Quatuor Arod speelt Bartók, Carlos Simon en Fanny Mendelssohn
Quatuor Arod:
Jordan Victoria viool
Alexandre Vu viool
Tanguy Parisot altviool
Jérémy Garbarg cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op Woensdag.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in Bes gr.t., op. 76 nr. 4, Hob. III: 78 (1797) ‘Sonnenaufgang’
Allegro con spirito
Adagio
Menuet – Trio
Finale: Allegro ma non troppo
Béla Bartók (1881-1945)
Strijkkwartet nr. 5 in Bes gr.t., Sz. 102 (1934)
Allegro
Adagio molto
Scherzo: Alla bulgarese
Andante
Finale: Allegro vivace – Presto
pauze ± 21.05 uur
Carlos Simon (1986)
Warmth from Other Suns (2020)
Rays of Light
Flight
Settle
Europese première
Fanny Mendelssohn (1805-1847)
Strijkkwartet in Es gr.t. (1834)
Adagio ma non troppo
Allegretto
Romanze
Allegro molto vivace
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Joseph Haydn (1732-1809)
Sonnenaufgang
Van de in totaal 68 exemplaren waarmee Joseph Haydn eigenhandig het genre ‘strijkkwartet’ ontwikkelde, zijn de zes kwartetten 76 de laatste en ook de meest ambitieuze. De componist had net twee succesvolle concerttournees naar Londen achter de rug, die hem hadden bewezen dat zijn roem strekte tot ver buiten de grenzen van Oostenrijk, en zijn werken uit deze periode getuigen stuk voor stuk van een groot zelfvertrouwen.
Het vierde werk uit de collectie ontleent zijn bijnaam ‘Zonsopkomst’ aan het voorzichtig opklimmende waar het eerste deel mee begint. De muziek is ook overwegend zonnig, hoewel hetzelfde thema ook enkele keren in dalende vorm terugkeert en er in het midden van het deel wat turbulentie ontstaat.
Het tweede deel is uitzonderlijk langzaam, met rijk geornamenteerde omspelingen van de eerste viool. Hierna volgt een boertig met humoristische schijnbewegingen en een doedelzakkend . Voor de Finale liet Haydn zich inspireren door Britse volksmuziek; we horen een die ook moeiteloos op een tin whistle had gekund, gevolgd door een sprint richting de eindstreep.
Béla Bartók (1881-1945)
Vijfde Strijkkwartet
Het Vijfde strijkkwartet van Béla Bartók staat op een illuster lijstje, samen met werken van onder anderen Igor Stravinsky, Benjamin Britten, Francis Poulenc en Arnold Schönberg. Allemaal zijn ze geschreven in opdracht van dezelfde persoon: Elizabeth Sprague Coolidge (1864-1953), een muzikaal onderlegde, uiterst vermogende erfgename van een Amerikaanse groothandelaar. Naast het uitdelen van compositieopdrachten aan bijna alle vooraanstaande componisten van de twintigste eeuw stond ze aan de wieg van het prestigieuze Tanglewood Festival en financierde ze een concertzaal in de Library of Congress in Washington D.C..
Bartóks Vijfde strijkkwartet is symmetrisch van ontwerp, met vijf delen in een boogconstructie: een in het midden, geflankeerd door twee langzame delen, en twee snelle delen aan beide uiteinden.
Het eerste deel is krachtig en assertief, in een hoekig idioom, maar wel met knipogen naar de klassieke stijl. Halverwege het deel horen we plotseling een romantische met volkse begeleiding. Hierna passeren alle ’s uit de eerste helft nog eens, maar dan in omgekeerde volgorde én ondersteboven. Deel 2 is in een stijl die Bartók ‘nachtmuziek’ noemde: ijl en mysterieus, met spookachtige insectengeluiden, maar ook serene rust.
De kern van het kwartet is een energiek Scherzo in een hinkende . Ter contrast horen we een rustieke dans, begeleid door een virtuoze, mug.
Ook deel 4 is ‘nachtmuziek’, ditmaal met moderne strijkerseffecten en een kolkende climax. Deel 5 tot slot is een opzwepende finale, wederom symmetrisch van vorm. Aan het einde volgt nog één curieus moment zonder spiegelbeeld: een infantiel wijsje met dito begeleiding in de verkeerde . Wie of wat Bartók hier op de hak neemt, weten we niet.
Carlos Simon (1986)
Warmth from Other Suns
Het werk voor vier strijkers van composer in residence Carlos Simon dat vanavond in Het Concertgebouw zijn Europese première beleeft is gebaseerd op het boek The Warmth of Other Suns (2010) van Isabel Wilkerson (Pulitzer Prize 1994) over de ‘Great Migration’: tussen circa 1915 en 1970 vertrokken bijna zes miljoen Afro-Amerikanen vanuit het zuiden van de Verenigde Staten naar steden in de rest van het land, op de vlucht voor racisme en op zoek naar betere economische kansen, met een enorme sociale en culturele omwenteling als gevolg.
In deel 1 (Rays of Light) worden hoopgevende zonnestralen verklankt, die door de donkere wolken van discriminatie en armoede heen schijnen. We horen ook een ‘angst-’ in de : de mensen zijn onzeker over hun toekomst, of ze nou blijven of vertrekken. Deel 2 (Flight) beschrijft de grote opschudding onder alle bevolkingsgroepen tijdens de migratie zelf. Er klinken flarden van de blues. Het slotdeel (Settle) is een korte reflectie van deel 1. De migranten hebben hun nieuwe horizon bereikt: het ‘angst-thema’ klinkt nu berustend, en de zonnestralen schijnen volop
Fanny Mendelssohn (1805-1847)
Strijkkwartet
eren schikken mij het beste. Hierin immers kan, als het nodig is, een mooi idee zonder veel mogelijkheid tot ontwikkeling volstaan.’ Aldus Fanny Hensel-Mendelssohn, naar aanleiding van kritiek op haar eerste en enige strijkkwartet. De eerste twee delen van het werk kwamen uit een onvoltooide pianosonate, die ze vijf jaar later (inmiddels getrouwd, en moeder, en organisator van een zondagse concertserie) omwerkte voor strijkers en aanvulde met twee nieuwe delen. Vergeleken met haar tijdgenoten is de vorm van het werk inderdaad minder rigoureus, maar moderne kritieken zijn een stuk sympathieker: door haar harmonische avontuurlijkheid en lied-achtige benadering van de vorm kijkt ze immers ook vooruit naar de latere .
Het eerste, langzame deel is opvallend kort, meer een voorwoord dan een bouwwerk. Ook is de muziek vrij gefragmenteerd, en betrekkelijk introspectief voor een toonsoort. Hierna volgt een bloedserieus en geagiteerd met ische elementen, waarin de invloed van Ludwig van Beethoven duidelijk doorschemert. Ook dit deel is ineens voorbij. Het emotionele zwaartepunt vinden we in de hierop volgende, zangerige Romanze, het langste deel van het kwartet, met hoge pieken en diepe dalen. Het Strijkkwartet besluit met een opzwepend en perpetuum mobile.
door Hugo Bouma
Biografie
Quatuor Arod, strijkkwartet
Het in Parijs gevestigde Quatuor Arod bestaat sinds 2013 en brak drie jaar later internationaal door met het winnen van het ARD Concours in München. Het sleepte ook eerste prijzen in de wacht tijdens het Carl Nielsen Kamermuziekconcours (2015) en de European Chamber Music Competition (2014) en werd in 2017 uitgeroepen tot BBC New Generation Artist.
In de maakte het kwartet zijn debuut in maart 2018 en keerde het een jaar later al terug in het kader van de Rising Stars-serie. Het Quatuor Arod was te gast in de belangrijkste Europese concertzalen waaronder het Wiener Konzerthaus en de Philharmonie Berlin, en ook in Carnegie Hall in New York en Oji Hall in Tokio. Daarnaast speelde het op festivals als die van Verbier, Montreux, Aix-en-Provence, Rheingau, Bremen en Praag.
In groter bezette kamermuziek werkten de strijkers samen met bijvoorbeeld altviolist Amihai Grosz, klarinettist Martin Fröst en pianist Alexandre Tharaud – met deze laatste speelden ze in april 2022 in de Kleine Zaal het Tweede pianokwintet van Dvořák. Tijdens de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam (januari 2026) klonk Schuberts Strijkkwintet in C groot met Klaus Mäkelä als extra cellist, en op 23 mei jongstleden stond het Quatuor Arod in de Kleine Zaal samen met het Quatuor Danel (Brahms en Enescu). In 2025 verscheen het album Haydn Op. 76. Het kwartet ontleende zijn naam aan Legolas’ paard in The Lord of the Rings; in Tolkiens mythische Rohirric-taal betekent ‘arod’ zoveel als ‘snel’.

