Quatuor Mosaïques speelt Mendelssohn en meer
Quatuor Mosaïques:
Erich Höbarth viool
Andrea Bischof viool
Anita Mitterer altviool
Christophe Coin cello
Deze concerten maken deel uit van de serie Strijkkwartetten.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Strijkkwartet in D gr.t., KV 575 (1789) ‘Pruisisch’
Allegretto
Andante
Menuetto: Allegretto – Trio
Allegretto
Friedrich Dotzauer (1783-1860)
Strijkkwartet in F gr.t., op. 64 (1824?)
Allegro
Larghetto
Minuetto: Allegro – Trio
Finale: Allegro
pauze ± 21.00 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: ‘Pruisisch’ kwartet
Door Lies Wiersema
‘Nu ben ik gedwongen mijn kwartetten, deze producten van moeizame arbeid, voor een spotprijsje weg te geven, alleen om in mijn deplorabele omstandigheden wat geld in handen te krijgen’, aldus Wolfgang Amadeus Mozart in een bedelbrief aan zijn vrijmetselaarsbroeder. In de hoop zijn financiële situatie te verbeteren wilde hij zes strijkkwartetten schrijven voor de Pruisische koning Frederik Willem II, een verdienstelijk cellist. Maar alle verwijzingen naar vorstelijke belangstelling komen uitsluitend uit Mozarts eigen brieven.
Uiteindelijk geloofde hij zelf ook niet meer in een koninklijke opdracht en moest hij de drie voltooide kwartetten ‘voor een spotprijsje’ aan zijn uitgever verkopen. Intussen wilde hij de , het instrument van de koning, wel een prominente rol geven. Omdat dit de traditionele balans in het strijkkwartet doorkruiste maakte hij het zich niet gemakkelijk. De kwartetten werden indertijd dan ook aangeprezen als concertante kwartetten. Het Strijkkwartet in D groot, KV 575, is het eerste in de serie. In alle delen speelt de cello een opmerkelijke rol. Zo klinkt het instrument in het zangerige eerste deel soms in de bovenste regionen van zijn bereik zodat de tweede viool of de basfunctie moet overnemen.
Het tweede deel is van een expressieve melodische schoonheid, met een welluidende dialoog tussen eerste viool en cello en soms een solorol voor de cello. De dubbelslag waar het deel mee eindigt vormt in versneld tempo het waar het to mee begint. In de vele unisono passages komt iedereen aan het woord, maar het is voor de koninklijke cellist, die kan schitteren met zijn fraaie ën. In het laatste deel zet de cello de melodie in. De vorm is een met variaties, wat wil zeggen dat het refrein iedere keer op een andere manier terugkomt. Het resultaat van Mozarts ‘moeizame arbeid’ is wel weer een hoogtepunt in zijn kwartetcomposities geworden.
Friedrich Dotzauer (1783-1860)
Dotzauer: Strijkkwartet
De Duitse cellist en componist Friedrich Dotzauer had geen spelende koninklijke opdrachtgever voor ogen, maar een veel directere inspiratiebron om de cello een hoofdrol te geven in zijn enige strijkkwartet. In onze tijd is Dotzauer een vergeten componist, behalve bij cellisten die zich ijverig door zijn s en ’s heen studeren. In eigen tijd was hij een grote naam, een virtuoze cellist, en van alle markten thuis. Hij speelde verschillende blaas- en strijkinstrumenten én piano, had een succesvolle carrière als solist en als orkestmusicus en componeerde zo’n 178 werken in allerlei genres, van missen tot kamermuziek.
Maar hij was vooral een fameuze pedagoog, met een enorme hoeveelheid studiemateriaal voor de op zijn naam, en een invloed die reikt tot in onze tijd. Volgens tijdgenoten was niemand bekender en geliefder bij zowel docenten als studenten dan Dotzauer. Onder zijn kamermuziek bevindt zich één strijkkwartet, het Strijkkwartet in F groot, 64, met een obligate cellopartij, hetgeen betekent dat de cello een solistische rol heeft. In de vier delen krijgt de cellist de gelegenheid uit te pakken en daarbij soms op te klimmen naar duizelingwekkend hoge posities op zijn instrument, zoals in het van het .
In het , de opening, lijken cello en eerste viool met elkaar te wedijveren als in een dubbelconcert terwijl de andere stemmen begeleiden. Het liefelijke Larghetto en het Minuetto bieden de cellist de kans te laten zien wat hij allemaal in huis heeft. Ook de Finale heeft een virtuoze cellopartij, maar hier lijkt er iets meer gelijkwaardigheid tussen de vier strijkers te zijn. Het slotdeel zit vol imitaties van wat de cello aanreikt en vormt een levenslustige afsluiting van een kwartet dat soms bijna een celloconcert werd.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Mendelssohn: Eerste strijkkwartet
Iedere zondag werd in huize Mendelssohn kamermuziek uitgevoerd, vooral van de klassieke grootmeesters. Felix Mendelssohn was goed thuis in het klassieke repertoire. Hij werd geboren in Haydns laatste levensjaar en schreef zijn eerste kwartet, 13, toen Beethovens late kwartetten net verschenen waren. Zijn tweede, opus 12, schreef hij twee jaar later. Om onbekende redenen zijn de opusnummers verwisseld.
Het Eerste strijkkwartet in Es groot ontstond, net als zijn voorganger, onder invloed van Ludwig van Beethoven. Mendelssohn ontdekte hoe Beethoven met cyclische procedures, door het laten terugkeren van ’s en motieven, eenheid wist te scheppen in een compositie.
Door de delen van een werk met elkaar en met het geheel te verbinden ‘ben je je al vanaf het begin bewust van het geheim dat in de muziek verborgen moet liggen’, aldus Mendelssohn. In 12 maakte hij ruimschoots gebruik van dit principe. Het kwartet opent met een langzame inleiding waarna een en hartstochtelijk het hele eerste deel kleurt. Het thema keert terug in de finale. Het tweede deel is een driedelige Canzonetta, een dansante met de elegantie en lichtheid die Mendelssohn typeert.
In de sectie resoneert het feeërieke van Ein Midsommernachtstraum. Als contrast laat het espressivo een emotioneel geladen, zeer fraaie horen, op de wijze van een ‘ ohne Worte’, de pianostukken die in dezelfde tijd ontstonden. De onstuimige finale (Molto e ) bevat een uitgebreid citaat afkomstig uit het eerste deel. In feite sluiten beide delen op identieke wijze af. Daarmee zijn we weer terug bij de opening van het kwartet en bij de oorspronkelijke .
Biografie
Quatuor Mosaïques, kwartet
De leden van het Quatuor Mosaïques leerden elkaar kennen toen ze in de jaren 1980 deel uitmaakten van Nikolaus Harnoncourts oudemuziekorkest Concentus Musicus Wien. Ze spelen op darmsnaren, waarmee ze in de strijkkwartetwereld pioniers waren. Over de kwartetnaam zei cellist Christophe Coin ooit: ‘In een mozaïek is elk element zorgvuldig doordacht, en een volledig beeld krijg je pas op de ideale afstand. Hetzelfde geldt voor muziek: je moet aan de details werken terwijl je het geheel van een muziekstuk in beschouwing neemt.’
Het ensemble is gespecialiseerd in de grote componisten van het Weense classicisme, maar is ook toegewijd aan de kleinere klassieke meesters (Pleyel, Monn, Werner, Tomasini, Albrechtsberger, Wölfl) en de minder bekende Franse componisten (Boëly, Jadin, Baillot). Ook heeft het repertoire zich steeds verder uitgebreid de in (Debussy, Bartók).
Het Quatuor Mosaïques speelde veelvuldig op de belangrijke podia en festivals in Europa, Noord-Amerika, Australië en Japan en vierde afgelopen seizoen zijn veertigjarig bestaan. Het viertal speelde kamermuziek met collega’s als de pianisten András Schiff en Patrick Cohen, de klarinettisten Sabine en Wolfgang Meyer en de cellisten Miklós Perényi en Raphael Pidoux. Hun opnames zijn bekroond met de Diapason d’Or, de Choc du Monde de la Musique en de Gramophone Award.
De vorige optredens in Het Concertgebouw waren een Beethovenavond in december 2023 en een programma met Mozart, Dotzauer en Mendelssohn in februari 2020.



