Pekka Kuusisto & Susanna Mälkki: Tsjaikovski's Vioolconcert

Helsinki Philharmonisch Orkest
Susanna Mälkki dirigent
Pekka Kuusisto viool

Lees ook het interview met Susanna Mälkki: 'Fins understatement'

Lotta Wennäkoski (1970)

Flounce (2017)

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante
Finale: Allegro vivacissimo

pauze ± 21.00 uur

Jean Sibelius (1865-1957)

Tweede symfonie in D gr.t., op. 43 (1902)
Allegretto
Tempo andante, ma rubato
Vivacissimo – Lento e suave
Finale: Allegro moderato
 
einde ± 22.10 uur

Toelichting

Lotta Wennäkoski 1970

Flounce

Door Lonneke Tausch

Vorige maand klonk er in Het Concertgebouw voor het eerst muziek van Lotta Wennäkoski, toen het Koninklijk Concertgebouworkest en solofluitist Kersten McCall op 20, 21 en 24 maart de Nederlandse première verzorgden van haar fluitconcert Soie. In het interview dat de Finse componiste gaf aan Preludium legde ze uit dat die titel een woordgrapje is: Soie verkent de gevoelseigenschappen van zijde en andere stoffen, en tegelijkertijd lijkt dat Franse woord voor zijde op het Finse woord voor ‘geluid dat door een instrument wordt voortgebracht’.

De titel van het openingswerk van vanavond, Flounce, heeft ook een dubbele betekenis: het Engelse woord betekent zowel zwaai/schok als (gerimpelde) strook aan bijvoorbeeld een kledingstuk. Wennäkoski: ‘Dat is iets dat me inspireert. Stoffen, naaien, weven. Ik zie daarin een analogie met de structuur van muziek. Hoe je je noten structureert, is in zekere zin gelijk aan weven.’

Lotta Wennäkoski werd opgeleid aan de conservatoria van Boedapest, Helsinki (bij onder anderen Kaija Saariaho) en Den Haag (bij Louis Andriessen). Een van haar eerste grote opdrachtcomposities was in 2003 Sakara voor het Helsinki Philharmonisch OrkestFlounce was een opdracht van de BBC en ging onder leiding van haar landgenoot Sakari Oramo in première op 9 september 2017 als openingswerk van de – op tv door een miljoenenpubliek bekeken – Last Night of the ­Proms.

In het speelse en soms onstuimige Flounce wisselen levendige, springerige passages en e ën elkaar af. Zoals vaker in Wennäkoski’s werk is een grote rol weggelegd voor . Speciale timbres weet ze te bereiken met bijzondere speeltechnieken: al na een seconde of dertig slaan de isten met hun hand op hun mondstuk en verderop hanteert een er een strijkstok en de harpist een ‘stuiterbalstok’ (voor een walvis­achtig geluid). ‘Non troppo serioso’ is de instructie boven de eerste maat.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Vioolconcert

Door Marco Nakken

In de lente van 1878 verbleef Pjotr Iljitsj Tsjaikovski met zijn broer Modest in het Zwitsere plaatsje Clarens, waar ze gezelschap kregen van een vroegere leerling en vriend, de violist Iosef Kotek. Kotek had bladmuziek meegenomen die hij samen met Tsjaikovski doorspeelde en een van de stukken die indruk maakten was de Symphonie espagnole voor viool en orkest van Éduard Lalo. ‘Het is verfrissend, lichtvoetig, met pittige s en vol fraaie, uitstekend geharmoniseerde ën’, schreef de componist aan zijn weldoenster Nadezjda von Meck. De aanwezigheid van Kotek en de Symphonie van Lalo lijken de belangrijkste inspiratiebronnen geweest te zijn voor het in slechts enkele weken gecomponeerde Vioolconcert in D groot

Het eerste deel heeft een met twee lang uitgesponnen ën die beide door de solist worden geïntroduceerd. Van contrast tussen de twee is geen sprake. De tweede melodie, die na de eerste uitbarsting van het orkest wordt ingezet, heeft hetzelfde zangerige karakter als de eerste. Een grote voor de solist leidt naar de reprise. De inzet van het eerste in de fluiten tegenover de triller van de viool is een van de magische momenten van dit concert.

De beknopte Canzonetta is ingetogen en melancholiek. De weemoedige melodie voor de viool suggereert verlatenheid; dit wordt versterkt door de zachte signalen die klokgelui in de verte uit lijken te beelden. Met de zonder onderbreking volgende Finale slaat de weemoed om in uitbundigheid. Er zijn drie thema’s die ieder hun eigen tempo en karakter hebben.

Het eerste is lichtvoetig en springerig en roept associaties op met Tsjaikovski’s balletmuziek. Het contrasterende tweede thema, dat na een plotselinge vertraging van het tempo tegenover open en (het ‘doedelzakeffect’) in de ’s wordt geëxposeerd, begint als een zwaar aangezette volksdans, maar keert al snel terug naar het oorspronkelijke tempo. De komst van het lieflijke derde thema voor de hobo gaat opnieuw gepaard met een vertraging.

Jean Sibelius 1865-1957

Tweede symfonie

Door Aad van der Ven

Patriottisme was nooit sterker in Finland dan een eeuw geleden, toen Jean Sibelius aan zijn Tweede symfonie werkte. Rusland, heerser over de Finnen, speelde een kat-en-muisspel. Zo werd aangekondigd dat het Finse leger diende op te gaan in de Russische strijdmacht. We weten uit Erik Tawaststjerna’s monumentale Sibelius-monografie dat dit alles de componist niet onverschillig liet.

Toch hebben talrijke latere commentatoren (onder wie Robert Kajanus), die de Tweede zagen als een protest en een roep om vrijheid, stellig overdreven. Sibelius keerde zich af van dergelijke interpretaties, zeker als het om zijn symfonieën ging. Bekend is zijn uitspraak: ‘Ik ben een slaaf van mijn ’s en onderwerp me aan hun eisen.’ Juist de symfonie was voor hem de ideale vorm, waarmee hij zich bij voorkeur afkeerde van de programmamuziek die hij voor talrijke gelegenheden componeerde.

Vooral het eerste deel van de Tweede symfonie is een duidelijk voorbeeld van de hoogst individuele manier waarop Sibelius zijn ’s concipieerde en ontwikkelde. Konden of durfden de meeste romantici zich niet te ontworstelen aan de traditionele , met zijn expositie, doorwerking en reprise, de Finse componist sloeg al in een vroeg stadium een andere weg in. Het eerste deel laat een ­vloeiend continuüm zien, een proces van kleine elementen, die door uitbreiding en samenvoeging uitgroeien tot een machtig bouwwerk.

‘Het is’, schreef Sibelius, ‘alsof de Almachtige stukken uit het mozaïek van de vloer van de hemel naar beneden heeft gegooid en me gevraagd heeft die weer samen te brengen.’ Tergend langzaam kan de componist naar een hoofdthema toewerken, zoals hier in het langzame tweede deel, dat begint met een passage van ’s en contrabassen, ‘door de onderste lagen van het orkest kronkelend als een lintworm’, aldus de Sir Thomas Beecham. Licht en donker wisselen elkaar af in dit langzame tweede deel.

Ooit heeft Sibelius gesuggereerd dat we hier de strijd horen tussen Don Juan en de Dood. Dit alles wordt weggeblazen door het energieke derde deel, een met een contrasterend , dat begint met een hobothema waarvan de negen zich herhalende noten zelfs voor deze componist – hij hield van toonherhalingen – nogal ongewoon zijn. Vooral dankzij de hierop aansluitende Finale, met een jubelend, heroïsch hoofdthema, is de Tweede de populairste van Sibelius’ zeven symfonieën geworden. 

Biografie

Pekka Kuusisto, viool

Pekka Kuusisto is internationaal bekend als solist en muzikaal leider, en wordt geroemd om zijn spontaniteit en frisse aanpak van het (standaard)repertoire. Daarnaast is de Finse violist een enthousiast pleitbezorger van hedendaagse muziek. Zo werkte hij samen met componisten als Nico Muhly, Daníel Bjarnason en Thomas Adès, en bracht hij Sebastian Fagerlunds vioolconcert Darkness in Light in 2012 met succes in wereldpremière.

Pekka Kuusisto treedt geregeld in kamermuziekverband op met musici als Anne Sofie von Otter, Nicolas Altstaedt en Olli Mustonen, maar ook met bijvoorbeeld ontwerper en geluidskunstenaar Brian Crabtree, jazztrompettist Arve Henriksen en de Nederlandse neuroloog Erik Scherder.

Hij maakte veel indruk met optredens met kamerorkesten die hij als concertmeester leidde; als zodanig heeft hij vaste verbanden met het Australische ACO Collective en The Saint Paul Chamber Orchestra uit Minnesota, Verenigde Staten. De violist is artistiek leider van Our Festival, een gelauwerd en vernieuwend kamermuziekfestival dat jaarlijks even ten noorden van Helsinki plaatsvindt.

Pekka Kuusisto debuteerde in september en oktober 2017 bij het Concertgebouworkest met Anders Hillborgs Bach Materia.

De violist bespeelt een Stradivarius, ter beschikking gesteld door de Beare’s International Violin Society.

Susanna Mälkki, dirigent

Susanna Mälkki, geboren en getogen in Helsinki, begon haar carrière als celliste. Ze studeerde orkestdirectie bij haar landgenoten Jorma Panula en Leif Segerstam.

Van 2006 tot 2013 was ze chef-­e van het Ensemble intercontemporain en van 2013 tot 2016 vaste gastdirigente van het Gulbenkian Orkest in Lissabon. Sinds 2016 is Susanna Mälkki chef-dirigente van het Filharmonisch Orkest van Helsinki en sinds 2017 vaste gastdirigente van de Los Angeles Philharmonic.

Ze is een veelgevraagd gastdirigente bij onder meer The Cleveland Orchestra, de New York Philharmonic, het London Symphony Orchestra en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. De e stond op de bok voor gezelschappen als de Metropolitan Opera in New York en de Opéra National de Paris en vierde successen met bijvoorbeeld Dvořáks Rusalka (2019), Boesmans’ Yvonne, princesse de Bourgogne (2020) en de wereldpremière van Francesconi’s Trompe-la-­­Mort (2017).

Susanna Mälkki werd diverse malen geëerd voor haar bijdragen aan de muziek; zo ontving zij in 2010 de Pro Finlandia Medaille van de Orde van de Leeuw. In 2008 maakte Susanna Mälkki haar debuut bij het Concertgebouworkest tijdens het Koninginnenachtconcert met CocoRosie. Ze keerde tweemaal terug bij het orkest, waarbij ze indruk maakte met werken van onder anderen Bartók, Berio, Saariaho en Rijnvos.

Helsinki Philharmonisch Orkest, orkest

De geschiedenis van het Helsinki Philharmonisch Orkest gaat terug tot 1882. In dat jaar bracht Robert Kajanus zesendertig musici bij elkaar voor een eerste concert. De groep groeide uit tot het eerste professionele orkest van Scandinavië. Tussen 1892 en 1923 verzorgde het de premières van bijna alle symfonische muziek van Jean Sibelius, met de componist zelf als dirigent.

Inmiddels telt het Helsinki Philharmonisch Orkest 102 musici en speelt het jaarlijks voor meer dan 120.000 mensen in concerten in het Musikhuset in Helsinki, maar ook elders in Finland en over de grens. Robert Kajanus bleef vijftig jaar lang chef-. Onder zijn opvolgers treffen we Jorma Panula, Paavo Berglund, Leif Segerstam en John Storgårds.

Met ingang van herfst 2016 is Susanna Mälkki -chef-dirigent van het Helsinki Philharmonisch Orkest; haar contract loopt nog tot en met seizoen 2020/21. Voor een opname van Sibelius-eren met sopraan Soile Isokoski kreeg het gezelschap in 2007 een MIDEM Classical Award en het album Towards the Horizon met muziek van Einojuhani Rautavaara werd in 2012 bekroond met een Gramophone Award. De vorige keer dat het Helsinki Philharmonisch Orkest in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in oktober 2000 met een Sibelius-programma onder leiding van Leif Segerstam.