Pure inspiratie: Thomas Oliemans zingt Wolf
Thomas Oliemans bariton
Malcolm Martineau piano
Hugo Wolf 1860-1903
Zur Warnung
Selbstgeständnis
Der Tambour
Nimmersatte Liebe
Storchenbotschaft
Begegnung
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Nun lass uns Frieden schliessen
uit ‘Italienisches Liederbuch’ (1891-96)
Der Jäger
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Auf dem grünen Balkon mein Mädchen schaut
uit ‘Spanisches Liederbuch’ (1889-90)
An die Geliebte
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Das Ständchen
uit ‘Gedichte von Joseph von Eichendorff’ (1880-88)
Um Mitternacht
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Nachtzauber
Verschwiegene Liebe
uit ‘Gedichte von Joseph von Eichendorff’ (1880-88)
pauze
Harfenspieler I
Harfenspieler II
Harfenspieler III
uit ‘Goethe-Lieder’ (1888)
An eine Äolsharfe
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Ganymed
uit ‘Goethe-Lieder’ (1888)
Im Frühling
Auf einer Wanderung
uit ‘Lieder nach Gedichte von Eduard Mörike’ (1888)
Auch kleine Dinge
uit ‘Italienisches Liederbuch’ (1891-96)
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Toelichting
1860-1903
Hugo Wolf
Is het overdreven om Hugo Wolf ‘de Richard Wagner van het ’ te noemen? Er lijkt veel voor te zeggen: voor beiden kwam de expressie en de getrouwe weergave van de tekst op de eerste plaats, en beiden gingen daarin heel ver – bijvoorbeeld met veel , waardoor ze de grenzen van de tonaliteit opzochten. Zo hanteerde Wolf dit uitgangspunt in navolging van de oudere meester voor vele van zijn meer dan driehonderd liederen. Was voor Wagner de tekst zo essentieel dat hij zijn eigen libretto’s schreef, bij Wolf uitte dit zich in een zorgvuldige keuze van de gedichten die hij op muziek zette. Bij Wagner laat het orkest horen wat de zangstem niet kan laten horen, bij Wolf doet de pianopartij dat, als een gelijkwaardige partner. Als muziekrecensent van het Wiener Salonblatt (1884-1887) trok Wolf telkens zo fel van leer tegen de componisten die niet meegingen met Wagners vernieuwingen dat hij uiteindelijk werd ontslagen. Het positieve gevolg was een explosieve toename van zijn productiviteit als componist. Typerend voor Wolfs grote respect voor de dichtkunst, die volgens hem gediend moest worden door de muziek, is zijn naamkeuze voor liedbundels als 53 Gedichte von Eduard Mörike, 20 Gedichte von Joseph v. Eichendorff en de 51 Gedichte von J.W. von Goethe. Altijd analyseerde Wolf het betreffende gedicht zorgvuldig en droeg het zelf in een select gezelschap voor, of liet het voordragen door een voordrachtskunstenaar. Daarna kwam de inspiratie vanzelf en verliep het eigenlijke componeren als een volmaakt natuurlijk proces.
1804-1875
Eduard Mörike
Speciale affiniteit had Wolf met de poëzie van Eduard Mörike (1804-1874). Mörikes dichtkunst toont enerzijds de invloed van Goethe, anderzijds die van de volkspoëzie. Hij vond pas postuum de erkenning die hij verdiende, waartoe Wolfs sublieme zettingen in belangrijke mate hebben bijgedragen. Wat Wolf aansprak, was de muzikaliteit en de gave vorm van Mörikes gedichten. Zur Warnung waarschuwt ons voor wat er kan gebeuren wanneer je als dichter met alle symptomen van een kater de muze aanroept. Heel ongewoon is dit geestige , met onheilspellende en in de piano en een zeer vrije voordracht in de zangstem.Volks en gemoedelijk klinkt het grappige Storchenbotschaft: als één ooievaar de geboorte van een kind aankondigt, wat betekent het dan als er twee ooievaars voor je deur staan...? Melancholie overheerst in het groots opgezette An eine Äolsharfe, een klaagzang over een vroeg overleden broer van Mörike. De zangpartij zet in als een en krijgt vervolgens als ‘’ alle ruimte tot expressie in vloeiende lijnen, op harpachtige en in de piano. De eolusharp of windharp (Aeolus is in de klassieke mythologie de god van de wind) is een typisch romantisch fenomeen; in Duitsland werd het instrument buiten opgehangen, zodat de wind betoverende klanken aan de snaren kon ontlokken.
1830-1914 en 1814-1884
Paul Heyse en Emanuel Geibel
Het Italienisches erbuch van Paul Heyse (1830-1914) bevat Duitse versies van Italiaanse volkspoëzie, zoals Nun lass uns Frieden schliessen en het subtiele Auch kleine Dinge. Samen met Emanuel Geibel (1814-1884) stelde Heyse het Spanisches Liederbuch samen, bestaande uit een geestelijke en een wereldlijke sectie. Tot die laatste groep behoort Auf dem grünen Balkon mein Mädchen schaut, een speelse aanklacht tegen vrouwelijke koketterie. ‘Spaans’ is hier de sterk ritmische begeleiding, die mooi contrasteert met de vrije beweging in de zanglijn.
1788-1857
Joseph von Eichendorff
Toen hij twintig gedichten van Joseph von Eichendorff (1788-1857) op muziek zette, vermeed Wolf bewust de teksten die Robert Schumann – naast Wagner voor hem een lichtend voorbeeld – al had gekozen. Het onderwerp heeft vaak te maken met natuurschoon, of met de middeleeuwse wereld van de minstrelen. Zo denkt in Das Ständchen een oude minstreel terug aan de tijd dat hij als student zijn liefje vaak een vrolijke bracht, maar ach... zij is gestorven. In de piano horen we het tokkelen van een luit.
Heel anders van sfeer is het sensuele Nachtzauber, een onvervalste . De natuur klaagt mee om een verloren liefde; de piano schildert in zestienden het murmelen van bronnen en de over een sprongsgewijs dalende zangstem illustreert het vallen van de nacht: ‘...[hernieder] steigt die wunderbare Nacht’.
1749-1832
Johann Wolfgang von Goethe
De invloed van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) op muzikaal gebied kan nauwelijks worden overschat. Voor de ontwikkeling van het Duitse waren zijn gedichten, romans en toneelstukken van essentieel belang. In Goethes roman Wilhelm Meisters Lehrjahre is de geheimzinnige ‘Harfenspieler’ veroordeeld tot een zwervend bestaan om boete te doen voor een incestueuze affaire. Drie melancholische, indringende liederen gaan tot de bodem van het menselijk leed. De mythe over Zeus, die verliefd was op de knaap Ganymedes, zich in een adelaar veranderde en de jongen ontvoerde, inspireerde Goethe tot het gedicht Ganymed. Erotiek valt samen met symboliek, pantheïsme en liefde voor de natuur. Wolfs lied is een volmaakte vertaling in muziek. Bijzondere aandacht verdient de pianopartij, bijna een ‘Lied ohne Worte’.
Frits Vliegenthart
Biografie
Thomas Oliemans, bariton
In een Spotlightserie in de in seizoen 2021/2022 bracht Thomas Oliemans zijn veelzijdigheid over het voetlicht: hij presenteerde het duorecital Wien, Berlin, Buenos es met sopraan Eva-Maria Westbroek, zong én speelde Schuberts Winterreise, en bracht een programma m Schoecks Notturno met het Signum Quartett.
Thomas Oliemans studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Bij De Nationale zong de bariton grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill, en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte.
Ook stond hij er in nieuwe ’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam, Martijn Padding, Manfred Trojahn en Kaija Saariaho.
In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Hamburg, Berlijn, Genève, Madrid, Toulouse en New York en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.
Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten; bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-Passion. Met Amsterdam Sinfonietta bracht de zanger in de zomer van 2021 een Frans programma, dat uitmondde in de cd Formidable!. In november van dat jaar werd hij live op tv verrast met De Ovatie, de klassieke-muziekprijs van de VSCD.
Onder de buitenlandse orkesten die Thomas Oliemans uitnodigden zijn het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Freiburger Barockorchester, Pygmalion en het Yomiuri Symphony Orchestra.
s geeft hij op de belangrijke podia wereldwijd, zo bracht hij in de onder meer de drie grote cycli van Schubert met pianist Malcolm Martineau. Voor Het Concertgebouw maakte Thomas Oliemans met Gijs Groenteman omvangrijke podcastseries over Schuberts Winterreise en Bachs Matthäus-Passion.
Malcolm Martineau, piano
Malcolm Martineau, geboren in Edinburgh en opgeleid in Cambridge en bij Geoffrey Parsons in Londen, specialiseerde zich in de kunst van het begeleiden. Hij musiceerde wereldwijd met tal van befaamde zangers, onder wie Barbara Bonney, Ian Bostridge, Sarah Connolly, Susan Graham, Thomas Hampson, Angelika Kirchschlager, Magdalena Kožená, Konstantin Krimmel, Felicity Lott, Christopher Maltman, Anna Netrebko, Anne Sofie von Otter en Bryn Terfel.
Songs of War, een album met vooral Engelse componisten opgenomen met Simon Keenlyside, werd bekroond met een Grammy Award.
Met Tom Krause en Sarah Walker legde Malcolm Martineau alle eren van Fauré vast. Ook het hele liedoeuvre van Poulenc en Mendelssohn, de Folk Songs van Britten en alle volksliederen van Beethoven nam hij op. Met Florian Boesch maakte hij een Britten-album, een opname van Schuberts Winterreise en een cd met liederen van Schumann en Mahler.
De pianist presenteerde eigen concertseries in de Londense Wigmore Hall en op het Edinburgh Festival, was in 2011 artistiek leider van het Leeds Lieder Festival en is dat momenteel van Oxenfoord International. Van het Royal Conservatoire of Scotland kreeg hij in 2004 een eredoctoraat en sinds 2009 is hij er International Fellow of Accompaniment; ook geeft hij les op de Royal Academy of Music in Londen.
In Het Concertgebouw was Malcolm Martineau het afgelopen decennium te beluisteren met Florian Boesch (2013, 2018 en 2024), Kate Royal (2013), Dorothea Röschmann (2014), Thomas Oliemans (2016 en 2017), het duo Thomas Oliemans en Eva-Maria Westbroek (2021) en het duo Erin Morley en Huw Montague Rendall (2024).

