Pražák Kwartet speelt Dvořák en Smetana
Strijkkwartetten op Woensdag 20.15 uur
Pražák Kwartet:
Jana Vonášková viool
Vlastímil Holek viool
Josef Kluson altviool
Michal Kanka cello
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Strijkkwartet in D gr.t.,
KV 575 (1789) ‘Pruisisch’
Allegretto
Andante
Menuetto: Allegretto
Allegretto
Bedřich Smetana 1824-1884
Tweede strijkkwartet in d kl.t. (1883)
Allegro
Allegro moderato
Allegro non più moderato, ma agitato e con fuoco
Finale: Presto
pauze
Antonín Dvořák 1841-1904
Veertiende strijkkwartet in As gr.t., op. 105 (1895)
Adagio ma non troppo – Allegro appassionato
Molto vivace
Lento e molto cantabile
Allegro non tanto
begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 21.55 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
'pruisisch' kwartet
tekst: Lies Wiersema
‘Nu ben ik gedwongen mijn kwartetten, deze producten van moeizame arbeid, voor een spotprijsje weg te geven, alleen om in mijn deplorabele omstandigheden wat geld in handen te krijgen’, aldus Wolfgang Amadeus Mozart in een bedelbrief aan een vrijmetselaarsbroeder.
In de hoop zijn financiële situatie te verbeteren wilde hij zes strijkkwartetten schrijven voor de Pruisische koning Frederik Willem II, een verdienstelijk cellist. Maar alle verwijzingen naar vorstelijke belangstelling komen uitsluitend uit Mozarts eigen brieven.
Uiteindelijk geloofde hij zelf ook niet meer in een koninklijke opdracht en moest hij de drie voltooide kwartetten ‘voor een spotprijsje’ aan zijn uitgever verkopen. Intussen wilde hij de , ’s konings instrument, wel een prominente rol geven.
Omdat dit de traditionele balans in het strijkkwartet doorkruiste, maakte hij het zichzelf niet gemakkelijk. De kwartetten werden indertijd dan ook geadverteerd als concertante kwartetten. Het Strijkkwartet in D groot ‘Pruisisch’ is het eerste in de serie. In alle delen speelt de cello een opmerkelijke rol.
Zo klinkt het instrument in het zangerige eerste deel soms in de bovenste regionen van zijn bereik zodat de tweede viool of de basfunctie moet overnemen. Het tweede deel is van een expressieve melodische schoonheid, met een welluidende dialoog tussen eerste viool en cello en soms een solorol voor de cello.
De dubbelslag waar het deel mee eindigt vormt in versneld tempo het waar het mee begint. In de vele unisono passages komt iedereen aan het woord, maar het is voor de koninklijke cellist, die kan schitteren met zijn fraaie ën. In de finale zet de cello de melodie in.
De vorm is een met variaties, dat wil zeggen dat het refrein elke keer op een andere manier terugkomt. Het resultaat van Mozarts ‘moeizame arbeid’ is wel weer een hoogtepunt in zijn kwartetcomposities geworden.
Bedřich Smetana 1824-1884
Tweede strijkkwartet
Bedřich Smetana’s twee strijkkwartetten zijn bij uitstek persoonlijke documenten. Waar het Eerste strijkkwartet in e klein terugblikt op belangrijke levensfasen is het Tweede strijkkwartet in d klein getekend door zijn verslechterende gezondheid.
Hij was volledig doof geworden, kampte met mentale achteruitgang en kon slechts korte periodes werken. Smetana beschreef het componeren van dit kwartet als een geworstel: ‘Stel je een wervelwind van muziek voor in een persoon die niets hoort. Niemand heeft enig idee hoe muzikale ideeën van zo iemand voortrennen, en als ik ze niet onmiddellijk op papier zet, kan ik me zelfs een halve dag later niet meer herinneren hoe ze waren.’
Het resultaat werd een beknopt en complex werk met vluchtige ’s en veel en abrupte tempo- en karakterveranderingen. Dit zou volgens sommigen wijzen op geheugen- en concentratiestoornissen. Anderen zien er echter de voorbode in van een nieuwe muzikale taal.
Arnold Schönberg was zelfs van mening dat Smetana hiermee zijn tijd ver vooruit was. Elk deel opent met een luide unisono passage. Over het eerste deel vroeg de componist zich bezorgd af of de vorm ervan niet verwarrend zou werken: ‘Wat betreft de stijl van dit deel verkeer ik in een dilemma; het is nogal ongebruikelijk in vorm en moeilijk te volgen.’
In rustiger stemming volgt het tweede deel, een soort , beginnend met een polka. Met een geagiteerd unisono zet het derde deel in afgewisseld met er passages. De uitbundige Finale is kort en bevat allerlei volksdansachtige en nationale elementen.
Het vormt de afsluiting van een ongewoon werk dat tevens, een jaar voor zijn dood, Smetana’s laatste voltooide compositie was. Een creatieve uitdrukking van een ziekte, of de aankondiging van toekomstige vernieuwingen zoals Schönberg meende?
Antonín Dvořák 1841-1904
Veertiende strijkkwartet
Veel optimistischer klinkt Antonín Dvořák laatste strijkkwartet, het Veertiende strijkkwartet in As groot.
Smetana en Dvořák worden vaak in één adem genoemd als vertegenwoordigers van de Tsjechische muziek. Smetana baande de weg voor Tsjechische componisten als Dvořák. Maar Dvořák reputatie als componist van kamermuziek overtrof ruimschoots die van Smetana.
Zijn Veertiende strijkkwartet staat in het teken van zijn thuisreis naar Tsjechië, na een driejarig Amerikaans intermezzo:
‘… wij zijn blij dat we na drie jaar weer een gelukkig kerstfeest in Bohemen kunnen vieren! Het was zo anders in Amerika, waar we zo ver weg waren in een vreemd land, gescheiden van alle kinderen en vrienden! Nu ben ik zeer ijverig. Ik werk zo gemakkelijk dat ik niet beter kon wensen. Ik leg nu de laatste hand aan een tweede kwartet in As.’
Dat het werk allerlei Boheemse trekken vertoont, zoals de furiant in het tweede en de polka in het derde deel, is dan ook niet verbazingwekkend. Een mysterieuze opent de langzame introductie tot het overigens optimistische eerste deel dat nog in Amerika begonnen werd.
Maar in het tweede deel, een opwindend vol ritmische energie, is te horen dat Dvořák terug was in zijn vaderland. Hij zinspeelt hier op de furiant, zijn geliefde Boheemse volksdans. Een middendeel met fraaie ën zorgt voor contrast.
Met een ingetogen, romantische melodie in een duet tussen de twee violen zet het Lento in, halverwege onderbroken door een ernstig intermezzo vol . In de finale klinkt een vleugje Tsjechische folklore. Uit een onrustig cellomotief ontwikkelt zich een vrolijke dansachtige melodie met het karakter van een polka.
Dvořák beëindigt deze uiting van spontane vreugde met een bijna extatische, turbulente dans. Het werd zijn afscheid van zijn favoriete genre.
Biografie
Pražák Kwartet, kwartet
Het Pražák Quartet werd in 1972 opgericht door vier studenten van het Praagse conservatorium en neemt dit seizoen na een lange en succesvolle carrière met een laatste tournee afscheid van het concertpodium. Tweede violist Vlastímil Holek maakt al bijna vier decennia deel uit van het Pražák Quartet en altist Josef Klusoň is een van de oprichters. Jana Vonášková volgde in 2015 Pavel Hula op als primarius. Cellist Michal Kanka kwam er in 1986 bij.
In de beginjaren verwierf het kwartet bekendheid met zijn optreden tijdens het festival Praagse Lente en het winnen van het Evian Internationaal Strijkkwartet Concours. Vervolgens traden de musici op in de concertzalen van Europese steden als Londen, Parijs, Berlijn, Brussel, München, Milaan en Madrid, en op tal van bekende muziekfestivals. Ook tourde het kwartet op regelmatige basis door de Verenigde Staten en Canada.
Samenwerkingen waren er met onder anderen pianisten Menahem Pressler en Nathalia Milstein, violist Josef Suk en klarinettiste Sharon Kam. Met altiste Dana Zemtsov speelde het kwartet het Strijkkwintet van Bruckner tijdens zijn vorige optreden in Het Concertgebouw, op 8 maart jongstleden. Gedurende zijn lange geschiedenis bracht het Pražák Quartet meer dan zestig platen en cd’s uit, met onder meer de complete strijkkwartetten van Beethoven en de grote werken van componisten als Borodin, Brahms, Martinů, Dvořák, Schönberg, Schulhoff, Smetana en Zemlinsky.
