Rachmaninoff en Strauss door het concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Kirill Gerstein piano

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Tweede pianoconcert in c kl.t.,
op. 18 (1900-01)
Moderato
Adagio sostenuto
Allegro scherzando

pauze

Richard Strauss 1864-1949

Ein Heldenleben, op. 40 (1898)
symfonisch gedicht voor groot orkest
Der Held – Des Helden Widersacher – Des Helden Gefährtin – Des Helden Walstatt – Des Helden Friedenswerke – Des Helden Weltflucht und Vollendung

vioolsolo: Vesko Eschkenazy

Dit programma maakt deel uit van Serie D

Toelichting

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Tweede Pianoconcert

Alsof tijdens het componeren de vingers zelfstandig op zoek zijn gegaan naar de juiste toetsen. Zo natuurlijk, instrumentaal geconcipieerd is de pianomuziek van Serge Rachmaninoff. Hij schreef naar verluidt vrijwel al zijn muziek terwijl hij aan het klavier zat. Wat verwacht men anders van iemand die ook tot de grootste pianisten van zijn tijd behoorde? Opvallende elementen van zijn rijke en subtiele schrijfwijze zijn in het Tweede pianoconcert in c klein in overvloed te vinden, vooral in decoratieve passages waar lijnen, ische details en krioelende toonladderfiguren ën omgeven die oprijzen als machtige, door de wind voortgedreven schepen. Want melodieën schrijven, dat kon Rachmaninoff als weinig anderen.

Na de acht herhaalde, in sterkte toenemende, mysterieuze beginakkoorden, klinkend als de klokken van een eeuwenoude kathedraal, verheft zich zo’n fraai gewelfde melodie waaraan maar geen einde lijkt te komen, meer dan veertig maten lang in dit geval. Het is een talent dat Rachmaninoff gemeen had met Tsjaikovski, van wie hij veel geleerd heeft. Wanneer het laatste deel zijn apotheose nadert rijst weer zo’n melodie op, nog grandiozer dan dat eerste van het openingsdeel. De componist werd daarmee op slag wereldberoemd, zeker nadat ook de filmindustrie er zich van meester had gemaakt.

Al die aantrekkelijke, rijk geornamenteerde ën kwamen de maker allesbehalve aanwaaien. Componeren ging bij Rachmaninoff gepaard met veel twijfels en wanhoop. De schok als gevolg van zijn weggehoonde Eerste symfonie kon hij slechts dankzij langdurige psychiatrische behandeling te boven komen. Het Eerste pianoconcert was wel een succes, maar de componist was zelf zo ontevreden over het stuk dat hij de vele jaren later grondig reviseerde. Ook nummer twee kent een problematische voorgeschiedenis. In 1900 ontstonden het tweede en derde deel, en pas nadat die in het openbaar waren uitgevoerd durfde Rachmaninoff een jaar later het openingsdeel eraan toe te voegen. De mfantelijke première betekende een keerpunt in zijn carrière.

De uiteenlopende kanten van Rachmaninoff als componist komen hier duidelijk naar voren. Enerzijds in de gloed en de virtuositeit van de snelle delen, met martiale motieven tegenover breed uitwaaierende melodieën. Aan de andere kant is er het introverte sostenuto met rustig om hun as draaiende, Bach-achtige passages waarvan het zwevende effect het gevolg is van steeds verschuivende, de verhullende en. Dit alles gedrenkt in nostalgie, die inherent is aan Rachmaninoff. In 1918, na de grote Russische revolutie, week hij uit naar de Verenigde Staten, waar hij altijd een buitenstaander zou blijven.

Richard Strauss (1864-1949)

Ein Heldenleben

Door Aad van der Ven

Voordat Willem Mengelberg zich overgaf aan de symfonieën van Gustav Mahler was onder diens tijdgenoten Richard Strauss duidelijk zijn favoriet. Tussen 1896 en 1903 zien we op de programma’s van het Concertgebouworkest niet minder dan twaalf titels van deze componist staan. Strauss zelf dirigeerde het Amsterdamse orkest voor het eerst in 1897. De drieëndertigjarige componist was zo onder de indruk van de uitvoering van Tod und Verklärung dat hij beloofde zijn volgende grote orkestwerk aan het nog jonge Amsterdamse orkest op te dragen. Dat zou Ein Heldenleben worden, waarmee het Amsterdamse publiek in 1899 zou kennismaken.

Strauss had sinds Tod und Verklärung drie andere ‘Tondichtungen’ gecomponeerd: Also sprach Zarathustra, Till Eulenspiegel en Don Quixote. Aan de Gustav Kogel schreef hij: ‘Ik zie een zo duidelijke lijn tussen Don Quixote en Ein Heldenleben dat speciaal Don Quixote pas volledig begrepen kan worden wanneer dat werk naast Ein Heldenleben wordt gelegd.’

  • Richard Strauss

Wie is de held in Ein Heldenleben en wat gebeurt er met hem? De opschriften van de delen en de door de componist erbij geschreven notities suggereren dat het hier om een miskend genie gaat. Halverwege het symfonisch gedicht kr­uisen onbetekenende tegenstanders – de met schrille blazers karikaturaal afgeschilderde muziekcritici – zijn pad. Hij weert zich manhaftig in alle conflicten – militante strijdmuziek – met degenen die hem niet begrijpen. Na deze ervaringen staat hij, met een meelevende echtgenote aan zijn zijde, gelouterd in het leven. Een muzikale terugblik voert ons door middel van talrijke citaten langs zijn vroegere werken. In het slotdeel vindt de held de eeuwige rust.

Is Ein Heldenleben een egodocument? Aan de Franse auteur Romain Rolland schreef Strauss: ‘U hoeft mijn programma niet te lezen. Het is voldoende te weten dat het een held beschrijft die in gevecht met zijn vijanden is.’ De denkbeeldige verbinding met Don Quixote waarop de componist zinspeelde geeft te denken. Bekend is dat Strauss een enigszins robuuste Beierse humor bezat. Van een zekere kleinburgerlijkheid kan hij niet worden vrijgepleit. Kan zo iemand van megalomanie worden beschuldigd? Mocht de hier uitgebeelde held in de visie van de componist toch Richard Strauss heten, dan vertoont de uitgebreide, elegante en grillige vioolsolo, die in Des Helden Gefährtin de meest e bladzijden van de beslaat, eerder de trekken van zijn echtgenote Pauline de Ahna, zo heeft ook de componist toegegeven. Bekend is dat deze generaalsdochter in huize Strauss op niet mis te verstane wijze de dienst uitmaakte. Zo beschouwd is de held uit Ein Heldenleben een heldin.

Biografie

Semyon Bychkov, dirigent

Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een ­complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.

Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).

Als gastdirigent staat Semyon ­Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met SjostakovitsjZevende symfonie, ‘Leningrad’.

De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de ­Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.

Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.

Kirill Gerstein, piano

Kirill Gerstein is afkomstig uit ­Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazz­legende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.

In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikov­ski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.

Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.

Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.

Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest