Orkest van de Achttiende Eeuw met Mozarts Figaro

Orkest van de Achttiende Eeuw
Kenneth Montgomery dirigent
Cappella Amsterdam
(instudering Daniel Reuss)
Jeroen Lopes Cardozo regisseur

Henk Neven bariton (Il Conte d'Almaviva)
Kelebogile Pearl Besong sopraan (La Contessa d'Almaviva)
Ilse Eerens sopraan (Susanna)
André Morsch bariton (Figaro)
Rosanne van Sandwijk mezzosopraan (Cherubino)
Roberta Alexander sopraan (Marcellina)
Hubert Claessens bas (Bartolo / Antonio)
Fabio Trümpy tenor (Don Basilio / Don Curzio)
Amaryllis Dieltiens sopraan (Barbarina)

Aziz Bekkaoui kostuums
Melle Hamer meubel

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Le nozze di Figaro, KV 492 (1786)
opera buffa in vier bedrijven op een libretto van Lorenzo da Ponte  

naar het toneelstuk La folle journée of Le mariage de Figaro van Pierre-Augustin Beaumarchais.

 

Deze voorstelling wordt voorzien van boventiteling.

pauze na het tweede bedrijf

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Le nozze di Figaro, KV 492 (1786)

Door Marcel Bijlo

Al in zijn allervroegste proeve op dit gebied, het zangspel Bastien und Bastienne uit 1768, gaf Wolfgang Amadeus Mozart blijk van een groot talent voor het ­theater. Zijn eerste grote Italiaanse , Mitridate, rè di Ponto, schreef hij op veertienjarige leeftijd. Dit was een echte opera seria, een genre dat vooral in de eerste helft van de achttiende eeuw in heel Europa geliefd was. Deze opera’s speelden zich meestal af in de Griekse of Romeinse Oudheid en handelden over de lotgevallen van koningen en goden. De componisten putten zich uit in virtuoze hoogstandjes voor de zangers, die vaak zo hun eisen hadden op dat gebied. Maar de smaak was aan het veranderen: men wilde opera’s over échte mensen, opera’s waarin het niet meer om de virtuositeit draaide maar om het verhaal en waarin ook plaats was voor humor.

In Italië ontwikkelde zich de opera buffa, de komische opera, waarin niet langer goden optraden maar mensen van vlees en bloed. Het standsverschil tussen adel en dienstbodes was een belangrijk onderwerp in de opera buffa. De grap zat hem er dan in dat de adel wel heel gewichtig deed maar in slimheid verre werd overtroffen door het bedienend personeel. Dit is ook een van de hoofdthema’s in Le nozze di Figaro. Mozarts drie grote Italiaanse opera’s op libretto’s van Lorenzo da Ponte behoren tot de hoogtepunten van dit genre. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Mitridate hebben die drie Da Ponte-opera’s vanaf hun eerste uitvoeringen repertoire gehouden. Le nozze di Figaro was de eerste in de rij. Da Ponte schreef het libretto naar verluidt in zes weken tijd, Mozart werkte van oktober 1785 tot april 1786 aan de muziek. In die periode werkte hij ook aan andere stukken, zoals zijn zeer succesvolle en door Beethoven bewonderde Pianoconcert in c klein. De eerste uitvoering van Le nozze di Figaro vond plaats op 1 mei 1786 in het Burg­theater in Wenen, in aanwezigheid van keizer Joseph II. 

Het stuk is gebaseerd op Le ­mariage de Figaro van Beaumarchais, een toneelstuk dat in Wenen verboden was wegens de kritiek op de adel die erin voorkomt. De Franse Revolutie wierp zijn schaduw dus al vooruit, maar in Wenen was men nog lang niet zover. Da Ponte werkte het stuk handig om. Er moest worden geschipperd om de adel te vriend te houden. En dan was het nog niet altijd naar de zin. ­Tijdens de première moesten acht ’s wegens overdonderend succes worden herhaald, tot ongenoegen van de keizer die de voorstelling veel te lang vond. Hij was er zo ontstemd over dat hij de praktijk van het herhalen van aria’s verbood.

Dit deed niets af aan het enorme succes van Le nozze di Figaro, eerst in Wenen en in 1787 ook in Praag. De kracht van Mozarts muziek zit hem in de schijnbare eenvoud van de ën van de aria’s en in de grote van de ensembles. Grote ­aria’s komen in deze opera niet voor, het acc­ent ligt op de verstaanbaarheid van de tekst. Ook in de grote ensembles, waarin alle zangers door elkaar zingen, is ieder woord van elke zanger te verstaan door de uitgekiende manier waarop Mozart de zangers met elkaar muzikaal laat praten. De secco-­recitatieven, de dialogen tussen de door het orkest begeleide gedeelten door, stuwen de handeling vooruit, richting weer zo’n weergaloze aria of zo’n spetterend ensemble. Le nozze di Figaro kent een aantal hoofdrollen – graaf Almaviva, de gravin en natuurlijk Figaro en zijn bruid Susanna – maar bijna alle zangers leveren substantiële bijdragen en krijgen van Mozart prachtige momenten.

De feestelijke toon wordt al gelijk gezet in de ouverture, een sprankelend orkestwerk dat ook vaak los van de opera wordt uitgevoerd. Maar de gehele opera is altijd bijzonder geliefd geweest. Samen met Don Giovanni en Così fan tutte, de andere twee opera’s van Mozart waarvoor Lorenzo da Ponte het libretto schreef, behoort Le nozze di Figaro tot de allervaakst opgevoerde opera’s wereldwijd. Het succes straalde ook af op de volgende creatie van Mozart en Da Ponte: Don Giovanni. Want als Don Giovanni zit te dineren speelt een orkestje muziek uit Le nozze di Figaro. Succesvolle opera’s werden in Wenen ook vaak instrumentaal bewerkt, met name voor blazersensembles die in de openlucht speelden. Ook van Le nozze di Figaro bestaan meerdere van dergelijke bewerkingen; zo werd de bekendheid van deze operamuziek ook nog ’ns opgerekt tot een veel breder publiek. Le nozze di Figaro is nog steeds een springlevende opera met universele the­ma’s als liefde en bedrog.

Synopsis

We zijn in het paleis van graaf en gravin Almaviva. Figaro, bediende van de graaf, gaat trouwen met ­Susanna, de kleedster van de gravin. De graaf behoudt zich echter het recht voor de eerste huwe­lijks­­nacht met de bruid door te brengen. Dit uiteraard tot ongenoegen van Susanna, Figaro en natuurlijk de gravin, die de liefde van haar man wil ­terugwinnen. Ondertussen spelen zich meer intriges af: Cherubino, de jonge page, is verliefd op de gravin, en Marcellina op Figaro. Figaro en de gravin zinnen op een manier om de graaf van zijn onzalige idee van een eerste huwelijksnacht met Susanna af te brengen. Ze bedenken een plannetje. Maar dat loopt verkeerd en geeft aanleiding tot heel wat tragikomische verwikkelingen. De graaf wordt ’s nachts in de paleistuin verleid door zijn eigen vrouw, vermomd als Susanna. Die vermomming is zo overtuigend dat ook Figaro er intrapt en denkt dat Su­sanna het toch met de graaf houdt. Uiteindelijk doorziet hij het spel; de graaf heeft zijn lesje misschien geleerd en vraagt zijn vrouw hem te vergeven. Komt het voornemen van Figaro en Susanna om te trouwen ongeschonden door al deze verwikkelingen?

  • Le Nozze Di Figaro

Biografie

Kenneth Montgomery, dirigent

Kenneth Montgomery is afkomstig uit Belfast en studeerde in Londen bij Adrian Boult, in Hamburg bij Hans Schmidt-Isserstedt, in Siena bij Sergiu Celibidache en bij John Pritchard. Hij begon zijn loopbaan bij Glyndebourne Festival en English National Opera. In 1973 werd hij music director van Bournemouth Sinfonietta, twee jaar later van de Glyndebourne Touring Opera.

Sinds zijn debuut bij De Nederlandse Operastichting in 1970 nam zijn bekendheid ook in Nederland snel toe en hij werd chef- van het Radio Symfonie Orkest en het Groot Omroepkoor. Verder was Kenneth Montgomery chef-dirigent bij de Opera Northern Ireland, de Santa Fe Opera en het Ulster Orchestra en werkte hij als gastdirigent onder meer aan La Scala in Milaan en aan operahuizen in België, Frankrijk, de Verenigde Staten en Canada.

Hij werd in 1991 de eerste ­artistiek leider van de Dutch National Academy en geeft nog steeds masterclasses aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Met het Orkest van de Achttiende Eeuw werkte Kenneth Montgomery voor het eerst in 2013. In oktober 2014 dirigeerde hij het orkest in de van Het Concertgebouw in Mozarts ‘Jupiter’-symfonie als onderdeel van het herdenkingsconcert voor Frans Brüggen. In het najaar van 2015 leidde hij bij het Orkest van de Achttiende Eeuw een reeks concertante uitvoeringen van Le nozze di Figaro van Mozart, in 2017 een reeks van diens La clemenza di Tito en in 2019 van Don Giovanni.

Cappella Amsterdam, koor

Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek. 

Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, ­Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte ­Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.

Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg ­Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.

Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.

Jeroen Lopes Cardozo, regie

Jeroen Lopes Cardozo begon zijn loopbaan als regisseur/producent met Brittens ­kerkopera Curlew River. Kort daarop werd hij artistiek leider van Stichting De Kleine , waaraan hij twaalf jaar lang verbonden bleef. Inmiddels regisseerde hij opera’s van onder anderen Monteverdi, Puccini, Poulenc, Wagner en Offenbach.

Hij werd geëngageerd door onder meer de Opera Vlaanderen, het Residentie Orkest en het Radio Filharmonisch Orkest en werkte met en als Lawrence Renes, Jaap van Zweden, Arjan Tien en Ed Spanjaard.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw werkte hij mee aan producties van Les Indes galantes van Rameau en Die Entführung aus dem SerailCosì fan tutteLe nozze di Figaro en La clemenza di Tito van Mozart

Ook regisseerde hij talloze musicals, shows en theaterstukken. Bij Joop van den Ende Theaterproducties werkte hij als resident director voor The Phantom of the en Zorro.

Als gevechtschoreograaf ontwierp Jeroen Lopes Cardozo scenes voor onder meer Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Toneel en Toneelgroep Oostpool, voor de musical Soldaat van Oranje en voor BaantjerGooische vrouwen en Karakter.

Henk Neven, bas

Henk Neven kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en ontving in 2011 de Nederlandse Muziekprijs. Hij vertolkt hoofdrollen in ’s van Monteverdi tot en met Messiaen bij De Nationale Opera, het Theater an der Wien en in de grote theaters van Berlijn, Parijs, Brussel en Londen.

Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij eerder Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro (2015), Publio in La clemenza di Tito (2017), Leporello in Don Giovanni (2019) en Papageno en Puf in de pastiche Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte (2021), maar ook Christus in Bachs Johannes-Passion (2019).

recitals gaf de zanger op de BBC Proms en in Wigmore Hall in Londen, in Het Concertgebouw en op de festivals van Oxford en Leeds.

Hij soleerde bij het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de Nederlandse Bachvereniging, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Les Talens Lyriques, het Orchestre National de France en de Staatskapelle Berlin.

Kelebogile Pearl Besong, sopraan

Kelebogile Pearl Besong is afkomstig uit de provincie Tshwane in Zuid-Afrika en volgde haar muzikale opleiding in haar geboorteland. Ze won een aantal nationale concoursen, en in 2012 ontving ze de Standard Bank Young Artists Award. Haar Europese debuut maakte ze in 2013, toen ze te gast was op de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik. Hier vertolkte ze de titelrol in John Blows Venus and Adonis en was ze tevens te horen als de Sorceress in Dido and Aeneas van Purcell.

Het repertoire van Kelebogile Pearl Besong omvat verder rollen in ’s van bijvoorbeeld Mozart, Bizet en Puccini. Ze werkte mee aan de première van Ziyankomo and the Forbidden Fruit van componist Phelelani Mnomiya door Opera Africa. Inmiddels werd de sopraan geëngageerd door onder meer de operahuizen van Malmö en Montpellier en door de Bregenzer Festspiele 2015.

Ilse Eerens, sopraan

Ilse Eerens studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven en bij Jard van Nes aan de Nieuwe Academie in Amsterdam en Den Haag. Ze won prijzen op het Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch 2004 en het ARD Concours 2006 in München.

Ze is een graag geziene gast aan De Munt in Brussel, in rollen van Mozart, Rossini en Verdi maar bijvoorbeeld ook in Ligeti’s Le grand macabre – dat ze ook zong in het Teatro Colón in Buenos es, de opera van Rome en het Adelaide Music Festival.

Ilse Eerens was te gast op de Festspiele van Salzburg (Mozart) en Bregenz (HK ­Gruber), bij de ­gezelschappen van Lyon (Zemlinsky, Honegger, Janáček) en Tokio (Hosokawa), aan het Royal Opera House Covent Garden in Londen en aan het Theater an der Wien. Op het concertpodium werkte ze met het Beethovenorchester Bonn, Basel Sinfonietta, het Amsterdam Baroque Orchestra and Choir, het Gulbenkian Orchestra, ­Philippe Herreweghe en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en Riccardo Muti.

In Het Concertgebouw zong Ilse Eerens meermaals bij het Orkest van de Achttiende Eeuw, onder meer in Mozarts Così fan tutte in 2013 en Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte in 2021. In 2023 soleerde ze er in Bachs Weihnachtsoratorium bij het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Peter Dijkstra.

André Morsch, bariton

De Duitse bariton André Morsch studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en is een voormalig lid van William Christie’s Le Jardin des Voix. Hij is winnaar van de Internationale Wettbewerb fur kunst Stuttgart en van de Prix Bernac van de Académie Ravel in Saint-Jean-de-Luz.

Van 2011 tot 2018 maakte de zanger deel uit van het ensemble van de Staatsoper Stuttgart. zong hij ook in de theaters van Basel, Zürich, Genève, Dijon, Nancy, Versailles en Parijs.

Bij De Nationale stond hij in Puccini’s La fanciulla del West, Schrekers Der Schatzgräber en Die Gezeichneten en Enescu’s Oedipe. Als concertzanger musiceerde André Morsch met onder meer het Radio Filharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerkoor, Les Arts Florissants, Les Talens Lyriques, Le Poème Harmonique, het Gewandhausorchester Leipzig, het Beethoven­orchester Bonn, het Balthasar Neumann Ensemble, de Akademie für Alte Musik Berlin en het Kioi Hall Chamber Orchestra.

In de gaf hij verschillende keren een , voor het laatst in oktober 2018 met Rosanne van Sandwijk en Julius Drake. In de was hij te beluisteren in Bachs Johannes-­Passion (2017), Brahms’ Ein deutsches Requiem (2018) en Mozarts Don Giovanni (2019), telkens met het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Rosanne van Sandwijk, mezzosopraan (Zerlina)

Rosanne van Sandwijk studeerde aan rts Rotterdam cum laude af bij Roberta Alexander. Niet lang daarna, in 2007, debuteerde de mezzosopraan met een Lunchconcert in de van Het Concertgebouw, met de erencyclus Frauenliebe und -leben van Schumann.

Rosanne van Sandwijk viel meervoudig in de prijzen tijdens het Internationaal Vocalisten Concours ‘s Hertogenbosch 2010 en kreeg de GrachtenfestivalPrijs 2014. Ze concerteert veelvuldig en gaf s met de pianisten Julius ­Drake, Malcolm Martineau en Kris­tian Bezuidenhout.

Als zangeres debuteerde ze in 2011 bij De Nationale Opera in GluckIphigénie en Tauride. Ze keerde er meerdere keren terug, onder meer in WagnerParsifal en MozartDie Zauberflöte. Van 2013 tot 2015 was ze ensemblelid aan het Theater Kiel, waar ze haar repertoire flink uitbreidde. ­

Rosanne van Sandwijk soleerde bij onder meer het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Les Musiciens du Louvre, Camerata Salzburg, Concerto Köln en het Concertgebouworkest en was in de voor het laatst te horen in oktober 2017 in een concertante uitvoering van Mozarts La clemenza di Tito door het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam.

Roberta Alexander, sopraan

De van geboorte Amerikaanse, in Nederland woonachtige sopraan Roberta Alexander geniet internationale faam. Onvergetelijk zijn haar interpretaties van de titelrol in Janáčeks Jenůfa, Mimì in Puccini’s La bohème, en in het bijzonder de grote Mozartrollen van haar stemvak zoals Fiordiligi (Così fan tutte), Donna Elvira (Don Giovanni) en Vitellia (La clemenza di Tito).

De sopraan is al ruim 45 jaar te beluisteren op de belangrijkste podia, waaronder het festival van Glyndebourne, de Metropolitan Opera in New York en de operahuizen van Berlijn, Hamburg, Wenen, Zürich, Londen en Amsterdam. Naast haar operacarrière oogstte ze ook succes met bijvoorbeeld Ravels Shéhérazade met het NDR-Sinfonieorchester onder André Previn (in heel Europa op tv uitgezonden) en trad ze op met de Wiener Philharmoniker, het London Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de orkesten van Cleveland, Boston, San Francisco.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde ze in 1979. Roberta Alexander is bovendien een uiterst communicatief zangeres, en haar indrukwekkende discografie – van Händel tot Andriessen en van tot Broadway – reflecteert haar affectie met uiteenlopende genres en stijl­periodes.

Sinds 2002 geeft ze les aan rts in Rotterdam. Afgelopen november kreeg Roberta Alexander de Edison Klassiek Oeuvreprijs 2020.

Hubert Claessens, bas

Hubert Claessens studeerde in 1986 af aan het conservatorium van Maastricht, maar debuteerde al twee jaar daarvoor bij De Nederlandse met een rol in Verdi’s I vespri siciliani onder leiding van Edo de Waart. Sindsdien werd hij herhaaldelijk door dit gezelschap geëngageerd en maakte hij tevens zijn opwachting bij bijvoorbeeld de Nationale Reisopera, de Vlaamse Opera en de Wiener Staatsoper.

In 2012 nam hij deel aan de premièreproductie van Andreas weent van Peter-Jan Wagemans. Hubert Claessens is ook regelmatig actief als - en concertzanger. Hij musiceerde met onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en La Petite Bande.

Naast zijn veelzijdige zangcarrière is Hubert Claessens saxofonist en dirigeert hij.

Fabio Trümpy, tenor

De Zwitserse tenor Fabio Trümpy begon zijn zangopleiding in Zürich – naast een studie ­Engelse literatuur – en vervolgde deze bij Margreet Honig aan het Conservato­rium van Amsterdam. In 2007 won hij de Prix des Amis du Festival d’Art ­Lyrique in Aix-en-Provence.

Hij werd ensemblelid van het Opernhaus Zürich en zong in de Staatsoper Hamburg, het Bolsjoi ­Theater, de Staatsoper Berlin, het Theater Basel, de Opéra national de Lorraine in Nancy, het Grand Théâtre de Genève, het Festspielhaus Baden-Baden en bij de festivals van Beaune en Spoleto.

Afgelopen seizoen soleerde Fabio Trümpy in Frank Martins Le vin herbé bij het Ensemble Vocal de Lausanne onder leiding van Daniel Reuss, Mozarts Mis in c klein bij de Zürcher Singakademie en Bachs Matthäus-Passion bij het Noord Nederlands Orkest onder Peter Dijkstra.

Hij werkte met de Cappella Mediterranea en Leonardo García Alarcón, meest recent in Händels Acis and Galatea. Op het Bayreuth Baroque Festival stond Fabio Trümpy in een productie van Händels Flavio van Concerto Köln. In Het Concertgebouw was Fabio Trümpy onder meer te beluisteren met het ­Radio Filharmonisch Orkest en het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Amaryllis Dieltiens, sopraan

Amaryllis Dieltiens musiceert vanaf jonge leeftijd en werd toen ze zeventien was toegelaten tot het Lemmensinstituut in Leuven. Hier volgde ze zanglessen bij Lieve Vanhaverbeke, en ze vervolgde haar opleiding aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Aan de Nationale Academie studeerde de sopraan cum laude af.

Sinds haar debuut bij de Nationale Reisopera in 2009 in een productie van Hippolyte et Aricie van Rameau werd Amaryllis Dieltiens uitgenodigd voor verschillende rollen. Als concert­zangeres werkte ze met gezelschappen als De Nederlandse Bachvereniging, het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Noord Nederlands Orkest.