Philippe Jaroussky ontrafelt de Mythe van Orpheus

Wereldberoemde Zangers 20.15 uur 

Philippe Jaroussky countertenor
Amanda Forsythe sopraan
I Barocchisti
Diego Fasolis dirigent

 

La Storia Di Orfeo

Antonio Sartorio 1630-1680

Sinfonia
Cara e amabile catena
uit ‘L’Orfeo’ (1672)

Claudio Monteverdi 1567-1643

Rosa del ciel
Io non dirò
uit ‘L’Orfeo’ (1607)

Luigi Rossi ca. 1597-1653

Mio ben, teco il tormento
Che dolcezza è la certezza
Sinfonia
uit ‘Orfeo’ (1647)

Claudio Monteverdi

Vi ricorda o bosch’ombrosi 
uit ‘L’Orfeo’ 

Luigi Rossi

M’ami tu?
A l’imperio d’Amore
uit ‘Orfeo’

Antonio Sartorio

Ohime, Numi, son morta
D’un amante che sospira
È morta Euridice
Orfeo tu dormi?... Se desti pietà
Ferma, Euridice, oh Dio
uit ‘L’Orfeo’ 

Claudio Monteverdi

Sinfonia
Possente spirto
Sinfonia
uit ‘L’Orfeo’ 

Antonio Sartorio

Numi, che veggio! O caro sposo
Non ti volger, caro bene
Troppo fiero è il mio martire
uit ‘L’Orfeo’

pauze 

Christoph Willibald von Gluck 1714-1787

Ouverture
Che puro ciel
Sinfonia
Vieni: appaga il tuo consorte
Qual vita è questa mai?
Che fiero momento
Ecco un nuovo martoro
Che farò senza Euridice?
uit ‘Orfeo ed Euridice’ (1762)

begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.25 uur 

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

orpheus-opera's

Rond 1600 ontstond er in Italië een vorm van muziektheater die we later zouden gaan noemen. Het idee was om terug te gaan naar de theatervormen van de Oudheid waarbij tekst en muziek één geheel vormden. Het recitar cantando, het zingend spreken, was daarbij het uitgangspunt. Het verhaal van de zanger Orpheus sprak in het bijzonder tot de verbeelding. Sterker: de allereerste ‘opera’s’ hadden allemaal het Orpheusverhaal als onderwerp. Door de hele operageschiedenis heen zou de aan Ovidius ontleende Orpheusmythe één van de meest gebruikte verhalen zijn.

Naast vele versies uit de zeventiende eeuw zijn er Orpheusopera’s van Georg Philipp Telemann, Joseph Haydn, Jacques Offenbach, Ernst Krenek en Harrison Birtwistle, om er slechts enkele te noemen. De mythische zanger met zijn lier die niet alleen de mensen, de dieren en zelfs de bossen en zeeën met zijn muziek kon betoveren maar ook de goden van de onderwereld, bleef door de eeuwen heen – hoewel het verhaal de meest uiteenlopende vormen heeft aangenomen – tot de verbeelding spreken. In dit concert maken we een reis door de van de zeventiende en achttiende eeuw aan de hand van vier componisten die – ieder op hun volstrekt eigen wijze – het verhaal van Orpheus ter hand hebben genomen.

1567-1643

Claudio Monteverdi

tekst: Marcel Bijlo

We beginnen uiteraard bij Claudio Monteverdi, die met zijn L’Orfeo weliswaar niet helemaal de eerste componeerde, maar die toch degene is geweest die het nieuwe genre een eigen gezicht heeft gegeven. Alle ingrediënten zijn al aanwezig. Het opgewekte begin als Orfeo en Euridice trouwen, de dramatische wending als Euridice sterft, Orfeo’s gang naar Hades om haar terug te halen, Orfeo die op de terugweg naar de bovenwereld tóch omkijkt en zo Euridice voor de tweede keer verliest, waarna hij treurig achterblijft en uiteindelijk sterft.

Monteverdi componeerde twee finales omdat zijn opdrachtgevers liever een gelukkig einde aan het verhaal wilden zien. Dus komt in de tweede versie Apollo uit de hemel neerdalen die Orfeo en Euridice weer bij elkaar kan brengen. Monteverdi’s L’Orfeo ging in 1607 in première in Mantua, waar de componist in dienst was van de Gonzaga’s. In 1610 zou Monteverdi naar Venetië vertrekken.

ca. 1597-1653

Luigi Rossi

Luigi Rossi, afkomstig uit Napels, was een van de grote smaakmakers in Rome. Hij stond hoog in aanzien vanwege zijn kerkmuziek en s, en zijn Il palazzo incantato had in 1642 in Rome veel succes.

Rossi werd door de Franse eerste minister Jules Mazarin in 1646 naar Parijs gehaald. Mazarin, van oorsprong de Italiaanse kardinaal Giulio Mazarini, wilde Frankrijk laten kennismaken met de nieuwe vorm van muziektheater die op dat moment in Italië al volop bloeide. Hij vroeg Rossi dan ook om een nieuwe opera te componeren. Orfeo van Rossi is waarschijnlijk de eerste opera die in Frankrijk werd opgevoerd.

De première, in het carnavalsseizoen van 1646/47, was een overweldigend succes. De uitvoering moet zes uur hebben geduurd en het spektakel op het toneel was indrukwekkend. Er waren niet minder dan vijfentwintig zingende personages, er was een uitgebreide choreografie en de enorme toneelmachinerieën verbijsterden het Franse publiek. De rol van Orfeo werd gezongen door de gevierde sopraancastraat Atto Melani, die we tegenwoordig vooral kennen als hoofdpersonage uit de historische romans van Rita Monaldi en Francesco Sorti.

Rossi vertelt in de kern hetzelfde verhaal als Monteverdi, maar voegt een groot aantal personages toe. Net als die van Monteverdi is Rossi’s muziek bijzonder kleurrijk. De nadruk ligt ook bij Rossi sterk op het dat hier en daar naadloos overgaat in een meer -achtig gedeelte. De strikte scheiding tussen recitatieven en aria’s bestond nog niet.

Antonio Sartorio 1630-1680

l'orfeo

Dat was in 1672, toen Antonio Sartorio zijn versie in Venetië in première bracht, al heel anders. Bij Sartorio zijn recitatieven en ’s meer van elkaar gescheiden. Hoe snel de smaak in Venetië was veranderd bleek wel uit het feit dat Francesco Cavalli’s laatste ’s door Sartorio moesten worden voorzien van vele extra aria’s om nog enig succes te genereren. De muziek van Sartorio, die in zijn L’Orfeo ook allerlei subplots en komische elementen verwerkte, is weliswaar nog beïnvloed door de stijl van zijn voorgangers maar we horen ook Antonio Vivaldi al heel voorzichtig komen. Net als bij Vivaldi kan het bij Sartorio in sommige aria’s behoorlijk schrijnen.

De nadruk zou in de achttiende eeuw in de Italiaanse opera steeds meer komen te liggen op de virtuositeit van de aria’s. De declamatie en de dramatische uitbeelding van de handeling die aan de basis hadden gelegen van de opera in de vroege zeventiende eeuw raakten hoe langer hoe meer op de achtergrond.

De zangers, vooral de castraten, werden de grote sterren en de verhalen die in de ’s werden verteld, interesseerden het publiek nauwelijks meer. Dat zat tijdens de uren durende operavoorstellingen vooral te wachten tot een favoriete zanger weer een halsbrekende ten beste zou geven.

Christoph Willibald von Gluck 1714-1787

orfeo ed euridice

Dit tij moest worden gekeerd, vond Christoph Willibald von Gluck. In eerste instantie componeerde ook hij volgens de inmiddels geldende conventies, maar met zijn Orfeo ed Euridice deed hij in 1762 een zeer geslaagde poging het genre van de Italiaanse opnieuw uit te vinden: een eenvoudig en menselijk verhaal, geen nodeloze subplots, en drie rollen in plaats van de vijfentwintig van Rossi of de dertien van Sartorio.

Net als bij laatstgenoemde componisten werd de rol van Orfeo ook bij Gluck toebedeeld aan een hoge mannenstem, een altcastraat in dit geval, maar Gluck transponeerde de rol in de later geschreven Franse versie voor een hoge tenor. Gluck stapte af van het alleen door het continuo begeleide secco- maar componeerde uitgebreide dramatische scènes met orkestbegeleiding.

Bij Gluck draait alles om de zielenroerselen van Orpheus, hij is het overgrote deel van het werk aan het woord. Zelfs de rol van Euridice is maar klein. Omwille van de goede afloop worden de geliefden aan het eind van het stuk herenigd door Amor. Gluck koos voor het maken van dit statement van de eeuw niet zomaar voor Orfeo. Dat was in veler ogen nog steeds het kernthema van opera, een verhaal over de macht en zeggingskracht van muziek, en Gluck zou met zijn versie de operageschiedenis blijvend veranderen.

Biografie

Philippe Jaroussky, countertenor

Philippe Jaroussky bouwde in het afgelopen decennium een grote carrière op met vertolkingen van werk van componisten als Monteverdi, Rossi, Händel en Vivaldi. Met pianist Jerôme Ducros verkende hij bovendien Frans repertoire uit het fin de siècle (ook in zijn tot nog toe enige in de van Het Concertgebouw op 7 april 2009) en zong hij aan hem opgedragen nieuw werk van componist Marc-André Dalbavie.

De was als solist te gast bij vele bekende oudemuziekgezelschappen, waaronder L’Arpeggiata, Les Arts Florissants, Les Musiciens du Louvre en Le Concert d’Astrée. Hij musiceerde met en als Marc Minkowski, René Jacobs, Emmanuelle Haïm en Christina Pluhar. In 2002 richtte hij zijn eigen Ensemble Artaserse op.

Philippe Jaroussky maakte vele gelauwerde opnamen. Een album met Pergolesi’s Stabat mater, gemaakt met I Barocchisti en sopraan Julia Lezhneva, kreeg in 2014 de International Classical Music Award. Andere cd’s werden bekroond met onder meer de Franse Victoire de la Musique en de Duitse ECHO Klassik Preis. Deze maand verschijnt zijn nieuwste album, La storia di Orfeo.

Philippe Jaroussky was in de reeds verschillende keren te beluisteren, in de Eigen Programmering van Het Koninklijk Concertgebouw voor het laatst in januari 2015 in een concertante uitvoering van Niobe, regina di Tebe van Steffani door het gezelschap van het Boston Early Music Festival.

Amanda Forsythe, sopraan

De Amerikaanse zangeres Amanda Forsythe geniet in de eerste plaats bekendheid wegens haar sprankelende vertolkingen van werk uit de . De ’s van Rossini vormen een ander speerpunt binnen haar repertoire. De sopraan debuteerde in Europa met de rol van Corinne in Rossini’s Il viaggio a Reims tijdens het Rossini Opera Festival in Pesaro.

In de jaren die volgden, maakte ze haar entree in onder meer het Royal Opera House Covent Garden in Londen, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs en de Bayerische Staatsoper in München. Amanda Forsythe vertolkt ook graag hedendaagse muziek; zo zong ze hoofdrollen in nieuwe opera’s van Osvaldo Golijov en Peter Eötvös.

Voor solistische partijen in vocaalsymfonisch repertoire maakte ze recentelijk debuten bij het Boston Symphony Orchestra, het Seattle Symphony Orchestra en het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Rome. Een hoogtepunt in haar discografie is een opname van La descente d’Orphée aux enfers van Charpentier die in 2015 een Grammy Award kreeg.

Amanda Forsythe debuteert vandaag (7 maart 2017) in Het Concertgebouw.

I Barocchisti

I Barocchisti werd in 1998 opgericht door Diego Fasolis en kwam voort uit de Società Cameristica di Lugano. Dat gezelschap verrichtte onder leiding van oprichter Edwin Löhrer vanaf de jaren 1950 pionierswerk in de herontdekking van repertoire uit Renaissance en . Afhankelijk van het uit te voeren repertoire varieert de omvang van I Barocchisti van vier tot veertig musici.

Zij zijn allen specialist op het gebied van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk en treden ook regelmatig op met groepen als The English Concert, Il Giardino Armonico en het Amsterdam Baroque Orchestra. I Barocchisti concerteert veelvuldig in Europa en de Verenigde Staten en maakte verschillende succesvolle cd’s. Een opname van Agostino Steffani’s Stabat mater in samenwerking met het Coro della Radiotelevisione Svizzera en solisten als Daniel Behle en Cecilia Bartoli kreeg in 2014 een International Classical Music Award.

Met Cecilia Bartoli heeft het orkest een speciale band sinds hun gezamenlijke project Mission, waarmee ze in 2012 de muziek van Steffani verder uit de vergetelheid haalden. Op andere cd’s van I Barocchisti staat muziek van onder anderen Händel, Bach, Scarlatti, Mozart en Paisiello. Werken van Pergolesi nam het orkest op samen met het eerder genoemde koor, sopraan Julia Lezhneva en Philippe Jaroussky.

Diego Fasolis, dirigent

De Zwitser Diego Fasolis genoot een brede muzikale opleiding: in Zürich studeerde hij piano, , zang en directie, in Parijs kreeg hij orgellessen van Gaston Litaize en in Cremona verdiepte hij bij Michael Radulescu zijn kennis omtrent de historische uitvoerings­praktijk.

In de jaren 1980 begon Diego Fasolis zijn carrière als pianist/organist en bij de omroep Radiotelevisione Svizzera di Lingua Italiana. In 1995 was hij oprichter van het in het repertoire gespecialiseerde Ensemble Vanitas. Drie jaar later werd hij dirigent van I Barocchisti.

In de Eigen Programmering van Het Koninklijk Concertgebouw was hij met dit ­orkest op 26 oktober 2014 voor het eerst te gast met het Sint-Petersburg-project van Cecilia Bartoli. Als gastdirigent musiceerde Diego Fasolis in de afgelopen jaren met gezelschappen als het Orkest en Koor van de Scala in Milaan en het RIAS Kammerchor in Berlijn.

Zijn specialisme betreft de uitvoering van het geestelijke werk van componisten als Bach, Händel, Vivaldi en Buxtehude. Naast zijn activiteiten als is Diego Fasolis ook actief als organist en componist.