Pražák kwartet krachtig en lichtvoetig met Haydn en beethoven

Pražák Kwartet:

Jana Vonášková viool
Vlastímil Holek viool
Josef Klusoň altviool
Michal Kanka cello


Joseph Haydn 1732-1809

Strijkkwartet in G gr.t., op. 77 nr. 1, Hob. III: 81 (1799)
Allegro moderato
Adagio
Menuet: Presto
Finale: Presto

Anton Bruckner 1824-1896

Strijkkwartet in c kl.t. (1862)
Allegro moderato
Andante
Scherzo (Presto)
Rondo (Schnell)

pauze

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijkkwartet in e kl.t., op. 59 nr. 2 (1805-06)
Allegro
Molto adagio
Allegretto
Finale: Presto

begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

strijkkwartet

1799 is een jaartal van betekenis in de muziekgeschiedenis. Dat was het jaar waarin Joseph Haydn zijn laatste strijkkwartetten begon te schrijven en zijn kortstondige leerling Ludwig van Beethoven zijn eerste. In deze periode schreef Haydn zijn beroemdste werken: de laatste van zijn 106 symfonieën, het Die Schöpfung, de Nelson-mis, en ook zijn laatste negen strijkkwartetten.
Na zijn laatste serie kwartetten, de Strijkkwartetten 77, kon Haydn met veel moeite nog een half kwartet op papier krijgen, maar zei het fijnproeversgenre toen definitief vaarwel. Eigenlijk had hij zijn opus 77 met het normale aantal van zes willen vullen. Dat had hij aan zijn opdrachtgever prins Lobkowicz beloofd. Toch bleef het bij maar twee stuks. Dat had vermoedelijk te maken met een andere bestelling van diezelfde prins. Want die had ook Beethoven om een serie van zes kwartetten gevraagd, zijn eerste. Terwijl Haydn nog aan zijn opus 77 schetste en schaafde, circuleerden Beethovens geruchtmakende kwartetten al in de Weense huiskamers. Deze totaal nieuwe, onbeteugelde en ‘brutale’ muziek wekte overal bewondering en verbazing. Terwijl Beethoven enorme bijval oogstte met kwartetten die nog niet eens waren uitgegeven, besloot ­Haydn zijn reeks niet af te maken. Hij trok zijn handen af van het strijkkwartet. Was Beethoven zijn meerdere geworden?

Anton Bruckner 1824-1896

strijkkwartet

Met jarenlange ervaring als organist in Linz en een fikse lijst van kerkmuziek op zijn naam wilde Anton Bruckner omstreeks 1860 het terrein van de instrumentale muziek veroveren. Na lange studies bij het Weense compositie-orakel Simon Sechter meldde hij zich in 1861 opnieuw voor verdere studie bij Otto Kitzler, destijds Kapellmeister van het Theater in Linz. De werken die hij bij Kitzler componeerde beschouwde hij als ‘schoolwerk’. Dat waren een deel voor piano, enkele orkestwerken, een grootschalige Psalm 112 voor dubbelkoor en orkest, én het hier gespeelde Strijkkwartet in c klein. Bruckner voltooide het op 29 juli 1862. Maar het duurde tot 1951 eer het stuk van de 38-jarige Dom-organist uit Linz zijn eerste uitvoering kreeg door het Münchense Koeckert Kwartet. Vier jaar later nam Leopold Novak het op in de Bruckner Gesamtausgabe. Het is goed hoorbaar hoe Bruckner aansluit bij de muzikale wereld van Haydn en Mozart. Toch is er Bruckners lievelingstoonsoort, c klein, net als in twee van zijn ­symfonieën. Er is een typisch bruckneriaans elegisch hoofdthema in het eerste deel, en een intiem langzaam deel () waarvan de vooruit wijst naar het Miserere uit de Mis in d klein uit 1864. Het had zo uit de pen van Haydn kunnen vloeien, maar het is een gemoedelijke Ländler van ­echte Bruckner-snit. In een groot deel van het briljante waart opnieuw de geest van Haydn rond, ‘de vader van het strijkkwartet’ die in 1809 was overleden.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijkkwartet

Een van de grote verdiensten van Haydn leerling Beethoven is geweest, dat hij het genre van het strijkkwartet geleidelijk ontdeed van zijn hoflucht, het vriendelijke, hoofse en onderhoudende karakter dat er gewoonlijk van verwacht werd.
De serie strijkkwartetten 59 behoort samen met opus 74 en 95 tot Beethovens middenperiode en ze gelden sinds hun ontstaan als de meest gespeelde werken in het genre. Daarop wijzen al de diverse bijnamen als ‘Russische kwartetten’ en ‘Razoemovski' voor opus 59, ‘Harpkwartet’ voor opus 74 en ‘Quartetto serioso’ voor opus 95. Daarvan gaat alleen de laatste benaming op Beethoven zelf terug. De drie kwartetten opus 59 ontstonden op verzoek van de Russische ambassadeur in Wenen, graaf Andrej Razoemovski, die bij Beethoven enkele werken met Russische ’s bestelde. Ook andere werken droeg Beethoven aan deze trouwe geldschieter op, zoals de Vijfde en Zesde symfonie. Maar aan de geldelijke steun kwam een eind toen een groot deel van de bezittingen van de graaf in vlammen opging in december 1814. Deze kwartetten worden wel eens beschouwd als een soort autobiografie van de componist, waarin hij zijn bitterheid en vele neder­lagen samenvatte. Zo zou er knagende twijfel en wanhoop in doorklinken die Beethoven beving na de ontdekking van zijn doofheid: niet opgeloste en, plotseling inzettende en onaangekondigde thema’s. En dat alles alsof de componist zich aan zijn omgeving onttrekt en over de hoofden van de luisteraars heen speelt, zoals een anekdote bevestigt. Toen de violist Ignaz Schuppanzigh zich bij Beethoven beklaagde over de ­talrijke moeilijkheden in de eerste vioolpartij, zei Beethoven hem ongezouten: ‘Dacht u, dat ik aan uw ellendige snaren heb gedacht toen de geest tot mij sprak?’

De opening van het Strijkkwartet in e klein, 59 nr. 2 roept herinneringen op aan het begin van de Derde symfonie, ‘Eroica’ en is vol nervositeit en gejaagde spanning. ­Beethovens leerling Carl Czerny herinnerde zich dat Beethoven het langzame deel ­componeerde terwijl hij naar een met sterren bezaaide hemel tuurde. De achtige opening wijst al vooruit naar het Heiliger Dankgesang in het Strijkkwartet in a klein, opus 132. Het Russische in dit kwartet klinkt in het (middendeel) van het snelle , eerst in de en vervolgens in de tweede viool, en eerste viool. Het snelle slotdeel, ­, is overwegend licht, joviaal en zorgeloos.

Clemens Romijn

Biografie

Pražák Kwartet, kwartet

Het Pražák Quartet werd in 1972 opgericht door vier studenten van het Praagse conservatorium en neemt dit seizoen na een lange en succesvolle carrière met een laatste tournee afscheid van het concertpodium. Tweede violist Vlastímil Holek maakt al bijna vier decennia deel uit van het Pražák Quartet en altist Josef Klusoň is een van de oprichters. Jana Vonášková volgde in 2015 Pavel Hula op als primarius. Cellist Michal Kanka kwam er in 1986 bij.

In de beginjaren verwierf het kwartet bekendheid met zijn optreden tijdens het festival Praagse Lente en het winnen van het Evian Internationaal Strijkkwartet Concours. Vervolgens traden de musici op in de concertzalen van Europese steden als Londen, Parijs, Berlijn, Brussel, München, Milaan en Madrid, en op tal van bekende muziekfestivals. Ook tourde het kwartet op regelmatige basis door de Verenigde Staten en Canada.

Samenwerkingen waren er met onder anderen pianisten Menahem Pressler en Nathalia Milstein, violist Josef Suk en klarinettiste Sharon Kam. Met altiste Dana Zemtsov speelde het kwartet het Strijkkwintet van Bruckner tijdens zijn vorige optreden in Het Concertgebouw, op 8 maart jongstleden. Gedurende zijn lange geschiedenis bracht het Pražák Quartet meer dan zestig platen en cd’s uit, met onder meer de complete strijkkwartetten van Beethoven en de grote werken van componisten als Borodin, Brahms, Martinů, Dvořák, Schönberg, Schulhoff, Smetana en Zemlinsky.