Opening Night 2026

Koninklijk Concertgebouworkest
Han-Na Chang dirigent

AVROTROS zendt het concert live uit op de radio via NPO Klassiek; op televisie is het te zien op zondag 13 september om 18.15 en 23.50 uur via NPO 2 (met herhalingen op 18 september om 13.20 en 19 ­september om 10.30 uur).

Voorprogramma

Tussen 18.45 en 19.30 uur vinden talentvolle jonge musici uit Amsterdam en ver daarbuiten elkaar op het snijvlak van klassieke muziek en jazz. De Jazz Focus bigband uit Amsterdam-Oost onder leiding van Lorenzo Mignacca, het Nederlands Jeugd Strijkorkest onder leiding van Carel den Hertog en ex-deelnemers van het tweejaarlijkse jeugd­project Concertgebouworkest Young slaan de handen ineen. Verwacht muziek van bijvoorbeeld Borodin, ­Tsjaikovski, Grieg, Gershwin en Dvořák.

Michael Glinka (1804-1857)

Ouverture uit ‘Roeslan en Ljoedmila’ (1837-42)

Gioacchino Rossini (1792-1868)

Ouverture uit ‘Guillaume Tell’ (1829)

Claude Debussy (1862-1918)

Prélude à l’après-midi d’un faune (1894)

Bernd Richard Deutsch (1977)

Balera (2017)

Georges Bizet (1838-1875)

delen uit ‘Carmen’ (1875)
Les Toréadors
Intermezzo
Danse Bohème

Johann Strauss Jr. (1825-1899)

Éljen a Magyar!, op. 332 (1869)

Richard Wagner (1818-1883)

Ouverture uit ‘Tannhäuser’ (1845)

er is geen pauze
einde ± 21.50 uur

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Toonaangevende vrouwen in muziek.

Toelichting

Toelichting

Door Martijn Voorvelt

Het Concertgebouworkest opent het nieuwe concertseizoen met een gratis openluchtconcert in het Oosterpark. Deze symfonische achtbaanrit begint met twee bruisende ouvertures, instrumentale openingsstukken van ’s.

De Roeslan en Ljoedmila-ouverture is verreweg het populairste werk van Michail Glinka. Opgewekte muziek vol flair en vaart, waaraan je kunt horen dat deze Russische componist ooit studeer de in het Italië van de beroemde opera componist Gioacchino Rossini. Die had toen net (in Parijs, dat wel) zijn laatste grote hit gescoord: Guillaume Tell, een opera over de legendarische held Willem Tell. De ouverture van die opera begint met een intieme solo en bouwt geleidelijk op tot een storm achtige episode met virtuoze loopjes in de trombones. Na een minuut of acht barst het vrolijk galopperende gedeelte los dat iedereen wel eens gehoord heeft. Meezingen mag!

Dan zet Claude Debussy’s Prélude à l’après-midi d’un faune de tijd even stil. De raadselachtige muziek is geïnspireerd op een gedicht van Stéphane Mallarmé over een faun, een bos wezen dat loom op zijn fluit speelt en naar badende meisjes loert… En geen componist die de zwoele sfeer zo knap in muziek kon vatten als Debussy. Deze Prélude is een van de pronkstukken van het Concertgebouworkest: het stond al 262 keer op de lessenaar.

Klassieke muziek is niet alleen iets uit het verleden. Er wordt nog steeds geweldige muziek gecomponeerd. In 2025 schreef Bernd Richard Deutsch een bijzonder kleurrijk werk voor het Concertgebouworkest, Phantasma. Vanavond klinkt zijn korte, energieke Balera. De titel verwijst naar een typische Noord-Italiaanse danszaal of feesttent (de Oostenrijkse componist woont en werkt de helft van het jaar in Triëst). Het speelt een hoofd rol: de woodblocks suggereren de wingende tapdans, die het uitgangspunt vormt voor een stuk waarin steeds meer dansers uitbundig om elkaar heen wervelen.

Hierna is het tijd voor een paar regel rechte klassiekers. Met zijn warm bloedige opera Carmen, over een verleidelijk zigeunermeisje dat een naïeve soldaat verlaat voor een stoere stierenvechter, was Georges Bizet zijn tijd vooruit. Het verwende Parijse publiek reageerde er eerst wat zuinig op, maar de opera vol tophits veroverde de wereld – om nooit meer weg te gaan! We horen drie korte stukken: muziek die de komst van de stierenvechters aankondigt, een zwijmelend intermezzo, en ten slotte de ‘zigeunerdans’ waarmee Carmen iedereen onherroepelijk meesleept en opzweept. Kan het sneller? Ja, het kan nóg sneller…. En als we toch aan het dansen zijn, gaan we maar meteen over op een uitbundige Hongaarse polka van de Weense enkoning Johann Strauss jr.

We sluiten af met weer een geliefde ouverture: die van Richard Wagners opera Tannhäuser, gebaseerd op een middeleeuws ridderverhaal. Met ruim een kwartier is deze epische ouverture twee keer zo lang als het publiek in 1845 gewend was. Het begint ingehouden en plechtig met klarinetten, ten en s, waarna de strijkers een tragisch introduceren. Na een beweeglijk middenstuk komt de plechtige muziek van het begin terug. Deze keer ontvouwt ze zich tot een majestueus muzikaal bouwwerk, een statig kasteel in een weids landschap – kijk door je oogharen het Oosterpark rond, en je bent er: om je in een andere wereld te wanen is deze muziek genoeg.

Biografie

Han-Na Chang, dirigent

Han-Na Chang begon haar carrière als cellist. Al op elf­jarige leeftijd won ze de eerste prijs en de nieuwemuziekprijs van het Rostropovitsj Internationaal concours 1994. Ze maakte een serie bekroonde opnamen en soleerde bij onder meer de New York Philharmonic, de orkesten van Boston, Philadelphia en Chicago en de Berliner Philharmoniker.

Tegenwoordig richt Han-Na Chang zich volledig op haar loopbaan als . Ze is artistiek leider en chef-dirigent van het ­ en het huis van Trondheim (sinds 2017) en eerste gastdirigent van de Symphoniker Hamburg (sinds 2022). Als gastdirigent stond ze bijvoorbeeld voor de Sächsische Staatskapelle Dresden, het WDR Sinfonieorchester, de Oslo Philharmonic, de Wiener Symphoniker en de symfonieorkesten van Vancouver, Toronto, Sydney en Melbourne.

Van 2009 tot 2014 was Han-Na Chang artistiek leider van het Absolute Music Festival in haar geboorteland Zuid-Korea, en sinds 2024 leidt ze er het DaejeonGrandFestival dat zich richt op een jong en divers publiek. Met de Kore­aanse zender MBC TV produceerde ze een televisieserie die de symfonieën van Beethoven voor een breed publiek inzichtelijk maakt.

In 2016 trad Han-Na Chang voor het eerst als dirigent op in Het Concertgebouw. Bij het Concertgebouworkest maakt ze nu haar langverwachte debuut, vijf jaar nadat het geplande debuut wegens de coronapandemie was uitgesteld.