijn schoondochter: ‘Sterven is precies zoals ik het gecomponeerd heb in Tod und Verklärung.’

bekijk de zangtekst van Tod und Verklärung in dit pdf-bestand

Richard Wagner 1813-1883

Ouverture 'Tannhäuser'

Na Rienzi en Die Feen verwachtte niemand van Richard Wagner dat hij met zijn volgende werken de historie definitief zou veranderen. Maar met Der fliegende Holländer en het kort daarna geschreven Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg zette Wagner aarzelend een punt achter de traditionele opera en begon hij zijn werken te organiseren als grootschalige muziekdramatische scènes, bijeengehouden door het principe van het Leitmotiv.

Tegelijkertijd vond Wagner in deze opera’s de rode draad die door bijna al zijn opera’s loopt: de zoektocht naar onvoorwaardelijke liefde langs een pad vol vervloeking en verlossing. In Tannhäuser, de opera die in 1845 in Dresden zijn première beleefde, combineerde Wagner dit met een andere geliefd element: de Minnesänger, de troubadours van de twaalfde en dertiende eeuw die later in Die Meistersinger von Nürnberg wederom een belangrijke rol zouden spelen.

In Tannhäuser is de gelijknamige minstreel annex ridder op zoek naar verlossing. Dit nadat hij is verleid door de godin Venus en enige tijd op de Venusberg heeft geleefd waar hij de gepassioneerde liefde heeft leren kennen. Uiteindelijk is het de onvoorwaardelijke liefde van Elisabeth die hem redt, al kost het haar het leven.

In de Ouverture komen de drie belangrijkste elementen van de naar voren: de verleidelijke sensualiteit van Venus, de piëteit van de pelgrims als symbool voor de boetedoening (Tannhäuser wordt veroordeeld tot het ondernemen van een pelgrimstocht naar Rome), en ten slotte de allesoverheersende spirituele liefde van Elisabeth. 

Biografie

Cristian Macelaru, dirigent

De Roemeense Cristian Măcelaru is chef-dirigent van het WDR Sinfonieorchester sinds het seizoen 2019/2020. Daarnaast is hij conductor in residence van het Philadelphia Orchestra en music director van het Cabrillo Festival, het langstlopende Amerikaanse festival voor hedendaagse muziek.

Cristian Măcelaru begon als violist; hij was de jongste concertmeester ooit van het Miami Symphony Orchestra. Bij Larry Rachleff aan de Rice University in Houston behaalde hij zijn directiediploma. Ook volgde hij lessen bij onder anderen David Zinman, Rafael Frühbeck de Burgos, Oliver Knussen and Stefan Asbury in Tanglewood en Aspen.

In 2012 viel Cristian Măcelaru met veel succes in voor Pierre Boulez bij het Chicago Symphony Orchestra. Inmiddels stond hij voor onder meer het Los Angeles Philharmonic Orchestra, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Royal Scottish National Orchestra, het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra en de en van Toronto, Baltimore, Seattle, Detroit en Indianapolis. In 2014 won hij de prestigieuze Sir Georg Solti Conducting Award.

In 2017 debuteerde Cristian Măcelaru bij het Concertgebouworkest met werken van Mozart, Strauss en Wagner. In 2018 leidde hij Kurt Weills Die sieben Todsünden voorafgegaan door werken van Al-Zand en Sjostakovitsj.

Radu Lupu, piano

Radu Lupu geldt als een van de belangrijkste pianisten van zijn generatie. Zijn interpretaties van ­werken van met name Beethoven, Brahms, ­Mozart en Schubert worden algemeen erkend als toonaangevend. De ­Roemeen begon op zesjarige leeftijd met piano­spelen en gaf op twaalfjarige leeftijd zijn eerste publieke optreden met louter zelfgeschreven composities.

Hij ­voltooide zijn pianostudie in 1968 aan het ­conservatorium van Moskou. In 1966 won hij de prestigieuze Van Cliburn-pianocompetitie en drie jaar later volgde het pianoconcours van Leeds. Sindsdien treedt Radu Lupu op in s en als solist in de muzikale hoofdsteden en tijdens de belangrijkste festivals van Europa, de Verenigde Staten en Japan.

Als voorbeelden mogen zijn vele concerten met de ­Berliner Philharmoniker (sinds zijn debuut onder leiding van Herbert von Karajan in 1978) en de Wiener Philharmoniker ­dienen, alsook zijn herhaalde uitvoeringen tijdens de ­Salzburger ­Festspiele en het Lucerne Festival.

De pianist kreeg diverse onderscheidingen, waaronder tweemaal de prestigieuze ‘Abbiati’-prijs, overhandigd door de Italiaanse vereniging van ­muziekcritici. Radu Lupu maakte in 1975 zijn ­debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij was sindsdien meermaals te gast bij het ­orkest, het meest ­recent in mei 2016, toen hij ­soleerde in ­Beethovens Eerste pianoconcert ­onder leiding van Gustavo Gimeno.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest