Quatuor Mosaïques: dertig jaar klassieke kwartetten
Quatuor Mosaïques:
Erich Höbarth viool
Andrea Bischof viool
Anita Mitterer altviool
Christophe Coin cello
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Strijkkwartet in Bes gr.t., KV 458 (1784) ‘Jacht’
Allegro vivace assai
Menuetto: Moderato
Adagio
Allegro assai
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet in C gr.t., op. 20 nr. 2 (1772)
Moderato
Capriccio: Adagio – Cantabile
Menuet: Allegretto – Trio
Fuga: Allegro
pauze
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet in a kl.t., D 804 (1824) ‘Rosamunde’
Allegro ma non troppo
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegro moderato
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
strijkkwartet ‘jacht’
De bijnaam ‘Jacht’ heeft het Strijkkwartet in Bes groot, KV 458 van Wolfgang Amadeus Mozart vooral te danken aan het openingsdeel, dat met zijn snelle tempo, eenvoudige ën, zesachtstenmaat en jachthoornachtig de luisteraar enthousiast lijkt te maken voor de naderende jacht.
Het tweede deel start serieuzer, maar ontwikkelt zich in een dansbaar dat ook bij de bijnaam past. Het derde deel heeft weinig meer met de jacht te maken. Het laat ons, met zijn gevoeligheid en langzame tempo, ruiken aan de naderende , ook al zou het nog ruim twintig jaar duren tot de muziek werd geschreven die we nu romantisch noemen. In het laatste deel keert Mozart terug naar de vrolijkheid en luchtigheid van het begin: de finale verwijst naar volksmelodieën en is licht en grappig.
Hoewel het in zijn tijd nog niet zo gebruikelijk was om een werk aan een andere componist op te dragen, droeg Mozart het Strijkkwartet in Bes groot – samen met vijf andere kwartetten, waaronder het beroemde enkwartet – op aan Joseph Haydn. Werken werden vaak opgedragen aan beschermheren en -vrouwen, maar minder vaak aan collegae of leermeesters. In het voorwoord dat Mozart schreef voor de eerste editie noemt hij de werken zijn kinderen, die hij het liefst ‘toevertrouwt aan de bescherming en begeleiding van mijn beste vriend’.
De kwartetten zijn sterk beïnvloed door Haydns kwartetten 33, waarin deze ernaar streeft om alle leden van het strijkkwartet een gelijkwaardiger rol te geven dan toen gebruikelijk, en niet alleen de eerste violist te laten soleren. Ditzelfde streven horen we terug in Mozarts kwartetten van een paar jaar later.
Joseph Haydn 1732-1809
strijkkwartet in c groot
Haydn wordt wel de vader van het strijkkwartet genoemd: hij schreef er maar liefst achtenzestig en droeg daarmee sterk bij aan de ontwikkeling van het genre. Hij standaardiseerde het genre met de invloedrijke kwartetten van 33, die voor het eerst allemaal vier afzonderlijke delen hadden in een (redelijk) vast tempo en met een vaste vorm.
Toch is ook al in de eerdere kwartetten van opus 20 Haydns invloed op het genre hoorbaar: opus 20 wordt ook wel gezien als de start van een proces waarvan opus 33 de uitkomst is. De kwartetten zijn daarnaast een belangrijk voorbeeld van Sturm und Drang, een term die wordt gebruikt voor muziek uit de periode 1767-1785 met grote dynamische contrasten, dramatiek en hoge tempi.
Vanaf de kwartetten van opus 20 probeert Haydn de vier stemmen die aanwezig zijn in een strijkkwartet gelijkwaardiger te maken. Daarvóór had de eerste viool doorgaans de belangrijkste stem en zorgden de tweede viool, en vooral voor harmonische ondersteuning. Al vanaf de opening van het Strijkkwartet in C groot is deze tendens hoorbaar, als niet de eerste viool maar de cello het openingsthema inzet, begeleid door de altviool en de tweede viool.
Een andere belangrijke rol die de strijkkwartetten van opus 20 hebben in de muziekgeschiedenis is de ontwikkeling van de , die de standaardvorm zou worden voor het eerste deel van zowel kwartetten als symfonieën. Ook experimenteert Haydn in deze kwartetten voor het eerst met muzikale zinnen van onregelmatige lengte (dus niet vier of acht maten lang, maar bijvoorbeeld vijf) en gebruikt hij veel technieken, zoals goed hoorbaar is in de tische finale van het Strijkkwartet in C groot.
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet 'Rosamunde'
Franz Schubert schreef het grootste deel van zijn kwartetten als tiener, om thuis met zijn familie te spelen. Zijn vader speelde , twee broers speelden viool en Schubert zelf speelde .
Tussen 1816 en 1824 schreef Schubert vooral eren, maar in 1824 keerde hij terug naar het kwartetgenre, geïnspireerd door het strijkensemble dat werd geleid door de beroemde violist Ignaz Schuppanzigh.
Het Strijkkwartet in a klein werd goed ontvangen en is het enige kamermuziekwerk dat al tijdens zijn leven werd uitgegeven. Anders dan de strijkkwartetten van Mozart en Haydn is Schuberts Strijkkwartet in a klein een echt romantisch werk. Het werk dankt zijn bijnaam aan het tweede deel, dat muzikaal verwijst naar een eerder werk van Schubert: de toneelmuziek voor het – bijzonder slecht ontvangen – toneelstuk Rosamunde.
Naast Rosamunde citeert Schubert ook nog andere werken van eigen hand, zoals zijn eren Gretchen am Spinnrade en Die Götter Griechenlands.
Het hele kwartet is droevig en redelijk zwaarmoedig van toon. Er worden regelmatig parallellen getrokken door critici tussen de sfeer van het kwartet en de slechte geestelijke en fysieke gesteldheid van Schubert op het moment van componeren, hoewel het laatste deel ook hoop op een betere toekomst uitstraalt.
Biografie
Quatuor Mosaïques, kwartet
De leden van het Quatuor Mosaïques leerden elkaar kennen toen ze in de jaren 1980 deel uitmaakten van Nikolaus Harnoncourts oudemuziekorkest Concentus Musicus Wien. Ze spelen op darmsnaren, waarmee ze in de strijkkwartetwereld pioniers waren. Over de kwartetnaam zei cellist Christophe Coin ooit: ‘In een mozaïek is elk element zorgvuldig doordacht, en een volledig beeld krijg je pas op de ideale afstand. Hetzelfde geldt voor muziek: je moet aan de details werken terwijl je het geheel van een muziekstuk in beschouwing neemt.’
Het ensemble is gespecialiseerd in de grote componisten van het Weense classicisme, maar is ook toegewijd aan de kleinere klassieke meesters (Pleyel, Monn, Werner, Tomasini, Albrechtsberger, Wölfl) en de minder bekende Franse componisten (Boëly, Jadin, Baillot). Ook heeft het repertoire zich steeds verder uitgebreid de in (Debussy, Bartók).
Het Quatuor Mosaïques speelde veelvuldig op de belangrijke podia en festivals in Europa, Noord-Amerika, Australië en Japan en vierde afgelopen seizoen zijn veertigjarig bestaan. Het viertal speelde kamermuziek met collega’s als de pianisten András Schiff en Patrick Cohen, de klarinettisten Sabine en Wolfgang Meyer en de cellisten Miklós Perényi en Raphael Pidoux. Hun opnames zijn bekroond met de Diapason d’Or, de Choc du Monde de la Musique en de Gramophone Award.
De vorige optredens in Het Concertgebouw waren een Beethovenavond in december 2023 en een programma met Mozart, Dotzauer en Mendelssohn in februari 2020.
