Queyras en Batiashvili: duo's en kwartetten

Spotlight op Jean-Guihen Queyras 20.15 uur

Jean-Guihen Queyras cello
Lisa Batiashvili viool
Antoine Tamestit altviool
Jonathan Biss piano

Robert Schumann 1810-1856

Drei Romanzen, op. 94 (1849)
oorspronkelijk voor hobo en piano,
versie voor cello en piano
Nicht schnell
Einfach, innig
Nicht schnell

Bohuslav Martinů 1890-1959

Eerste duo, H. 157 (1927)
voor viool en cello
Preludium: Andante moderato
Rondo: Allego con brio 

Robert Schumann

Märchenbilder, op. 113 (1851)
voor altviool en piano
Nicht schnell
Lebhaft
Rasch
Langsam, mit melancholischem Ausdruck

pauze

Robert Schumann

Pianokwartet in Es gr.t., op. 47 (1842)
Sostenuto assai – Allegro ma non troppo
Molto vivace
Andante cantabile
Vivace

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

drei romanzen, märchenbilder en pianokwartet

Tekst: Christiane Schima

Robert Schumann is het toonbeeld van de Duitse muzikale . Hij liet zich inspireren door de literatuur: gedichten van Joseph von Eichendorff en Heinrich Heine, de wonderlijke verhalen van E.T.A. Hoffmann en de sprookjes van de gebroeders Grimm. Hij componeerde poëtische karakterstukken als Kinderszenen en Waldszenen en laat in Kreisleriana en Carnaval romanfiguren optreden.

Schumann, die in zijn jonge jaren een car­rière als dichter niet uitsloot, slaagde erin zijn talenten te combineren. De drie werken op het programma van vandaag zijn afkomstig uit verschillende scheppingsperiodes. Het Pianokwartet in Es groot is het vroegste werk. Drei Romanzen en Märchenbilder ontstonden in zijn laatste levensjaren. In 1854 werd Schumann na een sprong in de Rijn naar een psychiatrische inrichting bij Bonn gebracht, waar hij in 1857 in geestelijke verwardheid overleed.

Drei Romanzen bestaat uit drie romantische taferelen met de tempo-aanduidingen ‘Nicht schnell’ voor het melancholieke eerste deel, ‘Einfach, innig’ voor het zonnigere e tweede deel en wederom ‘Nicht schnell’ voor het contemplatief-droevige laatste deel. Aanvankelijk voor hobo en piano geschreven en door Schumann zelf nog in de versie voor viool uitgegeven, verheugt het werk zich tegenwoordig ook voor andere instrumenten in een grote populariteit.

Schumanns Märchenbilder refereren aan sprookjes van de gebroeders Grimm. In de eerste twee delen zijn beelden van Rapunzel gevangen. De verdrietige gevoelens van het in een hoge toren opgesloten meisje maken in het tweede deel plaats voor vreugde, namelijk wanneer ze – haar lange haarvlecht als touw benuttend – bezoek ontvangt van een minnaar.

Een dreigende sfeer overheerst in het volgende deel dat gebaseerd is op het verhaal van Repelsteeltje. Een in het koninklijk paleis gevangen molenaarsdochter moet voor de koning uit stro goud spinnen, en een boos klein mannetje helpt haar daarbij. Maar hij eist van het meisje een beloning voor zijn diensten, namelijk haar eerstgeboren kind – tenzij zij zijn naam kan raden.

De slapende Doornroosje inspireerde de componist tot het droomachtige laatste deel. Aan het eind wordt zij verlost door een prins die haar wakker kust.

Hoewel het poëtische karakterstuk Schumanns eigenlijke domein was, heeft hij ook enkele symfonieën geschreven en kamermuziek in de wat meer reguliere genres, waaronder het Pianokwartet in Es groot. De weelderige fantasie van de componist heeft echter ook op dit relatief vroege werk zijn stempel gedrukt. Het rijke gevoelspalet, de voortdurende wisselingen van stemming, de dramatische, zelfs theatrale contrasten tussen elan en ingetogen expressiviteit verlenen het werk een verhalend karakter.

Toch berust het op klassieke vormmodellen die in een compositie zonder programmatische inhoud voor compositorische eenheid zorgen. In de finale keren de hoofdthema’s van het openingsdeel terug. Maar nu – refererend aan Bach – in de gestalte van een to. Het vormt een feestelijke afsluiting van dit pianokwartet.

Bohuslav Martinů 1890-1959

Eerste duo

De Tsjech Bohuslav Martinů leefde en werkte in een tijd van grote maatschappelijke en culturele veranderingen. Hij behoorde tot een generatie van componisten – ­Stravinsky, Bartók, Prokofjev, Webern, Berg, Milhaud, Hindemith – die bijgedragen hebben tot de veelkleurigheid van de muziek van de twintigste eeuw.

Martinů heeft veel verschillende muzikale invloeden ondergaan: in zijn composities vermengen neoclassicistische middelen en impressionistische klankeffecten zich met folkloristische elementen, die getuigen van een nostalgische liefde voor zijn vaderland.

Opgegroeid in het Oost-Boheemse stadje Polička leert Martinů al vroeg viool spelen. Net als in de meeste Tsjechische gezinnen behoort musiceren ook bij de Martinů’s tot het dagelijks leven. In 1908 wordt hij opgenomen in de viool- en klas van het Praagse conservatorium. Zijn passie is echter componeren en hij wordt wegens gebrek aan discipline voortijdig ontslagen. Voortaan besteedt hij zijn tijd aan het componeren en verdient wat geld als violist in het Tsjechisch Philharmonisch Orkest in Praag.

Josef Suk, bij wie hij een compositiecursus volgt, ontdekt zijn talent en stuurt hem in 1923 met een eenjarig stipendium naar Parijs. Vanaf nu wijdt Martinů zijn leven volledig aan het componeren en vestigt zich, gefascineerd door het bruisende Parijse culturele leven, in de Franse hoofdstad.

Het in 1927 geschreven Eerste duo weerspiegelt de invloeden van de Parijse avant-­garde. -tonale en ook atonale klanken, verstrengelde polyfone lijnen en een onmiskenbaar Tsjechische tongval karakteriseren het melancholieke eerste deel, een dialoog tussen de viool en de . In het virtuoze tweede deel overheersen razendsnelle loopjes. Daarin komen de instrumenten samen en raken ten slotte verwikkeld in een demonische wedloop. Twee instrumenten, twee delen: het werk is in tweevoudig opzicht een ‘duo’, zowel wat betreft de bezetting als de tweedelige opbouw.

In 1941 moet Martinů Parijs verlaten – hij staat op een zwarte lijst van de nazi’s – en naar Amerika emigreren. In 1957 keert hij terug naar Europa, naar Zwitserland, waar hij twee jaar later aan kanker overlijdt. Twintig jaar na zijn dood wordt het stoffelijk overschot van de componist in zijn vaderland Tsjechië in het familiegraf in Polička bijgezet.

Biografie

Jean-Guihen Queyras, cello

Jean-Guihen Queyras begon zijn carrière als lid van Pierre Boulez’ Ensemble intercontemporain en van het ensemble Musica Antiqua Köln. en op oude en hedendaagse muziek kenmerken ook zijn repertoire als solist en kamermusicus. Zijn opnamen van Bachs ­s werden bekroond met onder meer een Diapason d’Or en een CHOC du Monde.

De Frans-Canadese cellist treedt op met oudemuziekgroepen als het Freiburger Barockorchester, de Akademie für Alte Musik Berlin en Concerto Köln

 In nieuwer werk soleerde hij bij bijvoorbeeld het London Philharmonic Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, het Orchestre de Paris, het NHK Symphony Orchestra Tokyo en The Philadelphia Orchestra. In Nederland is hij bekend van velerlei kamermuziek in de en van optredens met Amsterdam Sinfonietta, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en was hij artist in residence van de Amsterdamse Biënnale 2022.

Jean-Guihen Queyras verzorgde premières en opnames van verschillende hedendaagse ­cellowerken. Met Tabea Zimmermann, Antje Weithaas en Daniel Sepec vormt hij het Arcanto Kwartet. Onder zijn kamermuziekpartners zijn ook de pianisten Alexander Melnikov en Alexandre Tharaud en violiste Isabelle Faust. Jean-Guihen Queyras is docent aan de Musikhochschule in Freiburg en artistiek leider van het festival Rencontres Musicales de Haute-Provence.

Hij soleert voor het eerst bij het Concertgebouworkest.

Lisa Batiashvili, viool

Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door ­Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.

In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Si­belius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.

Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.

Antoine Tamestit, altviool

Antoine Tamestit studeerde bij Jean Sulem, Jesse Levine en Tabea Zimmermann. Als jonge musicus won hij onder meer het ­William Primrose Concours in 2001 en de ARD Musikwettbewerb in 2004; in 2008 kreeg hij de Credit Suisse Young Artist Award. De Parijzenaar is een van de weinige wereldwijd bekende solisten op de alt­viool, en bestrijkt een zeer breed repertoire van de tot het heden.

Zijn grote affiniteit met nieuwe muziek komt tot uiting in vele wereldpremières, zoals die van Jörg Widmanns Altv­ioolconcert, waarvan de opname met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Daniel Harding de ­Premier Award won tijdens de BBC Music Magazine Awards 2019, maar ook ­Thierry Escaichs La Nuit des chants, Bruno Mantovani’s Concert voor twee alt­violen (samen met Tabea Zimmermann) en Olga Neuwirths Remnants of Songs en Weariness Heals Wounds.

Recent soleerde Antoine Tamestit onder meer bij de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Tonhalle-Orchester Zürich en het NHK Symphony Orchestra Tokyo. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2024 met het Alt­viool­concert van ­Goebaidoelina. Antoine Tamestit opende het seizoen 2025/2026 van het Tanglewood Music Festival met een met violist Leonidas Kavakos, cellist Y­o-Yo Ma en pianist Emanuel Ax.

Andere kamermuziekpartners zijn pianiste Yuja Wang, violiste Isabelle Faust, klarinettist Martin Fröst en het Quatuor Ébène. Met Frank P­eter Zimmermann en Christian P­oltera vormde hij ruim tien jaar het T­rio ­Zimmermann. Antoine Tamestit bespeelt de eerste die Antonio ­Stradivarius ooit maakte, in 1672.

Jonathan Biss, piano

Recentelijk werd Jonathan Biss benoemd tot co-artistiek leider – naast Mitsuko Uchida – van het Marlboro Music Festival. De pianist groeide op in een muzikale familie in Bloomington, Indiana: zijn ouders zijn beiden violist en aan zijn grootmoeder, celliste Raya Garbousova, droeg Barber zijn concert op.

Jonathan Biss studeerde bij Evelyne Brancart aan Indiana University en bij Leon Fleisher aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia (waar hij zelf sinds 2010 lesgeeft). In 2000 maakte de jonge musicus zijn debuut in New York en in 2001 debuteerde hij onder leiding van Kurt Masur bij de New York Philharmonic.

Een jaar later werd hij geselecteerd voor het BBC New Generation Artists Scheme. Jonathan Biss ­soleerde bijvoorbeeld bij het Koninklijk Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Boedapest Festival Orkest en de orkesten van Cleveland, Boston en Chicago.

In Beethovenjaar 2020 zal hij zijn cd-cyclus van Beethovens ­complete pianosonates voltooien. Met zijn onlinecursus Exploring Beethoven’s Piano Sonatas bereikte Jonathan Biss meer dan 150.000 mensen in 185 landen. Bovendien initieerde hij het project Beethoven/5: opdrachten aan Timo Andres, Sally Beamish, Salvatore Sciarrino, Caroline Shaw en Brett Dean om nieuw werk te componeren, geïnspireerd door een pianoconcert van Beethoven.

Jonathan Biss is geregeld te gast in de , voor het laatst met een solo­ in maart 2017.