Persoonlijke Noot: Liza Ferschtman en Enrico Pace spelen en vertellen
Liza Ferschtman viool
Enrico Pace piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Persoonlijke Noot.
Ook interessant:
- Violiste Liza Ferschtman: ‘Beginnen met studeren vind ik lastig’
- Concertpianist Enrico Pace: ‘Waarom rennen we altijd zo?’
Maurice Ravel (1875-1937)
Sonate in G gr.t. (1923-27)
Allegretto
Blues: Moderato
Perpetuum mobile: Allegro
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) / Dmitri Tsiganov (1903-1992)
Prelude nr. 1 in cis kl.t.
Prelude nr. 15 in Des gr.t.
Prelude nr. 16 in bes kl.t.
Prelude nr. 24 in d kl.t.
uit ‘Preludes’, op. 34 (1932-33)
George Enescu (1881-1955)
Sonate nr. 3 in a kl.t., op. 25 (1926) ‘Dans le caractère populaire roumain’
Moderato malinconico
Andante sostenuto e misterioso
Allegro con brio, ma non troppo mosso
er is geen pauze
einde ± 21.30 uur
Toelichting
Maurice Ravel (1875-1937)
Ravel: Sonate
Door Liesbeth Houtman
Ondanks het lichtvoetige en transparante karakter, met zijn onvervalste jazzstatement in het tweede deel (Blues), kostte de Vioolsonate in G groot Maurice Ravel hoofdbrekens: liefst vier jaar bleef hij eraan sleutelen voor hij er in 1927 eindelijk tevreden over was. Ravel had zichzelf de opdracht gegeven om een zo groot mogelijke onafhankelijkheid tussen de stemmen te realiseren. ‘Het was die onafhankelijkheid die ik mij tot doel had gesteld toen ik mijn voor viool en piano componeerde: twee onverenigbare instrumenten waarvan de strijdigheid wordt benadrukt, zonder dat op enigerlei manier wordt gepoogd hun contrasterende karakters met elkaar te verzoenen.’ Ook de vormschema’s van de drie delen en het karakter van de ’s had Ravel naar eigen zeggen al uitgedokterd voor hij eindelijk de inspiratie te pakken kreeg (‘toen ik op een avond een cabaret bezocht suggereerde iets van wat ik hoorde de thema’s die ik later zou gebruiken’). Het resultaat is een minutieus samengestelde waarin alle overbodige emotionele en decoratieve elementen zijn weggepoetst, uitmondend in de dolgedraaide van de viool in de finale. Ravel droeg zijn (enige) vioolsonate op aan de violiste Hélène Jourdan-Morhange. Vanwege reuma moest zij echter verstek laten gaan bij de première, op 30 mei 1927 in de Salle Erard in Parijs. De eerste uitvoering werd daarom gespeeld door George Enescu, waarbij Ravel zelf de veeleisende pianopartij voor zijn rekening nam.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) / Dmitri Tsiganov (1903-1992)
Sjostakovitsj/Tsiganov: Preludes
Door Clemens Romijn
‘Als ik de s hoor, vergeet ik intussen dat ik de preludes eigenlijk voor piano schreef. Ze klinken zo violistisch.’ Dat zei Dmitri Sjostakovitsj toen hij de arrangementen voor viool en piano hoorde van enkele van zijn preludes voor piano solo. Zijn goede vriend Dmitri Tsiganov, eerste violist van het Beethoven Kwartet, tekende voor de bewerking van negentien van de vierentwintig preludes van 34.
Echo’s van de preludes van Johann Sebastian Bach en Frédéric Chopin zijn erin te horen, terugblikken naar Aleksandr Skrjabin, maar ook café-en balzaalmuziek overgoten met een ironische saus – alles in de trant van het Concert voor piano en dat een jaar later uit Sjostakovitsj’ pen zou vloeien.
De pianist Heinrich Neuhaus (1888-1964) nam enkele preludes op zijn repertoire, maar Arthur Rubinstein (1887-1982), die zich zo inzette voor deze miniaturen, werd er enkele malen om uitgefloten. De sterke kant van de serie bleek ook haar zwakte: de grote stilistische diversiteit en het eclecticisme. Op het concertpodium lijkt de bewerking het gewonnen te hebben van het origineel.
George Enescu 1881-1955
Derde sonate
Wanneer je voor het eerst werk van George Enescu hoort kun je je sufpiekeren over de maker – en vaak ook over de periode waarin het geschreven is. Dat geldt zeker voor de Derde in a klein: muziek met een duidelijk folkloristische inslag, maar als een musicoloog je zou wijsmaken dat het om imaginaire volksmuziek uit een andere dimensie zou gaan ben je geneigd het te geloven.
Enescu was een Roemeen die muziekstudies in Wenen en Parijs volgde; een kosmopoliet, dus, maar Roemeense volksmuziek bleef altijd een herkenbare kleur op zijn gevarieerde palet.
Behalve componist was hij een geweldige violist; hij kreeg als tiener les van de vioolvirtuoos Henri Vieuxtemps (een gigant in zijn tijd) en werd zelf later leraar van de recentere vioolgoden Yehudi Menuhin en Arthur Grumiaux. In de Derde hoor je zijn vertrouwdheid met het instrument dan ook elke seconde terug: het stuk is niet alleen uniek door de wonderlijke ën en grillige wendingen, maar ook door de vele ’s, ten en andere violistische klankeffecten.
Dat Enescu ooit een compositieleerling van Fauré was, is amper te horen; het tweede deel, nog desoriënterender dan het eerste, lijkt eerder vooruit te lopen op de mystieke klankwereld van Arvo Pärt. Vreemd is dat niet, want hier imiteerde Enescu naar eigen zeggen de bellen en klanken die je ’s ochtends bij sommige Roemeense kloosters kunt horen.
Biografie
Liza Ferschtman, viool
Liza Ferschtman, dochter van Dmitri Ferschtman en Mila Baslawskaja, had vanaf haar vijfde les van Philipp Hirshhorn, studeerde in Amsterdam bij Herman Krebbers, in Philadelphia bij Ida Kavafian en in Londen bij David Takeno.
In 1997 won ze het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’ en in 2006 ontving ze de Nederlandse Muziekprijs. Haar Concertgebouwdebuut was in Het Zondagochtend Concert van 6 oktober 1996 met het Radio Kamerorkest, en in zomer 1998 volgde haar -debuut.
De violiste werkte met vrijwel alle Nederlandse orkesten, en bijvoorbeeld ook met de BBC Philharmonic, de orkesten van Dallas, San Francisco, Boston, Montréal en Hongkong en het Budapest Festival Orchestra. Afgelopen november stond ze nog met de Brussels Philharmonic in de met het Vioolconcert van Sibelius.
Gezelschappen als Amsterdam Sinfonietta en de Kammerakademie Potsdam leidde Liza Ferschtman als solist. Kamermuziek speelt ze met Enrico Pace, Elisabeth Leonskaja, Jonathan Biss, Christian Poltéra en vele anderen, en van 2007 tot 2022 was ze artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Solos zijn een belangrijk onderdeel van haar agenda en met solo-opnames van Bach, Ysaÿe, Biber, Bartók en Berio ook van haar discografie. Liza Ferschtman bespeelt de Guarnerius del Gesù ‘Benno Rabinof’ uit 1742.
Enrico Pace, piano
Enrico Pace studeerde piano bij Franco Scala, eerst aan het Rossini Conservatorium in Pesaro (waar hij afstudeerde in orkestdirectie en compositie) en later aan de Accademia Pianistica Incontri col Maestro in Imola. Jacques De Tiège was een gewaardeerd mentor.
Het winnen van het Internationale Franz Liszt Pianoconcours in Utrecht was in 1989 het startpunt van een internationale carrière.
Naast zijn vele solorecitals – ook meermaals in de van Het Concertgebouw – werd de Italiaan geëngageerd door orkesten als het London Symphony Orchestra, het BBC Philharmonic Orchestra, de Bamberger Symphoniker, de Münchner Philharmoniker, het Konzerthausorchester Berlin, het orkest van de Maggio Musicale Fiorentino en de orkesten van Göteborg, Stavanger, Sydney en Melbourne.
In Nederland soleerde Enrico Pace bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Philharmonisch, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest. Op de bekende kamermuziekfestivals en -podia wereldwijd speelt hij samen met – onder vele anderen – de cellisten Sung-Won Yang en Daniel Müller-Schott en de violisten Frank Peter Zimmermann, Akiko Suwanai en Leonidas Kavakos.
De laatste optredens van Enrico Pace in de waren in mei 2022 zowel een programma rondom klarinettiste Sharon Kam als een duo-avond met Liza Ferschtman, en in mei 2023 het Scherpdenkers-programma De klank van de heilstaat met Liza Ferschtman en schrijver/spreker Michel Krielaars.



