Opening Night met Simone Lamsma en Elim Chan

Koninklijk Concertgebouworkest
Elim Chan dirigent
Simone Lamsma viool

Dit concert wordt live uitgezonden door AVROTROS via NPO Radio 4. 

walking dinner 18.00 uur
aanvang 20.15 uur

Lees ook het achtergrondverhaal: Allrounder Tsjaikovski

Simone Lamsma vervangt Janine Jansen
Janine Jansen heeft laten weten zich met spijt terug te moeten trekken voor dit concert. Zij is ziek geworden en het is voor haar onmogelijk om naar Amsterdam te reizen. De Nederlandse topvioliste Simone Lamsma neemt het programma ongewijzigd over.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante − Finale: Allegro vivacissimo
 
pauze ± 21.00 uur
 
Romeo en Julia (1869-70, versie 1880)
ouverture-fantasie naar Shakespeares drama 

Suite uit het ballet ‘Het zwanenmeer’, op. 20 (1875-77) 
Wals uit het eerste bedrijf
Zwanendansen uit het tweede
   bedrijf: Allegro moderato (Dans van de kleine 
   zwaantjes nr. 4) - Pas d’action (Odette en de 
   prins, nr. 5) 
Scène finale uit het vierde bedrijf

einde ± 22.30 uur

Toelichting

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Vioolconcert

Door Rutger Helmers

Een programma dat de diversiteit en rijkdom van het oeuvre van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski illustreert.

Als eerste klinkt het Vioolconcert. De voornaamste inspirator was Iosif Kotek, een jonge violist voor wie Tsjaikovski amoureuze gevoelens koesterde, maar met wie hij uiteindelijk een soort vader-zoonrelatie opbouwde. Kotek kwam in de lente van 1878 bij de componist langs in het Zwitserse Clarens en had een hele stapel partituren meegebracht, waaronder de Symphonie espagnole van de Franse violist en componist Édouard Lalo, die Tsjaikovski bijzonder beviel.

Lalo, merkte hij op, ‘vermijdt zorgvuldig routine, zoekt nieuwe vormen, en geeft meer om muzikale schoonheid dan om het in acht nemen van gevestigde tradities, zoals de Duitsers doen.’

Dit was precies wat Tsjaikovski zo aantrok in het werk van andere Franse tijdgenoten, zoals Léo Delibes en Georges Bizet. Nog geen twee weken later lagen er schetsen voor het Vioolconcert, waar Kotek zich vol enthousiasme op stortte. Het zou een van de populairste vioolconcerten uit het repertoire worden, en hoe vaak het ook gespeeld wordt, de muziek blijft fris aandoen.

Het zit vol treffende momenten, zoals de terugkeer van het trotse hoofdthema van het eerste deel, dat na de virtuoze niet door vol orkest, maar subtiel door de fluiten wordt ingezet. De finale komt direct voort uit het Canzonetta, het e tweede deel, waarin -Tsjaikovski tegen het einde subtiel – en veel langzamer – het van de finale introduceert.

Dit slotdeel zelf is een trepak, een snelle Oekraïense dans in tweekwartsmaat: het is moeilijk om je niet door de energie van dit deel mee te laten slepen, waarin de onvermoeibare viool soms even nadrukkelijk rust neemt, maar altijd in de startblokken lijkt te staan om er weer razendsnel vandoor te gaan. 

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Romeo en Julia

Het idee om een orkestwerk op Shakespeares Romeo and Juliet te baseren ontstond in de zomer van 1869 en was afkomstig van Mili Balakirev, de leider van de zogenaamde Nieuwe Russische School, of ‘’, waar ook Modest Moesorgski, Aleksandr Borodin en Nikolaj Rimski-Korsakov deel van uitmaakten.

Als pleitbezorger van , die zelf een King Lear-ouverture op zijn naam had staan, was Balakirev een inspirerende figuur, maar zijn aanmoedigingen gingen wel gepaard met verregaande bemoeienis en genadeloze kritiek. Tsjaikovski nam veel suggesties van zijn collega ter harte, maar trok nadrukkelijk ook zijn eigen plan.  

De ‘ouverture-fantasie’, zoals Tsjaikovski het werk uiteindelijk karakteriseerde, volgt Shakespeares plot niet in detail, maar haalt er enkele centrale ’s uit en verwerkt deze in een symfonische vorm. De uitgebreide langzame inleiding, geassocieerd met Father Lawrence (Romeo’s biechtvader), schetst de achtergrond waartegen het drama zich kan voltrekken.

Dat barst pas echt los met het wervelende – het officiële ‘eerste thema’ – dat de strijd tussen de Montagues en de Capulets weergeeft en de luisteraar op het puntje van de stoel houdt met het karakteristieke en de vele rake klappen van het . Daarnaast bevat deze ouverture een van de meeste smachtende liefdesthema’s in het romantische repertoire.

Bij de eerste ontmoeting is het nog tamelijk beheerst, maar bij herhaling neemt de een steeds nadrukkelijkere aanloop, bereiken de violen hun hoogste register en maken de herhaalde noten in de s het verlangen bijna lichamelijk voelbaar. Dit geluk is helaas maar vluchtig, en de terugkeer van het Allegro leidt het stuk naar het onvermijdelijke tragische einde.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Suite uit ‘Het zwanenmeer’

Het zwanenmeer is gecomponeerd tussen 1875 en 1877 in opdracht van het Bolsjoj ­Theater in Moskou. Het was Tsjaikovski’s eerste ballet, geschreven in een periode waarin het absoluut ongebruikelijk was dat een componist met serieuze symfonische ambities zich bezighield met dergelijke dansmuziek, omdat hij zich ondergeschikt zou maken aan de vereisten van de dansers en de balletmeester. Tsjaikovski had aan zijn collega Rimski-Korsakov opgebiecht dat hij ‘al lange tijd eens wilde proberen dit soort muziek te schrijven’, en stortte zich er vol overgave op.

Het ballet was geen groot succes en zou pas wereldwijde roem ­vergaren na Tsjaikovski’s dood, met een nieuwe choreografie van de hand van Marius Petipa en Lev Ivanov voor het Keizerlijke Ballet in Sint-Petersburg (1895). Van de oorspronkelijke productie in Moskou in 1877 is maar weinig bewaard gebleven. Behalve, gelukkig, Tsjaikovski’s muziek.

Franz Welser-Möst (die dit programma oorspronkelijk zou dirigeren) heeft een selectie van nummers uit het ballet gemaakt, die afwijkt van de bekende  uit ‘Het zwanenmeer’ en dichter aansluit bij het verhaal dat in het ballet wordt verteld. We beginnen met de grote die klinkt op het verjaardagsfeest van Prins Siegfried in het eerste ­bedrijf – de vele walsen die Tsjaikovski voor dit ballet componeerde, zijn stuk voor stuk memorabel en getuigen van een onvoorstelbare inventiviteit op het gebied van en orkestratie.

De Prins krijgt op zijn verjaardag te horen dat hij de volgende avond op een bal een bruid zal moeten kiezen. Hij voelt hier weinig voor, ontvlucht ’s avonds het hof en gaat op jacht. Zo vindt hij de zwanenprinses Odette, die betoverd is door de kwade tovenaar Von Rothbart, en alleen bevrijd kan worden als iemand haar de ware liefde verklaart.

Er volgt een reeks zwanendansen. De Dans van de kleine zwaantjes, een aandoenlijke dans van vier ballerina’s die hand in hand bescherming bij elkaar zoeken, vormt een prachtig contrast met de adembenemende dans van de Prins en Odette die daarop volgt, waarin de verstrengeling van de twee geliefden muzikaal wordt vertolkt door een soloviool (vanavond concertmeester Liviu Prunaru) en solocello (Gregor Horsch), begeleid door de harp (Petra van der Heide), het symbool voor de magische wereld waar de zwanen zich in begeven.

In het derde bedrijf, het bal, wordt de Prins misleid: denkend dat hij Odette voor zich heeft, verklaart hij de liefde aan de verleidelijke en ijdele Odille, Von Rothbarts dochter. Dan volgt de tragische conclusie van het ballet, als de Prins naar het Zwanenmeer terugsnelt om Odette te vinden. Haar lot is al bezegeld.

We horen hier het beroemde van de zwanen, eerst in versnelde vorm als Prins Siegfried zich uitput in excuses, en uiteindelijk in overweldigend als de twee geliefden besluiten zich te verdrinken in het meer. Dit betekent tegelijkertijd de ondergang van de kwade tovenaar, en voor de geliefden, net als voor Romeo en Julia, verlossing in de dood.  

Biografie

Simone Lamsma, viool

Simone Lamsma begon op haar vijfde met vioolspelen, kreeg vanaf haar negende les van Davina van Wely, studeerde vanaf haar elfde aan de Yehudi Menuhin School bij Hu Kun en debuteerde op haar veertiende bij het Noord Nederlands Orkest met het Eerste vioolconcert van Paganini. Ze vervolgde haar opleiding bij Hu Kun en Maurice Hasson aan de Royal Academy of Music in Londen, en won in 2003 het Nederlands Vioolconcours ‘Oskar Back’.

Haar repertoire omvat inmiddels meer dan zestig vioolconcerten, waaronder ook opdrachtcomposities van Mattijs de Roo, Mathilde Wantenaar en Joey Roukens die ze in première bracht met het Radio Filharmonisch Orkest.

Simone Lamsma debuteerde bij de New York Philharmonic onder Jaap van Zweden, de Los Angeles Philharmonic onder Otto Tausk, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia onder Antonio Pappano en Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder Paavo Järvi.

Ze soleerde ook bij veel van ’s werelds belangrijkste orkesten, waaronder die van Chicago, Washington, Detroit, Pittsburgh, Dallas, San Francisco, Seoul, Hongkong, Sydney, Londen, Helsinki, Oslo, Stockholm, het Concertgebouworkest, het Konzert­hausorchester Berlin, Les Siècles, het BBC Symphony Orchestra, de Wiener Symphoniker en het Mostly Moz­art Festival Orchestra. In 2021/2022 was ze artist in residence bij het Residentie Orkest en begon haar driejarige residency bij de Oregon Symphony.

In 2022/2023 had de violiste een residency in PHIL Haarlem, en in 2023/2024 bij de Royal Liverpool Philharmonic. Het vorige optreden van Simone Lamsma in de was in juni 2023 een met Thomas Beijer, die voor die gelegenheid een vioolsonate componeerde.

Elim Chan, dirigent

Elim Chan werd geboren in Hongkong en studeerde in de Verenigde Staten aan het Smith College en de University of Michigan. In 2013 maakte ze deel uit van het Bruno Walter Conducting Scholarship en in 2015 volgde ze masterclasses bij Bernard Haitink. In 2014 werd Elim Chan de eerste vrouwelijke winnaar van de Donatella Flick Conducting Competition; dankzij haar overwinning was ze in seizoen 2015/2016 assistent- bij het London Symphony Orchestra.

Bij de LA Phil maakte ze het seizoen daarop deel uit van het Dudamel Fellowship-­programma. Tussen 2019 en 2024 was Elim Chan chef- van het Antwerp Symphony Orchestra, van 2018 tot 2023 was ze bovendien vaste gastdirigent van het Royal Scottish National Orchestra. In seizoen 2022/2023 was ze artist in residence bij de Wiener Musikverein naast pianist Igor Levit en violiste Isabelle Faust.

Elim Chan dirigeerde onder meer de New York Philharmonic, het Boston Symphony Orchestra, The Cleveland Orchestra, het Orchestre de Paris, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het Toronto Symphony Orchestra, de Hong Kong Philharmonic en de en van Pittsburgh, Houston, Berkeley, Detroit en Chicago.

Bij het Concert­gebouworkest leidde ze op 26 april 2018 het Koningsnachtconcert en in september 2019 zowel Opening Night als het Kinderconcert Assepoester. In augustus 2024 kwam ze terug met werken van Berlioz, Mendelssohn en Prokofjev en in augustus 2025 leidde ze de vijfde editie van het zomerse jeugdproject Concertgebouworkest Young.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest