Pergolesi’s Stabat mater door Maarten Engeltjes & PRJCT Amsterdam

P.F. Thomése verteller
PRJCT Amsterdam
Josef Žák concertmeester
Maarten Engeltjes countertenor/dirigent
Shira Patchornik sopraan

Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.

Ook interessant:
Wat zit er in de rugzak van Maarten Engeltjes?
- Hoe zit Pergolesi's Stabat mater in elkaar?

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Nulla in mundo pax sincera, RV 630 (ca. 1715)
Nulla in mundo pax sincera
Blando colore
Spirat anguis
Alleluia

Nisi Dominus, RV 608 (jaartal onbekend)
Nisi Dominus
Vanum est vobis
Surgite
Cum dederit
Sicut sagittae
Beatus vir
Gloria Patri et Filio
Sicut erat in principio
Amen

pauze ± 21.00 uur

Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736)

Stabat Mater (1736)
Stabat Mater dolorosa
Cuius animam gementem
O quam tristis et afflicta
Quae moerebat et dolebat
Quis est homo
Vidit suum dulcem natum
Eia mater fons amoris
Fac, ut ardeat cor meum
Sancta mater, istud agas
Fac ut portem Christi mortem
Inflammatus et accensus
Quando corpus morietur

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Antonio Vivaldi en Giovanni Battista Pergolesi worden vaak in één adem genoemd als we het hebben over de Italiaanse kerk-muziek van de . Hoewel ze een generatie van elkaar verschillen – -Pergolesi was nog een kleuter toen Vivaldi de vanavond uitgevoerde werken componeerde – kunnen hun werken heel goed op één concertprogramma staan. 

Antonio Vivaldi (1678-1741)

Nulla in mundo pax sincera en Nisi Dominus

Door Marcel Bijlo

Van Vivaldi zijn slechts twaalf motetten bewaard gebleven, maar hij moet er veel meer hebben gecomponeerd. Gedurende zijn hele carrière was hij, in verschillende functies, verbonden aan het meisjesinternaat Ospedale della Pietà in Venetië waar hij de beschikking had over uitstekende zangeressen en instrumentalistes. Het motet Nulla in mundo pax sincera dateert van rond 1715.

Het opent met de verzuchting dat echte vrede in de wereld onmogelijk is tenzij we daarvoor zware offers brengen. Vivaldi gebruikt hier het sicilianoritme, een zacht wiegende beweging in driedelige maat. Maar het daaropvolgende , waarin wordt gewaarschuwd voor de verlokkingen van de duivel, is wat dramatischer met veel stijgende bewegingen en woordschilderig. Dan volgt een snellere en tot slot een snel en Alleluia.

  • Ospedale della Pièta (rechts, nu een hotel-restaurant) en de Chiesa Santa Maria della Pièta (links)

Vivaldi’s zetting van Nisi Dominus, psalm 127, is zijn meest omvangrijke psalmzetting en is geschreven voor alt en stijkers. Vivaldi deelt de tekst van de psalm op in een groot aantal contrasterende recitatieven en ’s, langzaam en snel. Bijzonder veel werk maakt hij van de slotformule Gloria Patri et Filio. Hij voegt hier een viola d’amore aan het strijkersensemble toe. Dit instrument met zijn melancholieke klank, veroorzaakt door een set meetrillende snaren, gebruikte Vivaldi vaker; hij schreef er ook soloconcerten voor. Meestal wordt die vaste slotformule van een psalmzetting in één beweging gecomponeerd met het echt afsluitende Amen, maar Vivaldi maakt er twee losse delen van die in tempo en van elkaar verschillen. 

Zowel het motet als de ­psalmzetting zijn vocaal veeleisende stukken en verschillen wat de behandeling van de stemmen betreft niet van Vivaldi’s wereldlijke vocale muziek. Het zijn eigenlijk allebei s op Latijnse tekst en sommige aria’s zouden ook niet misstaan in een van Vivaldi’s vele ’s.

Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736)

Stabat Mater

Door Marcel Bijlo

Die ’s van Vivaldi staan de laatste tijd sterk in de belangstelling, maar die van Giovanni Battista Pergolesi kennen we nog nauwelijks. Toch was ook hij, hoewel hij maar 26 jaar oud werd, een productief operacomponist. Jammer alleen dat we van veel van de aan hem toegeschreven werken niet weten of hij ook daadwerkelijk de componist is geweest. Van zijn komische opera La serva padrona, die een ware revolutie ontketende in Frankrijk, weten we dat wél zeker. En zijn grootste faam dankt Pergolesi aan een religieuze compositie waarvan zijn auteurschap eveneens vaststaat: het Stabat Mater, dat hij schreef in zijn sterfjaar 1736, is een van de weinige composities uit de die sinds het ontstaan ervan nooit van het repertoire is verdwenen. En dat terwijl het stuk is ontstaan vanuit een zeer lokale Napolitaanse passietraditie. Vanaf 1724 werd in de San Luigi in Napels jaarlijks op Goede Vrijdag het Stabat Mater van Alessandro Scarlatti uitgevoerd, een werk voor sopraan, alt en strijkers met begeleidend . Maar na twaalf jaar wilde men eens een andere, modernere zetting van het Stabat Mater en werd Pergolesi gevraagd een nieuwe compositie te schrijven voor dezelfde bezetting. Net als in de kerkmuziek van Vivaldi is ook hier het contrast tussen de ’s groot.

In Napels waren, net als in Venetië bij Vivaldi, kerkmuziek en opera sterk met elkaar verweven. 

Hoewel het natuurlijk een droevige tekst is, over Maria die treurt bij haar zoon aan het , is lang niet ieder deel treurig van toon. Maar in de duetten is de pijn wel heel aanwezig; meteen al in het openingsduet schuren de stemmen langs elkaar heen. In andere aria’s en duetten lijkt het alsof we in een opera beland zijn. Die zijn gezet in toonsoorten en klinken opgewekt. In Napels waren, net als in Venetië bij Vivaldi, kerkmuziek en opera sterk met elkaar verweven. De stijl van Pergolesi is veel galanter dan die van Vivaldi. De ën zijn vloeiender, er zijn minder abrupte overgangen en Pergolesi loopt al vooruit op de klassieke stijl.

De Barok was nog niet helemaal ten einde maar zou steeds meer naar de achtergrond verdwijnen. De harmonisch vloeiende klassieke stijl won in rap tempo terrein en die duidelijke melodieën, die zelfs bij de eerste beluistering van het stuk al meteen in het hoofd zitten, hebben in grote mate bijgedragen aan de aantrekkingskracht van dit werk.

Pergolesi’s Stabat Mater werd zo’n succes in heel Europa – het is een van de vaakst herdrukte partituren van de achttiende eeuw – dat er tal van bewerkingen ontstonden. De bekendste daarvan is die van Johann Sebastian Bach die een Duitse tekst, psalm 56, op Pergolesi’s noten zette. Bach liet de bezetting ongewijzigd en greep slechts hier en daar in in het notenbeeld. Maar er waren ook bewerkingen waarbij het orkest werd uitgebreid en een koor werd toegevoegd. Van alle bewerkingen heeft alleen die van Bach de tand des tijds doorstaan. Maar meestal horen we Pergolesi’s Stabat Mater in zijn originele gedaante.

Biografie

PRJCT Amsterdam, ensemble

Het in 2017 opgerichte ­gezelschap PRJCT Amsterdam staat voor een vindingrijke programmering, waarvoor artistiek leider Maarten Engeltjes graag samenwerking zoekt met internationaal bekende solisten. In september 2017 presenteerde de groep zijn eerste project Tranen van een moeder, m het Stabat Mater en met een voordracht van schrijver P.F. Thomése.

Op 9 februari 2021 herhaalden ze dit in de van Het Concertgebouw, en in november 2024 bracht het ensemble deze muziek van Pergolesi en Vivaldi nogmaals met sopraan Carolyn Sampson.

In de zomer van 2018 maakte PRJCT Amsterdam programma’s rond Vivaldi en Händel voor het festival Wonderfeel en het oudemuziekfestival van Sintra (Portugal). Later dat jaar toerde het met ‘vergeten ’s’ van Johann Sebastian Bach, in 2019 uitgebracht op cd. Ook Nicht mehr hier, met muziek van Buxtehude en Bach over de dood, kwam uit op cd. Veel lof was er vervolgens voor de tournee If Music Be the Food of Love met Andreas Scholl.

De afgelopen jaren werd PRJCT Amsterdam uitgenodigd door onder meer het Bachfest Leipzig en de Thüringer Bachwochen. Het Mozart-programma met Lenneke Ruiten, Rolando Villazón en Andreas Wolf dat in mei 2024 klonk in de , bracht PRJCT Amsterdam ook naar de Kölner Philharmonie. Het Concertgebouwdebuut was een programma vol Venetiaanse muziek in de op 15 november 2019; het vorige optreden was een Händelprogramma in de Grote Zaal met sopraan Jeanine De Bique op 11 maart jongstleden.

Josef Žák, barokviool

Josef Žák studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Praag en aan de Hochschule für Musik in Dresden. Hij specialiseerde zich in de muziek van de zeventiende en achttiende eeuw en studeerde in 2015 af op viool aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse in Parijs. 

De violist speelt in gezelschappen als Les Arts Florissants (William Christie), Les Talens Lyriques (Christophe Rousset), Matheus (Jean-Christophe Spinosi), Ensemble Clément Janéquin (Dominique Visse) en Fuoco (David Stern). In de rol van concertmeester werd hij ook uitgenodigd door het Orchestre de l’Opera -Royal de Versailles, Collegium 1704 (Václav Luks) en het Czech Ensemble Baroque. In 2016 richtte Josef Žák het Ensemble Castelkorn op. Hij verdiepte zich in het aan de Ecole du Choeur Grégorien de Paris – waarvan hij ook een paar jaar het koor leidde – en geeft geregeld lessen en masterclasses over de uitvoeringspraktijk van de Barok. Bij PRJCT Amsterdam leidde hij eerder het programma Forgotten s, inclusief de cd-opname ervan.

Maarten Engeltjes, countertenor/dirigent

Maarten Engeltjes zong vanaf zijn vierde jaar als jongens­sopraan, maakte op zijn zestiende zijn debuut als in Bachs ­Matthäus-Passion en studeerde in 2007 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij werkte als solist met en als Emmanuelle Haïm, Vladimir Jurowski, William Christie, Jordi Savall, Reinbert de Leeuw, Markus Stenz en Lars Ulrik Mortensen.

Hij zong in Bachs Hohe Messe en Weihnachtsoratorium bij de Akademie für Alte Musik Berlin, Pergolesi’s Stabat Mater bij Concerto Köln en Händels Messiah bij de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.

Actuele highlights zijn een zevenjarige Bachcyclus met Les Arts Florissants onder leiding van Paul Agnew, Bachcantates in Praag en Leipzig met Ton Koopman en zijn Amsterdam ­Baroque Orchestra, Händels Israel in Egypt met het NDR Chor onder leiding van Klaas Stok en – in december 2024 onder leiding van Ton Koopman – zijn debuut bij de New York Philharmonic in Händels ­Messiah.

Het podium betrad Maarten Engeltjes bij de Opéra de Ma­rseille, de Opéra Comique in Parijs, het Boston Early Music Festival, het Tokyo Metropolitan Theatre en De Nationale Opera in Amsterdam.

In de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was hij sinds 2008 meermaals te gast, onder meer op 27 oktober 2024 in Händels Esther met het Amsterdam Baroque Orchestra ter gelegenheid van Ton Koopmans tachtigste verjaardag. In 2017 richtte de zanger zijn eigen ­ensemble PRJCT Amsterdam op, dat hij ook dirigeert.

Shira Patchornik, sopraan

Al op haar zevende zong Shira Patchornik in Tel Aviv in een koor en vanaf haar negende trad ze op overal in het land en in televisieshows. Haar internationale bekendheid volgde op haar zeventiende met het winnen van de Slovakia Cantat Competition in Bratislava. In 2021 won de Israëlische sopraan twee concoursen: het Concours Corneille in Rouen en de Cesti Competition in Innsbruck, waar ze ook de publieksprijs kreeg. Toch zingt ze niet alleen muziek uit de Barok.

Van 2018 tot 2020 maakte ze deel uit van het ensemble van het Hessisches Staatstheater Wiesbaden, waar ze debuteerde in rollen als Oscar (Verdi, Un ballo in maschera), Zerlina (Mozart, Don Giovanni), Pamina (Mozart, Die Zauberflöte), Gretel (Humperdinck, Hänsel und Gretel) en Micaela (Bizet, Carmen). Andere podia die haar engageerden waren de Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf, het Thea­ter an der Wien, de Oper Leipzig, de theaters van Heidelberg en Nancy, de Bregenzer Festspiele en New Israeli Opera.

Haar opera-opleiding volgde ze in Tel Aviv en Leipzig. Onder de docenten en en met wie ze werkte zijn Konrad Junghänel, David Stern en Edith Wiens. Het concertrepertoire van de zangeres omvat de missen van Mozart, het Gloria van Poulenc, en van Bach naast de grote werken ook vele s die ze uitvoerde in onder meer de Thomaskirche in Leipzig.

Met Maarten Engeltjes zong Shira Patchornik eerder in hoogtepunten uit Händels Solomon in Het Zondagochtend Concert van 6 februari 2022 met het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Peter Dijkstra.

P.F. Thomése, verteller

Pieter Frans Thomése is de auteur van een groot literair oeuvre. Met zijn debuut, de verhalenbundel Zuidland, won hij in 1991 de AKO Literatuurprijs. Daarna verschenen de romans Heldenjaren (1994) en Het zesde bedrijf (1999). Tussendoor publiceerde hij de novellenbundel Haagse liefde & De vieze engel (1994). Zijn internationale doorbraak beleefde de schrijver in 2003 met Schaduwkind, een aangrijpend relaas over de dood van zijn dochtertje Iza.

Van het boek, dat genomineerd werd voor de NS Publieksprijs en de Libris Literatuur­prijs, werden in Nederland 70.000 exemplaren verkocht en het werd vertaald in zestien talen. In 2005 verscheen Izak, gevolgd door Vladiwostok! (2007), De weldoener (2010; genomineerd voor de AKO Literatuurprijs), het reisboek Grillroom Jeruzalem (Bob den Uyl-prijs 2011) en Het bamischandaal (2012).

De roman De onderwaterzwemmer (2015) werd in 2015 verkozen tot Boek van de Maand in De Wereld Draait Door, haalde de shortlist van de Eci Literatuurprijs en van de Libris Literatuurprijs en won de Fintro Prijs van de Lezersjury. Onder de recentste werken van P.F. Thomése zijn de drie J. Kessels-romans, Vaderliefde en Swansdale.