Orkest van de Achttiende Eeuw: Mozarts feestelijke La clemenza di Tito

Orkest van de Achttiende Eeuw
Cappella Amsterdam
Kenneth Montgomery dirigent
Anders Dahlin tenor (Tito)
Paula Murrihy mezzosopraan (Sesto)
Deirdre Angenent sopraan (Vitellia)
Laetitia Gerards sopraan (Servilia)
Rosanne van Sandwijk mezzosopraan (Annio)
Henk Neven bariton (Publio)
Jeroen Lopes Cardozo regie

pauze ca. 20.30 uur
einde ca. 22.00 uur

Deze uitvoering wordt voorzien van boventiteling.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

La clemenza di Tito, KV 621 (1791)
opera seria in twee bedrijven naar een libretto van Pietro Metastasio

Toelichting

La Clemenza di Tito

Synopsis

Eerste bedrijf

  • Keizer Titus is verliefd geworden op de joodse prinses Berenice, waardoor Vitellia zich buitenspel gezet voelt.
  • Vitellia overreedt haar bewonderaar Sextus, dierbare vriend van Titus, deel te nemen aan een samenzwering om de keizer te vermoorden.
  • Titus kondigt aan dat hij besloten heeft Berenice naar haar vaderland Judea terug te sturen en in plaats daarvan Servilia, Sextus’ zus, te trouwen.
  • Wanneer Servilia Titus vertelt dat haar hart aan Annius toebehoort, waardeert hij haar eerlijkheid en kiest alsnog voor Vitellia.
  • Vitellia weet nog niet van het gewijzigde plan en stuurt Sextus weg om het Capitool in brand te steken en Titus te vermoorden.
  • Sextus bericht dat hij Titus neergestoken heeft en de Romeinse bevolking treurt om zijn dode keizer.
  • Infographic over La Clemenza di Tito van Mozart

Tweede bedrijf

  • Annius vertelt Sextus dat de moordaanslag is mislukt en houdt zijn vriend af van een vluchtpoging door de mededeling dat er anderen bij de aanslag betrokken waren. 
  • Publius arresteert Sextus, die weigert Vitellia’s medeplichtigheid te onthullen. 
  • Titus wil herinnerd worden om zijn vergevingsgezindheid en verscheurt het doodsvonnis, maar pas nadat Sextus al naar het Colosseum is meegevoerd. 
  • Wanneer de leeuwen al zijn binnengebracht, besluit Vitellia schuld te bekennen. Maar alweer is Titus vergevingsgezind en besluit zich aan het welzijn van Rome te wijden.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Een opdracht uit Praag

tekst: Marijke Schouten

Omdat de tijd drong en de Praagse autoriteiten een feestelijke wilden bestellen voor de kroning van de Oostenrijkse keizer Leopold II – tot koning van Bohemen, werd op 8 juli 1791 contractueel vastgelegd het vaak gebruikte libretto van La clemenza di Tito nog maar eens uit de kast te halen en ‘op muziek te laten zetten door een vermaarde meester’.

Wolfgang Amadeus Mozart zat in de zomer van 1791 bepaald niet om werk verlegen, maar de overhaaste opdracht uit Praag greep hij met beide handen aan: het zou zijn prestige als ‘componist van de keizerlijke en koninklijke kamermuziek’ een bredere basis geven.

"Mozart was er aan toe om een opera seria nieuwe stijl te schrijven"

Mozart was er aan toe om, tien jaar na Idomeneo, een opera seria nieuwe stijl te schrijven: als vanouds met castraatzang en solistische hoogstandjes, maar nu met ensemblenummers om de menselijke conflicten tussen de personages tastbaar te maken. En als een logisch vervolg op Don Giovanni en Così fan tutte, waarin hij met succes had aangetoond dat deze, uit de opera buffa afkomstige schrijfstijl, zich ook ­leende voor tragische situaties.

Bij zijn geliefde Bohemers in Praag was hij daarvoor aan het juiste adres. Een zomer simultaan werken aan Tito én Die Zauberflöte, recitatieven overlaten aan assistent en huisvriend Franz Xaver Süssmayr, sombere gedachten over de Requiem-opdracht uit zijn hoofd zetten, en dan twee weken in Praag om ter plekke de nog onbekende cast hun partijen op het lijf te kunnen schrijven.

Mozart zag het helemaal voor zich: Tito en Zauberflöte zouden een muziekdramatisch tweeluik vormen waarin de ethisch-morele kwesties van de samen­leving anno 1791 werden uitgebeeld.

Een échte opera

Met de Praagse impresario en theaterdirecteur Domenico Guardasoni had Mozart twee jaar eerder al besprekingen gevoerd over een nieuw project, maar dat plan was door de oorlog met Turkije en revolutie in Frankrijk gestagneerd. Desondanks was Mozart niet stil blijven zitten: hij had een aantal grote vocale scena’s in moderne stijl gecomponeerd die op concerten in Frankfurt en Praag al waren uitgevoerd. 

Nu lagen deze stukken als het ware te wachten tot ze konden worden opgenomen in het nieuwe Tito-scenario. Het was Catarino Mazzolà – op dat moment de Weense hofdichter – die, in overleg met Mozart, Pietro Metastasio’s tekst binnen de kortste tijd, met respect voor het origineel, inkortte tot twee bedrijven.

"‘Ridotta a vera opera’, noemde Mozart Mazzolà’s bijdrage: een opera naar zijn hart"

Hij liet slechts zeven van de in totaal vijfentwintig ’s intact en comprimeerde de geschrapte recitatieven en aria’s tot elf nieuwe nummers – vier solo’s, twee duetten, drie ’s en twee ensemblefinales – om het stuk dramatisch te structureren en door snelle plotwendingen de toeschouwers voortdurend in spanning te houden.

‘Ridotta a vera ’, noemde Mozart in zijn tische catalogus Mazzolà’s bijdrage waarderend: een echte opera, kortom, een opera naar zijn hart. Mazzolà’s tekst bevrijdde hem uit de formele dwangbuis van de opera seria-conventies zonder de essentie van het drama aan te tasten.

Nadat hij in Don Giovanni het buffo-genre had veredeld tot een ‘dramma giocosa’, kon hij nu in de opera seria Tito de hoogste prioriteit bij de ensembles leggen. Of de schijnbare eenvoud van een instrumentale obbligato partij cultiveren, die als innerlijke stem van een personage afdaalt naar de diepere lagen van de ziel – zie Sextus’ ‘Parto, ma tu ben mio’ of Vitellia’s ‘Non più di fiori’ (let in beide gevallen op de klarinet). 

Titus: een modelvorst

De keuze voor La clemenza di Tito paste bij de gelegenheid. Het libretto was als politieke propaganda in 1734 geschreven door de Weense hofdichter Pietro Metastasio voor keizer Karel VI, Leopolds eigen grootvader.

De Romeinse keizer Titus Vespasianus was een modelvorst aan wie talloze achttiende-eeuwse machthebbers, de ervaren bestuurder Leopold niet uitgezonderd, zichzelf spiegelden: een grootmoedig heerser die het welbevinden van zijn onderdanen en het heil van Rome boven zijn eigen privébelangen stelt, maar loyaliteitsconflicten niet uit de weg gaat.

Hoe mooi kon het zijn? In Metastasio’s libretto wordt deze politieke allegorie aan de hand van concrete gebeurtenissen verlevendigd: de sympathieke Titus die, na de uitbarsting van de Vesusius in 79 na Christus, het voor een tempel te zijner ere bijeengebrachte geld liever besteedde aan humanitaire hulp voor de slachtoffers van de ramp.

"Een nuchtere leider ook, die het Colosseum bouwde en er ter dood veroordeelde misdadigers voor de leeuwen liet werpen"

Een nuchtere leider ook, die het Colosseum bouwde en in deze arena ter dood veroordeelde misdadigers voor de leeuwen liet werpen, desnoods zijn eigen lieveling Sextus. Maar voor alles de clemente keizer die zijn tegen hem complotterende vijanden vergiffenis schonk wanneer ze berouw toonden. 

Tweeluik

Keizer Leopold toonde zich tijdens de drukbezochte en luid bejubelde première vooral enthousiast over de vocale prestaties van Maria Marchetti-Fantozzi, vertolkster van de Vitellia-rol. Keizerin Maria Luisa deed Mozarts vorstelijke muziek af als ‘porcheria tedesca’ – Duitse zwijnerij, wat de kaartverkoop van de verdere voorstellingen nadelig beïnvloedde.

"Bij de laatste voorstelling was de vonk ineens overgeslagen"

La clemenza di Tito werd geen kassucces. Bij de laatste voorstelling op 30 september was de vonk ineens overgeslagen, zo vernam Mozart in Wenen van zijn vriend Anton Stadler die in het orkest klarinet en bassethoorn speelde. Het publiek was uitzinnig en was het niet om Marchetti te sparen, dan hadden ze het van Vitellia graag herhaald. De bravo’s voor Stadler waren niet van de lucht geweest.

‘Wat ik er zo bijzonder aan vind’, schreef een trotse Mozart op 7 oktober 1791 aan zijn in Baden kurende vrouw Konstanze, ‘is dat op de avond waarop mijn nieuwe [Die Zauberflöte] onder luid applaus voor het eerst werd opgevoerd, op dezelfde avond in Praag Tito voor de laatste keer eveneens met daverend applaus is opgevoerd’. Wat Mozart betreft, kon zijn tweeluik de wereld gaan veroveren.

Biografie

Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest

Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.

De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziek­ensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en BrahmsEin deutsches Requiem op.

Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.

Cappella Amsterdam, koor

Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek. 

Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, ­Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte ­Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg ­Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.

Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.

Kenneth Montgomery, dirigent

Kenneth Montgomery is afkomstig uit Belfast en studeerde in Londen bij Adrian Boult, in Hamburg bij Hans Schmidt-Isserstedt, in Siena bij Sergiu Celibidache en bij John Pritchard. Hij begon zijn loopbaan bij Glyndebourne Festival en English National Opera. In 1973 werd hij music director van Bournemouth Sinfonietta, twee jaar later van de Glyndebourne Touring Opera.

Sinds zijn debuut bij De Nederlandse Operastichting in 1970 nam zijn bekendheid ook in Nederland snel toe en hij werd chef- van het Radio Symfonie Orkest en het Groot Omroepkoor. Verder was Kenneth Montgomery chef-dirigent bij de Opera Northern Ireland, de Santa Fe Opera en het Ulster Orchestra en werkte hij als gastdirigent onder meer aan La Scala in Milaan en aan operahuizen in België, Frankrijk, de Verenigde Staten en Canada.

Hij werd in 1991 de eerste ­artistiek leider van de Dutch National Academy en geeft nog steeds masterclasses aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Met het Orkest van de Achttiende Eeuw werkte Kenneth Montgomery voor het eerst in 2013. In oktober 2014 dirigeerde hij het orkest in de van Het Concertgebouw in Mozarts ‘Jupiter’-symfonie als onderdeel van het herdenkingsconcert voor Frans Brüggen. In het najaar van 2015 leidde hij bij het Orkest van de Achttiende Eeuw een reeks concertante uitvoeringen van Le nozze di Figaro van Mozart, in 2017 een reeks van diens La clemenza di Tito en in 2019 van Don Giovanni.

Anders Dahlin, tenor

Anders Dahlin genoot zijn conservatoriumopleiding in zijn geboorteland Zweden en vervolgde deze in Denemarken. Hij maakte zijn debuut in 1998 bij de Nationale Opera van Noorwegen, in The Glass Menagerie van componist Antonio Bibalo.

In de daarop volgende jaren zong de tenor in de theaters van bijvoorbeeld Stockholm, Kiel, Lyon en Bilbao. Hij werkte met en als Christophe Rousset, William Christie, Emmanuelle Haïm en René Jacobs. In de afgelopen jaren legde hij zich toe op de vertolking van repertoire uit de vroege Franse ; zo zong hij in ­Rameaus Castor et Pollux bij zowel De Nationale Opera in Amsterdam als bij De Munt in Brussel.

Daarnaast zingt hij ook regelmatig de partij van de Evangelist in de Passionen van Bach. In 2014 ontving Anders Dahlin de Jussi Björling Prijs. In Het Concertgebouw was hij eerder te beluisteren met het Orkest van de Achttiende Eeuw, onder meer in Mozarts Requiem in 2002 en als Ferrando in Così fan tutte in 2013.

Paula Murrihy, mezzosopraan

Paula Murrihy is Iers van geboorte en begon haar studie aan het conservatorium in Dublin. In de Verenigde Staten volgde ze lessen aan het New England Conservatory in Boston, waarna ze deelnam aan zowel het Britten-Pears Young Artists Programme als het Merola Program van de San Francisco Opera.

In 2009 werd ze ingelijfd bij het vaste zangers­ensemble van de Oper Frankfurt, waar ze rollen vertolkte in werken van bijvoorbeeld Mozart, Purcell, Humperdinck, Bizet en Richard Strauss. Voor de vertolking van de partij van Octavian in StraussDer Rosenkavalier was Paula Murrihy te gast bij de Staatsoper Stuttgart.

De mezzosopraan werd inmiddels ook geëngageerd door onder meer de Metropolitan in New York, de Scala in Milaan en De Nationale Opera in Amsterdam.

In Het Concertgebouw zong ze eerder in BachMatthäus-Passion met het Orchestra of the Age of Enlightenment onder leiding van Mark Padmore (2015) en in MozartLa clemenza di Tito (2017) en Don Giovanni (2019) met het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Kenneth Montgomery.

Deirdre Angenent, sopraan

Deirdre Angenent begon haar opleiding in Arnhem en studeerde summa cum laude af aan de Dutch National Academy. In New York nam ze vervolgens les bij Ira Siff.

De sopraan won belangrijke prijzen in ’s-Hertogenbosch, Boekarest, Istanbul en Sydney en op het Italiaanse concours ‘Valsesia Musica’.

In 2013 maakte ze een belangrijk debuut in een productie van Hertog Blauwbaards burcht van Bartók onder leiding van Jac van Steen. In 2015 trad Deirdre Angenent in dienst bij het Aalto-Theater in Essen, waar ze sindsdien verschillende rollen vertolkte en in het huidige seizoen haar roldebuut maakt als Sieglinde in WagnerDie Walküre.

Bij de Opéra National de Lorraine zingt ze de partij van Gertrud in Humperdincks Hänsel und Gretel. Het podium van de betrad ze eerder, begeleid door het VU-Orkest, met de Vier letzte er van Richard Strauss.

Laetitia Gerards, sopraan

Laetitia Gerards begon op vijfjarige leeftijd met spelen en werd vanaf haar dertiende opgeleid aan de Young Musicians Academy van het conservatorium in Tilburg. Ze ontwikkelde een grote liefde voor zang en toneel. Ze studeerde muziektheater in Tilburg en zang bij Sasja Hunnego aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze in 2013 afstudeerde.

In 2014 kreeg ze de Concertgebouw Young Talent Award. Ook won ze het Prinses Christina Concours. 

De sopraan werd geëngageerd door de meeste Nederlandse orkesten en het Filharmonisch Orkest van Moskou en trad op in Italië, Argentinië, de Verenigde Staten en Canada.

Laetitia Gerards heeft speciale affiniteit met het werk van componisten als Kurt Weill, Leonard Bernstein en George Gershwin, en maakte indruk als Anna in Die sieben Todsünden van Weill, Anne Egerman in Sondheims A Little Night Music en Eileen in Bernsteins A Wonderful Town voor de Nederlandse Reisopera. Andere hoogtepunten waren haar vertolking van Servilia in La clemenza di Tito van Mozart met het Orkest van de Achttiende Eeuw onder Kenneth Montgomery, Dancing Girl in Adams’ The Death of Klinghoffer onder leiding van de componist, en in december 2023 Papagena in Mozarts Die Zauberflöte bij De Nationale .

In de was Laetitia Gerards onder meer te horen met een geënsceneerde La voix humaine van Poulenc (2017) en kreeg ze in maart 2018 carte blanche tijdens een TRACKS-concert. 

Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan (Zerlina)

Rosanne van Sandwijk studeerde aan rts Rotterdam cum laude af bij Roberta Alexander. Niet lang daarna, in 2007, debuteerde de mezzosopraan met een Lunchconcert in de van Het Concertgebouw, met de erencyclus Frauenliebe und -leben van Schumann.

Rosanne van Sandwijk viel meervoudig in de prijzen tijdens het Internationaal Vocalisten Concours ‘s Hertogenbosch 2010 en kreeg de GrachtenfestivalPrijs 2014. Ze concerteert veelvuldig en gaf s met de pianisten Julius ­Drake, Malcolm Martineau en Kris­tian Bezuidenhout.

Als zangeres debuteerde ze in 2011 bij De Nationale Opera in GluckIphigénie en Tauride. Ze keerde er meerdere keren terug, onder meer in WagnerParsifal en MozartDie Zauberflöte. Van 2013 tot 2015 was ze ensemblelid aan het Theater Kiel, waar ze haar repertoire flink uitbreidde. ­

Rosanne van Sandwijk soleerde bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Les Musiciens du Louvre, Camerata Salzburg, Concerto Köln en het Concertgebouworkest en was in de voor het laatst te horen in oktober 2017 in een concertante uitvoering van Mozarts La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.

Henk Neven, bas

Henk Neven kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en ontving in 2011 de Nederlandse Muziekprijs. Hij vertolkt hoofdrollen in ’s van Monteverdi tot en met Messiaen bij De Nationale Opera, het Theater an der Wien en in de grote theaters van Berlijn, Parijs, Brussel en Londen.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij eerder Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro (2015), Publio in La clemenza di Tito (2017), Leporello in Don Giovanni (2019) en Papageno en Puf in de pastiche Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte (2021), maar ook Christus in Bachs Johannes-Passion (2019).

recitals gaf de zanger op de BBC Proms en in Wigmore Hall in Londen, in Het Concertgebouw en op de festivals van Oxford en Leeds.

Hij soleerde bij het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de Nederlandse Bachvereniging, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Les Talens Lyriques, het Orchestre National de France en de Staatskapelle Berlin.

Jeroen Lopes Cardozo, regie

Jeroen Lopes Cardozo begon zijn loopbaan als regisseur/producent met Brittens ­kerkopera Curlew River. Kort daarop werd hij artistiek leider van Stichting De Kleine , waaraan hij twaalf jaar lang verbonden bleef. Inmiddels regisseerde hij opera’s van onder anderen Monteverdi, Puccini, Poulenc, Wagner en Offenbach.

Hij werd geëngageerd door onder meer de Opera Vlaanderen, het Residentie Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en werkte met en als Lawrence Renes, Jaap van Zweden, Arjan Tien en Ed Spanjaard.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw werkte hij mee aan producties van Les Indes galantes van Rameau en Die Entführung aus dem SerailCosì fan tutteLe nozze di Figaro en La clemenza di Tito van Mozart

Ook regisseerde hij talloze musicals, shows en theaterstukken. Bij Joop van den Ende Theaterproducties werkte hij als resident director voor The Phantom of the en Zorro.

Als gevechtschoreograaf ontwierp Jeroen Lopes Cardozo scenes voor onder meer Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel en Toneelgroep Oostpool, voor de musical Soldaat van Oranje en voor BaantjerGooische vrouwen en Karakter.