Oslo Filharmonisch Orkest & Leif Ove Andsnes: Grieg

Oslo Filharmonisch Orkest
Vasily Petrenko dirigent
Leif Ove Andsnes piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde symfonieorkesten.
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Van Lanschot Kempen.

Lees ook het interview met Leif Ove Andsnes: 'Een bepaald Noords gevoel'

In samenwerking met hoofdsponsor Van Lanschot Kempen wordt een minipodcast gemaakt over Griegs Pianoconcert. Deze is op koptelefoons te belui­steren in de foyers, en wordt bovendien gratis aangeboden via www.concertgebouw.nl.

Beluister de podcast van Preludium over Sjostakovitsj' Tiende symfonie:

Richard Strauss (1864-1949)

Don Juan, op. 20 (1888-89)

Edvard Grieg (1843-1907)

Pianoconcert in a kl.t., op. 16 (1868/1907)
Allegro molto moderato
Adagio
Allegro moderato molto e marcato

pauze ± 21.10 uur

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Tiende symfonie in e kl.t., op. 93 (1953)
Moderato
Allegro
Allegretto
Andante – Allegro

einde ± 22.30 uur

Toelichting

Richard Strauss 1864-1949

Strauss: Don Juan

Door Henriëtte Sanders

Inspiratiebron voor Richard Strauss’ symfonisch gedicht Don Juan was een in 1851 postuum gepubliceerd, onvoltooid gedicht van Nikolaus Lenau. Zijn Don Juan werd niet zoals bij Lorenzo Da Ponte (Mozart) door het stenen beeld van een gedode generaal naar de hel gevoerd, maar delfde vrijwillig het onderspit in een duel, omdat het voortdurend winnen hem verveelde.

Strauss nam enkele strofen van Lenau op in de . De heroïsche beginmotieven waarmee Strauss de titelheld portretteert, zijn suggestief voor de verzen O Freund, durch alle Räume möcht’ ich fliegen,/ wo eine Schönheit blüht,/ hinknien vor jede/ Und, wär’s auch nur für Augenblicke, siegen.

Een bewogen dalend in het gehele orkest kondigt de eerste liefdesaffaire van het stuk aan. Deze krijgt gestalte in een smeltende vioolsolo, gevolgd door een prachtig orkestraal liefdeslied. Maar de liefde komt tot een eind: Don Juans stormachtige ’s verhalen van verdere avonturen.

Een van intense hartstocht in de lage strijkers kondigt een nieuwe verovering aan: een schitterende hobosolo (beginnend met een sprong) vormt de inleiding tot een door olo’s gedragen, verstilde liefdesscène.

Ook deze wordt afgebroken, maar dan schalt het hobothema imposant in de s, vervolgens overgenomen door strijkers en . Dit leidt naar een volgend fragment, een feest, wellicht een carnaval – gekarakteriseerd door triangel, klokkenspel en motieven met voorslagen.

De tweede liefde zal Don Juan fataal worden, want het indrukwekkende ervan komt terug (hoorns) in de ontwikkeling naar het slotgedeelte met het fatale duel dat eindigt in een orkestraal hoogtepunt, gevolgd door een veelbetekenende pauze. In het naspel ebt het leven van de grote vrouwenveroveraar weg.

Edvard Grieg 1843-1907

Grieg: Pianoconcert

Door Hugo Bouma

Edvard Grieg, bekend van het Noorse 500 kronen-biljet en de Peer Gynt-, was pas 24 toen hij zijn naam vestigde met zijn Pianoconcert, tegenwoordig een van de populairste en meest herkenbare werken in het genre. Het zou ook Griegs grootschaligste werk blijven, naar eigen zeggen voelde de componist zich ‘meer thuis in de miniatuur’.

Het werk maakt, zoals eigenlijk al Griegs muziek, bewust en uitvoerig gebruik van Noorse volksmuziek, hoewel de jonge componist bij gebrek aan grondige educatie in zijn thuisland zich eerst in Leipzig, daarna in Kopenhagen had gevestigd.

Een roffel, gevolgd door een eerste statement van de piano: zo opent Grieg het dramatische eerste deel van dit concert. De die we daarna in de blazers horen is door het hele deel verweven.

De componist verraadt met het volkse, bijna pretentieloze karakter ervan meteen zijn achtergrond als nationalist: alleen een Noor had het zo kunnen schrijven. Desondanks is er ook genoeg ruimte voor meeslepende en virtuositeit, met name in de afsluitende solocadens.

Hierop volgt een dromerig middendeel, waarin de openingsmelodie van de strijkers steeds verder vervaagt in piano-arabesken. Ook zijn fraaie lijnen voor de en gereserveerd. De opzwepende finale sluit hier direct op aan.

Hier geldt nog meer dan ervoor dat alleen een Noor deze muziek had kunnen schrijven: de volksdansen zijn niet van de lucht.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Sjostakovitsj: Tiende symfonie

Door Hugo Bouma

Het ontstaan van Dmitri SjostakovitsjTiende symfonie is onlosmakelijk verbonden met het leven en de dood van Josef Stalin, Sovjetleider van 1924 tot 1953, het jaar waarin hij – in maart – stierf.

Sjostakovitsj greep de zojuist hervonden vrijheid aan om zich te wijden aan het eerste symfonische werk sinds hij in 1948 bij het regime uit de gratie was gevallen. Hij schreef deze symfonie – een van zijn meest persoonlijke werken – tussen juli en oktober van dat jaar, waarna op 17 december de première in Leningrad volgde.

Het eerste deel begint onheilspellend, vanuit de diepten van het orkest, met een dat in de loop van het deel steeds meer aan intensiteit wint. De klarinet introduceert een bijna naïef tweede thema, waarna zich langzaam een muziek ontvouwt die afwisselt tussen verstilde solo’s bij met name de , die aan kamermuziek doen denken, en hevige climaxen voor het hele orkest.

Het deel eindigt opmerkelijk, en niet minder onheilspellend, met twee ’s – een wereld verwijderd van de bassen van het begin.

Het gewelddadige maar korte wordt algemeen beschouwd als een portret van de dictator Stalin zelf, van zijn labiele persoonlijkheid, van zijn onverstoorbaar doormarcherende ­Sovjetlegers, en volgens sommigen zelfs van zijn manier van praten.

Na deze uitbarsting keert Sjostakovitsj zich in het derde deel naar binnen. Dit deel draait rond twee ’s, die voor hem persoonlijk veel betekenden: het eerste is zijn eigen muzikale handtekening (de tonen d-es-c-b, in Duitse spelling d-es-c-h ofwel DSCH) die in veel van zijn composities voorkomt.

Het andere thema (e-a-e-d-a), dat twaalf keer door de s wordt herhaald, bleek pas in 1990 ook naar een naam te verwijzen, en wel van een leerlinge van Sjostakovitsj: Elmira (e-la-mi-re-a) Nazirova.

Dit deel weerspiegelt een persoonlijke kwestie: de componist was getrouwd, maar voelde eigenlijk liefde voor háár. Waar zijn eigen thema telkens anders wordt weergegeven – geheimzinnig, banaal, hysterisch – blijft haar naam een serene solo.

Het vierde deel opent langzaam en kil, maar algauw verschijnt er een onschuldig aandoend wijsje, dat gaandeweg verdrongen wordt door een woeste volksdans van Georgische oorsprong – een verwijzing naar Stalins geboorte­streek – en uiteindelijk ook door het DSCH-, dat na deze symfonie vol worstelingen klinkt als een kreet van politieke én persoonlijke overwinning.

Luister naar de podcast over Sjostakovitsj’ Tiende symfonie op www.preludium.nl/podcast.

Biografie

Oslo Philharmonic, orkest

De Oslo Philharmonic heeft sinds 1977 zijn thuisbasis in het Konserthus in de Noorse hoofdstad. Het orkest kwam in 1919 voort uit de Muziekvereniging van Kristiana (de voormalige naam van Oslo), waarvan Edvard Grieg in 1879 een van de oprichters was.

De Oslo Philharmonic telt momenteel 108 musici, geeft rond de 130 concerten (orkestrepertoire plus kamermuziek) per jaar en koestert een breed symfonisch ­repertoire. 

Na chef-en als Johan Halvorsen, Herbert Blomstedt en Okko Kamu stond van 1979 tot 2002 Mariss Jansons aan het hoofd van het gezelschap. In deze ruim twee decennia verwierf de Oslo Philharmonic internationale bekendheid, onder meer door succesvolle cd-opnamen van bijvoorbeeld een Tsjaikovskicyclus en door een toenemend aantal buitenlandse tournees: zo ging het orkest in 1988 voor het eerst naar Japan. De opvolgers van Mariss Jansons waren André Previn (2002-2006), Jukka-Pekka Saraste (2006-2013) en Vasily Petrenko, en met ingang van concertseizoen 2020/2021 is Klaus Mäkelä de zestiende chef-­dirigent in de geschiedenis van het orkest.

Voor zijn platen en cd’s is de Oslo Philharmonic bekroond met onderscheidingen als de Diapason d’Or, de Grand Prix du Disque en de Deutsche Schallplattenpreis.

De vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 1 december 2008 (onder leiding van Jukka-Pekka Saraste en met pianist Arcadi Volodos) en op 14 oktober 2019 (onder leiding van Vasily Petrenko en met Leif Ove Andsnes in het Pianoconcert van Grieg).

Vasily Petrenko, dirigent

Vasily Petrenko groeide op in Sint-Petersburg en maakte vanaf zijn zevende deel uit van een jongenskoor. Het directievak leerde hij aan het conservatorium in zijn geboorteplaats.

Veel muzikale inspiratie ontleende hij aan maestro’s als Ilya Musin, Yuri Temirkanov en Mariss Jansons. De musicus won enkele belangrijke concoursen en was van 2004 tot 2007 chef- van het Sint-­Petersburg Staats Symfonie­orkest.

Bij het Oslo Filharmonisch Orkest stond Vasily Petrenko voor het eerst op de bok in 2009 en is hij sinds augustus 2013 chef-dirigent. Momenteel heeft de Rus diezelfde positie ook bij het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra (sinds 2006) en bij het European Union Youth Orchestra (sinds 2015). Vanaf 2021 gaat hij het Royal Philharmonic Orchestra in Londen leiden.

Als gastdirigent musiceerde Vasily Petrenko met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest, het London Symphony Orchestra, het Orchestre National de France, de Berliner Philharmoniker, het Russisch Nationaal Orkest en het NHK in Tokio.

In recente seizoenen debuteerde hij ook bij een aantal Amerikaanse orkesten, waaronder die van Los Angeles, Chicago en Philadelphia. Vasily Petrenko dirigeert ook graag ’s en werkte met bijvoorbeeld de Glyndebourne Festival Opera en operahuizen in Parijs, Zürich en Hamburg.

Leif Ove Andsnes, piano

Leif Ove Andsnes, voormalig student van Jirí Hlinka en Jacques de Tiège, is artistiek adviseur van de Prof. Jirí Hlinka Piano Academy in zijn woonplaats Bergen en richtte het Rosendal Kamermuziekfestival op. De Noorse pianist bekleedde residencies bij Carnegie Hall in New York, de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic en het London Symphony Orchestra.  

Afgelopen seizoen speelde hij Beethovens ‘Keizersconcert’ met de New York Philharmonic, de New World Symphony, het London Symphony Orchestra en het NHK Symphony Orchestra, Tokyo, en Rachmaninoffs Derde pianoconcert met The Philadelphia Orchestra, het Pittsburgh Symphony Orchestra, het Deens Nationaal en het Orchestre de Paris. Voor solorecitals tourde Leif Ove Andsnes door Europa en Japan, en samen met het Dover Quartet door Noord-Amerika. Zijn discografie van meer dan vijftig albums omspant solorepertoire, kamermuziek en werken met orkest van tot heden. Mozart-en Beethoven-opnames met het Mahler Chamber Orchestra werden meermaals bekroond.

De pianist werd geëerd met zeven Gramophone Awards, de Royal Philharmonic Society’s Instrumentalist Award, de Gilmore Artist Award, de Peer Gynt Prijs, een Noorse koninklijke onderscheiding en eredoctoraten van de Juilliard School of Music en de universiteiten van Bergen en Oslo. In de debuteerde Leif Ove Andsnes in mei 2001 in BrahmsEerste pianoconcert met het Deens Nationaal Radio Symfonieorkest, en bij het Concertgebouworkest was hij te gast in 2003, 2007 en 2011. Voor het laatst was hij in Het Concertgebouw te beluisteren in februari 2022 met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin in het Pianoconcert van Robert Schumann