Philippens/Waley-Cohen/Murrath/Thomas/Libeer: Francks Pianokwintet

Rosanne Philippens viool
Tamsin Waley-Cohen viool
Dimitri Murrath altviool
Camille Thomas cello
Julien Libeer piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.

Mede gefinancierd door Classical Futures Europe en het programma Creatief Europa van de Europese Unie.

Antonín Dvořák (1841-1904)

Terzetto in C gr.t., op. 74 (1887)
Introduzione. Allegro ma non troppo
Larghetto
Scherzo. Vivace
Tema con variazioni

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante - Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace

pauze ± 21.05 uur

César Franck (1822-1890)

Pianokwintet in f kl.t. (1879)
Molto moderato quasi lento – Allegro
Lento, con molto sentimento
Allegro non troppo, ma con fuoco

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Antonín Dvořák 1841-1904

Dvořák: Terzetto

Door Noortje Zanen

Het Terzetto in C groot, een uiterst origineel werk voor de ongebruikelijke bezetting van twee violen en , was een cadeau voor de chemiestudent Josef , die destijds in hetzelfde pand in Praag woonde als Antonín Dvořák. De componist zou zelf de altvioolpartij spelen en de ­tweede vioolpartij was voor Jan Pelikan, de vioolleraar van Kruis en ook een oudcollega van Dvořák uit het orkest van het Nationaal Theater van Praag.

Helaas had Dvořák het vioolspel van de student overschat. Daarom schreef hij gauw nog een tweede terzet voor dezelfde bezetting, met een extra eenvoudige vioolpartij. De muziek van het tweede terzet is tegenwoordig vooral bekend dankzij Dvořáks eigen bewerking voor viool en piano, uitgegeven door Simrock als Romantische stukken, 75.


  • Antonin Dvořák

In een brief aan zijn uitgever vertelt Dvořák enthousiast over de twee terzetten: ‘Ik schrijf nu kleine n, denk u eens in: voor twee violen en – ik heb er net zo veel plezier in als wanneer ik een grote symfonie schrijf (…). Ze zijn eigenlijk meer voor amateurs bestemd, maar hebben Beethoven en Schumann ook niet af en toe met heel bescheiden middelen gewerkt en hoe?’

Dvořák tovert zelfs met bescheiden middelen een unieke klankwereld te voorschijn, waarbij de luisteraar soms vergeet dat de partij ontbreekt. Het Terzetto in C groot zit vol met verrassingen: onverwachte harmonische wendingen, meeslepende vioolpartijen en onstuimige s. Met een dubbelrol voor de altviool, die soms de bas speelt maar minstens even vaak ook de solistische vioolpartijen imiteert of overtroeft.

Dvořák: ‘Dumky’ Trio

Door Paul Janssen

Antonín Dvořák had met zijn vriend en mentor Johannes Brahms gemeen dat hij de volksmuziek van zijn land hoog in het vaandel droeg en ondertussen de formele aspecten van de klassiek-romantische traditie als een belangrijke leidraad omarmde. Toch was Dvořák meer dan Brahms een voorvechter van de natio­nalistische muzikale beweging, niet alleen in eigen land, maar ook daarbuiten (denk aan zijn Amerikaanse tijd en de periode dat hij compositie doceerde aan het conservatorium van New York). Dvořák kon daarbij putten uit een rijke ervaring met de volksmuziek van zijn Tsjechische geboorteland.

Een van zijn favoriete vormen was de ‘dumka’ (wat zoveel betekent als klagen of tobben), van oorsprong een klaagzang uit Oekraïne die grote populariteit genoot in de Slavische landen. Wat Dvořák vooral aansprak was de overwegend melancholische stemming en de mogelijkheid zeer contrasteren­­de gevoelens in één dumka te uiten.


  • Johannes Brahms

Hoewel de dumka in verschillende van zijn werken voorkomt, is vooral zijn laatste in e klein een ware hommage aan deze vorm van volksmuziek. In tegenstelling tot zijn drie eerdere pianotrio’s verwees Dvořák deze keer niet naar de klassieke , maar schreef hij zes delen, zes dumky (meervoud van dumka), en gaf hij het de bijnaam ‘Dumky’. Hoewel de zes verschillende ‘ballades’ zowel ten opzichte van elkaar als binnen elk deel sterke contrasten vertonen, weet Dvořák door de overkoepelende sfeer en geregeld terugkerende kernmotieven (zoals een stijgende sext) de eenheid te bewaren.

Mede daardoor werd het ‘Dumky’ Trio direct na de première op 11 april 1891 een groot succes. Dvořák nam het werk vervolgens mee tijdens een grootse tournee vlak voordat hij naar de Verenigde Staten vertrok en maakte haast met de publicatie. Toen hij eenmaal in de Verenigde Staten was aangekomen om daar geschiedenis te schrijven liet hij de correctie van de drukproeven vol vertrouwen over aan zijn goede vriend Brahms.

César Franck 1822-1890

Franck: Pianokwintet

Door Clemens Romijn

In 1835 arriveerde in Parijs een muzikantenfamilie uit Luik, Franck genaamd. De vader was maar van één droom vervuld: hoe van zijn twee zoons echte virtuozen te maken naar het voorbeeld van Paganini en Liszt. Zoontje César kreeg, veertien jaar oud, in Parijs enkele maanden compositieles van het orakel Anton Reicha, bij wie ook Liszt, Berlioz en Gounod studeerden.

Aan het Parijse Conservatorium ontpopte Franck zich vooral als een - en compositie­talent. Zo’n tien jaar na zijn aankomst in Parijs beëindigde Franck zijn virtuozenloopbaan en koos hij definitief voor de orgelbank. 

  • César Franck

Francks beste en bekendste werken ontstonden in de verbluffend productieve laatste tien jaar van zijn leven (1880-90), zoals het Pianokwintet, de symfonische gedichten Le chasseur maudit en Psyché, Prélude, choral et fugue voor piano, de Variations symphoniques, de in A groot, het Strijkkwartet en die merkwaardige en veelbesproken Symfonie in d klein.

Francks magistrale en intense Pianokwintet in f klein (1879) behoort tot de absolute topwerken uit de kamermuziek. Het heeft drie delen die onderling samenhangen door herhaling van ’s volgens het cyclische principe dat Franck ook in zijn symfonie en vioolsonate hanteerde. Camille Saint-Saëns, aan wie Franck zijn Pianokwintet in f klein opdroeg, speelde de pianopartij bij de première in januari 1880.

Biografie

Rosanne Philippens, viool

Rosanne Philippens speelt viool vanaf haar derde, studeerde in 2009 summa cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 2014 nogmaals, aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’ in Berlijn. Haar docenten waren Anneke Schilt, Coosje Wijzenbeek, Vera Beths en Ulf Wallin.

Ze won het Nationaal Vioolconcours, categorie Oskar Back (2009) en het Internationaal Vioolconcours in Freiburg (2014). In eigen land soleerde de violiste bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Philharmonisch Orkest en daarbuiten bijvoorbeeld bij het Jerusalem Symphony Orchestra en het Orchestre National de Lyon.

Ze werkte met en als Yannick Nézet-Séguin, Lawrence Foster en Xian Zhang. Kamermuziek speelt Rosanne Philippens met vele collega’s, en ze werd uitgenodigd voor onder meer het Midsummer Music Festival in Reykjavik en het Voice of Music Festival in Israël. Ze nam vier succesvolle cd’s op met een zeer gevarieerd repertoire. Rosanne Philippens bespeelt de ‘Barrere’-Stradivarius uit 1727, haar ter beschikking gesteld door het Elise Mathilde Fonds.

Bij haar vorige optreden in Het Concert­gebouw, op 24 mei jongstleden, vertolkte ze in de Mozarts Vioolconcert in D groot, KV 2018 met het Residentie Orkest onder leiding van Nicholas Collon.

Tamsin Waley-Cohen, viool

Tamsin Waley-Cohen werd als solist uitgenodigd door orkesten als het London Philharmonic Orchestra, het Royal Philharmonic Orchestra, het Hallé Orchestra en Royal Northern . Met de wereldpremière van een nieuw concert van Richard Blackford debuteerde de Londense violiste bij het Tsjechisch Filharmonisch Orkest; deze vertolking werd ook uitgebracht op cd. Rond dezelfde tijd was Tamsin Waley-Cohen met het Vioolconcert van Tsjaikovski voor het eerst te gast bij het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra.

Op het kamermuziekpodium is een van haar vaste duopartners pianist/componist Huw Watkins. Ook speelt ze kamermuziek met bijvoorbeeld klarinettiste Annelien van Wauwe en pianist James Baillieu; met laatstgenoemde maakte ze onlangs een cd met werken van C.Ph.E. Bach en tourt ze dit seizoen door China.

Samen met twee architecten en haar zus, componiste Freya Waley-­Cohen, ontwikkelde Tamsin Waley-Cohen het werk ­Permutations, waarin muziek en architectuur samensmelten. De violiste is artistiek leider van het Honeymead Festival, dat afgelopen mei zijn twaalfde editie beleefde.

In november 2016 maakte ze haar debuut in de met een in het kader van de serie Rising Stars. Eerder dat jaar richtte ze het Albion Kwartet op, dat in april 2018 in de Kleine Zaal debuteerde.

Dimitri Murrath, altviool

De Belgisch-Amerikaanse altviolist Dimitri Murrath werd geboren in Brussel. Hij begon zijn muzikale opleiding aan de Yehudi Menuhin School en volgde later in Londen lessen bij David Takeno. In Boston was Kim Kashkashian zijn docent.

Dimitri Murrath won onder meer de eerste prijs van de Primrose International Viola Competition (2008) en de Avery Fisher Career Grant (2014). Ondertussen bouwde de musicus aan een succesvolle carrière.

Voor soloconcerten werd hij bijvoorbeeld geëngageerd door de Brussels Philharmonic, de London Mozart Players en het Tokyo Philharmonic Orchestra. Kamermuziek speelde Dimitri Murrath met beroemde collega’s als Gidon Kremer, Menahem Pressler en Mitsuko Uchida.

De altviolist is lid van de Boston Chamber Music Society en in diezelfde stad gaf hij acht jaar lang les aan het New England Conservatory. Momenteel is Dimitri Murrath als docent verbonden aan het San Francisco Conservatory of Music.

Camille Thomas, cello

Camille Thomas maakte in de afgelopen jaren in hoog tempo naam op de internationale concertpodia. De Frans-Belgische celliste kreeg in 2014 tijdens de prestigieuze Franse Victoires de la Musique de titel ‘nieuwkomer van het jaar’. In 2017 ontving ze een ECHO Klassik Preis.

Camille Thomas trad inmiddels als soliste op onder leiding van en als Kent Nagano, Paavo Järvi en Marc Soustrot. Ze werd uitgenodigd door onder meer de Brussels Philharmonic, het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg en het Orchestre National Bordeaux Aquitaine.

Recentelijk viel ze bij het Orchestre Philharmonique de Radio France in voor collega Sol Gabetta. Componist Fazıl Say schreef onder de titel Never Give Up een concert voor Camille Thomas, dat ze in 2018 in première bracht in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées, samen met het Orchestre de Chambre de Paris. ­

Camille Thomas studeerde bij onder anderen Frans Helmerson en Stephan Forck. Ze bespeelt de Stradivarius ‘Feuermann’ uit 1730, die ze onlangs in bruikleen heeft gekregen van de Nippon Music Foundation.

Julien Libeer, piano

Zijn eerste vormende muzikale ervaring was een documentaire over West Side Story onder leiding van componist Leonard Bernstein, en vanaf zijn zesde kreeg Julien Libeer pianoles. Hij studeerde bij Daniel Blumenthal, Jean Fassina en Maria João Pires.

De Belgische pianist is in residence bij Flagey in Brussel en cureert in Concertgebouw Brugge Salon Libeer en in Leuven in samenwerking met de universiteit de lezingenreeks Dead or Alive.

Hij vertolkt graag kamermuziek met collega’s als Augustin Dumay, Frank Braley en Camille Thomas, en soleerde bij het Antwerp Symphony ­Orchestra, de Brussels Philharmonic, Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, de New Japan ­Philharmonic en – dankzij zijn toewijding aan het werk van componist/pianist Dinu Lipatti – het Boekarest Radio Orkest.

Voor zijn cd’s kreeg Julien Libeer de Diapason d’Or de l’Année 2016, een Klara Award en een Echo Klassik. Met violist Lorenzo Gatto maakte hij een integrale ­opname van de Beethoven­s en ze speelden deze in onder meer Wigmore Hall in Londen, het Louvre in Parijs en Het Concertgebouw.

Al ruim tien jaar wijdt Julien Libeer zich aan sociale koorprojecten voor kinderen in de regio Brussel. Bij zijn vorige optreden, in maart 2022 in de serie Grote Pianisten in de , speelde hij solowerken van Bach tot en met Ligeti.