Piatti Quartet speelt Elgar, Howard en Mendelssohn
Piatti Quartet
Michael Trainor viool
Rebecca Chan viool
Tetsuumi Nagata altviool
Jessie Ann Richardson cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten op Woensdag.
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Kleine Zaal.
Emily Howard (1979)
shield (2022)
wereldpremière
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Strijkkwartet nr. 6 in f kl.t., op. 80 (1847)
Allegro vivace assai
Allegro assai
Adagio
Finale Allegro molto
pauze ± 21.00 uur
Edward Elgar (1857-1934)
Strijkkwartet in e kl.t., op. 83 (1918)
Allegro moderato
Piacevole: poco andante
Finale: Allegro molto
einde ± 22.00 uur
Toelichting
Emily Howard (1979)
shield
Door Hugo Bouma
De Britse Emily Howard is naast componist ook wiskundige, en laat zich in haar muziek vaak inspireren door ideeën uit de wiskunde, informatica en andere takken van wetenschap. Ze leidt een onderzoeksinstituut aan het Royal Northern College of Music in Manchester dat de raakvlakken tussen muziek en wetenschap verkent. Eerdere werken van haar gingen onder andere over deeltjesversnellers, uitzaaiende kankercellen, wiskundige bewijzen, het schaakspel en de geschriften van ’s werelds eerste computerprogrammeur, Ada Lovelace.
shield verkent de mogelijkheden om kunstmatige intelligentie in te zetten voor een akoestische compositie. Het stuk is geschreven in nauwe samenwerking met het Piatti Quartet en losjes gebaseerd op twee van Howards eerdere strijkkwartetten. De componist liet het kwartet fragmenten uit deze werken spelen, plus enkele nieuw gecomponeerde fragmenten, en ‘voerde’ de opnames hiervan vervolgens aan een zogeheten neuraal netwerk. Dit is een soort computerprogramma dat tracht te simuleren hoe het menselijke brein patronen herkent, en op basis hiervan nieuw materiaal kan genereren dat aan deze patronen voldoet - in dit geval ‘muziek voor strijkkwartet in de stijl van Emily Howard’.
Wat volgens Howard in de resultaten het meest opviel waren de abrupte contrasten: van fluisterstille, bijna toonloze ruis naar complexe fortissimo-uitbarstingen die live met geen mogelijkheid te spelen zouden zijn. Dat is ook gelijk een significante tekortkoming van dergelijke machine learning: het is lang niet altijd helder wat voor soort patronen de software oppikt. Het abstracte gegeven van een ‘strijkkwartet’ als ‘vier spelers, elk met één instrument’ is aan de hand van geluidsopnames nauwelijks over te brengen. shield is dan ook met nadruk geen rechtstreekse van wat de computer produceerde, maar een interpretatie ervan door een menselijke componist.
Edward Elgar (1857-1934)
Strijkkwartet
Door Hugo Bouma
In zijn jongere jaren had Edward Elgar diverse pogingen ondernomen om een strijkkwartet te schrijven, maar deze hebben geen van alle de tand des tijds doorstaan – de Engelsman voelde zich meer thuis op het grotere, orkestrale canvas. Pas toen hij de grootste symfonische successen van zijn carrière al achter zich had, hij als zestigjarige met zijn gezondheid kwakkelde en de Eerste Wereldoorlog heel Europa had uitgeput legde hij zich weer toe op kamermuziek. Hij was verhuisd vanuit een herenhuis in Londen naar een boerderijtje op het platteland van Sussex om in rust te kunnen herstellen van een riskante keeloperatie. Daar ontstonden in 1918 vlak achter elkaar zijn enige drie kamermuziekwerken, waaronder dit Strijkkwartet. Het volgende jaar schreef Elgar hier ook zijn beroemde concert waarna hij, mede door het overlijden van zijn geliefde vrouw Alice, nagenoeg ophield met componeren. Bij elkaar vormen deze vier werken de meest persoonlijke, melancholische kern van Elgars gehele oeuvre.
Het compacte eerste deel kenmerkt zich door sterke stemmingswisselingen en verrassende harmonische wendingen. Ook ritmisch klinkt er vanaf het begin telkens een conflict tussen een vloeiende twaalfachtstemaat en een strenge, hoekige vierkwartsmaat. Zelfs wanneer de componist ons verrast met een slotakkoord in horen we meer twijfel dan mf. Wat volgt is een overwegend vredig intermezzo dat Lady Alice Elgar typeerde als ‘gevangen zonneschijn’. Dit langzame kwartetdeel, Piacevole (te vertalen als ‘aangenaam’) zou uiteindelijk ook klinken op haar uitvaart in 1920. De levendige Finale wordt net als het openingsdeel gekenmerkt door sterke contrasten en complexe meerstemmigheid. Deze fungeert binnen de symmetrische vorm van het driedelige werk meer als tweede doorwerking dan als uitgelaten, Romantische triomftocht, maar weet opnieuw op het laatste moment tóch de majeurtoonsoort te bereiken.
Felix Mendelssohn (1809-1847)
Zesde strijkkwartet
Door Hugo Bouma
‘Grijs op grijs’. Zo omschreef Felix Mendelssohn zijn emotionele toestand in de periode dat hij zijn Zesde strijkkwartet in f klein schreef. Dat zijn zus Fanny was overleden aan een beroerte had hem diep geraakt. Fanny, die zelf ook componeerde, was voor hem niet alleen een dierbaar familielid, maar tevens een muzikale collega, een intellectuele gelijke, een vertrouweling.
De succesvolle, maar ernstig overwerkte Felix raakte in een depressie, maar schraapte wel de energie bij elkaar om dit werk te schrijven. Het zou zijn laatste worden: zes maanden na Fanny overleed ook Felix aan een beroerte. Hij werd slechts 38 jaar.
Voor degenen die de componist en zijn werk kenden, kwam de stijl van dit kwartet als een verrassing. Waar Mendelssohns eerdere muziek zich kenmerkte door een lichtvoetigheid en een aristocratische beheersing, hadden deze hier plaatsgemaakt voor duisternis en frustratie.
Desalniettemin horen we hier ook een componist op de top van zijn technische kunnen: tot het eind doet hij zijn zus eer aan.
Na een nerveus en geagiteerd openingsdeel balt Mendelssohn zijn frustratie samen in het onstuimige , dat mijlenver verwijderd is van de vederlichte scherzo’s die tot dan toe zijn handelsmerk waren.
Het langzame derde deel biedt even rust, als een nostalgische herinnering aan betere tijden. In de Finale keert de nervositeit van het eerste deel volop terug, en ondanks vioolvuurwerk eindigt Mendelssohns zwanenzang overtuigend in .
Biografie
Piatti Quartet, kwartet
Het huidige debuut van het Piatti Quartet in Het Concertgebouw is uitgesteld van april 2021. Op de Wigmore Hall International String Quartet Competition van 2015 behaalde het viertal niet alleen de tweede prijs, maar ook de St. Lawrence String Quartet Prize en de Sidney Griller Award voor de beste vertolking van Contusion van Mark-Anthony Turnage.
Sinds het succes op dit Londense concours is het Piatti Quartet meermaals in internationale radio- en tv-uitzendingen te gast geweest, bekleedde het een residency in Aix-en-Provence en betrad het de podia van onder meer L’Orangerie in Parijs, de National Concert Hall in Dublin, Gaudi’s ‘La Pedrera’ in Barcelona, de Albert Long Hall in Istanbul en het Aldeburgh Festival.
Voor kamermuziek in grotere bezetting werkte het kwartet samen met bijvoorbeeld de zangers Ian Bostridge en Nicky Spence, klarinettist Michael Collins, pianist Julius Drake en het Belcea Quartet. Op cd brachten de musici onder meer het voor hen gecomponeerde Vierde strijkkwartet, ‘Winter’s Edge’ van Mark-Anthony Turnage uit, en als enthousiaste wegbereiders van nieuwe muziek speelden ze ook composities van hun landgenoten Joseph Phibbs, Simon Holt, Freya Waley-Cohen, Darren Bloom en Gavin Higgins.
Het Piatti Quartet geeft in Londen les aan het Trinity Laban Conservatoire of Music, de Royal Academy of Music en de Purcell School. De naam van het ensemble is ontleend aan de negentiende-eeuwse cellist Alfredo Piatti, in zijn tijd een belangrijke kamermusicus en leraar aan de Royal Academy of Music.


