Persoonlijke Noot: Tabea Zimmermann en Kirill Gerstein in Brahms
Tabea Zimmermann altviool
Kirill Gerstein piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Persoonlijke Noot.
Johannes Brahms (1833-1897)
Sonate in f kl.t., op. 120 nr. 1 (1894)
Allegro appassionato
Andante un poco adagio
Allegretto grazioso
Vivace
Paul Hindemith (1895-1963)
Sonate in F gr.t., op. 11 nr. 4 (1919)
Fantasie
Thema und Variationen
Finale
pauze ± 21.00 uur
Rebecca Clarke (1886-1979)
Sonate (1919)
Impetuoso
Vivace
Adagio
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sonate, op. 147 (1975)
Moderato
Allegretto
Adagio
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Tabea Zimmermann en Kirill Gerstein in Brahms
Door Paul Janssen
‘Een programma dat mij na aan het hart ligt’, zo vat Tabea Zimmermann dit samen. ‘Met grote, belangrijke stukken voor de . Het probleem met het altvioolrepertoire is dat we altijd voor de keus staan of we ons alleen bij authentiek repertoire houden of ook arrangementen gebruiken. Het repertoire is niet breed en om al die fantastische muziek te kunnen spelen is het arrangeren van werken die de altviool passen wat mij betreft een goede en verantwoorde uitbreiding. Toch ben ik erg blij dat we nu drie grote s op het programma hebben die oorspronkelijk voor altviool geschreven zijn en dat Brahms zijn klarinetsonate zelf voor altviool en piano arrangeerde.’
Brahms: Sonate
Johannes Brahms schreef zijn Sonate in f klein in 1894 voor Richard Mühlfeld, de klarinettist van het orkest van Meiningen die er door zijn spel voor zorgde dat de Duitse componist zijn carrière verlengde met enkele meesterwerken voor de klarinet.
De twee Klarinetsonates, 120 zijn Brahms’ laatste kamermuziekwerken. De Sonate in f klein is een enorm gepassioneerd werk met een , een melancholisch un poco , een Allegretto grazioso dat klinkt als een Ländler – de ‘volksversie’ van de Weense – en een finale waarin het landelijke karakter uitgroeit tot onstuimige virtuositeit. Brahms bewerkte de klarinetpartij zowel voor viool als altviool, maar waar de vioolversie zelden te horen is, groeide de altvioolversie uit tot een repertoirestuk.
‘De altviool en de klarinet zitten in hetzelfde register, vandaar dat de sonate ook op de altviool zo fantastisch klinkt’, zegt Zimmermann. ‘Als Brahms het zelf niet gearrangeerd had, had iemand anders het wel gedaan, want het is los van het instrument geweldige muziek.’
Hindemith: Sonate
De werken van Paul Hindemith en Rebecca Clarke noemt Zimmermann minstens zo belangrijk voor de altviool. ‘Ze zijn alleen wat minder bekend. Beide werken stammen uit 1919. Ze lijken heel verschillend, maar zijn allebei gekleurd door de periode waarin ze ontstonden, en de invloed van Claude Debussy en diens gebruik van de heletoonstoonladder is in beide werken waarneembaar.’
In Hindemiths Sonate in F groot valt daarbij vooral de vorm op. Het werk, waarin ook invloeden van Brahms en Dvořák doorklinken, is een soort sonate-fantasie met een eerste deel dat een inleiding vormt op een met variaties. Die wordt onderbroken door de finale, maar aan het eind van dit laatste deel keert het thema-en-variatieprincipe terug met nog drie variaties die uiteindelijk weer uitkomen bij het volkse thema waar het om begonnen was. ‘Het spreekt zeker voor een werk van Hindemith direct aan’, aldus de altvioliste. ‘De snelle harmonische verschuivingen wekken verbazing, terwijl het geheel ondertussen door de herkenbaarheid van het thema bijeen blijft. Ik ervaar deze sonate als één grote versnelling naar het slot.’
Clarke: Sonate
‘Het is jammer dat Rebecca Clarke niet veel meer heeft geschreven, want het is schitterende muziek waarin haar Engelse achtergrond en het oud-Engelse doorklinkt’, zegt Zimmermann over deze minst bekende componist op haar programma. Clarke studeerde compositie en altviool en was vanaf 1912 een van de eerste professionele vrouwelijke orkestmusici in Henry Woods Queen’s Hall Orchestra. Daarnaast speelde ze in diverse ensembles en schreef ze kamermuziekwerken, voornamelijk voor eigen gebruik.
De pers geloofde niet dat het werk door een vrouw geschreven was.
Tijdens haar eerste reis naar de Verenigde Staten in 1916 ontmoette ze Elizabeth Sprague Coolidge, een belangrijke promotor en geldschieter voor nieuwe muziek. In 1919 deed Clarke onder het pseudoniem Anthony Trent mee aan de Coolidge Competition met de Sonate voor altviool en piano. Ze won de tweede prijs en moest alleen Ernest Blochs voor altviool voor laten gaan. ‘My one brief whiff of fame’ noemde Clarke dit succes, ondanks het feit dat de pers nadat haar ware identiteit boven kwam niet geloofde dat het werk door een vrouw geschreven was.
‘Treurig’, vindt Zimmermann. ‘Ik heb het werk niet gekozen omdat ze een vrouwelijke componist is, maar juist omdat het zulke goede muziek is. Wel dringt het dankzij dit soort verhalen door dat vrouwelijke componisten zelfs tot voor kort niet dezelfde kansen kregen als mannelijke. Ik wil daar in dit stadium van mijn carrière bewust aandacht aan besteden, ook al zal dat betekenen dat ik niet altijd op de grote podia kan spelen waar men alleen het bekende repertoire wil. Ook daarom ben ik blij dat ik dit programma wel in Het Concertgebouw kan spelen.’
Sjostakovitsj: Sonate
De imponerende voor en piano is het laatste werk dat Dmitri Sjostakovitsj kort voor zijn dood in 1975 schreef. Hij zou het driedelige werk, dat hij componeerde voor Fyodor Druzhinin, de altviolist van het fameuze Beethoven Kwartet, nooit uitgevoerd horen. Het klonk voor het eerst in besloten kring op 25 september, de dag van de 69ste verjaardag van de componist, die ruim een maand eerder was overleden. Na de openbare première schreef een criticus dat de muziek klonk ‘als de catharsis in een tragedie’.
‘Het is zijn grootste en meest indrukwekkende sonate’, zegt Zimmermann. ‘De geest van Beethoven waart rond in de wijze waarop Sjostakovitsj met de motieven omgaat. Hij gebruikt maar een paar noten. Alsof hij op zijn doodsbed nauwelijks nog in staat was te schrijven.’
Biografie
Tabea Zimmermann, altviool
Tabea Zimmermann, opgeleid bij Ulrich Koch en Sándor Végh, soleert bij de grootste orkesten ter wereld. Bij de International Classical Music Awards 2017 werd de Duitse altvioliste uitgeroepen tot Artist of the Year.
Residencies bekleedde ze onder meer bij de Berliner Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, en ook bij het Concertgebouworkest (seizoen 2020/2021), waar ze al in 1988 debuteerde.
In 2022 was Tabea Zimmermann artistiek partner van het Saint Paul Chamber Orchestra en afgelopen zomer verzorgde ze meerdere concerten voor de Schwetzinger SWR Festspiele. Een speerpunt voor haar is hedendaagse muziek. In april 1994 bracht ze Ligeti’s voor haar geschreven voor in wereldpremière.
In recente jaren presenteerde ze opdrachtcomposities van Heinz Holliger, Wolfgang Rihm, Georges Lentz, Enno Poppe en Bruno Mantovani. Op het gebied van kamermuziek nam haar Arcanto Quartett (2004-2016) een speciale plaats in. Naast haar podiumcarrière is Tabea Zimmermann voorzitter van het Beethoven-Haus Bonn en van de Hindemith-Stiftung; van deze componist nam ze ook het verzamelde werk voor altviool op. Met haar eigen David-Shallon-Stiftung ondersteunt ze bijzondere muzikale projecten. In 2023 werd ze voorzitter van de Ernst von Siemens Musikstiftung, waarvan ze in 2020 zelf laureaat was, en erelid van de Deutscher Musikrat. Lesgeven doet Tabea Zimmermann aan de Musikhochschule van Frankfurt en aan de Kronberg Academy.
In de was er in februari 2006 een Weekend met Tabea Zimmermann, en haar laatste (Brahms, Hindemith, Clarke en Sjostakovitsj) was op 12 november 2022 met pianist Kirill Gerstein. Met pianist Javier Perianes bracht Tabea Zimmermann het album Cantilena uit, vol muziek uit Spanje en Latijns-Amerika.
Kirill Gerstein, piano
Kirill Gerstein is afkomstig uit Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazzlegende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.
In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.
Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.
Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.
Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.


