Pražák Kwartet speelt Beethoven en Suk
Pražák Kwartet:
Jana Vonášková viool
Vlastimil Holek viool
Josef Kluson altviool
Michal Kanka cello
pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.00 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op woensdag.
Arnold Schönberg 1874-1951
Strijkkwartet in D gr.t. (1897)
Allegro molto
Intermezzo. Andantino grazioso
Andante con moto
Allegro
Josef Suk 1874-1935
Eerste strijkkwartet in Bes gr.t., op. 11 (1896)
Allegro moderato
Intermezzo. Tempo di marcia
Adagio, ma non troppo
Allegro giocoso
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in F gr.t., op. 18 nr. 1
(1798-1800)
Allegro con brio
Adagio affettuoso ed appassionato
Scherzo: Allegro molto
Allegro
Toelichting
door Christiane Schima
Schönberg: Strijkkwartet
Het uit 1897 daterende Strijkkwartet in D groot is een jeugdwerk van Arnold Schönberg en een van de eerste resultaten van zijn compositielessen bij Alexander Zemlinsky. Tot dan was Schönberg als musicus en componist autodidact. Hij werkte bij een bank en speelde in zijn vrije tijd als lid van het Weense amateurkwintet Polyhymnia . Door een (tegenwoordig verdwenen) kwartetdeel in C groot trok hij de aandacht van de blinde Weense componist Joseph Laber: ‘U moet musicus worden!’ Dit vond ook Zemlinsky, die Schönberg tijdens zijn schap van het bovengenoemde amateurkwintet had leren kennen. Zemlinsky bracht Schönberg gratis het compositorische handwerk bij. Ze raakten bevriend en – door Schönbergs huwelijk met Zemlinsky’s dochter Mathilde – ook verwant. Onder de supervisie van zijn leraar ontstond het Strijkkwartet in D groot waarvoor de jonge Schönberg na de eerste uitvoering in Wenen veel lof oogstte. Ironische kanttekening: het was Schönbergs eerste en laatste succes, want reeds vanaf zijn officiële 1 (twee eren uit 1898) werd de componist en latere uitvinder van de twaalftoonstechniek achtervolgd door kritiek. Evenals Zemlinsky was hij een ‘Brahmsianer’. De invloed van ‘vader’ Brahms doet zich onmiskenbaar gelden in de woelige vervlechting van de stemmen in Schönbergs kwartet.
Het werk onderging op advies van Zemlinsky wat veranderingen, een deel werd geschrapt, een ander toegevoegd. De definitieve versie van het postuum in 1966 uitgegeven strijkkwartet bestaat uit vier delen in klassieke volgorde: een gewichtig dramatisch openingsdeel, een bekoorlijk Intermezzo, een variatiedeel en een wervelend slotdeel.
Suk: Eerste strijkkwartet
Net als in de meeste Tsjechische gezinnen behoorde muziek ook in de familie van Josef Suk tot het dagelijks leven. De zoon van een schoolmeester, organist en koordirigent in het Boheemse dorp Křečovice leert op vroege leeftijd viool en piano spelen, treedt al gauw toe tot het Praagse conservatorium en componeert reeds als veertienjarige zijn eerste stuk.
Zijn leraar en mentor Antonín Dvořák is zijn grote voorbeeld en Suk wordt na zijn eerste successen als diens navolger beschouwd. Met Dvořák verbindt hem behalve de kunst een vriendschaps- en later ook een familieband: in 1898 trouwt hij met diens dochter Otylka.
De dood van Dvořák in 1904 en een jaar daarna van zijn vrouw Otylka slaat een kerf in zijn leven en werk. De toon van zijn muziek is tot dan toe overwegend -romantisch en onmiskenbaar Tsjechisch, al maakt Suk vrijwel nooit letterlijk gebruik van oorspronkelijke volksmelodieën.
Zijn Eerste strijkkwartet in Bes groot, 11 dateert uit 1896. Suk is dan tweeëntwintig jaar jong en geldt als veelbelovend componist. Op een gewichtig dramatisch openingsdeel moderato, waarin zich beelden uit het Boheems landschap mengen, volgt een vastberaden en goedgemutst Intermezzo in tempo.
Het in staande heeft een ingetogen, meditatief karakter. In het slotdeel Allegro giocoso keert het sprankelende leven weer terug.
Beethoven: Strijkkwartet
Ludwig van Beethoven had volgens eigentijdse berichten een eigenzinnig karakter en was niet de meest toegankelijke persoon. Niettemin had hij na zijn definitieve verhuizing van Bonn naar Wenen in 1794 aldaar talrijke adellijke mecenassen. Niemand vóór en na hem werd in Wenen zo vereerd als Beethoven.
Ook Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart niet. Na zijn aankomst in Wenen deed de toentertijd drieëntwintigjarige Beethoven vanwege zijn buitengewone pianistische talent al snel van zich spreken en kreeg hij regelmatig compositie-opdrachten. De zes strijkkwartetten 18, waarvan in dit concert het eerste wordt uitgevoerd, zijn opgedragen aan de uit Bohemen afkomstige vorst Ferdinand August Lobkowitz.
Tijdens een soirée in huize Lobkowitz ter gelegenheid van zijn optreden als pianist leert Beethoven de violist en muziekdocent Carl Amenda kennen. Er ontwikkelt zich een vriendschap en Beethoven vraagt hem af en toe om muzikaal advies. Zo ook voor zijn Strijkkwartet in F groot, met name voor het langzame tweede deel affetuoso ed . Inderdaad is dit het meest ongewone en meest diepgravende deel, dat vooruitwijst naar Beethovens dramatische latere stijl.
Amenda vertelde dat Beethoven hem het langzame deel uit het Strijkkwartet in F groot voorspeelde en uitlegde op welke gevoelens het berust. Amenda: ‘Hij had het over het afscheid van twee geliefden.’ Beethoven zou letterlijk gezegd hebben: ‘Wohl, ich habe mir dabei die Szene im Grabgewölbe von Romeo und Julia gedacht.’ Zoals Beethovens schetsboeken bewijzen, liggen aan het deel in dat stadium nog onuitgewerkte zuchtende motieven (‘Seufzermotive’) ten grondslag. Het in staande Adagio wordt omlijst door snelle delen in optimistisch F groot, de hoofdtoonsoort van het werk.
Biografie
Pražák Kwartet, kwartet
Het Pražák Quartet werd in 1972 opgericht door vier studenten van het Praagse conservatorium en neemt dit seizoen na een lange en succesvolle carrière met een laatste tournee afscheid van het concertpodium. Tweede violist Vlastímil Holek maakt al bijna vier decennia deel uit van het Pražák Quartet en altist Josef Klusoň is een van de oprichters. Jana Vonášková volgde in 2015 Pavel Hula op als primarius. Cellist Michal Kanka kwam er in 1986 bij.
In de beginjaren verwierf het kwartet bekendheid met zijn optreden tijdens het festival Praagse Lente en het winnen van het Evian Internationaal Strijkkwartet Concours. Vervolgens traden de musici op in de concertzalen van Europese steden als Londen, Parijs, Berlijn, Brussel, München, Milaan en Madrid, en op tal van bekende muziekfestivals. Ook tourde het kwartet op regelmatige basis door de Verenigde Staten en Canada.
Samenwerkingen waren er met onder anderen pianisten Menahem Pressler en Nathalia Milstein, violist Josef Suk en klarinettiste Sharon Kam. Met altiste Dana Zemtsov speelde het kwartet het Strijkkwintet van Bruckner tijdens zijn vorige optreden in Het Concertgebouw, op 8 maart jongstleden. Gedurende zijn lange geschiedenis bracht het Pražák Quartet meer dan zestig platen en cd’s uit, met onder meer de complete strijkkwartetten van Beethoven en de grote werken van componisten als Borodin, Brahms, Martinů, Dvořák, Schönberg, Schulhoff, Smetana en Zemlinsky.
