Pianist Nikolai Lugansky en topsolisten in kwartet
Nikolai Lugansky piano
Nikita Boriso-Glebsky viool
Maxim Rysanov altviool
Narek Hakhnazaryan cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkers met Variatie.
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianokwartet nr. 2 in Es gr.t., KV 493 (1786)
Allegro
Larghetto
Allegretto
Gabriel Fauré (1845-1924)
Pianokwartet nr. 1 in c kl.t., op. 15 (1876-79)
Allegro molto moderato
Scherzo: Allegro vivo
Adagio
Finale: Allegro molto
pauze ± 21.15 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Pianokwartet nr. 3 in c kl.t., op. 60 (1855-75)
Allegro ma non troppo
Scherzo: Allegro
Andante
Finale: Allegro comodo
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Tweede pianokwartet
Door Axel Meijer
In diezelfde periode wordt muziek bereikbaarder voor een groeiende groep mensen: de gegoede middenstand en de welgestelde burgerij profiteren van steeds betaalbaardere bladmuziek en betere instrumenten. Vooral muziek voor , in huiselijke kring te spelen, is bijzonder populair. Maar in 1785 wil de Weense uitgever Hoffmeister eens met iets anders voor de dag komen. Hij vraagt de 29-jarige Wolfgang Amadeus Mozart drie pianokwartetten te schrijven, in plaats van de gebruikelijker ’s. Mozart begeeft zich enthousiast op dit ook voor hem nieuwe terrein.
Al snel verschijnt zijn Eerste pianokwartet in g klein, KV 478. Dan blijkt alleen ook meteen dat Mozart wellicht iets te voortvarend te werk is gegaan. Hoffmeister had met de publicatie vooral de betere amateurmuzikant op het oog, maar voor die clientèle is de muziek te moeilijk: de pianopartituur vraagt te veel techniek, en uitvoerenden hebben moeite de balans te vinden tussen de vier partijen. Van Hoffmeister hoeft Mozart de andere twee kwartetten niet te schrijven.
Maar de componist heeft duidelijk de smaak te pakken: negen maanden later, in juni 1786, komt hij toch met een Tweede pianokwartet in Es groot, KV 493. En daarmee vestigt Mozart definitief een nieuw genre. In zijn invulling daarvan is overigens goed te horen dat Mozart inmiddels ruim twintig pianoconcerten op zijn naam heeft staan. De afwisseling van virtuoze pianopassages en collectieve strijkerspartijen geeft regelmatig de indruk van een pianoconcert voor kamerbezetting.
Johannes Brahms 1833-1897
Derde pianokwartet
Door Axel Meijer
Wanneer Johannes Brahms in 1875 zijn Derde pianokwartet in c klein, 60 voltooit, is de literatuur voor het genre nog altijd beperkt. Afgezien van jeugdwerken door Ludwig van Beethoven en Felix Mendelssohn springen als voorgangers eigenlijk alleen de pianokwartetten van Friedrich Kuhlau en Robert Schumann eruit.
De eerste opzet voor Brahms’ kwartet stamt uit de jaren 1850. Het is de periode waarin de jonge componist diep verwarrende gevoelens ontwikkelt voor Clara Wieck, echtgenote van Brahms’ vriend en voorvechter Robert Schumann. Die gevoelens beïnvloeden zijn muziek duidelijk. Brahms laat normaal gesproken nooit iets los over de buitenmuzikale inspiratie voor zijn werk, maar in verschillende gesprekken en brieven legt hij expliciet een verband tussen dit kwartet en Goethes romanheld Werther. Die pleegt, onmogelijk verliefd op de vrouw van een ander, zelfmoord. Aan zijn uitgever doet Brahms het zwart-humoristische verzoek ‘een hoofd met daartegenaan een pistool’ af te beelden op de kaft van de bladmuziek. Als de uitgave in kleur is, schrijft hij, dan moet het in blauw en geel zijn, dezelfde iconische kleurcombinatie als van Werthers kleding.
Brahms’ kwartet ademt een niet aflatende tragische hartstocht
Ook in de muziek zelf vinden we sporen van Brahms’ preoccupatie met Clara Schumann. Zo zet hij in het eerste deel verschillende keren het zogenaamde ‘Clara-’ in. Dat is een reeks van vijf noten waarin Robert Schumann regelmatig de vijf letters van de voornaam van zijn echtgenote versleutelt – een nauw verholen geheimschrift.
Brahms’ kwartet ademt een niet aflatende tragische hartstocht, van de diepe zucht waarmee het eerste deel opent tot aan het getergde slot van de gejaagde finale. Het kost Brahms in totaal bijna een kwart eeuw om de uitstorting van zoveel diep persoonlijke gevoelens naar tevredenheid op papier te krijgen. Kennelijk heeft hij die tijd nodig om genoeg distantie tot het materiaal te scheppen en er een coherent geheel van te maken, dat weliswaar hartverscheurend is, maar nergens sentimenteel. Een unieke blik op de privégevoelens van een anders uiterst gereserveerde meester.
Gabriel Fauré 1845-1924
Eerste pianokwartet
Door Axel Meijer
In het laatste kwart van de negentiende eeuw omarmen steeds meer componisten het pianokwartet. Antonín Dvořák schrijft er twee, Richard Strauss waagt zich eraan, en zelfs van de jonge Gustav Mahler is een fragmentarisch werk in het genre bewaard.
In Parijs begint in 1876 Gabriel Fauré aan zijn Eerste pianokwartet in c klein, 15 – dezelfde als het Derde van Brahms. Daarmee eindigen de overeenkomsten echter niet: ook de Fransman componeert namelijk tegen de achtergrond van een gedoemde liefde. Fauré verheugt zich op zijn huwelijk met Marianne Viardot, als hij begint te schrijven. Maar zij verbreekt na vier maanden de verloving, om onbekende redenen. Fauré is er kapot van. Het kost hem twee jaar voordat hij een eerste versie van zijn kwartet af heeft, en het duurt tot 1883 voor het werk zijn definitieve vorm krijgt, met een geheel nieuwe finale.
Het uiteindelijke resultaat is toch aanzienlijk minder duister dan Brahms’ 60, ondanks alle overeenkomsten. Bij de Zuid-Fransman vloeien de ën schijnbaar eenvoudiger uit de pen dan bij de Noord-Duitser, en er zit meer licht in de textuur van Fauré’s compositie.
Dat geldt zelfs in het openingsdeel, toch de ernstigste bladzijden van het stuk, en in het melancholieke . Het is ronduit luchthartig, op het humoristische af. Het oorspronkelijke slotdeel werd waarschijnlijk door Fauré op het eind van zijn leven vernietigd. De vervangende Finale is een gloeiend slotbetoog, een vurige mf over alle verdriet dat eventueel nog resteert.
Is het pianokwartet simpelweg een uitbreiding van het ? Of is het een uitgeklede vorm van het pianokwintet? Het ligt iets ingewikkelder. Uiteindelijk gaat het genre terug op de ke sonate. Die heeft drie partijen, doorgaans gespeeld door twee strijkers ondersteund door een vaak op klavecimbel gespeelde -partij. In vergelijking met de andere twee instrumenten produceert het klavecimbel echter te weinig geluid in de lage registers. Daarom wordt de baspartij, de linkerhand, vaak ‘gedubbeld’, meegespeeld door een lage strijker - een of viola da gamba. Zo vergt de triosonate, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, meestal vier uitvoerenden.
In de eerste helft van de achttiende eeuw, als de Barok op zijn eind loopt, verdringt de piano langzamerhand het klavecimbel. Wanneer die in de loop der tijd een steeds krachtiger basgeluid krijgt, verdwijnt de noodzaak het lage register te ondersteunen, en zo ontstaat het pianotrio voor drie spelers. In de tussentijd is nog een andere opvolger van de triosonate in zwang geraakt, in de vorm van werken voor drie strijkers, dus zonder toetsinstrument. Deze vorm bestaat tegen het midden van de achttiende eeuw standaard uit een cello en twee violen, waarvan er later vaak een wordt vervangen door de .
Biografie
Nikolai Lugansky, piano
Nikolai Lugansky studeerde in zijn geboortestad Moskou bij Tatjana Kestner, Tatjana Nikolajeva en Sergei Dorensky en won in 1994 het Tsjaikovski Concours. In Nederland maakte hij in 1990, op zijn zeventiende, een opvallend debuut in Vredenburg in Utrecht als invaller voor Maria João Pires.
Datzelfde jaar debuteerde hij met een in de van Het Concertgebouw, waar hij meermaals zou terugkeren in de serie Meesterpianisten.
Hij soleerde met vele Nederlandse orkesten, bijvoorbeeld afgelopen juni bij het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Eerste pianoconcert van Rachmaninoff, en hij verzorgde afgelopen september een pianokwartetprogramma in de met Nikita Boriso-Glebsky, Maxim Rysanov en Narek Hakhnazaryan. Onder zijn kamermuziekpartners zijn ook Vadim Repin, Leonidas Kavakos en Mischa Maisky; met cellist Gautier Capuçon tourde hij in januari door Italië.
Nikolai Lugansky onderhoudt langdurige relaties met en als Kent Nagano, Yuri Temirkanov, Manfred Honeck, Gianandrea Noseda, Vasily Petrenko en Lahav Shani en soleerde onder meer bij de Berliner Philharmoniker, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het London Symphony Orchestra, het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg, het Orchestre Philharmonique de Radio France en een aantal orkesten in Scandinavië. Naast zijn carrière als uitvoerend musicus geeft de pianist al sinds 1998 les aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou, is hij artistiek directeur van het Tambov Rachmaninoff Festival en zet hij zich in voor het Rachmaninoff Museum in Ivanovka. Dit jaar voert hij Rachmaninoffs belangrijke solowerken uit in Parijs, Londen, Wenen, Brussel, Berlijn en Praag. Afgelopen februari verscheen bovendien een cd met Rachmaninoffs s tableaux.
Nikita Boriso-Glebsky, viool
Nikita Boriso-Glebsky, geboren in het Zuid-Russische Volgodonsk, werd op zijn vijftiende toegelaten aan het conservatorium van Moskou. Masterclasses volgde hij ’s zomers in Israël bij Ida Haendel en Shlomo Mintz, en hij studeerde vervolgens verder bij Augustin Dumay aan de Koningin Elizabeth Muziekkapel in Brussel en bij Anna Chumachenco aan de Kronberg Academy.
Het winnen van prijzen op met name het Tsjaikovski Concours van 2007 en het Sibelius Concours van 2010 maakte de weg vrij naar de belangrijke orkesten en podia wereldwijd, met uitnodigingen van het Sint-Petersburg Philharmonisch Orkest, het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Bournemouth Symphony Orchestra, het Radio Symphonieorchester Wien, het Nationaal van Mexico en de festivals van Nantes, Bonn, Kuhmo en Jekaterinburg.
Naast zijn solocarrière is Nikita Boriso-Glebsky ook de primarius van het Atrium String Quartet. Kamermuziek speelt de violist daarnaast met onder anderen Boris Berezovski, Lucas Debargue en Alexander Kniazev. Al sinds zijn Moskouse conservatoriumtijd werkt hij geregeld samen met componist Kuzma Bodrov.
Nikita Boriso-Glebsky maakt zijn debuut in de .
Maxim Rysanov, altviool
De Oekraïens-Britse altviolist Maxim Rysanov was te gast bij de BBC Proms, op de festivals van Edinburgh, Salzburg en Verbier, en bij het Mariinski Orkest, de orkesten van Seattle en Shanghai, het European Union Youth Orchestra en tientallen Europese gezelschappen waaronder ook het Radio Filharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest.
Zijn encarrière (na een opleiding aan Guildhall School of Music and Drama in Londen en masterclasses bij Gennady Rozhdestvensky en Jorma Panula) loopt tegenwoordig parallel aan zijn carrière op de , en zo leidde hij het Sinfonieorchester Basel, het Russisch Nationaal Orkest, het Georgisch Nationaal , het Deens Nationaal Symfonieorkest en de London Mozart Players.
Met Riga Sinfonietta nam Maxim Rysanov de Eerste symfonie en het concert (wereldpremière) van Pēteris Vasks op. Zijn enthousiasme voor nieuwe muziek leidde ook tot nieuwe composities van bijvoorbeeld Dobrinka Tabakova en Richard Dubugnon.
Kamermuziek speelt Maxim Rysanov met Maxim Vengerov, Janine Jansen, Mischa Maisky, Gidon Kremer, Nicola Benedetti, Vadim Repin, Viktoria Mullova, Sol Gabetta en Martin Fröst.
Bij zijn vorige optreden in de , in november 2017, voerde hij met violist Boris Brovtzyn en celliste Kristina Blaumane een bewerking uit van Bachs Goldberg-variaties. Het instrument dat hij bespeelt (1780, Giuseppe Guadagnini) heeft de bijnaam ‘Il Soldato’.
Narek Hakhnazaryan, cello
Narek Hakhnazaryan, afkomstig uit Jerevan, begon zijn studie in Moskou bij Alexey Seleznyov en voltooide deze in 2011 bij Lawrence Lesser in Boston. Mstislav Rostropovitsj was een belangrijk mentor voor de cellist, die in 2008 de eerste prijs won van de Young Concert Artists International Auditions en in 2011 de eerste prijs en een Gouden Medaille van het Tsjaikovski Concours. Dit bracht hem in januari 2013 voor het eerst in de van Het Concertgebouw, waar hij al meermaals terugkeerde.
Narek Hakhnazaryan soleerde bij het Orchestre de Paris, het London Symphony en het London Philharmonic Orchestra, het Berliner Konzerthausorchester, het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Rotterdams en het Nederlands Philharmonisch Orkest en de orkesten van Chicago, Los Angeles, Pittsburgh, Sydney en Seoul.
Als voormalig BBC New Generation Artist trad hij ook op met bijna alle BBC-orkesten. Kamermuziek speelde Narek Hakhnazaryan in zowel het Wiener als het Berliner Konzerthaus, Wigmore Hall in Londen, de Salle Pleyel in Parijs, Carnegie Hall in New York, op de festivals van Verbier en Rheingau en in zalen in de Verenigde Staten, China, Japan en Zuid-Korea.
In 2017 werd hij door de Armeense president geëerd met de titel ‘Honored Artist of Armenia’. De cellist bespeelt een instrument uit 1707 van Joseph Guarneri.




