Philharmonia & Bruce Liu: Rachmaninoffs Pianoconcert nr. 2
Philharmonia
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Bruce Liu piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Carl Nielsen (1865-1931)
Ouverture ‘Helios’, op. 17 (1903)
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Pianoconcert nr. 2 in c kl.t., op. 18 (1900-01)
Moderato
Adagio sostenuto
Allegro scherzando
pauze ± 21.05 uur
Jean Sibelius (1865-1957)
Symfonie nr. 5 in Es gr.t., op. 82 (1915-19)
Tempo molto moderato – Allegro moderato – Presto
Andante mosso, quasi allegretto
Allegro molto
einde ± 22.00 uur
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Toelichting
Carl Nielsen (1865-1931)
Ouverture ‘Helios’
Door Martijn Voorvelt
Als dertiger was Carl Nielsen gaan behoren tot de Deense muziekelite, die iedere zomer naar het kasteel Fuglsang trok om te converseren en te musiceren in de prachtige concertzaal. Onder de vaste bezoekers – al sinds 1892 – was ook de Nederlands-Duitse pianist, componist en Julius Röntgen. Nielsen en Röntgen werden vrienden; de Deen droeg zijn Ouverture ‘Helios’ aan Röntgen op.
Hij schreef deze concertouverture in Athene, waar hij enige maanden verbleef met zijn vrouw, de beeldhouwster Anne Marie Carl-Nielsen. De opkomende en ondergaande zon boven de Egeïsche Zee inspireerde Nielsen tot een warmbloedig, naar de zonnegod Helios genoemd werk. Op de schreef hij een programma: ‘Stilte en duisternis / de zon komt op met een vreugdevol loflied / het legt zijn gouden weg af / en gaat zachtjes onder in de zee.’
De concertouverture is kenmerkend voor Nielsens vroege werk, dat nog met één been in de stond. Het zou een van zijn populairdere werken worden, maar is niet representatief voor de persoonlijkere eigen stijl die hij later ontwikkelde. Nielsens muziek zou krachtiger worden, complexer, moderner.
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Tweede pianoconcert
Door Onno Schoonderwoerd
Serge Rachmaninoff was en is een van de populairste componisten van de vorige eeuw. Maar critici noch Rachmaninoffs meest invloedrijke collega’s staken hun afkeer van zijn muziek onder stoelen of banken. De publiekslieveling Rachmaninoff leek vanaf de jaren twintig vastgevroren in een voorbije tijd, droefgeestig mijmerend over een vaderland dat sinds de Revolutie niet meer bestond. De pogingen om het componeren te ‘objectiveren’, te ‘bevrijden’ van alle romantische ballast, waren aan Rachmaninoff niet besteed. En tot in de jaren 1980 en zelfs 1990 betekende dat dat de Rus bij menigeen die het zei te weten ‘not done’ was. Dat het Tweede pianoconcert al werd geschreven in 1900-01 – toen Giacomo Puccini nog maar net op dreef begon te komen, Arnold Schönberg Verklärte Nacht zojuist had voltooid en Igor Stravinsky’s carrière nog moest beginnen – werd daarbij voor het gemak vergeten.
Rachmaninoffs Tweede pianoconcert begint met de beroemd geworden langzame en, die, ondersteund door zware octaven in de bas, steeds sterker aanzwellen, als naderde je een loom luidende klok. De immens trieste, onophoudelijk verder slingerende hoofdmelodie die dan volgt, klinkt zo Russisch als het maar kan, en alleen, zoals de pianist en componist Nikolaj Medtner ooit zei, ‘omdat de ziel van dat Russisch is; er is geen etnografische opsmuk hier, geen uitdossen in nationale klederdracht, er wordt geen volkslied aangeheven; en toch voel je iedere keer, vanaf de eerste slag van de klok, hoe de figuur van Rusland zich tot haar volle lengte opricht’. Men heeft vaak verwezen naar de gelijkenis tussen Rachmaninoffs bijna contourloze ën en de Russisch-orthodoxe kerkmuziek. Maar het echt Russische karakter van Rachmaninoffs Tweede pianoconcert zit ’m in de vorm. Anders dan in de grote pianoconcerten van Brahms, Liszt en ook Tsjaikovski gaat het bij Rachmaninoff nauwelijks om grote dramatische contrasten. Integendeel: alles schijnt gericht op een zo groot mogelijke eenheid. Dikwijls smelt de onwaarschijnlijk virtuoze pianopartij geheel samen met het orkest, en de melodieën glijden haast ongemerkt in elkaar over. Alles is zozeer aan elkaar verwant, dat het concert wel monothematisch genoemd wordt. Er is als het ware één kiemcel, één abstract ‘oergegeven’ dat zelf niet eens te horen is, maar waaraan het hele concert is ontsproten. Met andere woorden: je ziet wel de boom, maar niet de cel waaruit hij is voortgekomen.
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijfde symfonie
Door Paul Janssen
Wie onbevangen naar de Vijfde symfonie van Jean Sibelius luistert, hoort een statement van symfonisch meesterschap, van orkestrale beheersing en originaliteit qua vorm, een statement van een componist die de romantische traditie weliswaar als vertrekpunt kent, maar daar zijn eigen, nieuwe invalshoeken aan heeft gegeven. Wat onhoorbaar blijft in de bekende versie van deze Vijfde symfonie is de enorme worsteling die Sibelius doorstaan heeft om het werk zijn definitieve vorm te geven. De symfonie ontstond in een buitengewoon roerige tijd gedurende de Eerste Wereldoorlog en Sibelius onderging diverse persoonlijke en maatschappelijke uitdagingen. Tussen de eerste schetsen stammend uit 1912 en de definitieve versie uit 1919 maakte de componist de invasie van de Russische troepen mee en zag hij zijn buurtgenoten sterven onder het vuur, kon hij zelf vluchten voor het Rode Leger door onder te duiken in het ziekenhuis waar zijn broer werkte en verloor hij ruim twintig kilo omdat de voedselvoorziening stokte. Van dichtbij maakte hij het anderhalve dag durende Duitse bombardement op Helsinki mee. ‘Een dat 30 uur duurde en eindigde in een fortissimo, vreselijk maar groots.’ En ondertussen onderging Sibelius in die jaren veertien ties aan een tumor in zijn keel.
Met de première van de eerste vierdelige versie van de Vijfde symfonie leek er nog geen vuiltje aan de lucht. De symfonie klonk tijdens de landelijke festiviteiten rond Sibelius’ vijftigste verjaardag, en alleen de componist toonde zich ontevreden over het werk. Een jaar later dirigeerde hij een tweede versie, die ook nog niet aan zijn eisen voldeed. Uiteindelijk in 1919 componeerde hij de Vijfde naar eigen zeggen ‘opnieuw’ en liet hij de driedeligheid van de 1916-versie intact. Hij herschreef het eerste gedeelte van het in 1916 samengevoegde eerste en tweede deel, zodat het complete deel nu groeide uit het openingsmotief. Het tweede deel werd een chaconne-achtig met variaties waarin de nadruk ligt op de mogelijkheden van strijkers en het derde deel is een triomfantelijke finale met grootse gebaren en het zogenaamde ‘zwaanthema’, dat eerst opduikt in de s. Dit achtige zou verwijzen naar de vluchtroep van zestien zwanen die Sibelius in 1915 zag overvliegen, wat hij in zijn dagboek ‘de mooiste impressie van mijn leven’ noemde.
Biografie
Philharmonia, orkest
Philharmonia werd in 1945 opgericht, hoofdzakelijk als studio-orkest voor de groeiende platenmarkt. Tegenwoordig nemen de musici ook veelvuldig muziek op voor films, games en VR-installaties. Sinds 1995 heeft het tachtigkoppige orkest zijn thuisbasis in de Royal Festival Hall in Southbank Centre in Londen, en het onderhoudt hechte banden met vele andere Engelse zalen en festivals.
Per seizoen 2021/2022 is Santtu-Matias Rouvali chef- (na een verbintenis van vier jaar als vaste gast), en eerste gastdirigent is sinds 2023 Marin Alsop; ereposities worden bekleed door de voormalige chef-dirigenten Esa-Pekka Salonen en Christoph von Dohnányi.
Vorig seizoen was violist Nemanja Radulović ‘featured artist’ van Philharmonia en danseres Vidya Patel ‘artist in residence’. Eerdere hechte samenwerkingen waren er met de violisten Pekka Kuusisto en Nicola Benedetti, cellist Sheku Kanneh-Mason, zangeres Julia Bullock, het multidisciplinaire collectief House of Absolute, klimaatactivist Love Ssega en sarodvirtuoos Soumik Datta. Philharmonia bracht muziek in première van onder anderen Richard Strauss, Peter Maxwell Davies, Errollyn Wallen, Kaija Saariaho en Laufey.
Verschillende digitale en maatschappelijke projecten werden bekroond met vier Royal Philharmonic Society Awards. Philharmonia’s internationale faam is mede te danken aan de uitgebreide discografie – sinds 2023 ook onder eigen label – en de opname van Beethovens Vijfde symfonie reist mee met het ruimteveer Voyager. Onder de recente buitenlandse hoogtepunten zijn tournees naar de Canarische Eilanden, Estland, Finland, Spanje, Colombia, China, Japan en de Verenigde Staten.
Het vorige optreden van Philharmonia in Het Concertgebouw was op 9 april 2024 met Sibelius’ Vijfde symfonie onder leiding van Santtu-Matias Rouvali, in combinatie met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert door Bruce Liu.
Santtu-Matias Rouvali, dirigent
Santtu-Matias Rouvali is chef van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg . Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland.
In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee, uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz.
De Finse was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius.
Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong er, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.
Bruce Liu, Piano
De Canadees Bruce Liu maakte op 7 december 2023 zijn debuut in de , met een solorecital vol Franse muziek die hij dat najaar ook had uitgebracht op zijn eerste studio-album Waves. In de debuteerde hij vervolgens op 9 april 2024 in het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff, met Philharmonia onder leiding van Santtu-Matias Rouvali. De pianist met Chinese ouders is geboren in Parijs. Onder zijn leraren waren Richard Raymond en Dang Thai Son, en zijn carrière nam een vlucht toen hij in 2021 het Chopin-concours in Warschau won; de cd van zijn winnende uitvoering kreeg bovendien de Fryderyk Award.
Sindsdien speelde Bruce Liu in onder meer het Théâtre des Champs-Elysées in zijn geboortestad, de Royal Festival Hall in Londen (met Philharmonia), het Wiener Konzerthaus (met de Wiener Symphoniker), Bozar in Brussel, Tokyo City en de Sala São Paulo. Als solist werd hij uitgenodigd door het Pools Nationaal Radio , het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, het Royal Philharmonic Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Fins Radio Symfonieorkest, het Deens Nationaal Orkest, de orkesten van New York, Los Angeles, Cleveland, Philadelphia en San Francisco, die van Montréal, Toronto en Québec, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en de Seoul Philharmonic. De pianist gaf solorecitals in Carnegie Hall in New York, Wigmore Hall in Londen, de Philharmonie de Paris, de Alte Oper Frankfurt en de Kölner Philharmonie. Bovendien maakte hij zijn opwachting op La Roque d’Anthéron en het Klavier-Festival Ruhr, de festivals van Rheingau, Edinburgh, Tanglewood en Gstaad en tijdens ‘Chopin and his Europe’ in Warschau. In november verscheen de nieuwste cd van Bruce Liu, met werken voor piano solo van Tsjaikovski.


